Posts tonen met het label Dwaaltocht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dwaaltocht. Alle posts tonen

maandag 20 juni 2011

POP je creativiteit op in vijf weken - blogcursus deel 1

Meer creativiteit in je persoonlijke bagage.

Volgens jouw Persoonlijk OntwikkelingsPlan - beter bekend als POP - ga jij dit jaar werken aan je creatieve vaardigheden. Hoe? Met deze blogcursus kun jij de komende vijf weken direct aan de slag.

Een van de doelstellingen voor jouw persoonlijke ontwikkeling
voor het komende jaar is het ontwikkelen van je creatieve vaardigheden. Dat heb je met je leidinggevende afgesproken bij het jaargesprek (of loopbaangesprek of ontwikkelingsgesprek of loonbaanevaluatiegesprek). Goed voor jou én voor je organisatie, dat creativiteit en innovatievermogen tot zijn kernwaarden rekent.

Natuurlijk wil je best creatiever worden, maar hoe doe je dat dan? Want jouw leidinggevende bedoelt niet dat je 'creatiever met kurk' moet worden of dat je leukere afdelingsuitjes mag bedenken. Het gaat meestal over creatieve oplossingen om beter in te spelen op de wensen en behoeften van de klant, de gebruiker of de organisatie zelf. En het gaat er natuurlijk om het innovatieve vermogen van je organisatie te vergroten.

Dat klinkt allemaal nog behoorlijk abstract. Toch zijn er allerlei concrete manieren te bedenken om creatiever te worden in je werk. De komende weken vind je hier een reeks oefeningen die je daarbij helpen.

Richt je elke week op één onderdeel en doe de bijbehorende opdrachten. Voor je het weet heb je je POP-afspraak helemaal in de vingers. Uiteraard zijn deze oefeningen ook heel leuk en nuttig als je niet aan POP doet, maar het gewoon belangrijk vindt om je creatieve denkvermogens op te rekken. Begin meteen!

Week 1. Doe iets wat je nog nooit eerder gedaan hebt

We gaan meteen van start met één van de leukste onderdelen, want deze week mag je op ontdekkingstocht. Je creatieve vermogens verbeteren betekent namelijk dat je je vaste denkpatronen gaat doorbreken. Om je brein hiertoe te stimuleren, is het belangrijk om regelmatig nieuwe dingen te ondernemen. Daarmee zorg je voor nieuwe prikkels.

Hoe doe je dat? Onderneem deze week een nieuwe activiteit die afwijkt van je routines. Enkele ideeën:
  • Meld je aan voor het vrijwilligersproject, dat al een poosje op je lijstje staat.
  • Breng een mysterie-bezoek aan de plek waar consumenten de dienst van jouw organisatie gebruiken.
  • Verras je klanten met een persoonlijk bezoek (grote kans dat je daar in de zomer meer tijd voor hebt, net als je klanten!).
  • Vervoer je op een andere manier. Maak bijvoorbeeld gebruik van de OV-fiets (een abonnement is goedkoop!) en fiets door een vreemde stad.
  • Ruil een dag van werkplek met je collega.
  • Loop een dag stage op de werkplek van een vriend.
Doe iets anders dan anders en kijk onbekommerd rond in een andere omgeving. Denk daarbij aan het volgende:
  • Observeer met gretigheid. Wat zie je, wat hoor je, wat proef je, wat ruik je en wat voel je? Hoe praten mensen? Wat doen ze? Wat zegt hun lichaamstaal?
  • Zorg dat je met veel mensen praat. Mensen vinden het leuk om over zichzelf te vertellen, mee te denken en oplossingen te geven.
  • Vraag je voortdurend af: wat kan anders?
  • Blijf kijken zonder er een oordeel aan te verbinden en schrijf je ervaringen op.
  • En bovenal: geniet ervan!

Volgende week maandag vind je op dit weblog aflevering 2: Maak je hersenen soepeler.


Nog meer weten?

Mis mijn volgende artikel over ideeën niet

Sigrid van Iersel is als schrijver en journalist gespecialiseerd in creatief denken en storytelling. Zij helpt bij het verzinnen van meer en betere ideeën en laat in verhalen voelen waarom ze belangrijk zijn. Meer weten? Kijk op www.verhaallijnen.nl

Leer lenig denken

Ideeën nodig om je creatieve denkvermogen op te rekken? In het boek Lenig denken, technieken voor creatieve denkkracht lees je een groot aantal ideeën en oefeningen, die je op je werk en in je privéleven van pas komen. Bestel het boek nu bij Managementboek

maandag 9 mei 2011

Dagdromen als Darwin



Lanterfanteren, mijmeren en dwalen gelden niet als productieve uren. Charles Darwin dacht daar anders over.

"People don’t come to church for the preaching, of course, but to daydream about God”, zei de Amerikaanse schrijver Kurt Vonnegut eens. Als hij het bij het rechte eind had, valt er te vrezen voor de hoeveelheid dagdromen in deze tijd. We brengen in ons land immers veel minder tijd door in kerken dan enkele decennia geleden.

Ook andere natuurlijke momenten om te dagdromen worden steeds schaarser. In de trein staart bijna iedereen naar het beeldschermpje van zijn mobiele telefoon of laptop in plaats van naar het voorbij glijdende landschap. We zijn overal en altijd bereikbaar voor vrienden en bekenden via Facebook, e-mail of Twitter. En als we zelf niet op zoek zijn naar afleiding, dan krijgen we het wel toegeworpen. Wie bijvoorbeeld op Schiphol bij de bagageband staat te wachten op zijn koffer, ziet op een beeldscherm allerlei nieuwsfilmpjes en reclame langs flitsen.

Het lijkt erop dat ieder wachtmoment gevuld wordt met informatie, commerciële boodschappen of vermaak. Dat heeft een keerzijde: met steeds meer afleiding om ons heen is het steeds moeilijker om de gedachten te laten dwalen. En dat is jammer, want uit onderzoek naar hersenactiviteit blijkt dat dagdromen een belangrijke rol speelt bij de organisatie van ons brein en probleemoplossend denken. Dagdromen is bovendien belangrijk om een ontvankelijke geestestoestand te raken voor creatieve invallen.

Een prachtig voorbeeld waar afzondering en stilte toe kunnen leiden geeft Charles Darwin. Hij woonde eerst in Londen midden tussen de andere natuurwetenschappers. Om gezondheidsredenen moest hij echter in september 1842 verhuizen uit de stad. Hij kwam terecht in het afgelegen Engelse dorp Downe, waar hij een zeer teruggetrokken leven leidde.

Afzondering was voor Darwin een zegen

Achteraf gezien was dat een zegen. Zijn slechte gezondheid spaarde hem voor afleidingen van sociale contacten en uitgaan, schreef hij later in zijn autobiografie. Vertraging was een groot voordeel geweest bij het schrijven van zijn wetenschappelijke werk, concludeerde hij.

Was hij ook tot zijn baanbrekende ideeën over natuurlijke selectie gekomen als hij in onze huidige tijd vol afleiding geleefd had? Darwin had mijmeren in ieder geval tot een dagelijkse activiteit verheven. Achter zijn huis was een smal pad – de Sandwalk genoemd – waar hij dagelijks langzaam rondwandelde. Minstens één keer per dag liep hij met zijn hond Polly enkele cirkels over dit rondlopende pad.

Geef je onderbewuste de kans

Wat Darwin kan, kunnen wij ook. Op het eerste gezicht lijkt het niet erg productief als je je werkplek verlaat en misschien zelfs je mobiele telefoon uitzet. Maar dat is schijn: helemaal ‘unplugged’ geef je je onderbewuste de gelegenheid tot nieuwe inzichten te komen. Door simpele bezigheden als afwassen, wandelen, dagdromen of onkruid wieden neemt de activiteit van de linkerhersenhelft af en heeft de rechterhersenhelft min of meer vrij spel.

Mijmermomenten en afzondering kun je zelf inbouwen. Ik hoorde laatst een verhaal van een groep collega’s, die zich ergerde aan hun compleet volgeplande werkdagen. Ze lieten daarom hun secretaresses ‘procrastinatieoverleg’ inboeken. De secretaresse deed braaf wat haar wat opgedragen was, zich niet bewust van het feit dat ‘procrastinatie’ simpelweg uitstelgedrag betekent.

Tijdens het procrastinatieoverleg ging de groep collega’s heerlijk lunchen. En dat leverde ongetwijfeld een paar frisse ideeën op.

Verder lezen:


Leer lenig denken

Ideeën nodig om je creatieve denkvermogen op te rekken? In het boek Lenig denken, technieken voor creatieve denkkracht lees je een groot aantal ideeën en oefeningen, die je op je werk en in je privéleven van pas komen. Bestel het boek direct bij Managementboek.

Mis mijn volgende artikel niet

Sigrid van Iersel is als schrijver en journalist gespecialiseerd in creatief denken en storytelling. Zij helpt bij het verzinnen van meer en betere ideeën en laat in verhalen voelen waarom ze belangrijk zijn.
Gemakkelijk op de hoogte blijven van deze artikelen? Vul dan hier je e-mailadres in en ontvang automatisch een mail bij de publicatie van ieder nieuw artikel.

Share/Save/Bookmark

maandag 29 november 2010

Hoe een museumbezoek nog inspirerender wordt

Trinidad Fernandez van Kees van Dongen

Kunstwerken in musea kunnen je inspireren tot nieuwe ideeën. Natuurlijk kun je daarvoor gaan ronddwalen in de zalen, maar er zijn nog meer manieren om jezelf te laten kietelen door kunst. Doe aan slow looking.

Kunstenaars hebben doorgaans een eigenzinnige kijk op de wereld. Als je op zoek bent naar nieuwe ideeën, is het daarom fantastisch om je te laten inspireren door de wijze waarop zij tegen mensen, kunst, voorwerpen of de wereld aankijken en daar vorm aan geven. Mooi of lelijk doet niet zo ter zake, wel of een kunstwerk je op een of andere manier prikkelt of beroert. Als dat het geval is, ontstaat een soort kortsluiting in je hoofd. Je ziet een onverwacht beeld, je verbindt twee nieuwe dingen met elkaar of je komt op een andere manier tot een nieuw inzicht. Dat is wat kunst kan doen.

Mijn liefde voor musea deel ik met vele andere liefhebbers, maar ik weet ook dat er een minstens zo’n grote groep is, die grote moeite heeft met museabezoek. Ze zien veel beelden of schilderijen die veel op elkaar lijken of die ze weinig zeggen. De klacht is dan ook al snel dat musea ‘saai’ zijn.

Musea proberen als antwoord daar van alles aan te doen door activiteiten rondom exposities te organiseren of door audiotours te ontwerpen. Vooral het vertellen van een verhaal - in diverse vormen - is een goede manier om een collectie toegankelijk te maken.

Een verhaal is namelijk een belangrijke ‘ingang’ voor een kunstwerk. Als je bijvoorbeeld weet dat het kleurrijke schilderij Trinidad Fernandez van Kees van Dongen ooit aangekocht werd door Farah Dibah, spreekt dat meteen tot de verbeelding. Daarna stond het schilderij tientallen jaren in een depot in Iran achter slot en grendel. Afgelopen najaar mocht het schilderij voor het eerst in decennia Iran verlaten voor de overzichtstentoonstelling ‘De grote ogen van Kees van Dongen’ in museum Boymans van Beuningen in Rotterdam.

Als je dit verhaal kent, kijk je er anders naar. Je probeert je even te verplaatsen in de huid van Farah Dibah, die verliefd werd op dit doek. Of je stapt in de rol van de conservator, die hemel en aarde moest bewegen om dit werk naar Nederland te krijgen. Voor het museum was dit verhaal overigens ook een prachtige kapstok om extra publiciteit te krijgen voor de expositie.

Voor mijzelf hebben verhalen, bijvoorbeeld in de vorm van audiotours, daarom een grote toegevoegde waarde bij exposities. Deze ‘bijstand’ is niet altijd beschikbaar. Dan heb je zelf ook diverse mogelijkheden om jezelf te laten prikkelen door kunstwerken en daardoor een expositie intensiever te beleven. Daarvoor moet je wel zelf in actie komen.

1. Zie een kunstwerk als een verhaal
Een kunstwerk kwam meestal tot stand met een bepaalde bedoeling. Het vormt een reactie op een ander kunstwerk of het werk wil de toeschouwer op een andere manier laten kijken.
Wat de verteller op de audiotour doet, kun je ook zelf: zie een kunstwerk als een voorwerp dat een verhaal vertelt. Lees de titel, die bij een uitdagend en complex kunstwerk soms een ingang biedt in de gedachtewereld van de kunstenaar. Als je geen concrete aanwijzingen krijgt, verzin het er dan bij.

2. Leer langzaam te kijken
Tegenwoordig houden we weer van stilte, traagheid en het zoeken van de menselijke maat. In het museum kun je de kunst van slow looking weer onder de knie krijgen. Blijf lang voor een schilderij staan en laat de vormen en kleuren op je inwerken. Ga bij jezelf na of het werk je zintuigen in beroering brengt en op welke manier.
Kijk liever intensief naar een beperkt aantal kunstwerken dan een vluchtige blik te werpen op alle aanwezige doeken. Kunstwerken zullen op deze manier veel meer beklijven.

3. Deel ervaringen
Bekijk een tentoonstelling samen met een vriend of vriendin. Dwaal los van elkaar door de zalen en bespreek na afloop wat je gezien hebt. Wat vonden jullie het mooiste werk? Wat maakt het meeste indruk? Ga daarna terug naar het betreffende werk en kijk nogmaals met de ogen van de ander. Waarschijnlijk kijk je nu met andere ogen naar hetzelfde schilderij en zie je meer.


Verder lezen over ontdekkingen in musea:

Share/Save/Bookmark

woensdag 15 september 2010

5 manieren om je nieuwsgierigheid wakker te kussen

Bord in Rotterdam, dat bezoekers met prikkelende vragen
naar de plek leidde waar de Tour de France te zien was.

Hoe ontwikkel je nieuwsgierigheid als je die eigenschap niet van nature in huis hebt? Het is vooral een kwestie van een mentale knop omzetten.


Stel je voor dat je ineens niet meer nieuwsgierig bent. Dat betekent dat je risico’s uit de weg gaat. Je stopt met de uitvoering van uitdagende klussen. Je gaat geen nieuwe contacten aan met anderen en je bent niet geïnteresseerd in nieuwe informatie. Zonder nieuwsgierigheid ga je meer op onderzoek uit. Kortom, zonder nieuwsgierigheid kom je niet vooruit.

Als je wel een stap verder wil komen, heb je dus nieuwsgierigheid nodig. Het is ook een essentiële eigenschap als je je creativiteit verder wilt ontwikkelen. Want er ontstaan geen nieuwe ideeën zonder de bereidheid nieuwe gedachtewegen te bewandelen

In het Engels heb je slechts twee woorden nodig om deze hele levenshouding samen te vatten: what else? Daarbij ga je er simpelweg van uit dat er een heleboel dingen zijn die je niet weet. Oók (of misschien wel júist) als je denkt dat je aardig wat kennis en ervaring bij elkaar gesprokkeld hebt! Je zult ontdekken dat er altijd mogelijkheden zijn om andere invalshoeken te bedenken of een andere aanpak te kiezen.

1. Doe het anders dan anders

Wijk af van je dagelijkse routine en doe gewone dingen eens op een ander manier of in een andere volgorde. Begin bijvoorbeeld eens met via een andere weg in het gebouw naar je werkplek lopen. Gooi de volgorde om waarin je je vaste werkzaamheden uitvoert. Ga naar een heel andere kapper. Doe eens gek: verwissel lunch en ontbijt. Doe een dag lang alsof je voortuin je achtertuin is.

2. Luister

Voor je een gesprek met een bekende? Probeer te luisteren alsof het de eerste keer is dat je dit gesprek voert, ook al gaat het op het eerste gezicht over een vertrouwd onderwerp. Probeer niets in te vullen. Let bewust op nieuwe of andere invalshoeken.

3. Sta open voor nieuwe dingen

Ga nieuwe ontwikkelingen niet uit de weg en oordeel niet te snel. Bedenk dat er altijd een andere manier is om naar dingen te kijken.
We hebben de neiging om veel aandacht aan een bepaald onderwerp te besteden dat ons na aan het hart ligt. Prima, maar het risico daarvan is dat je  iets anders interessants waarschijnlijk negeert of over het hoofd ziet. Probeer daarom eens het volgende uit: als je wakker wordt, wat zie je dan waar je eerder overheen keek?

4. Onderzoek

Beschouw je werkplek als een onderzoekslaboratorium. Ook als je veel routinewerk hebt, kun je toch onderzoeken, experimenteren en ontdekken. Ben je bewust wat er om je heen is, onderzoek dingen en speel. Vrijwel elke taak kan interessant worden als je een bepaalde activiteit als nieuw, uitdagend of mysterieus beschouwt.

5. Timmer niet alle losse eindjes dicht

Openheid is een sleutelwoord als het om nieuwsgierigheid gaat. Wie vanuit angst handelt, heeft behoefte aan zekerheid, houvast en dichtgetimmerde antwoorden. Wie de angst los kan laten, geniet van de vrijheid die onzekerheid te bieden heeft.
Richt je daarom op wat je niet weet. Verleg de grenzen van wie je bent en wat je doet, volg je instinct voor wat interessant is voor jou en wat interessant is voor anderen.

What else? Ik lees je reacties graag!


Boekentip:
Een geweldig boek om je vaardigheden als onderzoeker op te vijzelen is het boek How to be an explorer of the world van Keri Smith. In dit boek vind je allerlei tips en opdrachten om in het dagelijkse leven op onderzoek uit te gaan.

Geef je nieuwsgierigheid de vrije loop:



Mis mijn volgende artikel over ideeën niet

Sigrid van Iersel is als schrijver en journalist gespecialiseerd in creatief denken en storytelling. Zij helpt bij het bedenken van meer en betere ideeën en laat in verhalen voelen waarom ze belangrijk zijn. Gemakkelijk op de hoogte blijven van deze artikelen? Vul dan hier je e-mailadres in en ontvang automatisch een mail bij de publicatie van ieder nieuw artikel.

Leer lenig denken

Ideeën nodig om je creatieve denkvermogen op te rekken? In het boek Lenig denken, technieken voor creatieve denkkracht lees je een groot aantal ideeën en oefeningen, die je op je werk en in je privéleven van pas komen. Bestel het boek nu bij Managementboek
Share/Save/Bookmark

maandag 19 april 2010

Kleuren luisteren op Kandinsky's schilderijen

Wassily Kandinsky legde dwarsverbanden tussen muziek en schilderkunst en zette daarmee de kunstopvattingen van zijn eigen tijd op zijn kop. Ga kleuren luisteren in het Gemeentemuseum, waar een overzichtstentoonstelling van zijn werk te zien is.

Het begon met het horen van de opera Lohengrin van Richard Wagner, op zichzelf al een samenballing van beeld, geluid en taal. Wassily Kandinsky voelde zich zo in verwarring gebracht door de klanken, dat hij terstond besloot van loopbaan te veranderen: geen carrière als wetenschapper, maar als kunstenaar. "In gedachten zag ik al mijn kleuren, ze bevonden zich recht voor me. Wilde, bijna krankzinnige lijnen verschenen voor mijn ogen."

Samen met kunstenaars als Franz Marc, August Macke, Paul Klee en Gabriele Münter - allen behorend tot de kunstenaarsgroepering Der Blaue Reiter - streefde Kandinsky naar een synthese van muziek, beeldende kunst en letterkunde. Ritme, klank, vorm en kleur waren hun speelmaterialen. Daarbij liet Kandinsky zich vooral inspireren door de atonale muziek van componist en vriend Arnold Schönberg. Zoals in tegenstrijdigheid van klanken een evenwicht te vinden is, kun je ook contrasterende kleuren naast elkaar plaatsen om harmonie te bereiken.

Zowel kleuren als klanken hebben bovendien een psychologische invloed op de menselijke ziel. En daar is het hem om te doen, want met deze manier van schilderen wil Kandinsky de wereld buiten van binnenuit laten zien. Niet omdat die wereld per sé zo mooi is, maar om de toeschouwer te prikkelen en de geestelijke wereld zichtbaar te maken. De kunstenaar brengt daarmee de ziel in vervoering, stelde hij.

De kunstenaarsgroep Der Blaue Reiter hield in 1911 en 1912 zijn eerste tentoonstelling. De werken van de deelnemende kunstenaars hingen in de galerie in München dwars door elkaar. Contrasten en dissonanten dus, net zoals zij dat in de schilder- en muziekkunst zichtbaar en hoorbaar wilden maken. Door een optimale prikkeling van de zintuigen te bieden, beschouwde hij een expositie als 'geestelijk geschenk' aan de bezoekers.

In het Gemeentemuseum wordt de toeschouwer door de expositie geleid met de vertrouwde tekstpanelen, bijschriften en een audiotour. De meeste schilderijen zijn thematisch geordend. Keurig en informatief, maar geen plek om te dwalen of te verdwalen.

Om echt een 'geestelijk geschenk' te ontvangen à la Kandinsky, is het leuker om op dwaaltocht te gaan en je te laten leiden door je zintuigen. Loop eens kriskras door de expositie heen, net als in de tijd van Kandinsky. Ervaar hoe de kleuren je beïnvloeden. En luister naar de schilderijen.

"De kleur is de toets. Het oog is de hamer. De ziel is de piano met haar vele snaren. De kunstenaar is de hand die doelgericht door deze of gene toets de menselijke ziel doet vibreren."
- Wassily Kandinsky
Gezien: Kandinsky en Der Blaue Reiter - overzichtstentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag. Nog te zien tot en met 13 juni 2010.

Meer lezen over anders kijken en luisteren:
Share/Save/Bookmark

dinsdag 30 maart 2010

Verras jezelf met iets onverwachts


Breek jezelf los uit de dagelijkse routine en doe iets onverwachts. Daarmee verras je jezelf met een nieuw idee.

Een mens verzandt snel in routines. Voor het overgrote deel is dat erg handig. Stel je voor dat je iedere dag opnieuw moet uitvinden hoe je moet tandenpoetsen! Maar om op nieuwe gedachten te komen, is het niet erg productief. Oude gewoonten leiden tot bekende gedachten.

Helaas valt het niet mee om onze ‘denkroutes’ van baan te laten veranderen. Onze gedachten nemen meestal de gebaande paden in de hersenen, juist omdat die zo lekker uitgesleten zijn. Als je poogt je gedachten een andere kant op te sturen, glijden ze er als vanzelf weer in terug.

Om te zorgen voor nieuwe gedachte-wegen moet je nieuwe dingen ondernemen. Het liefst dingen die onverwacht zijn en die je gedachten op een nieuw spoor zetten. Het is meestal erg leuk om te doen. Het enige wat je er voor over moet hebben, is tijd die je jezelf gunt om te gaan freewheelen. En dat is juist het moeilijkste, weet ik uit eigen ervaring.

Gelukkig hoeft het niet te gaan om grootse en meeslepende activiteiten, zoals parachutespringen of een expeditie naar de Noordpool. Ook kleine veranderingen in je dagelijkse routine kunnen al enorme verschillen opleveren. Alles wat nieuw is, prikkelt het brein tot het maken van nieuwe verbindingen. Deze week ga ik een gratis lunchconcert bezoeken in de stad. En wat doe jij?

1. Laat het toeval je route bepalen
Dat kun je doen door een willekeurige passant te volgen. Het is niet de bedoeling hem of haar lastig te vallen, kijk alleen waar zijn of haar route heen gaat. Of gooi een muntje op. Kop is rechts en munt is links. Laat zo het toeval je route bepalen. Deze methode slaat bij onze kinderen erg aan.

2. Doe iets verrassends in je eigen omgeving
Hang gedichtjes op tussen de kaartjes met Te Koop en Gevraagd in de supermarkt. Schrijf mooie spreuken op de stoep met stoepkrijt. Of maak bommetjes vol zaadjes, die je neergooit op een plek waar wel wat plantjes mogen gaan groeien. Kunstenares Keri Smith is een meesteres in dit soort vrolijke activiteiten om je omgeving in een ander daglicht te zetten. Ze staan beschreven in haar boek The Guerilla Art Kit (Princeton Architectural Press, New York).

"Ik heb 10.000 blokjes bij de bushalte neergelegd. Ik ben nu al benieuwd wat ze daarvan gaan bouwen."
- Loesje
3. Neem een ongebruikelijke route
Neem elke keer een andere route naar school, de winkels, de supermarkt of naar je werk. Rij om als dat nodig is en neem wat onverwachte afslagen. Ga dwalen en kijk bewust om je heen wat daar te zien is.

4. Ga mensen kijken
De meeste bibliotheken hebben een plek waar je kunt gaan zitten lezen. Of bezoek een terras of een café. Kijk naar de andere klanten en de mensen die voorbij lopen. Geef ze een naam en een beroep of een vreemde aandoening. Fantaseer er een verhaal omheen.

5. Gedraag je als een toerist

Gedraag je als een toerist in je eigen omgeving. De bekendste bezienswaardigheden hebben de inwoners zelf vaak nog nooit gezien. Maak een wandeling met een gids door je woonplaats. Bezoek een nieuw koffiehuis. Ga picknicken op het strand of in het bos en doe alsof het vakantie is. Ga eens naar het museum in je eigen stad of dorp. Een leuke wijk om in Den Haag rond te dwalen is de Uitvinderswijk. Breek de routine voor een uurtje of twee en kom terug met frisse ideeën.

6. Fotografeer iets nieuws
Maak een foto zonder door de zoeker te kijken. Maak op deze manier een hele verzameling.



"Mensen moeten zich blijven verwonderen. Dat prikkelt de geest. Zonder prikkeling van hun brein stompen mensen af."
- Peter van Lindonk
Verder lezen:


Share/Save/Bookmark

zaterdag 11 juli 2009

Voedsel uit de stad


Voedselproductie is vrijwel helemaal uit de stad verdwenen. Kunstcentrum Stroom in Den Haag wil met de manifestatie Foodprint ons daar weer van bewust maken. Weer vissen in de Haagse beek? Of tuinieren op balkons?

De Riviervismarkt, de Kalverstraat, de Botermarkt en de Brouwersgracht: namen van straten en pleinen die ons eraan herinneren dat de aanwezigheid van voedsel op straat heel gewoon was. Nu liggen voedingswaren meestal kleingesneden en abstract verpakt in de supermarkt, buiten ons gezichtsveld in alle vroegte aangevoerd door vrachtwagens met roetfilters.

Met de kunstmanifestatie Foodprint wil kunstcentrum Stroom in Den Haag ons weer bewust maken van de invloed van voedsel op de cultuur, de inrichting en het functioneren van steden en van Den Haag in het bijzonder. Twee jaar lang zijn er allerlei manifestaties, educatieve programma's en activiteiten te beleven. Daarmee wil Stroom onder meer de discussie aanzwengelen over de relatie tussen voedsel van stadsbewoners en zijn producenten. De voedselproductie terug brengen naar de stad of ten minste zichtbaar maken kan het bewustzijn van de waarde van voedsel versterken, dat is het doel. Ook kan het een bijdrage leveren aan een groene, gezonde, leefbare en duurzame stad.

Stadsontwerpers zouden ook veel meer rekening moeten houden met het belang van lokale voedselproductie, vindt Carolyn Steel, schrijfster van het boek Hungry City. Zij beziet als architecte steden vanuit het perspectief van de voeding. Overvloedig aanbod van goedkoop voedsel in de stad lijkt vanzelfsprekend, maar Steel waarschuwt dat dit in de nabije toekomst wel eens zou kunnen veranderen. Het is daarom belangrijk dat architecten en stadsplanners in hun ontwerp van steden ook aandacht besteden aan plaatselijke voedselvoorziening.

Voedsel behoort tot onze eerste levensbehoeften, betoogt zij onder meer. Toch zijn er maar weinig mensen die het grote belang van de stedelijke voedselketen onder de ogen durven te zien. Er hoeven namelijk maar een paar kanalen uit te vallen en de hele voedselproductie stokt. Om onze eigen onafhankelijkheid van lange distributiekanalen te verminderen, zouden we onze voortuintjes om moeten toveren tot moestuintjes.

Een team van kunstenaars, ontwerpers, agrariërs en andere deskundigen gaat voor Foodprint de komende twee jaar de voedselvoorziening van Den Haag onder de loep nemen. Interessant om te vernemen wat daaruit komt. Enkele geopperde ideeën zijn een tilapiakwekerij op de Binckhorst en moestuinen in de Schilderswijk. Dus waarom ook geen groentetuinen op platte daken? Of fruitbomen in het Haagse Bos? Je eigen vis uit de Haagse Beek opvissen? Of weer koeien op de Koekamp neerzetten?

Voedsel dat je zelf plukt of bij elkaar scharrelt heeft op een of andere manier een bijzondere waarde. De oogst van aardbeien in de eigen achtertuin reken ik tot de kleine genoegens van het leven. Alsof ik - net als mijn agrarische voorvaderen - weer even zelfvoorzienend ben.

Toch is voedsel gewoon al direct verkrijgbaar in de stad. Onlangs waren we in een verborgen oude kloostertuin in het stadscentrum, waar ze peren zo voor het plukken hingen. Het Haagse Bos staat vol met brandnetels, paardebloem, zevenblad en andere eetbare planten.

Eten wat de stad schaft, dat kan dus al. In Leiden wijst Barbara stadsbewoners de weg op haar blog Wildplukker en op haar kaarten van Eetbaar Leiden op Google Maps. Daar geeft ze precies aan waar vlierbessen, tamme kastanjes en eetbare paddestoelen te vinden zijn. Direct je voedsel bij elkaar scharrelen in bebouwd gebied, je moet er vooral even oog voor hebben.


Verder lezen:

Stel je dit artikel op prijs? Abonneer je dan op de nieuwe webposts van Ideeënmaker. Kies linksboven jouw rss-feeder en je ontvangt bericht als ik weer een nieuw artikel geschreven heb.

Share/Save/Bookmark

zaterdag 14 maart 2009

Inspiratie nodig? Ga ijsberen

Veel schrijvers gaan een stukje lopen voordat ze iets op papier kunnen zetten. All truly great thoughts are conceived while walking, moet filosoof Nietzsche hebben gedeclameerd.

Midas Dekkers moet eerst ijsberen rondom een grote houten tafel. Alleen op die manier kan hij zijn lichaam tot rust brengen. Zijn grote voorbeeld Charles Darwin deed hetzelfde. Darwin had in zijn tuin daarvoor zelfs een speciaal parcours aangelegd. Bij elk rondje stootte hij een steentje weg, zodat hij kon bijhouden hoeveel rondjes hij had gelopen. Darwin bedacht de evolutietheorie niet op zijn reis naar de Galapagoseilanden, hij bedacht die op de sandwalk.

Schrijver Jan Brokken gaat na het ontbijt eerst een stuk langs de gracht lopen. Meestal hetzelfde stukje, schrijft hij in zijn boek De Wil en de Weg. "Ik kijk nergens naar, ik groet niemand. Ik neem de scène door die ik die dag ga schrijven. Bij iedere stap krijgt de scène meer gestalte." Ook Goethe begon zijn werkdag altijd met een wandeling. Dat was nodig om het bloed te laten stromen. Hoe sneller het bloed stroomt, des te sneller ideeën ontstaan.

Voor veel schrijvers moeten de dagen op elkaar lijken om te kunnen schrijven. Joost Zwagerman zit het liefst in zijn vakantiehuisje in Noord-Holland. Elke dag maakt hij dezelfde tocht om de geest te laten waaien en de stilte te voelen. "Een boek schrijven is routine inbouwen. Het is troostend om steeds diezelfde route af te leggen en dan de kleine schakeringen van veranderingen op te merken."

Creativiteitsdeskundigen hebben een naam voor dit soort - al dan niet dwangmatige - wandelingen. Het zijn loopmeditaties. Wie wandelt, leidt zijn gedachten af en doet tegelijkertijd nieuwe energie op. IJsberen biedt inspiratie.

"If you don't know where you are going, any road will get you there."
- de Cheshire cat uit Alice in Wonderland, Lewis Caroll

Meer inspiratie nodig?

maandag 17 november 2008

Wolkers' ogen

Jarenlang kun je langs iets heen lopen, zonder dat het je opvalt. Dat kan je zelfs in een museum overkomen, waarbij je toch er juist op gericht bent met je ogen iets nieuws te ontdekken. De ogen van Jan Wolkers waren nog veel scherper.

Zo kan ik me niet herinneren
dat ik bij een vorig bezoek aan museum De Lakenhal in Leiden het fluwelen gordijntje in de hoofdzaal opgemerkt heb. Wolkers bezocht de Lakenhal vanaf zijn vroege jeugd en heeft in diverse werken zijn impressies over de kunstwerken achtergelaten. Het museum leerde hem kijken, opende nieuwe wereldbeelden en inspireerde hem als schrijver. Fragmenten uit onder meer De Walgvogel vormen nu Wolkers’ eigenzinnige commentaar op de oude schilderkunst in het Leidse museum.

Wolkers merkte dus wél het gordijntje op. Toen hij het doek ophoog trok, keek hij in de doordringende ogen van de onbekende man, die in 1521 door Lucas van Leyden geportretteerd werd. Ontelbare bezoekers moeten ook dat gordijntje weggetrokken hebben en hetzelfde ervaren wat Wolkers decennia geleden en ikzelf nu deden.

De Lakenhal biedt met deze aanpak niet een overzichtstentoonstelling in de bekende zin van het woord, maar laat de bezoeker zélf op dwaaltocht gaan door het hele gebouw. De wijze waarop Wolkers ‘Het laatste oordeel’ van dezelfde Lucas van Leyden van commentaar voorziet, maakt dat je nooit meer naar dit fameuze drieluik kunt kijken zonder even te zoeken naar die monsterlijke duivel met de afschrikwekkende hangtiet.

Bijzonder beeldend is ook Wolkers’ relaas over een stoeipartij met koeienstront, groot afgedrukt op de zijwand van de plechtige museumzaal. De ‘materieschilderingen’ van Wolkers met koeienpoep en goudverf naast fijne werkjes uit de Gouden Eeuw staan dan ineens in een logisch verband met elkaar. Je zou zelfs kunnen zeggen dat Wolkers zijn materiaal net zo nauwkeurig bestudeerde als Rembrandt dat deed bij het schilderen van de goudbrokaten kledingstukken van het portret, dat er pal naast hangt. Zo worden er verrassende verbindingen gelegd: precies wat een tentoonstelling interessant maakt.

Zo dwaal je verder door het gebouw, waar overal schilderijen, beelden, romanfragmenten en gedichten opduiken van Wolkers. Alleen bovenin het museum zijn twee stille zalen helemaal leeg gemaakt voor Wolkers eigen schilderwerk vol stipjes, nopjes en vlekken in allerlei kleurstellingen. Vanaf 1987 schilderde Wolkers alleen nog maar deze ‘gedachtelandschappen’. Daarmee lijkt ook alles gezegd te zijn: meditatieve doeken en verder niks. ‘En zo is het genoeg’, waren de laatste woorden van Wolkers vlak voor zijn overlijden, die hier prachtig op aansluiten. De stilte en deze bijpassende woorden ontroerden me.

Toch ben ik uiteindelijk niet het meest onder de indruk van Wolkers’ kunstwerken zelf. Die vind ik vaak nogal statisch en ééndimensionaal. Het is vooral zijn rauwe, passievolle en toch ook liefdevolle manier van beschouwen, die zo fascineert. Zoals hij zich in een televisieserie verwonderde over de kleine wriemelbeestjes in zijn achtertuin, zo weet hij je postuum ook mee te slepen in De Lakenhal. Anderen laten mee kijken met zijn scherpe blik, dát was zijn talent.

Pas als ik later de afbeelding van Jan Wolkers op de affiche voor deze tentoonstelling zie, valt het me ineens op. Wolkers kijkt je op dit portret bijna vanuit dezelfde hoek aan als de onbekende man van Lucas van Leyden achter het gordijntje in de Lakenhal. Met nóg doordringender ogen.

Gezien: Jan Wolkers in de Lakenhal. Overzichtstentoonstelling van 21 oktober 2008 tm 15 februari 2009


Het portret van Jan Wolkers (1974) dat de affiches van de overzichtstentoonstelling siert.

donderdag 26 juni 2008

Netwerk dat ondergronds boeken uitwisselt

....weg!

Het voelt alsof ik toegetreden ben tot een geheim genootschap. Voorzien van een kersverse codenaam zoek ik naar een geschikt moment om mijn vrachtje te droppen. Liefst ongezien, want anders moet ik van alles gaan uitleggen. "Hé, u laat uw boek liggen!" Terwijl dat juist de bedoeling is.

Ik maak sinds vandaag deel uit van de gemeenschap van 686.052 bookcrossers, die in meer dan 120 landen actief zijn. Bij bookcrossing registreer je een boek op een speciale website, dat daarbij een eigen ID-nummer toegekend krijgt. Dit nummer vul je in op een vriendelijk etiketje, dat je in een boek plakt. Dit boek laat je achter op een plek waar veel mensen komen, in de hoop dat iemand het meeneemt en gaat lezen. Door het nummer in te typen op de site, kan de vinder melden waar en wanneer de vondeling aangetroffen is en wat hij er van vindt. Hij mag het boek houden of verder laten zwerven.

Bij bestudering van de Nederlandse steunsite blijkt dat mijn woonplaats veel actieve bookcrossers bergt. Ook bij café's en boekhandels in mijn eigen buurt blijkt een heel netwerk van boekenliefhebbers actief te zijn, dat ondergronds allerlei drukwerk met elkaar uitwisselt. Wat eigenaardig dat ik nog nooit zo'n boek in het wild heb aangetroffen!

Voordat ik vanmiddag de trein in stap, blijkt het weinig moeite te kosten om mijn twee boeken ongemerkt neer te leggen in de nog gevulde krantenbakken van Metro en De Pers op het station. Wanneer ik er vier uur later weer langs wandel, zijn niet alleen de kranten verdwenen maar ook de boeken! Spannend om te weten wie ze mee gegrist heeft. En nu maar hopen dat de mysterieuze vinder zich aan mij bekend maakt.

dinsdag 24 juni 2008

Baseer je vooroordeel nooit op een naam

Bij een horecazaak met de naam Goudfazant denk ik aan een ouderwetse zaak met een donkerbruin interieur en tafelkleedjes of op zijn best aan een rommelige uitspanning in het bos met zand op de vloer. Maar het restaurant op de uitnodigingskaart stond in Amsterdam-Noord, dus het moest het eerste wel zijn.

Mijn advies: baseer je vooroordeel nóóit op een naam. Want de Goudfazant is bij afstand de meest hippe horecagelegenheid waar ik het afgelopen jaar geweest ben. Want wie komt er nou op het idee om een loods in te richten met eettafeltjes, oude auto’s en bestelwagens? Ook de grauwe muren met zwarte strepen en de enorme schuifdeuren zouden in een garage niet misstaan.

Het restaurant zat ook nog eens op een bijna onvindbare locatie. Nadat je met de pont het IJ overgestoken bent, fiets je eerst over een stuk industrieterrein. Vervolgens passeer je een hoog hekwerk en moet je - op eigen risico volgens de waarschuwingsborden - tussen de vrachtwagens door slalommen. Even voorbij de pauzerende personeelsleden van de zoveelste werkplaats blijkt daar inderdaad de Goudfazant te huizen. Het is dat ik witte tafelkleedjes ontdekte – inderdaad wel tafelkleedjes – want anders had ik beslist rechtsomkeer gemaakt naar de bewoonde wereld.

Spontaan komt geen sterveling op het idee om op dit rommelige bedrijventerrein naar een interessant restaurant te zoeken. En daarom was deze plek wél de uitgelezen locatie voor de inspiratie- en discussiebijeenkomst, die hier vanmiddag plaatsvond. Want de bijeenkomst ging er juist over dat bedrijventerreinen zo saai en doods zijn, dat geen mens er buiten de standaard kantooruren levend wil worden aangetroffen. Bedrijven moeten spannend en aantrekkelijk zijn, ook buiten de normale werktijden. Hekken open, showelementen erbij. Experience, heet dat tegenwoordig.

Moet dat nou echt? Ja, dat moet echt. Want het is niet meer van deze tijd dat je ruimte voor maar één ding gebruikt, in dit geval voor productie en reparatieactiviteiten. Leren, recreëren, natuurbeleving en evenementen horen er ook bij. Bedrijven moeten bovendien steeds meer op zoek naar werknemers, die ze willen boeien en binden. Mondige mensen die welbewust hun woning uitkiezen, gerichte carrièrestappen maken, een persoonlijke kledingstijl ontwikkelen en veel energie steken in de juiste schoolkeuze voor hun kind, laten zich niet wegstoppen in een standaarddoos op een bedrijventerrein, waar verder niets te beleven valt.

Spannende bedrijventerreinen, ik had zelf nog niet bedacht dat ik daar persoonlijk behoefte aan had. Dat je op een zondagmiddag een fietstochtje door het bedrijventerrein wilt maken, zeg maar. Maar hier in Amsterdam-Noord heb ik het licht gezien. Als je dwars door de blokkendozen op een horecazaak aan het water stuit waar je ook nog zilte zeelucht kunt opsnuiven, is dat absoluut een spannende beleving. Zelfs als de naam goudfazant luidt.


Naschrift: Ook sommige 'kantoorslaven' willen graag dat bedrijventerreinen spannender worden. Een werknemer van het behoorlijk troosteloze bedrijventerrein Plaspoelpolder richtte er een website voor in. Belangstellenden kunnen daar zijn lunchwandelroutes met klinkende namen downloaden. Ook voor een virtuele tour, het versturen van een e-card en deelname aan de Plaspoelpolderhyves!

vrijdag 20 juni 2008

Kuch lekker mee tijdens het concert

Kuchen tijdens een klassiek concert geldt als ongepast. Tenzij je het kuchen juist onderdeel laat zijn van de muziek.

Weten mensen niet meer wat er van hen verwacht wordt
tijdens een klassiek concert? Tijdens het afscheidsconcert van de sopraan Kiri te Kanawa leek het daar sterk op. 'Kiri zingt, het publiek kucht', kopte NRC Handelsblad in de recensie.

Tussen haar liederen door barstte er een heel hoest- en proestconcert los.
Op andere momenten begon een deel van het publiek begon te klappen, terwijl er aan het begin toch duidelijk gevraagd was om pas te applaudisseren als Te Kanawa de reeks van bij elkaar horende liederen helemaal had afgerond.

Uiterst ongemakkelijk allemaal. Gelukkig maakte de zangeres er zelf een grapje over. "Klapt u maar even, want ik moet zelf even kuchen."

Een beroemdheid als Te Kanawa is haar hele carrière lang bezig geweest om te streven naar loepzuivere perfectie. Ten opzichte van die enorme inspanningen en opofferingen geldt het ongepast om als toehoorder als stoorzender op te treden.

Misschien zit in dat streven naar ongelooflijke perfectie ook wel het knelpunt. Wat als publiek én musici nou eens gewoon lol hebben in muziek maken en gewoon laten komen wat er komt?

Interessant is wat de componist Merlijn Twaalfhoven doet. In een interview met NRC Next vertelt hij dat hij juist de chaos opzoekt en toelaat. Oók het mobieltje dat tijdens een klassiek concert ineens afgaat, want dat harmonieert misschien wel heel mooi met de rest van de muziek. En dus wellicht ook een serie kuchers.

vrijdag 28 maart 2008

Vluchten uit Mesdag


Deze druilerige dag kon wel wat extra schoonheid gebruiken. Een bezoek aan de tentoonstelling 'Vluchten in schoonheid' in het Haagse Mesdagmuseum lag dus voor de hand. Laven aan elegante 19-eeuwse kunst als tegenwicht voor de maartblues.

De speciale tram met afbeeldingen uit het Mesdag Museum die deze dagen door Den Haag rijdt, had mijn verwachtingen behoorlijk hoog opgevoerd. Daarop zijn veelbelovende portretten te zien van mysterieuze dames met eindeloos lange haren en melancholische blikken. Zoekend naar de spirituele kant van het bestaan, als tegenwicht voor de grauwe industrialisatie van de vorige eeuwwisseling.

Maar misschien moet je tijdens een regenachtige dag juist niet het voormalige onderkomen van de schilder Hendrik Willem Mesdag bezoeken aan de Laan van Meerdervoort. Het donkere museum met de zware groene draperieën wordt er nog somberder van. Zelfs het uitzicht op de royale maar verlaten kale tuin kon die triestigheid vandaag niet goed maken.

En dan die donkerte in de schilderwerken zelf. Sommige schilderijen waren zo duister dat alleen met grote moeite iets van de voorstelling te ontwaren viel. Je zou haast hopen dat die beveiligingsmeneer, die mij uit verveling voortdurend op de hielen zat, een zaklampje had om het een en ander een beetje bij te schijnen. Of dat er wat meer geld gespendeerd was aan het opwerken van de doeken.

Ik vond het wel sneu voor al die suppoosten dat ik hen zo snel weer alleen achterliet. Gelukkig klaarde de lucht net een beetje op toen ik weer buiten stond. Daar ontdekte ik dat het hek voor het Mesdag Museum zeer de moeite waard was. Want hierop stonden de mooiste schilderijen van de expositie nog eens weergegeven, maar nu in een heldere afdruk.

Buiten valt veel meer te genieten van de schoonheid van deze kunstwerken. En anders wel op de tram.

maandag 4 februari 2008

Rondreis in de Deltametropool


Een overstap op Rotterdam-Blaak van het NS-station naar de metro. Ondergronds is nergens een bordje te zien dat de weg wijst naar de metrolijnen. Het is kennelijk de bedoeling dat ik de twee roltrappen naar boven neem naar de straat en dan weer de diepte induik. Dat doen ze in Parijs en Londen toch beter! Maar ook boven zie ik geen teken dat op een metro wijst.

Een doorzichtig gebouwtje, dat moet het metrostation zijn! Ik steek mijn strippenkaart in de afstempelaar en de tourniquets slaan open. Ik sta op het verkeerde perron, ontdek ik. En geen ondergrondse verbinding om op het goede platform te belanden. Terug dus. Maar de tourniquets zijn alleen bedoeld voor eenrichtingsverkeer. Tenzij je een OV-chipkaart hebt misschien, maar die heb ik dus niet. Er is wel een nooduitgang, maar die lijkt alleen te openen met een gewelddadige ingreep. HOE kom ik hier uit? Net als ik bedenk dat er echt iets grondig mis is met het openbaar-vervoersysteem in de Deltametropool-die-nog-lang-geen-metropool-is, blijkt één van de toegangspoortjes toch een mogelijkheid tot ontsnapping te bieden.

De geplande metrorit loop ik mis, maar met de volgende metro arriveer ik in een winderig oord, dat Capelse brug gedoopt is. Ik loop het kale busstation rond op zoek naar lijn 98. Die staat er wel, maar zonder chauffeur. Uiteindelijk wijst een mevrouw mij erop dat er boven ook nog een platform is, waar de gezochte halte staat. Als er enige vorm van bewegwijzering was geweest, had ik slechts enkele meters hoeven afleggen van het metroperron naar het busstation. Nu zie ik boven bus 98 net voor mijn ogen wegrijden.

Zo gaat deze reis nog even door. Een bus die me een halte te ver afzet, zodat ik een eind terug moet lopen. Een metrostation waar je geen toegang krijgt met een strippenkaart die ik met het oog op de geplande overstap al voor de hele reis afgestempeld had. En een alarmsirene die begint te loeien als ik toch snel door het poortje glip, maar waarop geen enkele bewaker reageert. Wel een mevrouw, die geruststellend zegt: "Loop maar door hoor, er komt hier niemand."

Heel fijn.

Uiteindelijk zit ik vandaag in twee trams, twee metro's, twee bussen en vier treinen. Daarmee kun je het halve land rondreizen. Ik heb alleen een trip gemaakt tussen Den Haag, Krimpen aan den IJssel en Leiden.

dinsdag 15 januari 2008

Winterkost (1)

Puzzelsoep

Januari is de maand waarin de dieetboeken van Sonja Bakker nóg beter verkopen dan anders (ze staat nu met drie boeken in de top 10 van best verkochte boeken), terwijl de verkoop van kookboeken van Jamie Oliver en anderen juist enorm inzakt. Het is de maand van stormweer, snotterneuzen en somberheid over mislukte goede voornemens. Het is een maand zonder Beaujolais Primeur, kerstmarkten, Pasar Malams, Carnaval, landgoedfairs of andere evenementen. Het is zelfs de maand zonder FEEST.

Er zit maar één ding op. Je terugtrekken in het huiselijke fort en zelf januari groots vieren. Gordijnen dicht, kaarsjes aan, chocolademelk of glühwein erbij. En dan verder nog....

  • Kook troostsoep. Janneke Vreugdenhil besteedt deze week op haar weblog van nrc.next aandacht aan supersoepen voor uiteenlopende gelegenheden, die opgeluisterd worden met een hartverwarmende smakelijke dikke brij. Aanrader!
  • Maak puzzelsoep. Voor kinderen die uitgekeken zijn op hun oude puzzels. Alle puzzelstukjes in één grote pot, goed mengen en puzzelen maar.
  • Stuur een wenskaartje, maar dan anders dan anders. Met gebouwen bijvoorbeeld.
  • Doe een handstand en plaats de foto op Handstanddoorhetganseland.
  • Houd een pyjamadag. Huiselijk en zuinig, de ultieme onthaasting.
  • Bouw je eigen huis of toekomstige woning van Lego.
  • Organiseer je eigen dipfeestje: groenten, brood, soepstengels, worstjes en gehaktballetjes met dipsaus , lekker eten met je handjes. Doop het in een pindadip, pestodip, tomatensalsa of aioli. Daarna fruit in een chocoladedip of vanilledip. Eigenlijk een ànti-dipfeest dus, effectieve bestrijder van de januaridip.
  • Haal tussendoor even een frisse neus. Welke kant gaan we op, jongens? Willem gooide een muntje op. Kop was links, munt was rechts. Bij een driesprong kwamen we in de problemen. Maar leuk was deze dwaaltocht wel!
  • Weer binnen? Bezoek een museum vanuit je leunstoel. Zoals dit literaire virtuele museum voor de bijna negentigjarige Hella Haasse. Helaas gaat het pas op 5 februari open!

donderdag 25 oktober 2007

Terug naar Florence


Was Florence twintig jaar geleden ook zo overvol met toeristen? Vast wel, ik ben het vermoedelijk vergeten. In mijn herinnering slenterden we door vrijwel verlaten straten, langs lege ijssalons en over het open plein met het Palazzo Vecchio.

Van dat alles vind ik nu niets terug tijdens mijn dwaaltocht door de stad. Maar één ding brengt me direct terug naar de tijd van toen: de geur van Florence. Een mengeling van mensen, uitlaatgassen en pizza margerita. Tijdreis per reukorgaan.

donderdag 25 januari 2007

Sporen leggen met Klein Duimpje



Klein Duimpje is mijn held. Eerst is hij zijn samenzwerende ouders te slim af door listig kiezeltjes te strooien op het pad. Daarna zijn de vogels net iets slimmer door al zijn broodkruimeltjes op te peuzelen.

Laat je niet kisten

Ja, hij is dan toch wel een beetje dom. Maar Klein Duimpje laat zich niet kisten en weet zichzelf en zijn broers veilig uit de grijpgrage handen van de Grote Reus te houden. Klein Duimpje zit telkens te broeden op nieuwe ideetjes en is op die manier niet klein te krijgen. Een echte ideeënmaker dus.

Laat sporen na

Hij spreekt ook tot mijn verbeelding omdat hij sporen achterlaat en op die manier dus (na) gevolgd kan worden. Soms zijn die sporen overduidelijk, in de vorm van kiezeltjes. Soms onduidelijk en in ieder geval erg onvolledig, zoals de broodkruimeltjes.

Wees flexibel

Als de nood echt aan de man komt, kan Klein Duimpje ook nog terugvallen op de Zevenmijlslaarzen. Een gelegenheidsoplossing natuurlijk, maar je moet in crisissituaties flexibel zijn. Op die manier weet Klein Duimpje zijn verdwaalde broers toch nog veilig naar huis te loodsen. Al is het hoogst wonderbaarlijk dat het ventje de terugweg uiteindelijk zonder verdere bewegwijzering kan afleggen. De sporenuitzetter heeft zijn eigen speurtocht dus bij nader inzien helemaal niet nodig voor de terugtocht.

Bij thuiskomst zijn ouders en kinderen zo blij dat ze elkaar teruggevonden hebben, dat de gidsrol van Klein Duimpje onderbelicht blijft. Eerherstel voor het slimme ventje lijkt me toch wel op zijn plaats!

dinsdag 3 oktober 2006

Veiligheidsregels

Een vrije doorgang moest het worden waar burgers en volksvertegenwoordigers elkaar spontaan tegen het lijf konden lopen. Zo stelde architect Pi de Bruijn de Statenpassage van de Tweede Kamer zich oorspronkelijk voor.

Uit veiligheidsoverwegingen is het daar helaas nooit van gekomen. Toch was het nooit moeilijk om deze ruimte te betreden. Dat gold trouwens ook voor het afgeschermde gedeelte waar Kamerleden hun werkkamers hebben. Als vaste Kamerbewoner zwaaide je een keer naar de portier en je kon een bezoeker van buiten vervolgens moeiteloos alle sluipgangen van het Binnenhof laten zien.

De moord op Pim Fortuijn, het binnendringen van een dwaze Greenpeace-activist en de terreurdreigingen na 11 september hebben een heleboel veranderd in deze tempel van de democratie. Wel goed hoor, want het was voor onverlaten wél erg makkelijk om vrijuit in werkkamers van parlementariërs te kunnen rondneuzen. Of erger.

Maar langzamerhand verandert ons parlement toch in een soort Knesseth. Toen ik er gisteren weer eens was, stonden bij de entree zeker zes camera's op binnenkomende bezoekers gericht. Vertegenwoordigers van de pers worden hier op dringende toon naar een andere ingang gedirigeerd om zich te legitimeren, want 'de afdeling voorlichting wil precies weten wie er binnen is'. Ook moet je tegenwoordig door een veiligheidspoortje en je tas laten scannen. Niet dat dat veel uitmaakt, trouwens. De beveiligingsmedewerker was zo landerig, dat hij geen enkele lust had om te controleren waarom de alarmbellen bij mijn doorgang eigenlijk afgingen.

Zijn collega achter de balie was vervolgens heel verbaasd dat ik een dagpas kwam vragen. "Heeft u uw eigen pas niet bij vandaag?" Waarop het weer mijn beurt was om erg verbaasd te zijn. Eh, nee! Ik ben hier al tweeënhalf jaar weg, dus ik heb geen eigen pas meer!
Wel goed om te merken trouwens dat bewakers heel goed zijn in het onthouden van gezichten.

zaterdag 15 juli 2006

Website-hoppen

Werken? www.Nuevenniet.nl, want ik ga www.opreis.nl. Allereerst door van website naar website te springen. Zo maak je met groot gemak een www.reisomdewereld.nl. Wat zal ik doen, er is zo veel keus! Ga ik www.uitmetkinderen.nl? Een www.weekendaanzee.nl is altijd leuk, of belanden we een nachtje in het www.betereboerenbed.nl? In ieder geval gaan we www.samenopvakantie.nl. En een zomer is pas een echte zomer als we op www.deparade.nl zijn geweest.

Een beetje betaalbaar, dat is wel handig want we betalen het liefst www.geencentteveel.nl. En het liefst nog www.gelderbij.nl. Maar ach, wat maakt het uit. www.leefmetlef.nl vind ik een mooi motto. We doen www.allesvooreenfeest.nl

www.leukomteweten.nl is wel dat jullie me bij het websitehoppen overal kunnen blijven zien. Denk je www.waarbenje.nu? dan kun je met enig digitaal spoorzoeken mij wel weer terugvinden. Www.ikhebje.nl!

Al blijft het website-hoppen een virtueel genoegen, ik weet zeker dat het www.de-mooiste-dag.nl wordt. Zonder onze stoel te verlaten komen verfrist terug www.metnieuweenergie.nl en volop www.inspiratie.net van deze avontuurlijke reis!

Ga met mij mee op websitehoppen en pik er de leukste dingen uit, want www.hetleveniseenpicknick.nl!

maandag 10 juli 2006

Het Grote Ikea Misverstand

Heerlijk, die kleurrijke ballenzee bij de ingang en al die meubels waar je vrijuit op kunt klauteren en springen. Vooral op de afdeling met al die geinige knuffelslangen en fleurige meubeltjes voor jonge klanten die hier écht hartstikke serieus genomen worden. En die Zweedse gehaktballetjes mét blauw-gele vlaggetje erop gaan er ook wel in!

Als ik een kleuter was, zou ik Ikea óók een geweldig speelparadijs vinden. Maar als volwassene voel je je hier toch aardig bij de neus genomen. Als je namelijk écht een meubelstuk zoekt met enige duurzaamheid, staan je hier voornamelijk teleurstellingen te wachten. De keukenmeubels die er in de brochure zo gezellig uitzagen, blijken allemaal van twijfelachtig nepspul gemaakt te zijn. En het badkamermeubilair - met welgeteld één bad - is al niet veel beter. Zelfs het kinderkrukje dat we op het oog hadden, blijkt bij nadere inspectie hartstikke gammel.

Het Grote Misverstand dringt nu in volle omvang tot me door. Ikea is helemaal niet bedoeld als woonwarenhuis, ook niet voor volwassenen! Met die overdreven bewegwijzering is het eerder een soort dierentuin, waar je zo optimaal mogelijk langs alle dierenverblijven geloodst wordt. Onderweg word je op jolige toon attent gemaakt op allerlei attracties: 'Joehoe, kijk eens naar deze lade!' Of kun je je vergapen aan lades die 35.000 keer in- en uitgeschoven worden om ze op hun duurzaamheid te testen. Hoe doen ze dat toch!

Het hoogtepunt van een bezoek aan Ikea is toch wel het restaurant. Een speciaal rekje om méérdere dienblaadjes mee te vervoeren naar je tafel, is het toppunt van innovatie, waar menig afhaalbuffet stinkend jaloers op moet zijn. En het feit dat je hier - grátis! - een extra kop koffie of beker limonade kunt tappen, is natuurlijk ook een klantentrekker van jewelste. (Waarna WE geacht worden zélf het dienblaadje op te ruimen, want zo houden WE Ikea natuurlijk lekker goedkoop.)

In de rij staan, achter elkaar een parcours afleggen langs alle attracties, wat funshoppen, een bezoekje aan het restaurant en een ijsje toe. Ikea is ook het ideale grotemensen-pretpark! Het afscheidsbord met het amicale 'Doei!' is daarvan niet meer dan het logische sluitstuk. Joehoe, tot de volgende keer!

En nu snap ik ook ineens waarom er vlak voor de kassa's - als je als afsluiting van de rondtour dat ontzagwekkende magazijn doorgelopen bent - ook nog allerlei bakken met aantrekkelijk geprijsd graaispul staan. Dat is bedoeld voor de gefrustreerde mensen, die dachten dat ze bij de Ikea echt meubilair gingen kopen. Met de aankoop van wat servetringen, kaarsen of ijsblokjesvormpjes heb je tenminste nog de illusie dat je niet voor niets naar Ikea geweest bent...