vrijdag 20 januari 2006

Persbeleid


1991: Het gemeentehuis in Warmenhuizen, een dorp met een paar duizend inwoners in de kop van Noord-Holland. Vanuit de statige entree leidt een smalle trap met vale vloerbedekking naar een kleine duistere werkkamer. Hier word ik wekelijks bijgepraat door de gemeentesecretaris over de besluiten van B en W en andere gemeentelijke ontwikkelingen. Hij probeert er trouwhartig voor te zorgen dat hij iets spannends te melden heeft, al valt dat vaak niet mee. Meestal stapt ook de burgemeester even binnen om me over zijn activiteiten en beslommeringen bij te praten.
Anderhalf uur en enkele koppen koffie later stap ik weer naar buiten. De gemeente heeft sinds kort een part-time voorlichtster in dienst, maar die komt aan deze persontmoeting hoogstens te pas als er nog wat schriftelijke informatie op de fax moet worden gezet.

2006: Voor een achtergrondverhaal over toekomstig milieubeleid zoek ik contact met een landelijk bekend kopstuk. Een oud-politicus, die tegenwoordig voorzitter is van een grote organisatie. Op internet vind ik zijn directe mailadres, dus ik vraag hem via deze weg om een telefonisch interview van 20 minuten. Het kopstuk stuurt het mailtje door aan zijn secretaresse, die het op haar beurt doorstuurt aan de afdeling Communicatie. Anderhalve week hoor ik helemaal niets. De communicatie-adviseur is onbereikbaar voor telefoontjes. Uiteindelijk krijg ik een mailtje retour met een formulier, waarbij ik nogmaals mijn verzoek en allerlei gegevens moet invullen. Er is nog een vrije ruimte op het formulier, waarop de communicatie-adviseur haar advies 0ver dit verzoek zal invullen.
Ik ben bang dat het niks wordt, dat interview.

1 opmerking:

Sigrid zei

Het is inderdaad niets geworden met dat interview. Mijn verzoek is op een of andere manier daarna zoek geraakt in de organisatie. Pas toen de deadline al lang voorbij was, belde de communicatie-adviseur weer op. Met excuses, dat wel.