Posts tonen met het label onderwijs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label onderwijs. Alle posts tonen

dinsdag 31 juli 2012

Hoe je je lezer verpletterd achterlaat


Het programma Over de streep maakt op veel kijkers een overweldigende indruk. Bekijk deze zomer in de tweede serie uitzendingen hoe Arie Boomsma een verhaal maakt dat mensen raakt.

Stel je eens voor hoe mensen verpletterd achterblijven na het lezen van jouw verhaal. Verbeeld je hoe ze daarna vol bevlogenheid in actie komen, zodat nog méér mensen kennismaken met de inhoud van jouw boodschap. Geweldig toch?

Als je dit ook wilt bereiken, is het hoog tijd je licht op te steken bij Arie Boomsma. De presentator wist vorig jaar veel los te maken met zijn uitzendingen, die gebaseerd zijn op het Amerikaanse anti-pestprogramma Challenge Day. Een tv-programma met een ondubbelzinnige educatieve boodschap, dat desalniettemin kijkers massaal tot ontroering bracht.

Daar bleef het niet bij: de kijkers kwamen ook in beweging.

In de media verschenen oproepen dat Challenge Day voor alle scholen toegankelijk moest worden om pestgedrag en uitsluiting onder scholieren drastisch terug te dringen. Die oproepen kregen bijval van Kamerleden, die er vragen over stelden aan de minister. Ook het onderwijs reageerde enthousiast. Er is nu een kantoor opgericht dat Challenge Day blijvend bereikbaar maakt voor Nederlandse scholen.

Dat zijn nog eens verhalen met impact!

En nu is er dus een tweede serie uitzendingen, die wederom veel indruk maken. Waarom hakken deze uitzendingen er zo in bij de kijkers?

Dat heeft alles te maken met het onderwerp: scholieren die elkaar pesten of uitsluiten en elkaar toch weer weten te vinden. Echt contact maken, daar draait het om. Dat raakt al snel een diepe snaar.

Maar het hangt ook samen met de doeltreffende wijze waarop de makers het programma opbouwen. Storytellingtechnieken die jij als schrijver (bijvoorbeeld van blogs, artikelen of andere vormen van non-fictie) gemakkelijk van Arie kan afkijken.

1. Neem een probleem als uitgangspunt

Een relaas met een informatieve of educatieve boodschap wordt al gauw saai, omdat er niets gebeurt.
Arie lost dat op door direct in te zoomen op een probleem.

In een recente uitzending introduceert hij een school in Leeuwarden als een opleiding waarop bijna alleen maar meisjes zitten. Dat betekent ongetwijfeld veel geroddel, jaloezie en buitensluiting, scherpt Arie aan. Dit meidenvenijn werkt hij uit als rode draad.

2. Kies drie herkenbare types

Het valt niet mee om je lezer of kijker warm te laten lopen voor het lot van een hele groep.
Wat doet Arie? Hij brengt in de eerder genoemde uitzending over de Friese school niet 1000 scholieren in beeld, maar kiest doelbewust drie meisjes uit. Niet meer, niet minder.

Deze meisjes vertegenwoordigen drie verschillende types, die universeel herkenbaar zijn.
  • Allereerst maken we kennis met Tessa die ter wereld is gekomen met hersenletsel en een moeder heeft met twee ernstige psychiatrische stoornissen. Dit is het meisje dat slachtoffer is van zware omstandigheden.
  • Vervolgens krijgen we het verhaal te horen van Gunay, die op vijfjarige leeftijd haar moeder verloor aan borstkanker en nu naast haar studie voor de rest van het gezin moet zorgen. Dit is het verhaal over kracht, doorzettingsvermogen en wegcijfering.
  • Tot slot stelt Arie ons voor aan Annemiek: een meisje dat arrogant overkomt, maar eigenlijk heel lief is.

3. Zoom in op verandering

Arie bouwt de uitzending op naar een climax, in dit geval het verhaal van Annemiek. In tegenstelling tot de andere twee is Annemiek een dader: ze sluit andere meisjes uit en spreekt kwaad over hen. Dat roept spanning op.

Bovendien maakt ze in de uitzending een verandering door. Eerst zien we haar op school met strak opgestoken haren, een strenge blik en dikke oogmake-up. Maar in haar vrije tijd blijkt ze een vrolijk lachende meid met losse haren, die zielsveel van paarden houdt. Ze ontpopt zich als een meisje dat in haar hart niemand kwaad wil doen.

4. Plaats een haakje

In het begin van de uitzending zeggen leerlingen iets lelijks over Annemiek. Op een vraag van Arie noemt een scholier zonder aarzeling ook haar naam. Dit wringt onmiddellijk bij de kijker. Kan iemand zomaar beschuldigd worden zonder wederhoor?

Arie plaatst hiermee een haakje in het hoofd van de kijker. Die raakt alert en wil weten hoe dit afloopt.

5. Laat de beelden spreken

Beschrijf je een aanpak of methode? Vertaal het in beelden in plaats van toelichtingen te geven of met cijfers te strooien.
Arie gebruikt zelf alle mogelijke visuele middelen, ondersteund door indringende muziek.
  • De streep die de leerlingen oversteken.
  • De camera neemt de meisjes van dichtbij in beeld.
  • We zien veel beweging: de handen die omhoog gaan als steunbetuiging, vingers die tranen wegvegen en meiden die elkaar omhelzen.
Televisie maken is op diverse onderdelen anders dan teksten schrijven, maar laat ook heel mooi zien hoe je ‘storytelling’ toepast bij verhalen met educatieve of morele doeleinden. Doe het net als Arie en pak je lezers bij de kladden.


Gratis minicursus: ga ideeën vangen

Je eigen alertheid en vindingrijkheid kun je prima trainen. Bijvoorbeeld door ideeën te vangen in je vakantie. Geef je op voor deze gratis  minicursus Ideeën Vangen. Vijf dagen lang ontvang je zomerse opdrachtjes in je mailbox. Eenvoudig, leuk en ontspannend.

Lees ook het volgende artikel

Sigrid van Iersel is als schrijver en journalist gespecialiseerd in creatief denken en storytelling. Zij helpt bij het verzinnen van meer en betere ideeën en laat in verhalen voelen waarom ze belangrijk zijn. Gemakkelijk op de hoogte blijven van deze artikelen? Vul dan hier je e-mailadres in en ontvang automatisch een mail bij de publicatie van ieder nieuw artikel.


donderdag 22 december 2011

De vonk van Michelangelo



Tussen de uitgestrekte vinger van Adam en God springt een denkbeeldig vonkje over, waarmee Adam zijn levenskracht krijgt. Oog in oog met dit immense schilderij van Michelangelo sprong er in mij ook een vonkje over.

Ik heb geen plannen om een autobiografische roman schrijven. Maar zo ja, zou ik dit tafereel erin verwerken als een sleutelmoment.

Is mijn interesse voor kunst precies bij deze fresco van Michelangelo tot leven gewekt? Eerlijk gezegd weet ik dat achteraf niet meer. Wel is in de beroemde Sixtijnse kapel in Vaticaanstad iets bijzonders gebeurd, waardoor ik schilderijen en beeldhouwwerken voortaan met andere ogen ging bekijken.

Wonderlijk genoeg kwam vooral door onze lerares handvaardigheid. Haar lessen vond ik niks, haar opdrachten voor figuurzaagwerkjes totaal niet inspirerend. Dat zij een van de begeleidsters was op onze schoolreis van 5 VWO naar Rome, wekte bij mij dan ook geen vreugde op.

In de Eeuwige Stad ontpopte onze lerares zich echter als een gepassioneerde verhalenvertelster. Ze wist met verve voor het voetlicht te brengen waar en hoe en waarom de kunstwerken gemaakt waren.

Zo stonden we als 17-jarigen vol bewondering naar de Pièta van Michelangelo te kijken. Dat verwonderde me zelf nog het meest. Eerdere bezoeken aan de Mona Lisa en de Venus van Milo in het Louvre hadden mij totaal niets gedaan, dus waarom raakte ik nu wel geïnteresseerd?

Hoe draag je de vonk over?

Die vraag houdt me nog steeds bezig. Hoe spreek je leerlingen op zo'n manier aan dat je een vonk overdraagt, net zoals bij mij in Rome gebeurde?

Volgens Ken Robinson, schrijver van het boek Het Element, zijn docenten daarvoor cruciaal. Niet zozeer de docenten die goed zijn in het onderwijzen van hun vak, maar in het onderwijzen van leerlingen. Docenten die het hart van hun leerlingen weten te raken. Dat gebeurt vaak met een goed verhaal.

Bij mij had de aanblik van de fresco in combinatie met het bijbehorende verhaal in ieder geval grote impact. Samen met twee vriendinnen, die op eenzelfde manier geraakt waren door de kunst in Rome, reisde ik een jaar later opnieuw naar Italië om nog veel meer kunstwerken te bekijken.

Kijken naar het verhaal van de kunstenaar, daar ben ik sindsdien nooit meer mee opgehouden.

maandag 12 december 2011

Zeven onmogelijke vragen aan David van der Kooij

David van der Kooij van Denken om een hoekje houdt zich in diverse rollen intensief bezig met creatief denken. "Het heeft me doen beseffen dat je altijd vooruit kan komen, als je er maar een creatieve klap op geeft."

Zeven onmogelijke vragen (15)
Vraag een creatieve persoon nooit waar zijn ideeën precies vandaan komen, want daar is 'onmogelijk antwoord op te geven'. Toch ga ik die uitdaging aan. In deze serie leg ik zeven vragen voor aan kunstenaars, ontwerpers, ideeënmakers en andere 'creatieven' over hun creativiteit en inspiratiebronnen. In deze vijftiende aflevering is het woord aan David van der Kooij.
David adviseert als zelfstandig ondernemer bedrijven en geeft van trainingen op maat, met neme op het gebied van creatief denken, teamwerk en verandering. Daarnaast enthousiasmeert hij ‘het’ onderwijs voor creatief denken. En last but not least houdt hij zich bezig met illustreren en ontwerpen. Creativiteit speelt daar altijd een rol in of daar zorgt hij voor. Naast zijn werk heeft hij een passie voor lezen, schrijven, schilderen en gitaarspelen.

1. Wat betekent creativiteit voor jou?
Ik zie creativiteit vooral als een denkvaardigheid. Daarom heb ik het meestal over creatief denken of vindingrijkheid in plaats van het bredere begrip creativiteit. Voor mij betekent het: verbinden en vertrouwen. Nieuwe, oorspronkelijke ideeën ontstaan door het maken van verbindingen van bestaande gedachten en ideeën. Dat lijkt paradoxaal, alles is er al, maar toch komt er meer.

Dat is wat creativiteit zo prachtig maakt. En dat geeft vanzelf vertrouwen, want het heeft me doen beseffen dat je altijd vooruit kan komen, als je er maar een creatieve klap op geeft. Een oplossing voor een probleem of een verborgen kans, met creatief denken leg je nieuwe mogelijkheden bloot.

2. Hoe doe je inspiratie op?
Door nieuwsgierigheid te tonen en vragen stellen. Voor mij is dat een continue proces. Door telkens te vragen: waarom? Ik zie dingen gebeuren of ik lees iets en vraag me af: waarom is dit zo? Waarom doet hij of zij dat? Waarom vind ik er dit van? De waaromvraag geeft inzicht in vooronderstellingen, en zodra de vooronderstellingen duidelijk worden, gaat de deur open naar nieuwe betekenissen: kan het anders?

Dan komen vanzelf de verbindingen. Ik denk heel associatief. Dat gebeurt vanzelf, maar ik heb me er ook in getraind. Dat vind ik heerlijk, het is een vliegwiel dat zichzelf aanjaagt.

Een concrete bron van inspiratie voor mij is lezen. Lezen is voor mij als ademen en ik doe het diep en langzaam. Vooral romans en boeken over geschiedenis en natuurwetenschappen. Zodra ik iets tegen kom dat me prikkelt, maak ik daar een notitie van. Later kijk ik door deze notities en vraag me af wat ze voor mij kunnen betekenen.

Als ik genoeg heb van al dat actieve denkwerk ga ik schilderen. Dan ben ik alleen nog maar met het doek en de verf bezig. De gedachten herschikken zich ondertussen op hun eigen houtje in mijn hoofd.

3. Heb je routines of rituelen om ideeën op te doen of om je werk uit te voeren?
Misschien niet zo voor de hand liggend voor iemand die pretendeert creatief te zijn of die deze sticker opgeplakt krijgt: rust, orde en regelmaat. Ik heb bijvoorbeeld een hekel aan rommel. Voor ik aan het werk ga moet de plank leeg zijn.

De uitgangspositie voor werken is meestal: de laptop recht voor me, en daarnaast een ongelinieerd notitieblok met een tekenstift. De tekenstift is belangrijk. Dat moet een zwarte papermate fineliner zijn. Ik heb er een la vol van. Weinig creatief, zo’n zwarte stift? De kleuren zitten in mijn hoofd.


Ik doe het denkwerk het liefst ’s ochtends en daarna het doewerk. Aan het eind van de middag volgen huishoudelijke dingen en lezen. ’s Avonds zit ik met mijn laptop op de bank en schrijf bijvoorbeeld lesideeën die ik ‘s ochtends heb verzonnen. Voor het slapen ga ik lezen.

Er zijn ook genoeg dagen dat ik onderweg ben – ik ben gek op autorijden – en luister dan naar hoorcolleges. Routines en rituelen: ze zijn net zo belangrijk als het doorbreken ervan.

4. Wat is je meest favoriete werk dat je ooit gemaakt hebt?
Dat is het eiland Kiem, een belevingswereld voor kinderen, waar ze op fantasierijke en avontuurlijke manier kennis maken met creatief denken. Kiem is ergens in het voorjaar van 2007 geboren – ontdekt zeg ik liever – en heeft onder mijn handen vorm gekregen in een weken durende flow.

Kiem is tastbaar gemaakt in lesmaterialen; een landkaart, een reisgids (een soort lesboekje) en een dagboek (notitie en werkboek). In 2007 en 2008 heb ik er projecten mee gedraaid op basisscholen,  een onvergetelijke tijd. Op mijn werkkamer hangt de landkaart van Kiem aan de muur, recht voor me. Ik dwaal er in gedachten graag rond. De afgelopen tijd heb ik er helaas niet meer zoveel mee gedaan, maar in de laptop zitten nog een aantal reisgidsen die wachten om afgerond te worden.

5. Wil je iets met je creatieve werk tot uitdrukking brengen?
De onmogelijkste vraag, wat mij betreft, en nog twee te gaan! Ik heb er nog eens diep over nagedacht. Wat ik in mijn werk wil uitdrukken is dat iedereen, gegeven zijn mogelijkheden en beperkingen, het beste uit zijn creativiteit kan halen.
Ik kom wel eens bij klanten, die mij aankijken met zo’n gezicht van ‘nou, kom maar op met je creatieve ideeën’. Dan moet ik uitleggen dat het de bedoeling is dat zijzelf met de ideeën komen en dat ik ze ga uitleggen hoe ze dat kunnen doen. En dat ze daar uiteindelijk veel meer aan hebben.

Zodra ze het trucje onder knie hebben, dan kan ik er weer van tussen. ‘Dan kan ik weer leuke dingen gaan doen’, zeg ik dan wel eens gekscherend.

6. Welke creatieve droom wil je nog eens tot uitvoering brengen?
Mijn schitterend vergezicht is: creatief denken is een integraal onderdeel van het lesprogramma op basisscholen. Daar heb ik op een aantal manieren een aanzet toe gedaan. Al doende en experimenterend komt daar steeds meer focus en richting in.

Sinds een klein half jaar heb ik samen met twee echte onderwijskanjers – wie ze kent, weet wie ik bedoel – een verbond gesloten om daar grote stappen in te gaan maken. En ja, ik wil graag weer eens verder met Kiem.

7. Wat is het beste advies dat je ooit gekregen hebt over creativiteit?
Marcel van Driel heeft in een vorige ‘7 onmogelijke vragen’ deze tip gegeven: ‘Houd vol!’. Daar ben ik het 100% mee eens. Ik voeg er aan toe: ‘En maak af!’

Een jaar of wat geleden hoorde ik een praatje van Roger de Bruyn, de oprichter van het COCD – dat is het Centrum voor Ontwikkeling van Creatief Denken – één van mijn grote inspiratoren. Hij vertelde een apocriefe anekdote. Het eerste wat Edmund Hillary gezegd zou hebben, toen hij op de top van de Mount Everest stond was: Hoe komen we weer beneden? En dàt is wat creativiteit rond maakt. Niet alleen de ideeën (de top) maar ook de uitvoering ('expeditie geslaagd').

Ik laat dit altijd in mijn werkzaamheden zien en houd het mijn klanten en mijn kinderen voor. Creatieve ideeën zijn broodnodig, maar je hebt er pas wat aan als ze zijn gerealiseerd. Dan pas kom je verder.

Meer informatie:
Websites: Vindingrijk en Denken Om Een Hoekje
LinkedIn: David van der Kooij
Twitter: @davidvdkooij
Telefoon: 06 2072 1632


Eerdere afleveringen in deze serie:
  1. Jan Willem van Swigchem 
  2. Alieke van der Wijk 
  3. Marleen Smit 
  4. Frank de Wit
  5. Marian Filarski 
  6. Anja de Crom
  7. Yoeke Nagel 
  8. Joris van Ooijen 
  9. Marcel van Driel
  10. Marieke van Dam 
  11. Ward van Os 
  12. Lidion Zierikzee
  13. Peter te Riele
  14. Huub Koch


Leer lenig denken
Ideeën nodig om je creatieve denkvermogen op te rekken? In het boek Lenig denken, technieken voor creatieve denkkracht lees je een groot aantal ideeën en oefeningen, die je op je werk en in je privéleven van pas komen.
Bestel het boek direct bij
Managementboek.

Mis mijn volgende artikel niet
Sigrid van Iersel is als schrijver en journalist gespecialiseerd in creatief denken en storytelling. Zij helpt bij het verzinnen van meer en betere ideeën en laat in verhalen voelen waarom ze belangrijk zijn.
Gemakkelijk op de hoogte blijven van deze artikelen? Vul dan hier je e-mailadres in en ontvang automatisch een mail bij de publicatie van ieder nieuw artikel.
Share/Save/Bookmark

maandag 28 november 2011

Zeven onmogelijke vragen aan Peter te Riele

Peter te Riele is onderwijsspecialist in uiteenlopende rollen: trainer, begeleider, coach, mediator, auteur, ontwikkelaar en vernieuwer. "Het is belangrijk om de juiste reuzen te kiezen."

Zeven onmogelijke vragen (13)
Vraag een creatieve persoon nooit waar zijn ideeën precies vandaan komen, want daar is 'onmogelijk antwoord op te geven'. Toch ga ik die uitdaging aan. In deze serie leg ik zeven vragen voor aan kunstenaars, ontwerpers, ideeënmakers en andere 'creatieven' over hun creativiteit en inspiratiebronnen. In deze dertiende aflevering is het woord aan Peter te Riele.

1. Wat betekent creativiteit voor jou?
Iedereen verstaat iets onder creativiteit, maar zelden bedoelen we hetzelfde. Het woord kan bovendien verschillende dimensies hebben, afhankelijk van de context. Voor mij is creativiteit een proces van handelen (op gevoel, gedachte, intuïtie en soms juist zonder) om doelgericht of juist toevallig een antwoord te vinden op een vooraf (on)gekende vraag of behoefte.

2. Hoe doe je inspiratie op?
Als onderwijsvernieuwer probeer ik veel ‘in the box’(school) te zijn en ‘out of the box’ te denken. Dat betekent dat ik graag technieken gebruik om afstand te nemen, in te zoomen, nieuwe perspectieven te kiezen, metaforen te herkennen en ongewone bronnen te raadplegen.

3. Heb je routines of rituelen om ideeën op te doen of om je werk uit te voeren?
Ik bouw een inhoudelijk verhaal graag op ‘de schouders van reuzen’. Het is dan belangrijk om de juiste reuzen te kiezen. Zo hoef je niet iets vanaf de grond op te bouwen, maar kun je voortborduren op de kwaliteiten van anderen. Qua gereedschap gebruik ik graag de mindmap (op papier of met iMindmap5) en powerpoint om mijn gedachten vast te leggen en te structureren.

4. Wat is je meest favoriete werk dat je ooit gemaakt hebt?
Ik ben als vrijwilliger sterk betrokken bij de Style Foundation, die een onderwijsproject in Kenia uitvoert. Ik mocht op basis van een brainstorm een schoolsysteem ontwerpen zoals een ambachtsschool in Nederland eruit zou kunnen zien. Op dit moment wordt deze school al gebouwd. Ik hoop in de zomervakantie van 2012 de eerste docenten te trainen.

5. Wil je iets met je creatieve werk tot uitdrukking brengen?
Ik zou heel graag ons onderwijs een belangrijke koerswijziging laten maken. Eerst via de weg van evolutie, maar ik ben er meer en meer van overtuigd dat er een onderwijsrevolutie nodig is. Daarbij is creativiteit een vereiste.

6. Welke creatieve droom wil je nog eens tot uitvoering brengen?
Aan mijn creatieve droom ben ik begonnen door het project in Kenia te realiseren. Maar het zou fantastisch zijn als via een Keniaanse bocht het onderwijs in Nederland of in andere landen ermee verbeterd zouden kunnen worden.

7. Wat is het beste advies dat je ooit gekregen hebt over creativiteit?
Het zijn niet zozeer adviezen maar de mensen die een voorbeeld zijn voor mij. Dat je op een eigen-wijze manier van denken een beweging kunt starten die tegen de stroom in toch kansrijk blijkt. Creativiteit zit ‘m net als goed onderwijs niet alleen in hoofd maar ook in hart en handen. Je moet het niet alleen denken, maar vooral doen: doordacht en op gevoel.
Een van mijn grootste voorbeelden op onderwijsgebied is Toshiro Kanamori, een Japanse docent. In de RVU-documentaire De Japanse Levensles wordt hij een jaar lang gevolgd. Elke docent zou deze documentaire eens gezien moeten hebben om daar conclusies uit te trekken.
Mijn advies voor creativiteit in het onderwijs: kijk naar deze documentaire of de Engelstalige versie ‘Children Full of Live’. En gebruik de aanmoediging daarbij van Margaret Mead: “Never doubt that a small group of thoughtful, committed, citizens can change the world. Indeed, it is the only thing that ever has.”

Meer informatie:
Website: Advies, Hulp & Actie
Twitter: Peter te Riele
E-mail: peterteriele@hotmail.com
Telefoon: 06 - 28 88 68 59


Eerdere afleveringen in deze serie:
  1. Jan Willem van Swigchem 
  2. Alieke van der Wijk 
  3. Marleen Smit 
  4. Frank de Wit
  5. Marian Filarski 
  6. Anja de Crom
  7. Yoeke Nagel 
  8. Joris van Ooijen 
  9. Marcel van Driel
  10. Marieke van Dam 
  11. Ward van Os 
  12. Lidion Zierikzee




Share/Save/Bookmark

maandag 21 november 2011

Zeven onmogelijke vragen aan Lidion Zierikzee



Lidion Zierikzee is theatermaker, freelance theaterdocent en clown. "Als je je hart volgt en goed contact maakt, dan heb je alle vrijheid en ontstaat de beste creativiteit."


Zeven onmogelijke vragen (12)
Vraag een creatieve persoon nooit waar zijn ideeën precies vandaan komen, want daar is 'onmogelijk antwoord op te geven'. Toch ga ik die uitdaging aan. In deze serie leg ik zeven vragen voor aan kunstenaars, ontwerpers, ideeënmakers en andere 'creatieven' over hun creativiteit en inspiratiebronnen. In deze twaalfde aflevering is het woord aan Lidion Zierikzee.
Lidion geeft workshops en speelt eigen voorstellingen, zoals Bino de Musical in samenwerking met kinderboekenschrijver Marcel van Driel. Ook realiseert en ondersteunt ze samen met haar vader projecten in Bosnië-Herzegovina. Lidion schreef het handboek: De Clown Onderwijst - Hoe kunnen theaterdocenten aan de slag met de rode neus in het onderwijs?


1. Wat betekent creativiteit voor jou?
Creativiteit betekent voor mij vrijheid. Vrijheid in ons denken. Ik las ooit op een kalender:
'creativiteit kan maar één kant op, de onverwachtse'. Daar geloof ik in. Als je in je eigen vijver blijft vissen, vang je altijd vissen die je kent, totdat er geen één meer over is. Creativiteit ontstaat voor mij daar waar je buiten die vijver je hengel durft uit te gooien. Wie weet wat je straks aan je haak zult hebben?

2. Hoe doe je inspiratie op?
Het dagelijks leven, maar vooral kleine kinderen. Zij hebben nog alle vrijheid in zich. Van houten blokken maken zij auto’s, stoelen worden kruiwagens of vliegtuigen. Wij volwassen stoppen er stukje bij beetje normen, waarden, betekenissen en gedragscodes in. ‘Dit is een stoel, die bedoeld is om op te zitten!’ Langzaam verliezen de kinderen zo hun onschuld en vrijheid. Door naar kinderen te kijken, zie ik dat een stoel ook een kruiwagen kan zijn. Er ontstaat een wereld aan mogelijkheden. Die mogelijkheden geven mij vrijheid als maker en speler. Maar ook de beklemmingen en betekenissen van spullen en situaties dagen mij uit om met creatieve, niet alledaagse oplossingen te komen.

3. Heb je routines of rituelen om ideeën op te doen of om je werk uit te voeren?
De inspiratie komt bij mij op het moment dat ik mijn denken uit kan zetten. Ik probeer dus zoveel mogelijk ‘ 'in het moment’ te zijn met mijn spelers tijdens de repetitie of als clown met een gehandicapt kind in een instelling. Dat doe ik door niet (teveel) van te voren te bedenken wat ik ga doen, maar ter plekke - in contact met de ander - een beweging in gang te zetten. Vaak weet ik niet waar het gaat eindigen, heel spannend. Maar ik geloof erin: als jij je hart volgt en goed contact maakt, dan heb je alle vrijheid en ontstaat de beste creativiteit.


Ik vind dat vaak hartstikke lastig in onze huidige samenleving. Er is altijd wel iets wat er voor zorgt dat je weer in je hoofd gaat zitten. Gaat niet je telefoon dan heb je alweer een nieuw mailtje of moet je vanavond wel echt een scène afhebben. Vaak zet ik dan alle apparatuur uit en ga de natuur in. Ik lees een goed kinderboek of wijd me aan mijn favoriete bezigheid: mensen kijken. Jonge spelende kinderen, twee oudjes op een bankje of al het langslopende publiek op het station. Daar ontstaan mijn personages, de verhaallijnen en de problemen waar de personages (net als de clown) altijd mee te maken krijgen. Heerlijk.

4. Wat is je meest favoriete werk dat je ooit gemaakt hebt?
Mijn favoriete werk is mijn maskertheatervoorstelling ‘ Koude Koffie’ waar ik onder begeleiding van één van Nederlands grootste maskermakers Frans Krom, mijn eigen maskers mocht maken. Niet nadenken maar doen, met mijn handen in de klei. Wat een rust.

De voorstelling heb ik gemaakt met vier jonge talentvolle spelers. Door hen ook te trainen om in het moment te zijn (d.m.v. energie, clown en maskerlessen) ontstond een magische flow die niet meer te stoppen was. We visten in alle vijvers die we konden vinden, vol creativiteit en dat kon maar één kant op, de onverwachtse. Ik had nooit verwacht dat die voorstelling zo een succes zou zijn, maar ik studeerde af met een 9!

Mijn meest favoriete project is mijn project Clowns on Tour dat ik samen met reisgenoot en vader Hans Zierikzee op dit moment doe in Bosnië-Herzegovina. We spelen als clown in instellingen voor gehandicapten en bejaardentehuizen en geven workshops op scholen uit het dorp. Afgelopen reis en de komende reizen richten wij ons op project NADA, een onderwijsproject voor gehandicapte kinderen in Sanski Most, een dorp in het noorden van Bosnië-Herzegovina. We steunen en doceren de kinderen. Ook kregen we het voor elkaar om een betaald baantje te creëren voor twee jonge dames binnen het project.

In juni 2012 willen we voor de kinderen van NADA en de plaatselijke basisscholen een projectweek organiseren. De clown is vrij, net als een kind. Als ik mijn rode neus opzet, leef ik echt vanuit mijn hart en beleef ik magische momenten met de kinderen. Toen we laatst bij NADA waren, had Sanel, een jongetje van 9 jaar, elke week naar mij gevraagd. Samen hebben we de vorige keer heel veel gezongen. Toen hij me weer zag, herkende hij me eerst niet zonder neus. Hij ging twijfelend aan tafel zitten, maar na een minuut hief hij zijn hoofd op, keek mij recht aan, glimlachte en begon te zingen. Wauw!

5. Wil je iets met je creatieve werk tot uitdrukking brengen?
Theater is voor mij een middel om contact te maken. Contact met jezelf, de ander en je omgeving. Vanuit contact ontstaat beweging. Dan ontstaan er unieke momenten die hopelijk niet vergeten worden en iets bijdragen. Een acteur die meer leert over zichzelf, een publiek dat geraakt wordt, een leerling die nieuwsgierig wordt of een kind dat ontdekt dat hij van zingen houdt. Die beweging wil ik veroorzaken.


6. Welke creatieve droom wil je nog eens tot uitvoering brengen?
Mijn grootste droom is om meer tijd en mogelijkheden te hebben om datgene te doen wat ik werkelijk wil doen. Condities creëren om inspiratie te krijgen. Nu wordt de tijd vaak opgeslokt door werkzaamheden die moeten, omdat er nou eenmaal brood op de plank moet komen of omdat er geen budget voor is. Ik wil niets liever dan met mijn handen de klei in gaan, een nieuwe voorstelling maken of in de auto af te reizen naar Bosnië-Herzegovina.
De meest creatieve droom? Dat is mijn spannende manier van werken. Ik heb geen idee hoe die droom eruit gaat zien....behalve die rode neus...daar ben ik heel zeker van!


7. Wat is het beste advies dat je ooit gekregen hebt over creativiteit?
Dit advies kwam van clownsdocent Eric de Bont, waarmee ik drie maanden mocht werken op zijn Internationale Clownsschool op Ibiza. ‘Ga uit dat koppie en volg je gevoel, dan komt het allemaal goed’. En tot nu toe, als ik dat werkelijk doe, komt alles goed en zelfs nog beter dan verwacht!


Meer informatie:
Website: Lidionzierikzee en declownonderwijst (voor haar clownsprojecten)
Twitter: @vrolijkliedje
Youtube: Clowns on Tour – Bosnia ‘ A moment of contact’
E-mail: Lidionzierikzee@gmail.com


Eerdere afleveringen in deze serie:
  1. Jan Willem van Swigchem 
  2. Alieke van der Wijk 
  3. Marleen Smit 
  4. Frank de Wit
  5. Marian Filarski 
  6. Anja de Crom
  7. Yoeke Nagel 
  8. Joris van Ooijen 
  9. Marcel van Driel
  10. Marieke van Dam 
  11. Ward van Os




Share/Save/Bookmark

maandag 26 april 2010

Onze denklat moet een stuk hoger

We menen goed te kunnen denken als we logisch kunnen redeneren, analyseren en debatteren. Maar dat is niet genoeg, betoogt Edward de Bono in zijn boek Creatief denken. Er zijn andersoortige ideeën nodig om zaken te verbeteren, te ontwerpen en te vereenvoudigen.

Winkeliers
dachten eens na hoe ze het parkeerprobleem konden oplossen in hun buurt. De parkeerplaatsen waren bedoeld voor de klanten van hun winkels, maar werden steevast bezet door langparkeerders. Hoe konden zij ervoor zorgen dat de klanten voorrang kregen?

Doorgaans lossen we dit soort vraagstukken op met extra regels, controleurs en systemen, in dit geval in de vorm van parkeerautomaten. Voor de hand liggende oplossingen (die - achteraf gezien - uiterst logisch zijn), zien we over het hoofd. Dat ligt aan onze beperkte manier van denken. De Bono’s boek Creatief Denken is te lezen als een lang betoog om ons denkvermogen diepgaand te verbreden en daarvoor ook ons onderwijssysteem grondig aan te passen.


Ontwerp: denk na over wat er kan zijn in de toekomst
Om met het onderwijs te beginnen: De Bono vindt denklessen veel belangrijker dan wiskunde en geschiedenis (ook vakken die mede bedoeld zijn om het denkvermogen van leerlingen te ontwikkelen). Dat betekent zeker niet meer aandacht voor filosofie, logica of kritisch denken. In deze manieren van denken speelt het zoeken naar 'de waarheid' een belangrijke rol. Het gaat over goed of fout, over oordelen en veroordelen. De Bono pleit juist voor training in lateraal denken (zijpaden inslaan) en andere vormen van creatief denken, die nu op scholen nauwelijks aan bod komen

Een van die vormen van creatief denken is ontwerpen, een tegenhanger van het vermogen om te 'oordelen'. Een oordeel gaat over ‘wat is’, op basis van iets in het verleden. Wat we totaal over het hoofd zien in ons onderwijs is de vaardigheid om te ontwerpen: dat wat zou kunnen zijn in de toekomst. Een veel positievere en meer constructieve benadering dan de huidige manier van denken.

Bekijk gegevens op verschillende manieren
Nog een onderbedeelde manier van denken is het bekijken van gegevens op verschillende manieren (perceptueel denken). In het gewone leven is negentig procent van de fouten te wijten aan verkeerde perceptie, niet aan gebrek aan logica, stelt De Bono. Als we het gezichtspunt van de ander zouden begrijpen, smelten veel gewapende conflicten weg als sneeuw voor de zon.
“Normaliter pakken we conflicten aan met oordeel, veroordeling en aanval. Met een nieuwere aanpak proberen we een constructievere benadering te ontwerpen, waarbij we rekening houden met de behoeften, angsten en prognoses van beide partijen.”
- Edward de Bono
Hoe komt het eigenlijk dat wij meestal in beperkende hokjes denken? Dat wijt De Bono aan de GB3 (de Grieke Bende van drie): Socrates, Plato en Aristoteles. Zij ontwierpen 2400 jaar geleden de 'software' voor ons denken van nu. “En ze deden dat uitstekend, waardoor we sindsdien gevangen zitten in dat uitstekende kader”, schrijft hij. "Socrates hield zich vooral bezig met bewijsvoering en vragen, Plato met de waarheid. Aristoteles creëerde kaders, categorieën en de herkenningsidentificatie, waaruit onze hokjeslogica is voortgekomen.”

De Bono roept ons op na te denken over het denkproces zélf en niet alleen maar bezig te zijn met de oplossing van problemen. De gewoonte om ons alleen op problemen te richten, leidt tot stagnatie. Als we ons uitsluitend richten op problemen en tekortkomingen, denken we bovendien niet meer na over zaken die niet als 'probleem' ervaren worden. Zo valt er veel te verbeteren aan democratie, maar je kunt democratie niet een 'probleem' noemen.


Denk na over de uitvoering: hoe maak je een praktische keus?
Tot slot vindt hij dat we ook meer aandacht moeten besteden aan operationeel denken. Hoe maak je een praktische keus? Hoe ontwerp je een strategie? Hoe creëer je nieuwe ideeën? Hoe onderhandel je? De rol van universiteiten moet worden verlegd van leverancier van informatie tot ontwikkelaar van vaardigheden: in informatievergaring en vaardigheden in denken: denken in mogelijkheden, speculeren en verbeelden.

In het boek Creatief denken laat De Bono al deze manieren van denken en bijbehorende technieken (die ook in zijn eerdere boeken aan bod kwamen), nog eens de revue passeren. Helaas is de tekst niet altijd even helder geformuleerd en is de opbouw nogal warrig. De Bono herhaalt enkele malen dezelfde voorbeelden en prijst wel erg vaak de successen aan die hij met zijn technieken heeft bereikt.

Dat neemt niet weg dat De Bono een belangrijke boodschap heeft. Het is hoog tijd om onze manier van denken te verbreden of juist te vereenvoudigen. De Bono had een simpele oplossing voor het parkeerprobleem. Eis gewoon dat bij alle auto's de lichten aan blijven. Reken maar dat de langparkeerders zelf een andere parkeerplek zoeken.

Edward de Bono, Creatief denken. Slimmere technieken om problemen op te lossen. Uitgeverij Business Contact, 2009. Het boek is onder meer verkrijgbaar bij Managementboek.

Verder lezen:

donderdag 25 maart 2010

Creativiteit valt te leren


De handvaardigheidsles op de basisschool is meer een les over je aan de regels houden dan een les dat de creativiteit van kinderen ontwikkelt. Jammer, want creativiteit valt te leren.

Een handvaardigheidsles op een doorsnee basisschool. Alle kinderen hadden de kwasten al in de aanslag, maar moesten zich inhouden. Eerst vertelde de juf nog een verhaal over Vincent van Gogh, die op het idee gekomen was om bloesems met louter roze stipjes te schilderen.

Toen de kinderen eindelijk 'los' mochten, kregen ze de opdracht om al 'pointillerend' een voorjaarsboom te schilderen. Eerst moesten ze met potlood de stam en de takken tekenen. De boom moest midden op het vel staan en de takken dienden het hele vel te bedekken. De boom en de stammen dienden vervolgens een bruine kleur krijgen. Pas als dat helemaal in orde was, mocht er gestippeld worden met twee tinten roze verf.

Kinderen leerden zich netjes aan de regels houden

De ontdekking van stippeltjes als manier om het licht en de kleuren te vangen, was in de tijd van Van Gogh een belangrijke vernieuwing van de schilderkunst. Ik geloof niet dat deze kinderen op deze middag daarover enige inspiratie hebben opgedaan. Wat zij tijdens deze schilderles geleerd hebben, is dat ze zich netjes aan de regels moeten houden. Een stam staat altijd recht in het midden en heeft een bruine kleur.

Velen van ons hebben in hun eigen kindertijd soortgelijke ideeën opgedaan. Daardoor zijn we gaan denken dat we niet creatief zijn. We geloven dat knutselen of tekenen maar ook creatief denken niet voor ons is weggelegd. Een enorme misvatting, want creativiteit is een essentieel onderdeel van het mens-zijn. Als we niet creatief zouden zijn, leefden we nog steeds als als oermensen in holen. Zelfs het idee om in een grot beschutting te zoeken, was trouwens een creatieve ingeving.

Creativiteit kun je zelf verder ontwikkelen

We bezitten van nature allemaal de gave van verbeeldingskracht en creativiteit, maar we dienen die aangeboren mogelijkheden wel te ontwikkelen. Creativiteit is in dat opzicht vergelijkbaar met geletterdheid. Op school leer je letters lezen en schrijven. Heb je die vaardigheid eenmaal onder de knie, heb je daarna een ongekende schat aan mogelijkheden om jezelf verder te ontwikkelen.

Creativiteit leren gaat veel verder dan leren tekenen en knutselen, zoals vaak gedacht wordt. Het gaat over soepel denken, dingen van diverse kanten durven te bekijken, jezelf omringen met prikkels, nieuwe dingen uitproberen en open staan voor andere mogelijkheden. Het gaat in feite over een manier van leven: vrij, onbekommerd, speels, nieuwsgierig en buiten de lijntjes. Als je een creatief leven leidt, kun je je toekomst in eigen hand nemen.


"Als een mens creatief kan nadenken, kent hij geen angst", zei trendwatcher Lidewij Edelkoort eens. Wat zou het mooi zijn als we dat onze kinderen op school kunnen laten ervaren.

"Creativity is as important in education as literacy."
- Sir Ken Robinson

Verder lezen over kinderen en creativiteit:



Leer lenig denken

Ideeën nodig om je creatieve denkvermogen op te rekken? In het boek Lenig denken, technieken voor creatieve denkkracht lees je een groot aantal ideeën en oefeningen, die je op je werk en in je privéleven van pas komen. Bestel het boek direct bij Managementboek.

Mis mijn volgende artikel niet

Sigrid van Iersel is als schrijver en journalist gespecialiseerd in creatief denken en storytelling. Zij helpt bij het verzinnen van meer en betere ideeën en laat in verhalen voelen waarom ze belangrijk zijn.
Gemakkelijk op de hoogte blijven van deze artikelen? Vul dan hier je e-mailadres in en ontvang automatisch een mail bij de publicatie van ieder nieuw artikel.

Share/Save/Bookmark

zondag 28 februari 2010

Vragen zijn interessanter dan antwoorden

De Griekse filosoof Socrates maakte het leven van de intellectuelen van Athene zuur door hen voortdurend lastige vragen te stellen. Volgens hem was de belangrijkste stap voor het vinden van een oplossing namelijk het vinden van de juiste vragen.

Socrates beweerde van zichzelf dat het enige wat hij zeker wist was dat hij niets wist. Vragen waren voor hem interessanter dan antwoorden. Om zijn leerlingen iets duidelijk te maken, stelde hij dan ook vooral veel vragen: de Socratische dialoog.

Hoe anders ziet ons onderwijssysteem er bijna 2500 jaar later uit. Hoe beter kinderen op school het antwoord weten, hoe meer beloning en waardering ze oogsten. Daarmee leren we kinderen van jongs af aan dat antwoorden belangrijker zijn dan vragen. Mochten ze ooit op de universiteit belanden, komen ze in veel gevallen dan pas tot de ontdekking dat er nog veel open vragen en onzekerheden zijn. Dat er bij iedere theorie nieuwe vraagtekens gezet kunnen worden. En dat er nooit een definitieve waarheid is.

Socrates zag zich uiteindelijk tot de gifbeker veroordeeld. Zijn vragenstellerij werd hem namelijk niet in dank afgenomen. De personen aan wie hij de vragen stelde, stonden te vaak met hun mond vol tanden.

Vanzelfsprekende opvattingen ter discussie stellen, vraagt lef. In de tijd van Socrates en in de tijd van nu. Door ergens vraagtekens bij te plaatsen moet je namelijk onzekerheid toelaten. Maar zonder vragen worden er ook geen nieuwe dingen ontdekt. Onderzoekers kunnen dus niet zonder.

Gelukkig zijn er steeds meer middelbare scholen en soms ook basisscholen die filosofielessen aan het rooster toevoegen. Ze brengen daarmee kinderen de 'kunst van het doorvragen' bij: het niet tevreden zijn met het vanzelfsprekende en het voor de hand liggende. Daarmee bewijzen deze scholen de ontwikkeling van creativiteit bij kinderen een grote dienst.


Om tot goede vragen te komen, kun je het volgende doen:
  • Formuleer iedere dag doelbewust een nieuwe vraag.
  • Houd de vragen zo eenvoudig mogelijk, op het naïeve af. Neem niet snel iets aan voor vanzelfsprekend.
  • Vragen die met wie, waar of wanneer beginnen, willen een helder antwoord. Ze zijn vooral geschikt om naar feiten te vragen. Met hoe- en waarom-vragen ga je dieper op de kwestie in.
  • Wat is de vraag achter de vraag? Zijn er nog andere manieren om naar een kwestie te kijken? Rijg de ene vraag aan de andere, steeds verder zoekend naar mogelijke achtergronden.
  • Probeer zoveel mogelijk verschillende soorten vragen te stellen. Als je geen vragen meer weet, stel dan dezelfde vragen op een andere manier.
  • Formuleer je vraag in de vorm van 'Hoe komt het dat...' Deze formulering helpt om dieper tot de kern door te dringen.
  • Om tot vernieuwingen te komen is het handig om de 'en als we nu eens...?' formulering te gebruiken. Als we het nu eens groter maken? Als we het nu eens omkeren? Als we het nu eens strakker maken? Enzovoorts.
  • Laat je inspireren door kindervragen. Als je nou slanker wordt van zwemmen, wat doet een walvis dan fout? Je hebt het lijdend voorwerp en het meewerkend voorwerp. Wat is dan het meelijdend voorwerp? Waar komt de naam bitterbal vandaan? Hij is toch helemaal niet bitter? Wat zou de volgende uitvinding zijn? Kun je ook ergens nìets van leren? Waarom vallen mieren niet naar beneden?
"Sommige vragen zijn zo goed dat het jammer zou zijn ze met een antwoord te verknoeien."
- Harry Mulisch

Nog meer vragen:

Share/Save/Bookmark

dinsdag 16 februari 2010

Fouten maken? Ja graag!

Een onderwijzeres op een basisschool vertelde me laatst dat er iets revolutionairs had plaatsgevonden op haar school. De leerkrachten hadden voor het eerst samen op een kritische manier elkaars Citoresultaten besproken.

Was dat nou zo bijzonder? Ja. Pijnlijk ook. Want bij één leerkracht lieten de cijfers op het gebied van begrijpend lezen een flinke dip zien. Toch is achteraf iedereen blij met de gezamenlijke bespreking, want het leverde ook iets op. Er is een stappenplan voor begrijpend lezen ontwikkeld, dat nu door de hele school gebruikt wordt. “Vroeger was het ondenkbaar dat we de Citoresultaten op deze manier gezamenlijk zouden bekijken”, zei de onderwijzeres. “Nu durven we kritisch te kijken naar ons eigen handelen en open te staan voor andere kennis. Daar leren we enorm van."

Zoals in zoveel organisaties heerst op veel scholen een afrekencultuur. Als er fouten gemaakt worden krijg je kritiek, een woedende brief of je vliegt in het ergste geval de laan uit. Dat is heel 'resultaatgericht', maar je leert er niks van. Terwijl het veel vruchtbaarder is om te onderzoeken waar minder goede resultaten precies vandaan komen.

Een ondernemer, die in zijn leven tal van bedrijven had opgezet en diverse faillissementen had meegemaakt, vertelde me laatst het volgende: “Ik heb het meest geleerd van de bedrijven die mislukten. Want als een bedrijf een succes is, weet je nog steeds niet waar het precies aan ligt.”

De spijker op zijn kop. In iedere organisatie zouden mensen daarom meer met elkaar moeten praten over de dingen die mis gaan. Niet alleen de grote fouten met ernstige gevolgen, maar ook de kleine foutjes. Uit onderzoek van ongelukken of rampen blijkt keer op keer dat vergelijkbare fouten vaak al eerder opgetreden zijn, maar dan zonder grote gevolgen. En zonder dat ervan geleerd is.

De schrijfster J.K. Rowling gaf ooit een indrukwekkende speech voor studenten van de Harvard Universiteit, waarin ze de lessen uit de doeken deed van haar mislukkingen. Ze werd er een sterker mens door, want ze leerde waar haar kracht zat. De rest van haar verhaal is bekend.

Door dingen te proberen en dus ook fouten te maken, word je inventiever. Je past je beter aan veranderende omstandigheden aan. Dus maak gerust fouten. Zonder mislukkingen geen vooruitgang.

J.K. Rowling Speaks at Harvard Commencement from Harvard Magazine on Vimeo.


"De mensen struikelen nu en dan over de waarheid , maar de meesten krabbelen haastig overeind en lopen snel door alsof er niets was gebeurd."
- Winston Churchill


Verder lezen:
Dit blogartikel werd eerder gepubliceerd op het weblog van Creasense.

Share/Save/Bookmark

dinsdag 19 januari 2010

Met veel meer vragen naar huis na voorlichtingsavond


Met een paar honderd andere ouders zat ik vanavond bij een voorlichtingsavond van een middelbare school. We hadden allemaal één vraag in ons hoofd: is dit een geschikte school voor ons kind? We gingen met vele vragen weer weg.

De ene vraag roept de andere weer op, zo konden we vanavond ervaren. Zo liet de school een aantal leerlingen aan het woord over hun eerste ervaringen als brugklasser. Vrolijke, optimistische en ook ontwapenende antwoorden kwamen over het voetlicht. Maar je vraagt je als toehoorder ondertussen af door welke selectieprocedure deze leerlingen getrokken zijn. Zodat de eerste dringende vraag aan een loslopende brugklasser na afloop luidde: "En hoe vind je het nou écht op deze school?"

Veel ouders hadden een lijstje kritische vragen voorbereid. Zo vroeg een moeder naar de ervaringen met het nieuwe beleid voor drugs en alcohol. Deze vraag kon de rector nog handig pareren met de tegenvraag: "Bedoelt u hoe mijn eigen ervaringen met drugs zijn?"

Met een vraag over het aantal allochtonen op zijn school kwam hij minder makkelijk weg. Altijd een gevoelige vraag in een stad met uitgesproken witte en zwarte scholen. De vragensteller had zijn vraag dan ook zorgvuldig verpakt: "Wat is het percentage allochtone leerlingen op deze school en vormt dat een afspiegeling van de maatschappij?" Om het percentage van 20 procent allochtonen te rechtvaardigen, moest de rector zich in allerlei bochten wringen. "Het is een afspiegeling van de samenleving, maar het hangt er wel vanaf welk deel van de maatschappij je bedoelt."

Het minst helder was de rector in zijn verhaal over het negatieve rapport van de onderwijsinspectie. De vraag waarom de onderwijsinspectie tot dat oordeel gekomen was, beantwoordde hij met veel volzinnen zonder tot de kern door te dringen. En dus verlieten we de aula met veel meer vragen dan bij binnenkomst.

Dit is deel 4 van de serie 'De kunst van het Vragen'
Andere delen uit deze serie:
  1. De les van de briljante straatmuzikant
  2. De opmerkelijkste vragen van Postbus 51
  3. De vraag om huisdieren in een nieuw daglicht
  4. Stel jezelf de Wondervraag
Heb je suggesties voor een nieuw blog over 'goede vragen stellen?' Wat is voor jou dé juiste vraag? Of bestaan die niet? Laat het me weten door op de reactieknop te klikken en een reactie te schrijven!


Share/Save/Bookmark

zaterdag 28 maart 2009

Anticrisisbericht: het antwoord is altijd onderwijs

Het is nog maar enkele maanden geleden dat ik voor een artikel drie werkgevers interviewde, die schreeuwend behoefte hadden aan jonge vakmensen voor de scheepvaart, machine-onderhoud en gehandicaptenzorg. Hun strategie om deze mensen in hun onderneming of instelling binnen te halen was scholing. Door veel energie te steken in opleidingen op de werkplek hoopten ze de jonge werknemers enthousiast te maken en hopelijk ook langer aan zich te binden.

Deze week sprak ik wéér enkele ondernemers over het arbeidsmarktprobleem, maar nu gaat het over bedrijven die van mensen af moeten vanwege de financiële crisis. Volgens deze ondernemers gaat het overigens slechts om een tijdelijk probleem. De mensen voor wie nu geen werk is, zijn binnen afzienbare tijd weer hard nodig. Vooral in de techniek en in de zorg, want daar blijft grote behoefte bestaan aan gekwalificeerde medewerkers.

Die handige technici in de metaalsector moeten dan ook vooral aan het werk blijven. Is het niet bij het noodlijdende Corus, dan toch wel bij de marine, die ook om dit soort vaklui zit te springen. Met extra opleidingen blijven zij dus gewoon aan het werk. Mooi trouwens dat er vaak extra gelegenheid is voor scholing, nu de productie in een aantal sectoren op een lager pitje staat.

Een mooie conclusie: wat de vragen ook zijn op het gebied van de arbeidsmarkt, het antwoord is altijd onderwijs.

maandag 9 maart 2009

Anticrisisbericht: creatief met de credietcrisis

Ontsteek kaarsjes

Ik wens niemand toe dat hij zijn baan verliest door de financiële crisis of dat hij ernstig in spanning zit over terugvallende orders of wegblijvende klanten.

Liever zaten we met zijn allen in een heel ander schuitje. Maar nu we toch economisch in een diep dal zitten (dat hoor ik tenminste iedere dag op het Journaal; drie ondernemers die ik vandaag sprak hadden er nauwelijks last van) kunnen we maar beter van de nood een deugd maken.

Want er zitten zeker ook aantrekkelijke kanten aan de crisis. Bijvoorbeeld om met nieuwe ideeën te komen hoe het verder moet. In al die bedrijven en organisaties moet nú worden nagedacht hoe ze het hoofd boven water houden, wat de mogelijkheden daarvoor zijn en hoe het leven er ná de crisis eruit ziet. En de gevolgen van al dat nadenken zijn nieuwe ideeën.

Het is een misverstand dat volgens Darwins evolutieleer alleen de sterkste overleeft. Degene die zich het beste kan aanpassen aan nieuwe omstandigheden zal overleven. De meest flexibele soort wint dus. Dat geldt ook voor nieuwe economische leefomstandigheden.

Om met Confucius te spreken: als het donker wordt, vervloek dan niet de duisternis, maar ontsteek een kaars. Enkele tips daarvoor:
  • Denk in andere betaalmogelijkheden. Laat je klanten in je restaurant bijvoorbeeld zelf bepalen wat hun gerecht waard is en trek daarmee nieuwe bezoekers over je drempel.
  • Geef speciale korting voor trouwe klanten in plaats van lagere tarieven. Of bied meer waarde voor hetzelfde tarief: extra opties, meer service of gratis (bij-)producten.
  • Werk met combinatie-acties: bij aankoop van het ene product krijg je korting op een product van een andere ondernemer. Zo help je elkaar.
  • Volg het nieuws over de economische crisis alleen op hoofdlijnen en luister liever naar verhalen van passievolle ondernemers. Ga naar (vak-)bijeenkomsten om andere mensen te ontmoeten en lees inspirerende boeken. Lees nu goed nieuws.
  • Laat je mensen nú opleidingen volgen zodat ze extra gekwalificeerd aan de slag kunnen als de economie weer aantrekt.
  • Hebben ervaren vakmensen in je onderneming tijdelijk te weinig werk? Laat ze hun tijd zinvol besteden door hun kennis en ervaring door te geven aan de nieuwkomers in de organisatie.
  • Veel mensen hebben juist nu de behoefte om verwend te worden. Speel daarop in.
  • Benut wachtmomenten. Nieuwe ideeën ontstaan vaak spontaan bij de koffie-automaten of bij andere wachtmomenten. Ga daar luisteren en doe inspiratie op. De simpelste ideeën zijn vaak het briljantst. Nog meer goed nieuws: ideeën zijn gratis.

vrijdag 6 februari 2009

Peer Gynts verhaal


Ontroering is moeilijk in woorden te vangen. Je hebt er een lange aanloop voor nodig en daarna een zacht kussentje om weer op te landen. Muziek is een veel directere toegang dan taal.

Vanochtend mochten we als ouders komen kijken in de Dr. Anton Philipszaal, waar het Residentieorkest een bewerkte jeugdversie van Peer Gynt uitvoerde. Zij kregen daarbij hulp van een stuk of veertig kinderen, die de achterste rij van het podium vulden. Jasper en zijn klas deden ook mee. Op aanwijzing van een tweede dirigent sloegen zij op slagwerk of rinkelden met tamboerijnen. De muziek van Grieg biedt geweldige mogelijkheden voor dit soort dynamiek, dus dat klonk fantastisch.

De concentratie waarmee de kinderen muziek maakten was al prachtig om te zien, maar de verteller René Groothof zorgde er helemaal voor dat we als toehoorders meegesleept raakten. De sage van de boerenjongen Peer Gynt gaat erover dat je jezelf moet leren kennen, vertelde Groothof aan zijn jonge publiek. Iederéén moet zichzelf leren kennen. Dat betekent dat je moet kiezen. Maar Peer Gynt gaat steeds op de vlucht, totdat het te laat is.

Groothof was niet alleen verteller, maar ook acteur en mimespeler. In de rol van Peer Gynt liet hij zijn breekbare moedertje van louter doeken in zijn armen sterven. En zelfs zong hij met zijn mannenstem de indrukwekkende aria Solveigs Lied. "Ik zou zo wel bij hem op schoot willen kruipen", vertelde een moeder na afloop. "Ik voelde me weer helemaal kind."

Nadat de meespelende kinderen ook nog even in trollen waren veranderd, mochten ze de rest van de voorstelling in de zaal zitten. Peer Gynt is inmiddels in Afrika beland en wil zich tot koning laten kronen. Bij de muziek die dan volgt, doet de hele zaal vol kinderen mee met ritmisch handengeklap, vingergeknip en gestamp. Zelden zo'n indrukwekkend geluid gehoord.

Amper een uur later staan we weer buiten. Vanuit de Noorse berg en de trollengrotten moeten we nu ineens terugkeren op aarde en wennen aan het daglicht. Die landing was best hard. Deze voorstelling had van mij nog heel wat langer mogen duren.

dinsdag 3 februari 2009

Cartoonachtige borden met leraren die eruit zagen als tovenaar Merlijn


Basisscholieren mogen scheikundeproefjes doen op de Open Dag

Lokalen met beslagen ruiten waar leraren je iets proberen bij te brengen, eindeloos lange gangen en een slecht verlichte kantine, die bekend staat als het rokershol. En een fietsenhok, waar leerlingen na het zesde of zevende lesuur massaal hun boekentas onder hun snelbinders leggen. Zo ziet in mijn herinnering een middelbare school eruit.

Logisch dat een school in de loop der tijd van karakter verandert. Maar dat de school zich zou ontpoppen tot een een plek waar je ook je vrije tijd met hart en ziel doorbrengt, had ik nooit kunnen vermoeden. Tijdens de Open Dagen die ik met Jasper bezoek, krijgen we daar een klein voorproefje van. Cabaretvoorstellingen! Een orkest met strijkers en blazers! Een techniekclub die na schooltijd satellietmodellen en robots bouwt! Een Olympiadeteam! Een toneelclub! Reizen naar het goede doel in Afrika! Het kan echt niet op met buitenschoolse activiteiten op hedendaagse scholen.

Nu staken deze scholen ook wel lekker in hun vel. We zagen een aula waar voldoende professionele geluids- en belichtingsapparatuur hing om een gemiddelde toneelvereniging jaloers te maken. We bezochten twee scholen die de status van rijksmonument hadden en inderdaad in prachtige gebouwen huisden. De marmeren vloeren, gangen met gewelven, antieke tegeltjes en het glas-in-lood waren adembenemend. Geweldig om over de binnenplaatsjes te lopen en bij de wenteltrap te zoeken naar geheime torenkamers in dit Zweinsteinachtige gebouw.

Ook het professionele werk van de huisstijlcommissie viel op. De aanduidingen van de lokalen waren uitgevoerd in prachtig vormgegeven typografie. In Zweinstein hingen cartoonachtige borden met leraren, die eruit zagen als tovenaar Merlijn of andere oud-Engelse figuren. Uiteraard waren al die leuke logo's en huiskleuren ook terug te vinden op de boekjes, tassen en gadgets, die de assisterende ouders uitdeelden.

Er werd dus veel werk gemaakt van het binnenhalen van nieuwe aanwas. Maar dat was nog niet alles, want het meest verbazingwekkend waren nog wel de leerlingen! In de speciale uitgave van hun schoolkrant prezen zij hun school aan als de allergezelligste en leukste school van de stad. Ook offerden zij een vrije ochtend of middag op om nieuwkomers rond te leiden door de school. Kennelijk deden zij dat graag, want het enthousiasme spatte er van af.

Zelden heb ik bovendien zulke aardige jongens ontmoet, die buiten in de snijdende wind de bezoekers de weg wezen naar de beste parkeerplaatsen bij de school of het fietsenhok. Zouden ze er extra punten mee verdienen of zijn scholieren tegenwoordig echt zo gemotiveerd?

zondag 18 januari 2009

Tropische verhalen

Bij Sharda, die opgroeide in Brits Guyana, hadden ze vroeger thuis alleen een petroleumlampje. Omdat om zes uur 's avonds donker werd, moest Sharda zorgen dat ze haar huiswerk tegen het vallen van de avond af had. Televisie was er niet. Iedere avond vertelden haar opa en haar vader kleurrijke verhalen over hun jeugd.

Sharda is dus opgegroeid met vertelkunst, maar haar twee eigen dochters heeft ze weinig verteld over haar jeugd in Zuid-Amerika. Tot gisteren. In een klaslokaal in Amsterdam-Noord vertelde Sharda over haar schoolleven in het tropische klimaat aan haar dochters en aan een aantal andere kinderen. Dat gebeurde op uitnodiging van de Weekendschool, waarbij de lessen gisteren in het teken stonden van verhalen vertellen. Van een professionele verhalenverteller had Sharda en drie andere ouders diverse tips gekregen: veel details vertellen, de toehoorders bij je verhaal betrekken en je gezicht laten meespreken. En dat lukte, want Sharda zat met stralende ogen haar herinneringen uit de doeken te doen.

Terwijl de regen buiten de Amsterdamse buurt nog treuriger maakte dan anders, zaten Sharda's dochters binnen in het klaslokaal met rode oortjes te luisteren. Sharda moest als ze thuis kwam na een lange zweterige wandeling eerst zorgen dat haar klamme uniform weer fris werd voor de volgende dag. En Sharda keek goed uit dat haar boeken niet beschadigd raakten, want op vlekken of ezelsoren stonden flinke straffen. In het ergste geval moest je een uur met je handen je oren vasthouden als teken dat je wist waar je oren aan je hoofd zaten. Je oren even loslaten? Dan werd de straf met een kwartier verlengd.

Toch had Sharda best een leuke schooltijd. Eén keer per jaar gingen ze met de hele school naar het strand om cricket te spelen, te zwemmen en te barbecuen. Je kon zomaar in het oerwoud verdwaald raken als je de vuurvliegjes volgde en niet goed oplette waar je heen liep. Op het strand waren prachtige schelpen te vinden. Sharda heeft ze nog steeds bewaard.

Verhalen vertellen is een fantastische manier om mensen met elkaar in contact te brengen. Dat hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Een verhaal over jeugdherinneringen is al spannend genoeg. Ik denk dat Sharda's dochters na afloop nog wel meer willen weten over de exotische jeugdjaren van hun moeder in Zuid-Amerika. En dat ze die schelpen met eigen ogen willen zien.

donderdag 18 december 2008

De herder en zijn nukkige kudde

Wat draagt een herder als hoofddeksel en waar haal je zo gauw een arreslee vandaan? Het zijn gewichtige vragen voor kinderhoofdjes.

Niels is uitverkoren voor de rol van herder in het kerstspel en dat heeft hem de afgelopen week behoorlijk veel stress opgeleverd. Zijn uitdossing wisten we te nog wel regelen door een gebreide plaid in schaapskleuren van een flink gat te voorzien, waar hij zijn hoofd doorheen kon steken. Jasper heeft behulpzaam de inkeping met stiksteken vastgezet, zodat het breisel niet verder uitrafelt. Een riem erom heen en klaar. Zijn hoofddeksel zorgde voor heel wat meer discussies in huis. Uiteindelijk draagt hij een iets te kleurige doek met een touw er omheen, zodat hij in de verte wel aan een oosters heerschap doet denken.

Naar mate de week vorderde, kregen we meer zicht op de tamelijk bizarre verhaallijn van het kerstspel. Bij nader inzien had hij net zo goed een bontmuts op kunnen zetten. Hij bleek namelijk geen schapen onder zijn hoede te hebben als herder, maar rendieren bij de Poolcirkel en een zielig hertje.

De zorgen over de juiste uitdossing vielen bovendien in het niet bij een veel groter probleem, namelijk dat zijn kudde bij het instuderen totaal niet meewerkte. Zonder begeleiding van juf of ouder gingen de andere toneelspelertjes liever pakkertje spelen dan volgzaam zijn enorme herdersstaf achterna sjokken. Het meest irritante was volgens Niels nog wel dat de spelers moesten flauwvallen, maar dat ze al liggend bleven doorgiebelen.

Gisteren kondigde Niels aan dat hij goed nieuws én slecht nieuws had over de vorderingen. Het goede nieuws was dat een nieuwe instudeerpoging een iets beter resultaat had opgeleverd dan de dagen ervoor. Het slechte nieuws was dat hij het resultaat nog steeds beroerd vond. Ondertussen hadden de kinderen ook nog bedacht dat er een arreslee moest komen om het geheel te completeren.

Dat wordt al met al een toneeluitvoering met een open einde met een groot beroep op het improvisatievermogen van zowel spelers als toeschouwers. Ik ben heel benieuwd of hij vandaag bij het optreden zijn kudde binnen de leibanden van de denkbeeldige arreslee krijgt.

Naschrift: Het meisje dat het zielige hertje zou spelen, bleek vandaag bij de uitvoering ziek te zijn. Een ander kind is moeiteloos in het gat gesprongen en heeft de rol met verve gespeeld. De toeschouwers hebben van dit alles niets in de gaten gehad en zelfs de verdwenen arreslee niet gemist.

zondag 9 november 2008

Bloem der natie

Met het puntje van haar tong uit haar mond schrijft Naima de vragen op, die ze straks gaat stellen aan de organisatoren van danswedstrijden. We hebben al een rijtje vragen bedacht, maar ze is nog niet tevreden met dit aantal. We bedenken er daarom nog een paar.

Op weg naar het theater, waar de organisatoren een 'persconferentie' zullen geven voor Naima en de andere verslaggevers-in-de-dop, wordt ze wel wat nerveus. Eigenlijk wil ze toch liever geen vragen stellen en haar vriendinnetje ook al niet.

Op de persconferentie komen vervolgens alle groepjes met hun vragen aan de beurt. Ze stellen zich eerst netjes voor, wat de organisatoren van het dansfestijn zichtbaar vertedert. Diverse vragen die Naima in haar notitieblokje had staan, worden ook al door andere kinderen gesteld. Teleurstelling op haar gezicht. Dan weet ze ineens een vraag, die ze toch nog heel graag wil stellen. Als de persconferentie afgerond wordt, meld ik dat Naima op de valreep nog een dringende vraag heeft. Fier staat ze op en vraagt: "Hoeveel aanmeldingen heeft de organisatie gehad van dansgroepen, die aan de wedstrijd mee wilden doen?"

De kinderen die ik twee zondagen mocht begeleiden als gastdocent journalistiek op de IMC Weekendschool kun je met recht betitelen als modelleerlingen. Zelden heb ik zoveel kinderen ontmoet die zo op het puntje van hun stoel zaten om je verhaal te horen. Als ze vertelden over hun eigen droombaan - juf, politieman of advocaat - kregen ze zelf de glinsteringen in hun ogen. De bloem der natie, zou je zeggen. "Als alle kinderen uit achterstandswijken zo zijn, gaat het heel goed met Nederland", merkte mijn collega-gastdocent op.

Het waren zo'n veertig kinderen van 10 en 11 jaar uit Transvaal en de Schilderswijk, de armste wijken van Den Haag. Als je hun verhalen zo links en rechts beluisterde, waren ze afkomstig uit een harde wereld. Zo hoorden we een jongetje wiens moeder overleden was, een meisje dat haar vader tot diep in de nacht begeleid had op een feestje waar hij had moeten werken en een jongetje dat het heel gewoon vond om tot elf uur 's avonds buiten te spelen.

Voor ons was het optreden als gastdocent vrijwilligerswerk, bedoeld om deze kinderen een extra steuntje in de rug en meer perspectief te geven. Maar zij gaven aan ons minstens zoveel terug, namelijk vertrouwen. De nieuwsfotograaf in ons gezelschap vertelde dat hij tijdens zijn werkzaamheden in Den Haag nog regelmatig door de kinderen herkend wordt als de gastdocent van de Weekendschool. Dat hij toegeroepen wordt als Meester Jos, daar gingen zíjn ogen telkens weer van glinsteren.

dinsdag 2 september 2008

Herinneringen maken met je zintuigen

Denk terug aan een van de klaslokalen uit je jeugd waar je een goede tijd hebt gehad. Wie was de leraar? Wie zat er naast je en welke personen zaten er voor je? Wat zag je als je naar buiten keek? Of zag je meestal niets door de beslagen ramen?

Bij de meeste mensen komen de beelden bij het ophalen van dit soort herinneringen in het begin wat moeizaam terug, maar naar een paar minuten lukt het ineens beter. Alsof er dan ineens een luikje in je hersenen opengaat dat lang dichtgezeten heeft.

Nog beter gaat het ophalen van herinneringen als je andere zintuigen inschakelt. Piepte het krijtje op het schoolbord als de meester of juf schreef? Hoe voelde het tafeltje waar je aan zat? Welke muziek was in die tijd populair? Hoe rook het in het klaslokaal? En hoe rook ook al weer de geur van natte jassen in de gang?

Beelden, geluiden, dingen die we met de handen gevoeld hebben en geuren zijn de sleutels bij het openbreken van herinneringen. Vooral geuren, omdat ons reukorgaan evolutionair gezien een oud zintuig is. Er zijn korte verbindingen in de hersenen tussen het reukzintuig en de hippocompus, een structuur die essentieel is voor de opslag van herinneringen. Beroemd zijn de madeleines van Marcel Proust. Toen deze Franse schrijver deze koekjes at, werd hij ineens heftig met vergeten jeugdherinneringen geconfronteerd.

Wat voor het verleden geldt, helpt ook voor de toekomst bij het bewaren van herinneringen. Als je iets uit het heden wilt onthouden en later direct weer kunnen oproepen in je geheugen, is het slim om dat welbewust te koppelen aan een geur, een geluid of een kleur. Hoe meer zintuigen je tegelijkertijd inschakelt, hoe beter iets in je geheugen gegrift wordt. Enkele voorbeelden illustreren dit:
  • Acteurs koppelen toneelteksten welbewust aan een bepaald gevoel, beeld of melodie om ze beter te onthouden.
  • Ouders van een overleden baby krijgen als tip om het kindje te wassen met een uitgesproken zeepsoort, zodat deze geur in hun geheugen altijd gekoppeld zal blijven aan dit afscheidsritueel.
  • Mireille waste in Thailand twee maanden haar haren met shampoo van een Thais merk, vertelt ze in het magazine Libelle Balance. "Toen ik thuis de shampoo weer terugvond wed ik overvallen door een gelukzalig gevoel. Ik was ineens weer helemaal terug bij die heerlijke vakantie in Azië. Sinds die tijd probeer ik tijdens vakanties altijd een ander geurtje te gebruiken."
Het is dus slim om bewust waar te nemen als je een gebeurtenis goed wilt onthouden: luister, zie, proef, ruik en voel.