Posts tonen met het label Jongeren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jongeren. Alle posts tonen

zondag 29 november 2009

Wees (weer) een kind

Your license to be a kid, ontwerp van D. Price (2001)

Drie kinderen wonnen afgelopen weekeinde de televisiewedstrijd Het beste idee van Nederland met de ZzzleepLight, een lampje dat langzaam uitgaat om makkelijk mee in slaap te vallen. Daarmee gaven ze vele volwassen uitvinders het nakijken.

Of zij met hun overwinning bewijzen
dat kinderen betere ideeën bedenken dan volwassenen durf ik niet te beweren. Maar denken als een kind helpt wel. Kinderen kunnen onbekommerd prutsen, waarbij het prutsen een doel op zich is. En als het toevallig wat leuks oplevert is dat mooi meegenomen.

Niet alleen jonge kinderen, maar ook pubers kunnen ongekend creatief zijn. Het gedeelte van hun brein dat 'ja-maar'-gedachten produceert, ontwikkelt zich namelijk pas later, net als het denken in strakke kaders. Eveline Crone beschrijft dat in haar boek Het puberende brein. Jongeren slaan veel gemakkelijker nieuwe ongebaande paden in, experimenteren er op los en durven risico's te nemen. Dit pubergedrag vinden we vaak roekeloos en naïef, maar heeft ook een positieve zijde: voor het bedenken van nieuwe ideeën is het een buitengewoon handige eigenschap.

Door speelser te worden, worden we weer creatief. Om de kinderlijke blik op de wereld weer naar boven te halen, moet je jezelf weer ongeremder durven te gedragen. Dingen doen die volwassenen gewoonlijk niet 'horen' te doen. Gek durven zijn (een beetje of meer, wat je zelf wilt). Maak bijvoorbeeld een doos voor de schatten, die je op straat vindt. Stamp in de plassen. Ontbijt met bonbons. Bak zandtaartjes. Houd een gesprek met een slak. Speel met vingerverf. Houd een wedstrijd met papieren vliegtuigjes. Leer een goocheltruc.

Is dat gelukt? En beviel het? Haal dan hier je License to be a kid (een creatie van D. Price) op en geniet ervan!

"In de wetenschap gelijken wij op kinderen, die aan de oever der kennis hier en daar een steentje oprapen, terwijl de wijde oceaan van het onbekende zich voor onze ogen uitstrekt."
- John Newton
Meer lezen over kinderlijke verwondering:

Share/Save/Bookmark

dinsdag 3 februari 2009

Cartoonachtige borden met leraren die eruit zagen als tovenaar Merlijn


Basisscholieren mogen scheikundeproefjes doen op de Open Dag

Lokalen met beslagen ruiten waar leraren je iets proberen bij te brengen, eindeloos lange gangen en een slecht verlichte kantine, die bekend staat als het rokershol. En een fietsenhok, waar leerlingen na het zesde of zevende lesuur massaal hun boekentas onder hun snelbinders leggen. Zo ziet in mijn herinnering een middelbare school eruit.

Logisch dat een school in de loop der tijd van karakter verandert. Maar dat de school zich zou ontpoppen tot een een plek waar je ook je vrije tijd met hart en ziel doorbrengt, had ik nooit kunnen vermoeden. Tijdens de Open Dagen die ik met Jasper bezoek, krijgen we daar een klein voorproefje van. Cabaretvoorstellingen! Een orkest met strijkers en blazers! Een techniekclub die na schooltijd satellietmodellen en robots bouwt! Een Olympiadeteam! Een toneelclub! Reizen naar het goede doel in Afrika! Het kan echt niet op met buitenschoolse activiteiten op hedendaagse scholen.

Nu staken deze scholen ook wel lekker in hun vel. We zagen een aula waar voldoende professionele geluids- en belichtingsapparatuur hing om een gemiddelde toneelvereniging jaloers te maken. We bezochten twee scholen die de status van rijksmonument hadden en inderdaad in prachtige gebouwen huisden. De marmeren vloeren, gangen met gewelven, antieke tegeltjes en het glas-in-lood waren adembenemend. Geweldig om over de binnenplaatsjes te lopen en bij de wenteltrap te zoeken naar geheime torenkamers in dit Zweinsteinachtige gebouw.

Ook het professionele werk van de huisstijlcommissie viel op. De aanduidingen van de lokalen waren uitgevoerd in prachtig vormgegeven typografie. In Zweinstein hingen cartoonachtige borden met leraren, die eruit zagen als tovenaar Merlijn of andere oud-Engelse figuren. Uiteraard waren al die leuke logo's en huiskleuren ook terug te vinden op de boekjes, tassen en gadgets, die de assisterende ouders uitdeelden.

Er werd dus veel werk gemaakt van het binnenhalen van nieuwe aanwas. Maar dat was nog niet alles, want het meest verbazingwekkend waren nog wel de leerlingen! In de speciale uitgave van hun schoolkrant prezen zij hun school aan als de allergezelligste en leukste school van de stad. Ook offerden zij een vrije ochtend of middag op om nieuwkomers rond te leiden door de school. Kennelijk deden zij dat graag, want het enthousiasme spatte er van af.

Zelden heb ik bovendien zulke aardige jongens ontmoet, die buiten in de snijdende wind de bezoekers de weg wezen naar de beste parkeerplaatsen bij de school of het fietsenhok. Zouden ze er extra punten mee verdienen of zijn scholieren tegenwoordig echt zo gemotiveerd?

zondag 5 oktober 2008

Busgesprek

Gesprek op de bank achter mij, in een donkere touringcarbus, die de NS had ingehuurd als vervangend vervoer.

Zij: "Mijn vorige vriend was gewoon veel te goed voor mij. Hij deed echt alles voor mij, ongelooflijk. Ik denk dat ik nooit meer iemand krijg, die zoveel voor mij over heeft. Geloof mij, dat is niet goed voor iemand."
Hij: "Wat deed hij dan?"
Zij: "Ik had een lekke band. Komt ie me ophalen met de auto, terwijl ik maar één kilometer hoefde te lopen. Maar ik wilde gewoon niet meer bij hem blijven."
Hij: "Waarom niet?"
Zij: "Ik wil gewoon zuipen en feesten. Maar dat wilde hij nooit. Hij werd hartstikke lui en vet. Als iemand je niet meer aantrekkelijk vindt, dan ga je er toch wat aan doen! Zou jij iets aan je lichaam doen in die situatie?"
Hij: "Ja."
Zij: "Ik was een keer een beetje lam en kwam een jongen van vroeger tegen, die me wilde zoenen. Ik zei eerst: nee, nee. Maar toen ging het toch een keertje fout. Daar kwam mijn vriend achter en daarna vertrouwde hij me niet meer."
Hij: "Ik had ook een vriendin, die vreemd ging. Heel vaak. Ik had helemaal niets in de gaten."
Zij: "Meer dan zoenen?"
Hij: "Ja."
Zij: "Shit man."
Hij: "Daarna ging ze verder met Bob. Op school ging ze allerlei nare verhalen over mij vertellen. Dat ik haar mishandeld had en zo. Ik kreeg allemaal vervelende telefoontjes. Ik werd echt bedreigd. Ik heb een mes mee naar school genomen, want ik voelde me niet meer veilig."
Zij: "Ik ben ook lastig gevallen. Door die chicks. Het was echt niet leuk op die school."
Hij: "Ze lopen allemaal met elkaar te kutten."
Zij: "Dat doe ik echt niet hoor! Zo ben ik niet. Ik zou het niet eens kúnnen!"
Hij: "Ik hou van meisjes die nee kunnen zeggen. Echt veel beter."

donderdag 4 september 2008

Babybewaking

Gewaagd: zónder zwemmouwtjes

Babyfoons zijn al lang niet meer bedoeld om te waarschuwen voor babygehuil als je een uurtje bij de buren zit. De huidige generatie babyfoons waakt dag en nacht over baby's welzijn. Zo geeft het apparaatje actuele informatie door over de temperatuur van de babykamer en laat - óók in het donker - op het beeldscherm zien of baby echt wel slaapt.

Ik wist niet wat ik zag, toen ik laatst bij ouders met een pasgeboren kindje zo'n afstandsbediening voor de babykamer in de smiezen kreeg. Maar het bleek nog niks, want de kinderbewaakindustrie doet nog veel meer voor bange ouders. Want wie niet vertrouwt dat babylief nog wel ademt, kan ook nog matten met sensoren in het wiegje leggen. Als deze supergevoelige mat 20 seconden lang geen beweging of ademhaling detecteert, gaat het alarm af. Je kunt er trouwens ook voor kiezen bij elke ademhaling een zachte tik te horen door de babyfoon.

Ik benijd jonge ouders niet, want door al deze apparatuur worden ze haast gedwongen 24 uur in de waakstand te staan. En dat is nog maar het begin. Want bij een opgroeiende peuter dient zich weer een wereld vol gevaren aan, die bestreden moet worden met deurstoppers, wc-potklemmen, fornuisrekjes en stopcontactbeveiligers. Nog even en zelfs klimbomen worden voorzien van hekjes en vangnetten.

Wat lijken de jaren zeventig lang geleden. Toen mochten we nog gewoon zonder autogordel op de achterbank zitten en reden we zonder fietshelmpje zomaar over straat. We wandelden zónder begeleiding tien minuten naar school en glibberden onderweg over de gemorste benzineplassen bij het garagebedrijf. We kochten volop zuurtjes bij het sigarenwinkeltje en aten meerdere dagen achter elkaar géén fruit. Later dronken we onze eerste glazen bier op het schoolfeest en we gingen tóch niet over tot comazuipen. En het is allemaal best goedgekomen.

woensdag 18 juni 2008

Bruisen en kruisbestuiven


'Leren, wonen en ondernemen in de smartspot van Dordt' luidt de slogan van Leerpark Dordrecht. Door scholen en bedrijven dicht bij elkaar te zetten in een aantrekkelijke wijk moeten er volop 'kruisbestuivingen' ontstaan. Mbo-leerlingen kunnen er praktijkgericht onderwijs krijgen, terwijl bedrijven profiteren van verse, goedgeschoolde werknemers. Uniek, vooruitstrevend, een concept dat de bruisende sfeer van jeugdige vernieuwing uitstraalt: op de website van Leerpark Dordrecht halen de schrijvers alles uit de kast om het plan groots te presenteren.

Wat is het dan een tegenvaller dat je als bezoeker van Leerpark Dordrecht allereerst tegen gepopulariseerde maar toch dwingende gebodsbordjes aanloopt. Wie hier rondloopt mag een ander niet storen met herrie, want dat wordt andermans nachtmerrie. Iedereen moet zijn kauwgom en andere rotzooi in de afvalbak doen en ook drugs en wiet horen hier niet. Tegenover de gloednieuwe school is een vestiging van Bureau Leerplicht en Voortijdig schoolverlaten. De leerlingen gedragen zich kennelijk nog niet helemaal als modelstudenten, die mee willen bruisen en kruisbestuiven op het Leerpark.

Het Bureau Leerplicht en Voortijdig schoolverlaten heeft trouwens ook een slogan: Werk maken van leren. Eveneens een mooie integratie van de twee hoofdelementen van het Leerpark.

dinsdag 8 januari 2008

Van stoer naar sneu

Eind jaren vijftig rookte 90 procent van de mannen. Roken was een tijdsbesteding, net zoals koffiedrinken.

Heel wat jongens kregen de eerste sigaretten van hun vader of een ander familielid, als beloning na een klus of om de verveling te verdrijven. In de jaren zestig rookten moeders stevig door tijdens hun zwangerschap zonder dat iemand dat als misdadig aanmerkte. Op feestjes in de jaren zeventig stonden sigaretten gul op tafel als teken van gastvrijheid.

Hoe anders is het nu. Vijf jaar geleden konden we geen restaurant vinden dat ons een rookvrije ruimte kon garanderen. Anno 2008 is het resterende verzet vanuit de horeca tegen een rookverbod een achterhoedegevecht, nu landen om ons heen ook succesvol hun cafés en restaurants hebben vrijgemaakt van sigarettenrook. Kortom, de strijd tegen nicotineverslaving lijkt een kwestie van tijd.

In 2006 rookte 28 procent van de mensen boven de 15 jaar. Al zijn dat altijd nog 3,7 miljoen mensen, in vergelijking met vijftig jaar geleden is er een enorme slag gemaakt. De succesfactoren achter deze opmerkelijke omslag verdienen nadere bestudering, zodat die wetenschap ook toegepast kan worden op bijvoorbeeld het bestrijden van vetzucht. Was het de rol van de overheid? De wetgeving? Was het een cultuurverandering? Zorgden de gezondheidsrisico’s voor afschrikkend effect?

Het voeren van harde campagnes lijkt in ieder geval te helpen, al gaan er wel een aantal jaren overheen voordat het effect zichtbaar is. In Californië werd op die manier het aantal rokers van 27 procent zelfs teruggebracht naar 14 procent nu. Gedragsverandering afdwingen is het moeilijkste dat er is, maar het kan dus wél: niet-roken is de norm geworden. Rokers die bij de draaideur van het kantoor een peukje wegpaffen, zijn niet meer stoer maar sneu.

Toch kunnen we nog veel meer doen aan antirookbeleid, vooral om te voorkomen dat kinderen gaan roken. Zo worden ouders nauwelijks effectieve strategieën aangereikt om hun kinderen op dit punt te beïnvloeden. Ik vond alleen op de website van Stivoro wat beperkte informatie.

Nee, dan de Amerikanen. Op de site van het Parent Resource Center vind je uitgebreide tips, compleet met instructieve filmpjes hoe je met je puber het beste over dit onderwerp in discussie kunt gaan. En vooral hoe je je kind kunt wapenen om de sociale druk van zijn leeftijdgenoten te weerstaan (en die tips zijn natuurlijk ook bruikbaar bij de uitrusting tegen ander riskant gedrag). Want dat roken uiterst ongezond is, kan geen enkel kind in dit tijdsgewricht meer zijn ontgaan.

Bij nadere bestudering blijkt deze zeer praktische hulp aan ouders een initiatief van tabaksfabrikant Philip Morris. De fabrikant zegt daarmee zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid te nemen, maar suggereert ondertussen dat tabaksgebruik door volwassenen wèl volkomen normaal is. Het is wachten op een onafhankelijke organisatie die de voorlichtende rol aan ouders overneemt. Maar tot die tijd zijn de Amerikaanse tips beter dan niks.

vrijdag 26 januari 2007

De afstompende wereld van Hip, Vet & Cool

De voortijdig schoolverlater, de hangjongere, de vandaal of de jongere die veel te veel drinkt.

Talrijke organisaties die zich met overheidsbeleid of welzijnswerk bezighouden, willen in contact komen met dit soort jongeren om hen te beteugelen of te vertellen hoe zij hun leefwijze moeten aanpassen. Maar de grote vraag waar zij allen over tobben, is hoe je contact komt met jongeren die nauwelijks nog kranten lezen en vooral veel communiceren in hun eigen wereldje: via sms, msn en games als World of Warcraft.

De Haagse politie probeert het met een speciale jongerenwebsite waarbij jongeren aangesproken worden met hip (?) taalgebruik als tipz en smooz. Het Openbaar Ministerie gaat met de Vetverkeerdkrant eveneens op de populaire toer. In dezelfde rijtje hoort ook Vetvuurwerk thuis, waarbij jongeren een iPod Nano kunnen winnen als ze hun verhaal vertellen wat ze zelf met vuurwerk hebben meegemaakt.

Bedrijven dienen vaak als voorbeeld, omdat zij al volop experimenteren met nieuwe media voor hun marketingdoeleinden. Ze plaatsen bijvoorbeeld een filiaal in Second Life of maken opmerkelijke filmpjes, die jongeren aan elkaar doorsturen. In navolging daarvan is Greenpeace ook een site begonnen om jongeren bewust te maken van milieuproblemen. Op de site staat onder meer een gek filmpje, waarbij een reuze-CO2NDOM over milieuvervuilende fabriekspijpen wordt heengetrokken. Leuk om aan je vrienden door te sturen. Daarnaast is er speciale Greenpeacemuziek te downloaden onder het motto You'd better listen. Maar is dat niet precies het probleem? Iedereen is maar aan het 'zenden', maar er is niemand meer om te luisteren. Het is veel te druk in de zapwereld van Hip, Vet & Cool.

Volgens mij worden jongeren enorm onderschat. Zij willen juist serieus genomen worden, zoals onder meer blijkt uit het succes van NRC Next onder jongeren. De krant krijgt klachten als er te veel lichte onderwerpen in staan, zware onderwerpen als aids en klimaatverandering blijken juist te scoren. Scholieren pleiten deze week zelfs voor extra lessen, want op school voelen zij zich vaak aan hun lot overgelaten. Als informatie voortdurend makkelijk verteerbaar en hip gemaakt wordt, is er geen klap meer aan.

dinsdag 14 november 2006

Schoolverlaters

59.000 voortijdig schoolverlaters. Als je de harde cijfers ziet, schrik je je een hoedje. Talrijke rapporten zijn er inmiddels over volgeschreven. En even zoveel oplossingen bedacht.

Toch was het bijzonder dat een groep onderzoekers van de Kafkabrigade in snackbars drie jongens opzocht, die de problemen aan den lijve ondervonden hadden. “Jullie noemen ons voortijdig schoolverlaters”, zei één van hen. “Maar eigenlijk is het andersom: jullie hebben ons verlaten.”

De jongens hadden de school de rug toegekeerd door een reeks van ongelukkige omstandigheden: gezinsproblemen en een ernstige blessure die een sportcarrière blokkeerde. Maar ook het grote aantal keuzemogelijkheden voor een opleiding had één van hen zo onoverzichtelijk gevonden, dat hij uiteindelijk helemaal niets koos.

De Kafkabrigade ontdekte dat alleen al in Amsterdam-west zeven verschillende netwerken van organisaties zich met voortijdig schoolverlaters bezighouden. Het kost de organisaties zoveel moeite om met elkaar in contact te blijven, dat de jongere zelf uit de discussie verdwijnt.

Alle jongens zeiden dat het niet zover had hoeven komen als er één belangstellende leraar of andere professional was geweest, die zich persoonlijk om hen bekommerd had. Iemand die hen geholpen had bij het maken van keuzes of langs instanties geloodst had. Eén leraar kan het verschil maken.

donderdag 5 oktober 2006

Geef Marie meer kansen

Toen ik in de brugklas zat, zag ik in de gangen posters met de slogan ‘Marie wordt wijzer’ hangen. Ik vond het eigenlijk maar een rare kreet. Het sprak toch vanzelf dat meisjes net zoveel kunnen leren als jongens?

Nee dus, want de praktijk is weerbarstiger dan de theorie. Nu, enkele decennia later, zijn er nog steeds grote verschillen in studiekeuzes tussen jongens en meisjes. Meisjes krijgen alle gelegenheid om technische vakken te kiezen, maar ze geven nog immer massaal de voorkeur aan de zachtste vakken die we vroeger ‘pretpakketten’ zouden noemen. Maar – zo luidt dan het verweer – daar kiezen die meisjes toch zélf voor? En we willen toch niet sleutelen aan vrije keuze?

Deze week interviewde ik een wetenschapper, die al bijna dertig jaar de obstakels voor talentontwikkeling van jongeren in het onderwijs bestudeert. Zijn stelling is dat het aanbod aan onderwijs voor een groot deel ook de keuzes van kinderen bepaalt. In het Oostenrijk van anderhalve eeuw terug bracht de heersende muziekcultuur talrijke talentvolle musici en componisten voort. Het communisme in Rusland – hoe verderfelijk ook – leverde veel hoogopgeleide vrouwen in technische beroepen op. En zo zijn er nog veel meer voorbeelden te vinden.

Zijn remedie om van Nederland in dit opzicht een minder achterlijk land te maken (we schijnen het buitenbeentje van Europa te zijn op dit gebied): verdubbel het aantal docenten exacte vakken en de leerlingen zullen volgen. Manipulatie van de vraag is mogelijk, luidt dus zijn stelling. In de gezondheidszorg worden ook de bedden vol gedokterd.

Al dan niet goed opgeleid, als vrouwen moeder worden, volgt een nieuwe horde. Volgens de heersende opvattingen in Nederland dienen ze dan parttime te gaan werken of helemaal hun baan op te geven. Doe je dat niet, wordt je meewarig aangekeken of als een slechte moeder bestempeld. Dat ik een druk leven leid met een 32-urige werkweek, heb ik aan mezelf te danken, wordt mij meegegeven. Dat ook Willem mee zorgt voor huis en kinderen, zien anderen gemakshalve vaak over het hoofd. Mannen krijgen juist op hun werk te horen dat een 32-urige werkweek wel erg weinig is, ook al hebben ze kinderen.

Als de directe omgeving bepalend is hoe mensen handelen, dan is er inderdaad in de Nederlandse cultuur nog veel werk te verrichten. Niet alleen om glazen plafonds te slechten, maar vooral ook om af te komen van plakkende vloeren, die vrouwen afhouden van een eigen carrière. Geef Marie op school meer kansen om wijzer te worden, zodat ze niet hoeft te blijven schrobben.

vrijdag 30 juni 2006

Ontplooikinderen

Een Taoïstische opvoeding van je kinderen, ontwikkelingsgericht personeelsbeleid op je werk of ondernemend onderwijs: modieuze termen, die overal opduiken. Verschillende verschijningsvormen, die toch een groot gemeenschappelijk thema hebben: je wordt overal gestimuleerd om het beste uit jezelf te halen.

Ondernemend onderwijs wil bijvoorbeeld zeggen dat kinderen aangespoord worden om zelf initiatieven te ontplooien en hun talenten te ontwikkelen. Een hele andere benadering dan de traditionele manier van lesgeven, die er vooral op gericht is iedereen naar eenzelfde niveau te brengen. Voor de achterblijvers zijn vervolgens ingewikkelde bijspijkermethodes bedacht, zoals bijlessen en leerlingvolgsystemen. Deze vormen van 'dressuuronderwijs' met bijbehorende 'dichttimmerij' is volgens de aanhangers van ondernemend onderwijs echter overbodig als je aansluit bij de natuurlijke wil tot leren van kinderen. Niet iedereen leert dan hetzelfde, maar de aanwezige talenten worden wel veel beter aangesproken.

De leraar wordt in deze werkwijze meer een coach dan een docent die alles uitlegt en voorkauwt (en datzelfde geldt voor de ouder in de Taoïstische opvoeding en voor de leidinggevende bij het ontwikkelingsgerichte HR-management).

Maar ook de leerling krijgt een andere rol. Hij is niet meer de passieve consument van leerstof die van tijd tot tijd de leerstof braaf reproduceert bij een proefwerk, maar een actieve deelnemer, die zelf initiatieven dient te ontplooien. Hij kan de dingen doen die direct aansluiten bij zijn interesses, waardoor het onderwijs ook veel leuker wordt. Op die manier lijkt 'ondernemend leren' veel op het inmiddels omstreden Nieuwe Leren.

Op het eerste gezicht klinkt het erg goed, die visie van de ondernemende scholen. Geef kinderen maar de ruimte, ook als ze daarbij flink hun neus stoten. Maar het blijft voor mij wel de vraag of de kinderen die alle ruimte krijgen om hun talenten te ontplooien ook voldoende meekrijgen van regels en discipline. Uiteindelijk stelt de maatschappij harde eisen, waar jongeren - linksom of rechtsom - toch aan moeten voldoen.

Ik ben overigens wel benieuwd wat voor soort mensen dit uiteindelijk oplevert, de kinderen die nu als ontplooikinderen opgroeien. Overspoeld met positieve aandacht, alle kansen van de wereld gehad en in de puberteit geen enkele reden gehad om zich tegen de oudere generatie af te zetten. Maar misschien ook niet helemaal bestand tegen de harde wereld, waarin niet alles maakbaar en ontwikkelbaar is.

donderdag 29 juni 2006

Generatie Einstein


Hou maar op over de patatgeneratie, de achterbankgeneratie, de nixgeneratie of de knip- en plakgeneratie. De jongeren van nu mogen zich de Generatie Einstein noemen. Een term die bedacht is door jongerencommunicatiebureau Keesie, die de jongeren van nu voor de verandering eens een ultrapósitieve stempel wil geven.

De Generatie Einstein is supersnel met digitale media: ze multi-tasken zich een slag in de rondte met een heleboel deelnemers tegelijk. Ze zijn superslim en verkennen eigenhandig alle sluipweggetjes in de digitale wereld. Ze laten zich niet misleiden door gewiekste marketingjongens, maar pikken alleen dingen op die authentiek zijn. En ze zijn supersociaal. Het is een groot misverstand dat ze in hun eentje achter hun computer zitten te verpieteren, want ze ontmoeten elkaar online in hun virtuele wereld.

Het kan - kortom - niet op met de loftuitingen op de screenagers. En dat terwijl de horrorverhalen over internetverslaving, taalverloedering op MSN en dubieuze webcamseks ons nog luid en duidelijk in de oren klinken.

Het lijkt erop dat vooral onze eigen generatie - de Verloren Generatie genoemd! - maar moeilijk met de nieuwe mogelijkheden om kan gaan en daardoor vooral de risico's ziet. De kwalificaties die de Generatie Einstein toegedicht worden door Keesie, zijn daar weer een overdreven tegenreactie op.

Laat de Generatie Einstein eerst maar eens zien wat ze kunnen. Weten ze bijvoorbeeld echt uit de veelheid van informatie de goede dingen eruit te pikken? Weten ze inderdaad zo authentiek te zijn zoals in de media voorgespiegeld wordt? En kunnen ze dat ons dan ook leren?

Leve de nieuwe digi-kids!

dinsdag 16 mei 2006

Weet niet/geen mening

Ayaan Hirsi Ali vlucht naar de Verenigde Staten. Opgeruimd staat netjes of schandalig dat deze politica annex diva is weggepest? Dat is grofweg gezegd de stelling die nrc.next vandaag aan zijn lezers voorlegt. Voor 25 cent mag je een stem per sms doorgeven.

Ik vind het zelf een onmogelijke keuze. Ayaan heeft door haar controversiële optredens helaas weinig kunnen bereiken; ze lijkt de emancipatie van moslimvrouwen soms eerder in de weg te staan. Maar zij is wel een bijzondere en talentvolle vrouw, die ik bewonder om haar moed en vastberadenheid. Het is schandalig dat haar het leven hier zo goed als onleefbaar is gemaakt. Maar ja, ik ga natuurlijk niet ‘weet niet/geen mening’ sms’en en zeker niet à 25 cent. Ik werp er dus zelf een andere stelling tegenaan: de uitslagen van dit soort stellingen zijn volkomen onbetrouwbaar, want de genuanceerde meerderheid is daarin onvoldoende zichtbaar!

Toch menen talrijke kranten, magazines, radio-programma’s en websites dat dit soort polls of stellingen onontbeerlijk zijn voor hun medium. Vooral als je ‘eigentijds’ wil zijn of als je jongeren wil bereiken. Geef maar een mening, en – hoe schreeuwerig ook - wij publiceren het voor jou. Het programma Stand.nl is er groot mee geworden.

De uitslagen van dit soort polls bieden niet alleen te weinig ruimte aan nuances, we schieten er ook helemaal niets mee op. Want wie wordt er nu wijzer van als we morgen weten dat de meerderheid van het volk Ayaan toch graag in Nederland houdt? Peilingen zijn pas interessant als er met de resultaten iets gedaan wordt, maar daar gaat het vrijwel nooit om.

Fortuynrevolte
Dat geldt ook voor opinie-onderzoeken van de overheid. Het kabinet kreeg in 2002 om de oren dat de ‘regenten’ de sluimerende onvrede onder het volk niet had opgemerkt, waardoor de Fortuynrevolte het land korte tijd in lichterlaaie kon zetten. (Overigens stemde ''slechts" 13 procent van de mensen op de LPF, wat sindsdien wordt uitgelegd dat Hét Volk ontevreden was.) Sindsdien zijn allerhande onderzoeken naar de mening van het volk erg populair, want het kabinet wil niet nog een keer overvallen worden door zoiets. Tot beleidswijzigingen leidt dat meestal niet; hoogstens tot de conclusie ‘dat we het beter moeten uitleggen’.

Nou moet je burgers ook niet vragen om oplossingen, stelt onderzoeker Tiemeijer, die ik onlangs over dit onderwerp geïnterviewd heb. Opinie-onderzoeken zijn vooral geschikt om in kaart te brengen waar de burgers ontevreden over zijn, niet om aan te geven hoe het dan wél moet. Mensen zijn immers geneigd om lange verlanglijsten in te dienen van zaken die de overheid moet oplossen, terwijl de overheid juist rekening moet houden met uiteenlopende belangen en het geld bovendien maar één keer kan uitgeven.

Broodjes
Om die reden zijn ook allerlei klant-onderzoeken waardeloos, bedacht ik mij gisteren bij het invullen van een enquêteformulier van een cultuurinstelling. Die organisatie wilde graag weten hoe belangrijk ik allerlei aspecten van hun dienstverlening vond. Dat was voor mij lastig kiezen: uitstekende informatie, excellente cursussen, superieure docenten, ik vind het natuurlijk allemáál belangrijk. Nou okay, de kwaliteit van de broodjes in het restaurant is misschien iets minder belangrijk, want ik kan ook ergens anders een hapje halen. Maar laat nu net dat leuke restaurant een van de pluspunten zijn waarmee deze instelling zich onderscheidt!

Je moet gewoon niets aan klanten vragen; verwend als we zijn willen we gewoon op àlle vlakken goed geholpen worden. Als het aan de klanten lag, hadden we trouwens nooit mobiele telefoons gekregen. Begin jaren negentig lieten we in een peiling van KPN weten dat we daar echt geen enkele behoefte aan hadden…

maandag 20 maart 2006

IDentiteit

Internet haalt gekke dingen uit met onze identiteit. Ik ben nog steeds ik. Maar omdat ik achter een computerscherpje zit en jij mij als lezer niet ziet, kun jij niet weten of ik het wel echt ben. Wie weet zit hier wel een andere blogger aan de toetsen, die zich uitgeeft als Sigrid..

Nou ben ik vrij braaf en hou me ook in de digitale wereld netjes aan de regels van wat 'echt' is. Maar anderen (vooral jongeren) hechten daar niet zo aan. Moeiteloos wisselen ze van wereld, van beleving en van identiteit. Die identiteit kiezen ze zelf bij het chatten of het bezoeken van een datingsite.

Die identiteit kan 'echt' zijn, maar ook verzonnen. Jezelf wat aantrekkelijker (en bij jongeren ook een paar jaartjes ouder) maken is snel geregeld. Jezelf in verschillende chatrooms voortbewegen en je daarbij telkens als iemand anders voordoen, is al wat ingewikkelder, maar zeker zo spannend. Nog een stap verder is het verzamelen van hele reeksen identiteiten en nicknames. Voorheen zouden we zoiets betitelen als een 'meervoudige persoonlijkheidsstoornis', nu is het gedrag dat gewoon bij de internetgeneratie hoort.

De vermenging van de digitale en 'echte' werkelijkheid neemt spectaculair toe. De overheid wordt daar natuurlijk tureluurs van. Die wil wél weten wie echt is en wie niet. Terwijl op internet identiteit een steeds vager begrip wordt, probeert de overheid onze identiteit nauwkeuriger vast te leggen. Binnenkort krijgt iedereen in plaats van een Sofi-nummer een Burgerservicenummer (die naam klinkt alsof het aan ons verkocht moet worden als een aantrekkelijke aanwinst). En persoonlijke informatie kunnen we tegenwoordig uitwisselen via DigiD: de inlogcode met wachtwoord voor diensten van de overheid.

Ik ben benieuwd wie deze ''identiteitswedloop" wint. En ikzelf? Ik blog, dus ik ben.

donderdag 24 november 2005

Virtueel kindje

Overal om ons heen worden Eccky's geboren. Virtuele kindjes, 'aangemaakt' door twee ouders die daarvoor hun DNA-materiaal aanleveren. Je moet van te voren een jongens- en een meisjesnaam bedenken, want je weet immers van te voren nog niet welk geslacht de baby heeft. (Raar trouwens: wel de technologie gebruiken om een Eccky te maken en ondertussen de apparaten negeren om het geslacht van de baby vast te stellen...)

Het kind heeft de uiterlijke kenmerken en karaktereigenschappen van beide ouders. Via MSN Messenger en je mobiel voedt je samen het kindje op, geeft hem/haar nieuwe kleren, speelgoed en (hopelijk) wat te eten. Wel snel zijn, want zijn leventje is maar zes dagen. En daarmee is ook de ''wegwerpbaby" ontstaan. Want mocht het wezentje ondervoed raken, dan maak je gewoon een nieuwe.

Op het eerste gezicht is de Eccky leuk speelgoed, maar het biedt ook verregaande advertentiemogelijkheden. Het kind kan eindeloos zeuren om een mobieltje, maar dan natuurlijk wel van een bepaald merk. En wat nog riskanter is: via het doorgeven van allerlei persoonlijke gegevens (onder het mom van ''DNA-materiaal") geven papa en mama zich helemaal bloot. Klaar om bestookt te worden met nóg meer advertentieboodschappen. Zeker jonge spelers, die zich aan dit virtuele ouderschap wagen, zullen zich hiervan nauwelijks bewust zijn.

Het wordt ook een leuke versiertruc trouwens: "Zullen we samen een Eccky maken?"

woensdag 23 november 2005

Zeegordijntje en andere wonderen

Als je een film van zeegolven op zijn kant projecteert of schuin, is het geen deinende blauwe zee meer, maar een bewegend gordijntje.

Dat was één van de beweringen van kunstenaars, die een inkijkje gaven in hun werkwijze. Behalve de zeekunstenaar waren de beroemde filmbeelden te zien van Karel Appel die een woeste verf-explosie loslaat op een enorm doek. Marlene Dumas, die op kleddernatte vellen papier zwarte inkt laat uitvloeien en zo onverwachts tot intrigerende aquarellen komt. Armando die een uiterst somber doek maakt (Wandwald) en daarbij kijkt alsof het een diepgevoelde innerlijke noodzaak was om deze zwarte vlakken te schilderen. En Jack Pollock, die de verf direct uit blikken laat druppelen. Door kwasten te negeren als het vanzelfsprekende instrument van de kunstenaar, heeft hij kunstgeschiedenis geschreven. Fascinerend om naar te kijken.

En dat waren alleen nog maar de atelierfilmpjes in de Wonderkamers, de kelder van het Gemeentemuseum. In dit labyrinth dwaal je moeiteloos urenlang rond, van de ruimte vol bouwtekeningen van Berlage tot het spiegelpaleis vol popperige prinsessenkleding. Iedere ruimte is weer anders; over elke kamer is uitvoerig nagedacht.

Om jongeren te interesseren voor kunst heeft het Gemeentemuseum een soort open depot ingericht met de meest uiteenlopende voorwerpen. Een routebeschrijving is er niet, laat staan een chronologische of een kunsthistorisch verantwoorde inrichting. Er zijn alleen enkele touchscreens, waar de gebruikelijke namen van kunstenaars en titels terug te vinden zijn.

Wel zijn er enkele thema's, zoals de kleuren rood, blauw en geel. De knalrode jurk van Fong Leng voor Mathilde Willink staat er zusterlijk naast een opblaaspop. Ook zijn allerlei uiteenlopende en vaak vreemdsoortige voorwerpen over vrouwen, mannen, kinderen en dieren gegroepeerd. Dierenbeelden uit allerlei culturen staan in een optocht achter elkaar, alsof de Ark van Noach zojuist is opengegaan.

Schatten zijn er zeker te vinden in de Wonderkamers. In één van de vitrines blinkt het goud je van alle kanten tegemoet. Maar het leuke is dat het Museum ook nep en klatergoud laat zien.

In de veiling, waar je prijzen van 'kunstwerken' kunt raden, word je helemaal op het verkeerde been gezet. Een miniatuurtje blijkt een onbeholpen schilderijtje van twee euro te zijn, gekocht op de rommelmarkt. Een fotoportret is bij nader inzien een zeer bewerkelijk en kostbaar kunststuk. En het museum heeft het zelfs aangedurfd een vervalste collage van Klimt erbij te hangen. Ziet er leuk uit, maar is geen cent waard.

De theatrale expositie gaat uiteindelijk over allerlei vormen van creativiteit. En die creativiteit hoeft niet volkomen origineel te zijn, maar kan ook voortbouwen op ideeën van anderen. Zoals Richard Hutten, die een eigen versie ontwierp van de Rietveldstoel. Een heruitvinding van de uitvinding met moderne vezels als stoffering. Deze Huttenstoel zag ik later terug in de Brasserie van het museum.

In dit hol van associaties, waar je gemakkelijk je gevoel van ruimte en tijd kwijt raakt, kun je allerlei losse flarden aan elkaar weven. Het eindresultaat van die dwaaltocht is onvoorspelbaar. Het is een amusant spelletje 'Ik zie ik zie wat jij niet ziet', want niemand ziet hier hetzelfde. Maar dat kijken zonder leidraad biedt wel veel inspiratie. Ga maar kijken, er staat niet wat er staat.

Gezien: Wonderkamers, Gemeentemuseum Den Haag, permanente expositie