Posts tonen met het label Dagelijks Leven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dagelijks Leven. Alle posts tonen

dinsdag 10 april 2012

Hoe je het routinespook uit de weg ruimt



Je hebt je werk volledig onder controle. Je kent je onderwerp van binnen en van buiten, dus je hoeft je nergens meer in te verdiepen. Je weet alle risico's uit de weg te gaan. Alles dik in orde. Of toch niet?

Op het eerste gezicht is het erg handig dat je zo te werk gaat. Jij krijgt geen overdosis aan informatie binnen, die je toch niet kunt gebruiken. Je weet uitstekend te filteren op 'relevantie' en 'directe toepasbaarheid'.

Het betekent ook dat je niet echt geïnteresseerd bent in nieuwe informatie. Je bent niet meer op zoek naar nieuwe contacten buiten je eigen leefwereld. Je zoekt geen nieuwe uitdagingen op en je zet jezelf vast.

Voor je het weet bevind je je op een hellend vlak, omdat je grotendeels op routine vaart. Juist dan loop je het risico dat je belangrijke nieuwe ontwikkelingen mist of bedreigingen over het hoofd ziet. En dat je te laat bent op andere omstandigheden in te spelen.

Permanente nieuwsgierigheid is een onontbeerlijke eigenschap in een wereld die voortdurend aan verandering onderhevig is. Daarbij heb je voortdurend nieuwe ideeën nodig. Die ontstaan alleen maar als je bereid bent je open te stellen en nieuwe gedachtewegen te bewandelen.

Ga er daarom van uit dat er een heleboel dingen zijn die je níet weet, juist ook als je je op bekend terrein bevindt. Je eigen vakgebied bijvoorbeeld. Socrates zei het al: 'Ik weet dat ik niets weet.' Het werd voor hem een manier van leven.

In de Engelse taal heb je slechts twee woorden nodig om deze levenshouding samen te vatten: what else? Als je je dit voortdurend afvraagt, ontdek je dat er volop mogelijkheden zijn om andere invalshoeken te bedenken. Je ziet kansen om een andere aanpak te kiezen dan de vertrouwde werkwijze. En je ziet dat er nog veel meer in de wereld te koop is.

Wil jij dat ook? Op deze manier ruim je het routinespook uit de weg:

1. Luister

Voer je een gesprek met een bekende? Probeer te luisteren alsof het de eerste keer is dat je dit gesprek voert, ook al gaat het op het eerste gezicht over een vertrouwd onderwerp. Vul niets in en let bewust op nieuwe of andere invalshoeken. Wat valt er nog meer te weten te komen?

2. Sta open voor het onbekende

Ga nieuwe ontwikkelingen niet uit de weg en oordeel niet te snel. Bedenk dat er altijd een andere manier is om naar dingen te kijken. Probeer je behoefte aan zekerheid, houvast en dichtgetimmerde antwoorden los te laten. Daarmee laat je je angsten los en geef je jezelf de mogelijkheid om de vrijheid te ervaren die onzekerheid te bieden heeft.

3. Zet je filters uit

Negeer de gedachte dat informatie altijd relevant of praktisch toepasbaar moet zijn. Sta open voor allerlei soorten informatie. Volg je instinct voor wat interessant is voor jou en wat interessant is voor anderen. De informatie die op deze manier tot je komt, kan je ideeënrijkdom enorm vergroten.

Op deze manieren rek je je denkraam op en leg je meer verbindingen met bestaande kennis en ervaring.  
What else? Ik lees je reacties graag!


Mis het volgende artikel niet

Sigrid van Iersel is als schrijver en journalist gespecialiseerd in creatief denken en storytelling. Zij helpt bij het verzinnen van meer en betere ideeën en laat in verhalen voelen waarom ze belangrijk zijn. Gemakkelijk op de hoogte blijven van deze artikelen? Vul dan hier je e-mailadres in en ontvang automatisch een mail bij de publicatie van ieder nieuw artikel.
Share/Save/Bookmark

maandag 7 februari 2011

De morsesignalen van het halkastje

Mimi is een hoogbejaarde vrouw, die na het overlijden van haar man alleen in een appartement woont. Haar dochters zijn bezorgd om haar. Kan ze zich wel redden, zo alleen? Wie kan ze te hulp roepen als ze in de problemen komt?

Diverse keren hebben haar dochters erop aangedrongen dat ze een alarmeringsapparaatje laat aanbrengen. Mimi gelooft er niet in. Hoe kan een hulpverlener haar nou snel komen helpen als haar iets overkomt? Ze hoort zoveel slechte verhalen over de thuiszorg. En bovendien moet ze de hele dag met dat apparaatje om haar nek lopen. Ze piekert er niet over.

Op een nacht klimt ze haar bed uit, omdat ze naar de wc moet. In de badkamer struikelt ze. Daar ligt ze, midden in de nacht, op de granieten badkamervloer. Met geen mogelijkheid kan ze zelf overeind komen. Ze dwingt zichzelf rustig te blijven. Niet in paniek raken nu, houdt ze zichzelf voor.

Ze weet dat ze weg moet van de koude vloer, omdat ze anders onderkoeld raakt. Heel langzaam weet ze naar de deur te schuiven. Centimeter voor centimeter nadert ze de vloer naar het halletje, waar een tapijt op de vloer ligt.

Als ze haar doel bereikt heeft, ziet ze boven haar hoofd enkele jassen aan de kapstok hangen. Ze weet haar wandelstok te grijpen om de jassen naar beneden te trekken. Ze moet zwaar boven haar macht kracht zetten, maar het lukt. Eén voor één vallen de jassen naar beneden. Met veel moeite weet ze een paar jassen over haar lijf te leggen, zodat ze zich warm kan houden.

Er verstrijken enkele uren. Zou het al ochtend zijn? Alles is volledig stil om haar heen. Ze roept om hulp, maar ze hoort hoe haar iele stem niet ver reikt. Dan ziet ze het halkastje staan. Misschien kan ze met de deurtjes klepperen om de aandacht te trekken. Eindeloos klapt ze de deurtjes open en dicht. Maar niemand reageert.

Mimi is ten einde raad. Plotseling krijgt ze een nieuwe ingeving. Ze besluit om met de deurtjes een ritme te klappen: kort-kort-kort-lang-lang-lang-kort-kort-kort. Voor kenners van morse is dat het SOS-signaal. Er lijkt niets te gebeuren. De buren reageren niet, de boven- en benedenburen evenmin.

Mimi blijft de deurtjes heen en weer klapperen. Plotseling hoort ze dat iemand het klepje van haar brievenbus oplicht. "Er is hulp in aantocht!", roept een onbekende door het gat. Een half uur daarna breekt de politie de deur van haar appartement open. Mimi voelt zich uitgeput van de zware nacht, maar ze leeft nog.

De man die haar signalen opgevangen had, was een bezoeker van het appartementencomplex, zo hoort ze later. Net als Mimi heeft hij in zijn jeugd bij de padvinders gezeten. Hij onderzocht waar het geluid vandaan kwam en belde ogenblikkelijk naar 112.

Haar dochters zijn later helemaal ondersteboven van de gebeurtenissen. Maar ze zijn ook vol trots op haar inventiviteit. Ze heeft het gered.

Verhalen zijn een cadeautje, hoorde ik laatst eens zeggen. Aan die uitspraak moest ik onmiddellijk denken toen ik dit verhaal hoorde. Allereerst omdat dit een hartverscheurend relaas is van een ongelooflijk dappere vrouw, die in haar benarde positie naar nieuwe mogelijkheden blijft zoeken om gered te worden.

Daarnaast maakt dit verhaal duidelijk dat je op je eigen creativiteit moet blijven vertrouwen. Niet alleen als je aan het einde van je krachten op een vloer ligt te verkommeren, maar eigenlijk in alle omstandigheden. Als we ons in omstandigheden bevinden die ons niet aanstaan, kunnen we daar namelijk altijd iets aan doen. "Als een mens creatief kan nadenken, kent hij geen angst", zei trendvoorspeller Lidewij Edelkoort laatst. "Dan kan hij altijd een uitweg bedenken uit een situatie." Dat geeft ongelooflijk veel hoop.

Verhalen zijn cadeautjes

Welk verhaal heb jij deze week gehoord, dat je inspiratie of nieuwe inzichten gaf? Laat het me weten onderaan dit blog!

Share/Save/Bookmark

dinsdag 19 mei 2009

Weggelepeld van de snelweg


Eerst een hoop geratel. Daarna ineens een knal. Meteen stuur ik de auto naar de vluchtstrook. Tja, daar sta ik dan op een unheimische plek vlakbij een knooppunt van snelwegen. Wat nu? Ik pleeg een telefoontje naar het thuisfront om mij op te laten pikken door een sleepwagen, maar ik heb geen idee hoe lang dat gaat duren. Ondertussen dendert de ene na de andere vrachtwagen met hoge snelheid voorbij. Dit is best eng hier. Maar waar kan ik heen?

Ineens komt de verlosser voorbij rijden. Een gele sleepwagen van de Wegenwacht parkeert vóór mij op de vluchtstrook en rijdt dan in een vaartje achteruit. Een olijke man steekt vriendelijk één van zijn zwarte handen uit. Jochem is de naam. Hij gaat mij ogenblikkelijk weg slepen naar het dichtstbijzijnde benzinestation, ook al ben ik nog niet bekend bij de Wegenwacht.

Jochem is een lepelaar.
Dat betekent dat hij gestrande automobilisten van de weg haalt en wegsleept naar een betere plek. Langs de snelweg wordt niets meer gerepareerd. Veel te link. Bij de benzinepomp draagt hij me daarom over aan een collega, die zal kijken wat er loos is met de auto.

Op advies van Jochem neem ik een kop koffie. Ik heb nog maar net enkele slokken genomen als ik de tweede Wegenwachtauto al zie. Weer een zwartbesmeurde hand: Gijsbert. Hij wappert de stropdas opzij als hij zich over de automotor buigt en stelt snel de diagnose: de multikabel is gebroken. Dat kan hij niet repareren. Of ik wel even lid wil worden van de Wegenwacht voor de verleende diensten. Gestrande automobilisten die geen lid zijn, betalen gewoonlijk 110 euro extra. "Ach, laten we het gewone kantoortarief maar doen", zegt Gijsbert.

Wil ik me naar de garage laten slepen door de Wegenwacht of regel ik zelf iets? "Nou, laat de Wegenwacht het maar doen", zeg ik. Nu moet eigenlijk Jochem weer komen om mijn auto weer verder te vervoeren. Maar Jochems dienst zit er op. Toch belt Gijsbert Jochem op om zich ervan te verzekeren dat alles goed gaat met de overdracht. Zo komt het dat zowel de telefoniste op de centrale van de Wegenwacht als Jochem bezig zijn om voor mij een nieuwe lepelaar te regelen.

Een kwartier later komt inderdaad een nieuwe sleepwagen. Deze lepelaar heet Rinus en is al net zo klantvriendelijk als zijn twee collega's. Hij is gepensioneerd, maar vindt het heerlijk om voor drie dagen in de week deze baan te hebben. Hij sleept mijn auto naar onze garage en ik mag in de cabine. Omdat ik nog geen lid ben en dus ook nog geen ledennummer heb, registreert hij dit ritje als een Persoonlijke Dienst. Ik voel me zeer vereerd.

Rinus vertelt dat ik buitengewoon veel geluk heb gehad met Gijsbert. Iedereen kent Gijsbert. Gijsbert is namelijk de grote held van de Wegenwacht. Hij heeft een eigen column in het ANWB-blad, waarbij hij vertelt wat hij meemaakt in zijn werk. Als nieuw lid kan ik binnenkort óók de verrichtingen van Gijsbert volgen in de Kampioen. Ik verheug me nu al op deze toprubriek vol verhalen over heldendaden langs de snelweg. Wat een mazzeldag!

zaterdag 16 mei 2009

De bank wil ons geld niet hebben

Ideeën ontstaan vaak uit ergernissen, schrijft het Centrum voor de Ontwikkeling van het Creatief Denken (COCD). Welnu, dan heb ik een vruchtbare middag beleefd.

Namelijk altijd gedacht dat banken dol zijn op geld, zeker als je dat in een zware lading komt binnenbrengen. Niet dus. Het bankfiliaal bij ons op de hoek wilde ons niet verlossen van de zak met honderden muntjes, die collectanten vorige week bij elkaar verzameld hebben in onze wijk voor het Astmafonds. De reden was even simpel als absurd. De automaat waarin de muntjes gestort moeten worden, zat al te vol.

Volgens de baliemedewerkster mag ik de opbrengst van een collecte alleen storten in het hoofdfiliaal van de bank in onze stad, zeven kilometer verderop. Na een telefoontje bleek dat ik daar inderdaad de munten kwijt kan, maar dan wel maandagochtend vóór 8 uur. Daarna worden ook daar de automaten geleegd, zodat de overige klanten kunnen storten.

Heel klantvriendelijk van de bank, die de gewone mensen zo graag centraal stelt. Maar ook raar om de munten zo moeizaam weer kwijt te kunnen, waar zoveel energie in gestoken is om ze bij elkaar te krijgen. De collectanten moesten namelijk aan de deuren óók de grootste moeite doen om mensen te treffen met losse munten in hun portemonnee. Veel mensen zeiden dat ze nauwelijks nog contant geld in huis hadden, omdat ze vrijwel alles pinnend afrekenen.

Afschaffen dat muntjesgedoe bij collectes, wat mij betreft. Gewoon pinnen of chippen aan de deur. Of briefjes met toestemming voor automatische afschrijvingen inzamelen. Dat levert vast meer opbrengst op voor het Astmafonds dan die stuivers en aftandse buitenlandse muntjes die er nu in de collectebus worden gestopt...

zondag 5 oktober 2008

Busgesprek

Gesprek op de bank achter mij, in een donkere touringcarbus, die de NS had ingehuurd als vervangend vervoer.

Zij: "Mijn vorige vriend was gewoon veel te goed voor mij. Hij deed echt alles voor mij, ongelooflijk. Ik denk dat ik nooit meer iemand krijg, die zoveel voor mij over heeft. Geloof mij, dat is niet goed voor iemand."
Hij: "Wat deed hij dan?"
Zij: "Ik had een lekke band. Komt ie me ophalen met de auto, terwijl ik maar één kilometer hoefde te lopen. Maar ik wilde gewoon niet meer bij hem blijven."
Hij: "Waarom niet?"
Zij: "Ik wil gewoon zuipen en feesten. Maar dat wilde hij nooit. Hij werd hartstikke lui en vet. Als iemand je niet meer aantrekkelijk vindt, dan ga je er toch wat aan doen! Zou jij iets aan je lichaam doen in die situatie?"
Hij: "Ja."
Zij: "Ik was een keer een beetje lam en kwam een jongen van vroeger tegen, die me wilde zoenen. Ik zei eerst: nee, nee. Maar toen ging het toch een keertje fout. Daar kwam mijn vriend achter en daarna vertrouwde hij me niet meer."
Hij: "Ik had ook een vriendin, die vreemd ging. Heel vaak. Ik had helemaal niets in de gaten."
Zij: "Meer dan zoenen?"
Hij: "Ja."
Zij: "Shit man."
Hij: "Daarna ging ze verder met Bob. Op school ging ze allerlei nare verhalen over mij vertellen. Dat ik haar mishandeld had en zo. Ik kreeg allemaal vervelende telefoontjes. Ik werd echt bedreigd. Ik heb een mes mee naar school genomen, want ik voelde me niet meer veilig."
Zij: "Ik ben ook lastig gevallen. Door die chicks. Het was echt niet leuk op die school."
Hij: "Ze lopen allemaal met elkaar te kutten."
Zij: "Dat doe ik echt niet hoor! Zo ben ik niet. Ik zou het niet eens kúnnen!"
Hij: "Ik hou van meisjes die nee kunnen zeggen. Echt veel beter."

dinsdag 9 september 2008

Bellen met je gemeente

Je loopt naar je werk en je ziet dat een verkeerslicht niet werkt. Dan wil je toch meteen de gemeente bellen?

Omdat niet iedereen dat telefoonnummer paraat heeft, hebben de Rijksoverheid en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten bedacht dat alle gemeenten een nieuw nummer krijgen: 14 met het netnummer van de betreffende gemeente erachter. Wie het 14plusnetnummer belt, komt meteen terecht bij het klantcontactcentrum, dat antwoord weet op al je vragen. Geweldige operatie, waar we via een grootscheepse communicatiecampagne nog veel van gaan horen.

Briljant idee?

De praktijktoets bij één van de gemeenten die al met het nieuwe nummer werkt. Ik wil een contactpersoon spreken bij de gemeente Pijnacker-Nootdorp die mij wat nadere informatie kan geven over een project, waarover ik schrijf.

Ik toets 14015 in.
Antwoordapparaat: Wilt u de gemeente Delft? Toets 1.
Wilt u de gemeente Pijnacker-Nootdorp? Toets dan een 2.
Ik toets een 2.
Mevrouw 1: "Met de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Waarmee kan ik u van dienst zijn?
Ik ben op zoek naar de heer Kees de Groot."
(…)
"Kees de Groot is niet aanwezig. Mag ik uw nummer noteren, dan belt hij terug.
"Kan ik hem ook zelf terugbellen?"
"Nee, wij mogen geen nummers doorgeven van onze medewerkers."

Niets meer gehoord van meneer De Groot, dus ik bel weer naar de gemeente.
Mevrouw 2: "Met de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Waarmee kan ik u van dienst zijn?"
"Kunt u mij doorverbinden met Kees de Groot?"
Mevrouw 2 schakelt door.
Meneer 1: Met Piet Jonkers.
"Ik ben op zoek naar Kees de Groot."
Meneer 2: "Die ken ik niet. Maar ik zal u even doorverbinden met een collega."
Piet schakelt door.
Meneer 2: "Met Ad Fransen. U zoekt Kees de Groot? Dan moet u een ander nummer bellen. Wacht, ik geef het nummer even."
Ik bel het directe nummer.
Meneer 3: "Met Chris Koenders, toestel Frank van de Meer."
"O, ik dacht Kees de Groot hier aan te treffen."
Meneer 3: "Kees werkt niet bij ons, maar we huren hem af en toe wel in voor een klus. Ik zal eens even kijken of ik zijn nummer kan vinden. Nee, dat lukt niet. Ik bel u hier later over terug."

Niets meer gehoord van de gemeente. Ik vind zelf het telefoonnummer van Kees op internet en krijg hem direct aan de telefoon.

"Als de eerste die de telefoon opneemt uw vraag niet kan beantwoorden, dan hebt u met bureaucratie te maken."
- Lyndon B. Johnson, Amerikaans president

(Persoonsnamen in dit stukje zijn gefingeerd)


maandag 12 december 2005

Spitsuurgezinsdag

De wekker gaat. Ah, nu al? Het zou slim zijn om meteen op te staan, dan kan ik extra vroeg op mijn werk zijn. Mmm, nog even rustig liggen... Eh, wat? Waar je T-shirt is? Ligt in de wasmand, vandaag maar weer eens een nieuw shirt aan. Moet ik je nu weer helpen met aankleden? Nee, daar ben je nu echt zelf groot genoeg voor. Doe direct ook even de gordijnen open.
Hè, waar zijn mijn sokken? Moet ik weer naar boven lopen om schone uit de droogtrommel te vissen. Ah Niels, wat heb je nou gedaan! De hele chocopastapot ligt helemaal aan gruzelementen! Fijn dat je wil helpen, maar die chocopot staat veel te hoog voor jou. Eerst maar even al die splinters opvegen. Ga eens weg staan, zo meteen sta je er nog met je voetjes in. Moeten we wel een nieuwe pot kopen, want zonder choco... O, de bel gaat. Kom maar binnen meisje. Hier, een nieuwe kleurplaat voor jou.
Nog even een verjaardagskaart schrijven, dan komt ie nog op tijd aan. Moeten de gymtassen mee vandaag? O ja Jasper, straks moeten we nog een verjaardagscadeautje voor je vriendje kopen. Heb je zelf een idee? Nou vraag dan maar even aan hemzelf wat ie graag wil hebben. Maakt niet uit als het maar leuk is? Tja, dan weten we nog niets!
Wanten aan op de fiets, want het zal wel koud zijn. Met een beetje doortrappen kan ik die trein net halen. Jeez, mijn mobiel doet het niet. Vergeten op te laden. Hé, een mailtje over het kerstdiner op het werk! Ik vroeg me al af wanneer het festijn zou beginnen. O, al om 18.00 uur... Lastig, dan is de oppas net binnen. Morgen even vragen of ze ook eerder kan. Hoe werken we ons trouwens rond dat tijdstip door de Randstadspits heen? Nou ja, wat later komen moet ook kunnen.
Ik ben trouwens vergeten om het vlees voor vanavond uit de diepvries te halen. Moet ik direct maar even naar huis mailen. En direct nog even tandpasta halen, want ik zag vanochtend dat die bijna op was. Getsie, waar zijn nou die wanten? Zeker in de trein laten liggen vanochtend. Nog een geluk dat het nu helemaal niet koud is.
Hè, toch vergeten dat vlees uit de vriezer te laten halen. En de pannen die gisteren niet meer in de vaatmachine pasten staan er nog steeds. Jongens, help eens tafel dekken. Nee, laat dat ingestorte Legobouwwerk maar even liggen. Morgen weer verder, jongens. Wanneer je naar de kapper kunt? Geen idee. Binnenkort maar even een afspraak maken. Dan kunnen we ook meteen naar de bieb, ja. Een nieuw kerstliedje geleerd op school? Laat eens horen. O, en je hebt ook een formulier gekregen van je juf. Wat ga je dit jaar meenemen voor het kerstdiner op school. Fruitsalade maar weer? Ja, natuurlijk mag je morgen ook een kaarsje mee nemen naar je juf.
Wat hebben we veel rijst over vandaag. Nou ja, komt eigenlijk wel goed uit. Hebben we alvast wat voor morgen, want dan moeten Jasper en Willem om kwart voor zeven 's avonds al de deur uit. Even die afwasmachine opnieuw vullen, omkleden en dan door naar de yoga. En ook maar even de droogmachine aanzetten. Hé, een sportbroek. Die hoort toch in de gymtas?! Planten water geven doe ik straks wel. ''Niets moet, behalve ontspannen. En zelfs dat niet", las ik laatst.
Nu even niet jongleren, Jasper. Op zo'n dag als vandaag houd ik wel twintig ballen in de lucht.