Posts tonen met het label Samenleving. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Samenleving. Alle posts tonen

maandag 31 januari 2011

Wonderbaarlijke omkeringen van brandende vraagstukken

Bekijk je vraagstuk met een heel andere bril of keer de gebruikelijke aanpak eens helemaal om. Drie wonderbaarlijke oplossingen voor brandende problemen.

1. De Hangende Tuinen van Den Haag

Voor station Den Haag Centraal ligt een braakliggend terrein, waar een nieuw gebouw van de beroemde architect Rem Koolhaas zou verrijzen. Dit futuristische gebouw in de vorm van een enorme M moest de lelijke grijze voorgevel van het stationsgebouw aan het oog onttrekken. De gemeente haalde echter een streep door de aanleg van dit gebouw, omdat de financiële risico's te groot waren.
Nu heeft de gemeenteraad een nieuw plan omarmd, waarbij de gevel helemaal behangen wordt met groen. Zo krijgt Den Haag zijn 'hangende tuinen'. Deze verticale tuin onttrekt niet alleen de lelijke gevel aan het oog, maar vormt ook een prachtige combinatie met het naastgelegen winkelcentrum Nieuw Babylon, dat net gerenoveerd is.
Het mislukte bouwproject van Koolhaas - en indirect de kredietcrisis - gaf de gemeente de gelegenheid om met frisse ogen naar deze plek te kijken: meer groen in plaats van meer steen. Misschien krijgt Den Haag zo een veel mooiere stedelijke icoon dan de M van Koolhaas.

2. Laagopgeleid personeel voor hoogwaardige meetapparatuur
Tolhuis Rioolinspecties uit Brabant gebruikt hoogwaardige meetapparatuur en computers bij zijn activiteiten. Om deze kostbare apparaten te bedienen, hebben medewerkers veel kennis nodig om de apparatuur te bedienen, evenals veel verantwoordelijkheidsgevoel. Verkeerde metingen leveren de klanten van het bedrijf namelijk veel schade op.
Hoogopgeleide medewerkers bleven echter maar kort in dienst bij het bedrijf. Daarop besloot het bedrijf tot een opmerkelijke koerswijziging: voortaan neemt het bedrijf alleen nog maar mensen zonder een diploma aan. Of ouderen die nog nooit met een computer gewerkt hebben en vrijwel kansloos zijn op de arbeidsmarkt.
Het bedrijf geeft deze medewerkers een eigen opleiding, waar veel tijd voor uitgetrokken wordt. Met geduld lukt het iedereen om dit vak in de vingers te krijgen, is de ervaring van het bedrijf. De enige beslissende factor is motivatie; gebrek aan vooropleiding en computerervaring vormen nooit een probleem. Het werkt, want deze medewerkers blijven aanzienlijk langer bij het bedrijf in dienst.
Door op een andere manier naar vooropleiding en ervaring te kijken, kreeg dit bedrijf dus beter gemotiveerde en trouwe medewerkers, die prima werk afleveren.

3. Van sloppenwijk tot gemeenschap
Favela’s, zoals de sloppenwijken in Brazilië genoemd worden, zijn illegale woonwijken. De politie had er niets te vertellen. Hoe kon de regering deze wijken weer onder controle krijgen? Een politiemacht er naar toesturen? Kansloos, want de drugsbendes bezaten alle macht. De wijken met de grond gelijk maken? Er zou een volksopstand uitbreken.
De vorige president Lula, zelf opgegroeid in een sloppenwijk, deed juist het omgekeerde. Hij omarmde de sloppenwijken door er scholen, elektriciteit, water en wifi naar toe te brengen. De regering bood de bewoners microkredieten aan, zodat ze een zaak kunnen opzetten. In de toekomst wil de regering zelfs alle favela's van een toeristisch programma voorzien. Hoogste tijd om ook het woord favela in de ban te doen. Voortaan spreekt men liever van ‘comunidades’, die door de politiek met respect behandeld zullen worden.
Door illegale woonwijken in totale verloedering te accepteren, de bewoners met respect tegemoet te treden en de situatie daadwerkelijk te verbeteren, slaagde de regering erin een omkering te bewerkstelligen.

Dit is wat een omkering of een verandering van perspectief kunnen opleveren: je kunt moeizame problemen de wereld uit helpen. Sterker nog, door juist met heel andere ogen naar het vraagstuk te kijken, is het eindresultaat soms nog veel beter dan voor mogelijk werd gehouden. Hoe ga jij jouw vraagstukken van een andere kant bekijken?

Verder lezen:
Share/Save/Bookmark

maandag 7 juni 2010

Hoe meer verwarring hoe beter

Strandwegwijzer met een twist: Holland als middelpunt van de wereld

Met onlogische oplossingen bereik je soms meer dan met de gebruikelijke brave aanpak. Hoe je betere resultaten oogst door het zaaien van extra verwarring.

Een agent krijgt een melding binnen dat een vrouw door haar ex-vriend mishandeld is.
Hij snelt naar de woning en ziet hoe een reus van een man het huis uit komt zetten. De man is blind van woede en stormt recht op de agent af. Wat moet de agent doen? De man op afstand houden met zijn dienstwapen? Proberen om de man in de boeien slaan? Alarm slaan en hulptroepen vragen?

In een fractie van een seconde besluit de agent het over een andere boeg te gooien. “Wáár heeft ze je precies geslagen?", vraagt hij aan de man. Ondanks zijn boosheid raakt de man in verwarring door deze opmerking. Huh, hij had zelf toch net een klap uitgedeeld? Deze verwarring is in dit geval genoeg om hem weer enigszins bij zijn positieven te brengen.

Deze gesprekstechniek staat bekent als verbale judo. Net als ‘gewone’ judo beweeg je mee met degene die boos is. Het gevolg hiervan is vaak dat de agressieve persoon bedaart en inziet dat hij te ver gegaan is. De agent zorgt tegelijkertijd voor een twist, die zijn tegenstander op het verkeerde been zet. En daardoor bereikt de agent via onverwachte hoek zijn doel.

Bij creatief denken kun je een onderwerp op een soortgelijke manier een twist geven, waardoor er een heel ander perspectief ontstaat. Daardoor kunnen er ineens nieuwe ideeën opborrelen of kun je nieuwe oplossingsrichtingen zien.

Neem de vergrijzing, dat in onze samenleving als een groot probleem beschouwd wordt. Doordat de babyboomers binnenkort in groten getale met pensioen gaan én steeds langer blijven leven, dreigen voorzieningen onbetaalbaar te worden.

Maar als je van standpunt verandert, kun je ook iets heel anders zien. Een machine met een langere levensduur is immers economisch zeer rendabel. Dus waarom zou voor mensen niet iets soortgelijks kunnen gelden? Dat mensen ouder worden, is juist zeer gunstig! Je kunt waarschijnlijk langer profiteren van hun kennis en ervaring. Ouderen blijven bovendien in veel gevallen een actieve rol in de samenleving vervullen, omdat ze langer lichamelijk gezond blijven. Je zou zelfs kunnen zeggen dat ouderen in economisch opzicht steeds 'goedkoper' worden.

Zo'n twist is vooral goed toepasbaar in situaties waarbij je iets als een vast gegeven aanneemt. Vroeger vond iedereen het heel normaal dat een vliegreis honderden guldens kostte. Totdat Easyjet voor een tientje vliegtickets ging verkopen naar Brussel, Londen en Parijs. Het bedrijf benaderde de luchtvaart op een totaal andere manier en wist de markt ingrijpend te veranderen.

Of neem Larry Beasley, ooit hoofd stadsontwikkeling van de Canadese stad Vancouver en nu wereldwijd adviseur op het gebied van stadsplanning -en ontwikkeling. Hoe groener en ruimer, hoe beter een stad, was de gebruikelijke gedachtegang. Beasley gooide het over een hele andere boeg. Hij promoot een dichte bebouwing van binnensteden, zodat steden niet eindeloos uitdijen en daarmee het open landschap aantasten. Met deze strategie veranderde hij Vancouver van een ingedutte provinciestad tot een van de meest leefbare steden ter wereld.

Bekijk je eigen probleem eens van een totaal andere kant.
Geef het een twist en bekijk wat er nog meer mogelijk is.


Hier lees je verder over nog meer omkeringen:

Nieuw boek: Lenig denken
Samen met Marenthe de Bruijne en Rineke Rust van Creasense schrijf ik het boek Lenig denken: een boek met ideeën en oefeningen voor het oprekken van je creativiteit. Bovenstaande aanpak is één van de manieren om je creatieve denkvermogen te vergroten. Dit boek wordt uitgegeven door Van Duuren Management. Meer informatie op www.lenigdenken.com.

Share/Save/Bookmark

woensdag 19 mei 2010

Creatief denken is lenig denken

Creatief denken staat volop in de belangstelling. Dat is maar goed ook, want we hebben deze denktechnieken en -vaardigheden hard nodig om ons te blijven aanpassen aan de vele veranderingen.
Nieuw boek: Lenig denken
Samen met Marenthe de Bruijne en Rineke Rust van Creasense heb ik het boek Lenig denken geschreven: een boek met tips, ideeën en oefeningen voor het oprekken van je creativiteit. Dit boek wordt uitgegeven door Van Duuren Management en ligt in november 2010 in de boekhandel.

Twitter is het afgelopen jaar razendsnel populair geworden. Afspraken over de manier waarop je je op Twitter hoort te gedragen, ontbreken echter. Er is geen instantie of organisatie die regels heeft bedacht of misbruik afstraft. In plaats daarvan vinden de gebruikers de 'gebruiksaanwijzing' al twitterend zelf uit.

Wat voor Twitter geldt, zie je ook terug in talrijke andere terreinen van ons leven: er is geen kant- en klare gebruiksaanwijzing. Wie vertelt je of je je je baan opgeeft om je hart te volgen of dat je beter voor zekerheid kunt kiezen? Hoe voed je kinderen op, als ieder ouderpaar er weer andere normen en waarden op nahoudt? Hoe combineer je de drang om spannende dingen te beleven met de wens om rust te vinden?

Om de vele snelle veranderingen bij te benen en je hoofd boven water te houden in de enorme informatie-toevloed, ben je zelf aan zet. Je moet je eigen weg zien te vinden in deze keuzemaatschappij.

Dat betekent dat creatief denken noodzakelijk is geworden. We leven in een tijd, dat er voortdurend nieuwe oplossingen nodig zijn en dat er tegelijkertijd ook ongelooflijk veel mogelijk is. Met de vraag wàt we dan gaan realiseren, lopen we echter direct tegen de beperktheid van ons eigen denken aan.

Dat heeft alles te maken met de manier waarop we hebben leren denken:
  • We hebben leren denken in tegenstellingen: iets is goed òf fout.
  • We geloven in rechtstreekse verbanden: oorzaak x heeft y als gevolg.
  • We streven voortdurend naar eenduidige oplossingen of antwoorden: een halve of een vage uitkomst vinden we vervelend.
Op deze manier blijven we teveel steken in vaste gedachtenpatronen en komen we nauwelijks verder. De oplossing is creatief of scheppend denken. Dat betekent onder meer dat je leert om onderwerpen vanuit een ander perspectief te bekijken. Of je leert hoe je 'om een bochtje' kunt denken om tot nieuwe oplossingen te komen. En zo zijn er nog veel meer denktechnieken.

Creatief denken is niet alleen noodzakelijk, maar ook leuk. Door oplossingen te verzinnen, doe je nieuwe ontdekkingen. Dat is heerlijk. Bovendien is het prettig om het vermogen te hebben om zelf tot oplossingen te komen. Hoe ingewikkeld een vraagstuk op het eerste gezicht ook lijkt, door creatief denken ontwikkel je gereedschappen daar mee om te gaan. Alleen al de wetenschap dat je een vraagstuk 'in de week' kunt leggen in afwachting van een oplossing, vind ik zelf een grote verrijking. Met creatief denkvermogen ben je zelf aan zet.

Boek: Lenig denken, technieken voor creatieve denkkracht.
Auteurs: Rineke Rust, Marenthe de Bruijne en Sigrid van Iersel
Prijs: 19,90 euro
ISBN: 9789089650627
Klik hier om het boek te bestellen bij www.bol.com

Verder lezen over creatief denken:
Enkele creatieve technieken:

Share/Save/Bookmark

zaterdag 11 juli 2009

Voedsel uit de stad


Voedselproductie is vrijwel helemaal uit de stad verdwenen. Kunstcentrum Stroom in Den Haag wil met de manifestatie Foodprint ons daar weer van bewust maken. Weer vissen in de Haagse beek? Of tuinieren op balkons?

De Riviervismarkt, de Kalverstraat, de Botermarkt en de Brouwersgracht: namen van straten en pleinen die ons eraan herinneren dat de aanwezigheid van voedsel op straat heel gewoon was. Nu liggen voedingswaren meestal kleingesneden en abstract verpakt in de supermarkt, buiten ons gezichtsveld in alle vroegte aangevoerd door vrachtwagens met roetfilters.

Met de kunstmanifestatie Foodprint wil kunstcentrum Stroom in Den Haag ons weer bewust maken van de invloed van voedsel op de cultuur, de inrichting en het functioneren van steden en van Den Haag in het bijzonder. Twee jaar lang zijn er allerlei manifestaties, educatieve programma's en activiteiten te beleven. Daarmee wil Stroom onder meer de discussie aanzwengelen over de relatie tussen voedsel van stadsbewoners en zijn producenten. De voedselproductie terug brengen naar de stad of ten minste zichtbaar maken kan het bewustzijn van de waarde van voedsel versterken, dat is het doel. Ook kan het een bijdrage leveren aan een groene, gezonde, leefbare en duurzame stad.

Stadsontwerpers zouden ook veel meer rekening moeten houden met het belang van lokale voedselproductie, vindt Carolyn Steel, schrijfster van het boek Hungry City. Zij beziet als architecte steden vanuit het perspectief van de voeding. Overvloedig aanbod van goedkoop voedsel in de stad lijkt vanzelfsprekend, maar Steel waarschuwt dat dit in de nabije toekomst wel eens zou kunnen veranderen. Het is daarom belangrijk dat architecten en stadsplanners in hun ontwerp van steden ook aandacht besteden aan plaatselijke voedselvoorziening.

Voedsel behoort tot onze eerste levensbehoeften, betoogt zij onder meer. Toch zijn er maar weinig mensen die het grote belang van de stedelijke voedselketen onder de ogen durven te zien. Er hoeven namelijk maar een paar kanalen uit te vallen en de hele voedselproductie stokt. Om onze eigen onafhankelijkheid van lange distributiekanalen te verminderen, zouden we onze voortuintjes om moeten toveren tot moestuintjes.

Een team van kunstenaars, ontwerpers, agrariërs en andere deskundigen gaat voor Foodprint de komende twee jaar de voedselvoorziening van Den Haag onder de loep nemen. Interessant om te vernemen wat daaruit komt. Enkele geopperde ideeën zijn een tilapiakwekerij op de Binckhorst en moestuinen in de Schilderswijk. Dus waarom ook geen groentetuinen op platte daken? Of fruitbomen in het Haagse Bos? Je eigen vis uit de Haagse Beek opvissen? Of weer koeien op de Koekamp neerzetten?

Voedsel dat je zelf plukt of bij elkaar scharrelt heeft op een of andere manier een bijzondere waarde. De oogst van aardbeien in de eigen achtertuin reken ik tot de kleine genoegens van het leven. Alsof ik - net als mijn agrarische voorvaderen - weer even zelfvoorzienend ben.

Toch is voedsel gewoon al direct verkrijgbaar in de stad. Onlangs waren we in een verborgen oude kloostertuin in het stadscentrum, waar ze peren zo voor het plukken hingen. Het Haagse Bos staat vol met brandnetels, paardebloem, zevenblad en andere eetbare planten.

Eten wat de stad schaft, dat kan dus al. In Leiden wijst Barbara stadsbewoners de weg op haar blog Wildplukker en op haar kaarten van Eetbaar Leiden op Google Maps. Daar geeft ze precies aan waar vlierbessen, tamme kastanjes en eetbare paddestoelen te vinden zijn. Direct je voedsel bij elkaar scharrelen in bebouwd gebied, je moet er vooral even oog voor hebben.


Verder lezen:

Stel je dit artikel op prijs? Abonneer je dan op de nieuwe webposts van Ideeënmaker. Kies linksboven jouw rss-feeder en je ontvangt bericht als ik weer een nieuw artikel geschreven heb.

Share/Save/Bookmark

zaterdag 28 maart 2009

Anticrisisbericht: het antwoord is altijd onderwijs

Het is nog maar enkele maanden geleden dat ik voor een artikel drie werkgevers interviewde, die schreeuwend behoefte hadden aan jonge vakmensen voor de scheepvaart, machine-onderhoud en gehandicaptenzorg. Hun strategie om deze mensen in hun onderneming of instelling binnen te halen was scholing. Door veel energie te steken in opleidingen op de werkplek hoopten ze de jonge werknemers enthousiast te maken en hopelijk ook langer aan zich te binden.

Deze week sprak ik wéér enkele ondernemers over het arbeidsmarktprobleem, maar nu gaat het over bedrijven die van mensen af moeten vanwege de financiële crisis. Volgens deze ondernemers gaat het overigens slechts om een tijdelijk probleem. De mensen voor wie nu geen werk is, zijn binnen afzienbare tijd weer hard nodig. Vooral in de techniek en in de zorg, want daar blijft grote behoefte bestaan aan gekwalificeerde medewerkers.

Die handige technici in de metaalsector moeten dan ook vooral aan het werk blijven. Is het niet bij het noodlijdende Corus, dan toch wel bij de marine, die ook om dit soort vaklui zit te springen. Met extra opleidingen blijven zij dus gewoon aan het werk. Mooi trouwens dat er vaak extra gelegenheid is voor scholing, nu de productie in een aantal sectoren op een lager pitje staat.

Een mooie conclusie: wat de vragen ook zijn op het gebied van de arbeidsmarkt, het antwoord is altijd onderwijs.

donderdag 5 maart 2009

Anticrisisbericht: crisis, hoe zo?

In mijn mailbox zaten de afgelopen week twee enquetes van organisaties voor zelfstandig ondernemers en freelance journalisten. Beide enquetes waren bedoeld om een antwoord te krijgen op de vraag of zzp'ers dan wel zelfstandig werkende journalisten de klappen van de crisis incasseren. De vragen hadden een buitengewoon negatieve insteek. Of mijn tarieven al afgeknepen waren? Of ik tegen een lege orderportefeuille zat aan te kijken? Of ik onder (nóg) slechtere condities mijn werk moet doen om het hoofd nog enigszins boven water te houden?

Het kan natuurlijk zijn dat ik vrolijk rondvaar op een Titanic en de ijsbergen niet zie, die zich onder de waterspiegel verborgen houden. Want ik herken de veronderstellingen van de vragenstellers helemaal niet. Ik heb meer dan genoeg werk. En ik denk niet dat ik de enige ben, want op een bijeenkomst met veel andere zelfstandige journalisten hoorde ik eenzelfde geluiden. Sterker nog, er werd gezocht naar collega's die een overvloed aan werk konden overnemen.

Dezelfde journalistenorganisatie stuurde ook nog een enquete om te peilen of verslaggevers in 'moeilijke stadswijken' gehinderd dan wel geintimideerd worden bij hun werk. Ook daar waren namelijk signalen over, die de organisatie wat beter in kaart wilde brengen. Het was dezelfde negatieve insteek als de enquete over de crisis: de vragensteller ging er bij voorbaat al van uit dat het erg lastig is om je met notitieblokje of camera in een Prachtwijk te begeven. Gelukkig was er helemaal aan het eind van de vragenlijst nog een vakje open, waar ik kon melden dat ik in de Schilderswijk, Laak of Moerwijk nog nooit iets negatiefs heb meegemaakt.

Journalisten dienen toch te weten dat je met een bepaalde toonzetting de geënqueteerden al een bepaalde kant op stuurt. Dus als je volgende week de presentatie van onderzoeksresultaten hoort over de gevolgen van de crisis voor zzp'ers, dan zou ik die maar met een korrel zout nemen.

dinsdag 3 maart 2009

Cadeautjescollecte

Ik wil ook wel eens een keer iets goeds doen voor de maatschappij. De strijd vóór schone lucht en gezonde longen vind ik erg belangrijk. Dus toen ik onlangs opgebeld werd met de vraag of ik mee wilde helpen aan de collecte voor het Astmafonds, zei ik ja. De mevrouw aan de andere kant van de telefoonlijn reageerde wel héél erg verrast. Alsof ze wilde checken of ik het echt meende, vroeg ze waarom ik zo positief reageerde. Nou, daar maakte ik haar en het Astmafonds wel ver-schrik-ke-lijk blij mee. Later hoorde ik dat deze warme betrokken mevrouw helemaal geen medewerker van het Astmafonds was, maar gewoon een ingehuurde medewerkster van een telemarketingbureau.

En nu ga ik dus de collecte in een stukje van mijn wijk organiseren. Vandaag kreeg ik een mevrouw op bezoek - wél een vrijwilligster van het Astmafonds - die mij de gang van zaken eens haarfijn kwam uitleggen. Ik viel van de ene verbazing in de andere. Allereerst dropte de mevrouw een heel pretpakket op onze tafel met notitieblokjes, pennen, ballonnen en papieren vlinders, waarvan je mobiles kunt knutselen. Ik kreeg ook een stempelmachientje waar ik mijn eigen adresgegevens op kan laten zetten, zodat ik straks niet twaalf keer deze gegevens op de identiteitskaart van de collectant hoef te pennen. "Die kun je ook wel voor jezelf gebruiken hoor", zei de mevrouw heel aardig.

Geweldig circus om een paar bergjes munten in te zamelen
Ook de collectanten worden overstelpt met frutsels, kaarten, buttons voor eventueel meelopende kinderen en nog veel meer. Die mag ik straks allemaal uitdelen om ze te bedanken voor hun geweldige inzet. Toen ik dacht dat er wel genoeg promotiemateriaal en cadeautjes op tafel lagen, toverde de mevrouw ook nog een bestellijst tevoorschijn. Daarmee kon ze bij het Astmafonds ook nog posters en spandoeken regelen. Ook waren er kaartjes beschikbaar, die collectanten aan de goede gevers kunnen geven als bedankje. En witte plastic zakjes om alles in te doen, waarin je dan ook nog tips kunt stoppen wanneer de collectanten het beste langs de deuren kunnen gaan (zaterdagmorgen vóór 11.00 uur).

Daarna legde ze de hele procedure uit rond collectebussen, verzegelingen, identificatiepasjes en extra checks. Het begon mij te duizelen. Wat wordt er een geweldig circus op touw gezet om een paar bergjes euromunten in te zamelen. Dat mag inmiddels wel een hele berg zijn ter compensatie van al deze promotie- en inzamelingsactiviteiten.

En nu is het voor mij nog maar afwachten of het Astmafonds wel voldoende collectanten op de been kan brengen in mijn wijkje. Want die is het telemarketingbureau nog aan het zoeken. Maar ik vind het ook prima als jullie allemaal jullie jaarlijkse bijdrage gewoon direct storten op de rekening van het Astmafonds. Heb ik met deze oproep toch alvast iets goeds gedaan voor de zieke medemens.

maandag 10 november 2008

Alleen maar een armzalige klompendans

Met een groep kinderen uit alle windstreken van de wereld wilden we gaan dansen. De kinderen waren te beschroomd om de dans uit hun eigen cultuur te laten zien, maar dat ze die goed kenden werd wel duidelijk. Een Hindoestaans meisje maakte prachtige handgebaren en een Dominicaans meisje wist meteen drie salsadansen op te noemen.

Daar staken wij als Nederlandse begeleiders armoedig bij af. Wat zouden wij kunnen dansen om de schroom bij de kinderen te doorbreken? De klompendans? Die kennen we niet eens. De vogeltjesdans dan maar? Ook zoiets knulligs. Het werd uiteindelijk Hoofd, Schouders, Knie en Teen, dat enthousiaste bijval kreeg van de kinderen.

Als het gaat om Nederlandse liedjes ontstaat eveneens al gauw een armoedig gevoel. We hebben wel een rijk repertoire aan kinderliedjes, maar als er gevraagd wordt om een populaire meezinger voor volwassenen ten gehore te brengen, valt er een ongemakkelijke stilte. Tradities als dauwtrappen en luilak kennen we nog wel, maar we weten nauwelijks meer waar die tradities vandaan komen. En bij de vraag wat Allerzielen betekent, staat menigeen gewoon met de mond vol tanden.

Het Nederlands Centrum voor Volkscultuur heeft 2009 uitgeroepen tot het Jaar van de Tradities. Onze gewoonten en gebruiken die je van thuis uit hebt meegekregen, worden daarbij in het licht gezet. Hoog nodig volgens dit centrum, want in deze snel veranderende tijd en de groter wordende wereld raken onze eigen tradities gemakkelijk ondergesneeuwd. Maar niets is zo moeilijk als het bewaren van 'immaterieel erfgoed', zoals tradities. Door die gewoonten weer als waardevol te presenteren, blijven de mensen deze tradities ook wel gebruiken, is de achterliggende gedachte.

In een multiculturele samenleving is het eveneens belangrijk om kennis te hebben van de achtergronden van de tradities en rituelen van jezelf en van de ander. Het Nederlands Centrum voor Volkscultuur wil komend jaar ook de culturele diversiteit in Nederland zichtbaar maken. Marokkanen, Hindoestanen, Turken en alle andere groepen van allochtone afkomst koesteren namelijk hun gerechten, muziek, feesten en gewoonten uit hun land. Misschien juist wel omdat ze migranten zijn en behoefte hebben aan een band met het land waar ze hun wortels hebben.

Ondertussen zijn er steeds meer exotische tradities en gebruiken uit andere landen, die in ons eigen land gretig aftrek vinden. Bij de snoepwinkel zijn Pinata’s te koop: bonte poppen uit Mexico met snoepjes en confetti, waar jarige kinderen tegenaan mogen slaan totdat ze uit elkaar spatten. In andere winkels vinden we Zuid-Amerikaanse gelukspoppetjes, die je onder je kleren dient te dragen. Het Amerikaanse Halloween is in Nederland in rap tempo helemaal ingeburgerd.

Maar hoe staat het met onze eigen tradities? Wie waren Jan Klaassen en Katrijn? Waarom staat er een bruidspaartje op de bruidstaart? Hoe maken wij een kuiltje jus? Welk traditioneel gerecht eten we op Oudejaarsavond? Leuk om morgen na de Sint Maarten-optocht eens over na te denken.

dinsdag 21 oktober 2008

Buitenleven


Als je magazines als Buitenleven, Living en al die andere landlevenglossy's doorbladert, denk je dat het platteland vol gestapeld staat met robuuste rieten manden, vuurkorven en dampend-verse appeltaarten. Het blijkt andersom te zijn: bewoners van het platteland denken nu ook dat het zo hoort. Ze draperen hun erf vol met pompoenen, omafietsen met rieten manden, melkbussen en nog veel meer ander nostalgisch spul of wat daarop lijkt.

We hadden zelfs even het idee dat heel Oost-Nederland overgeschakeld is op Ambachtelijk, Slow en Biologisch. Bij onze fietstocht in de omgeving van Ommen passeerden we afgelopen weekeinde de ene na de andere boerderij met verantwoorde scharrelkippen, oud-Hollandse fruitrassen en streekeigen honing.

Je kan op zo'n middag al je verse boodschappen bij elkaar scharrelen in het buitengebied: van duurzaam geproduceerd dikbilvlees tot zelfgeperste appelsap en huisgemaakte kruidenstooksels. En als je niet op voedselstrooptocht bent, kun je ook nog volop aan je trekken komen in de maisdoolhoven, kinderspeurtochten op het boerenerf, maneges en boerenkampeerplaatsen.

In de ommelanden troffen we zelfs een biologische wijngaard aan. De boerin plukte welwillend enkele overgebleven trosjes druiven om ons te laten proeven en liet in de voormalige stal de wijnvaten zien met de oogst van dit jaar. Bevangen door zoveel sympathieke huisvlijt kochten we een fles rode wijn uit het Vechtdal.

Misschien was het veelzeggend dat de boerin geen rechtstreeks antwoord gaf op onze vraag wat haar grote wijntrots was. Ze zei namelijk alleen maar dat de rode flessen goed verkocht werden. Ook de melding op het etiket dat de wijn enkele uren voor gebruik geopend moest worden, had een waarschuwing kunnen zijn. Maar ondanks die behandeling bleef de wijn een nasmaak van veevoer geven.

De volgende dag brachten we een bezoek aan attractiepark Slagharen. Een park vol kauwende mensen, die zich vreugdeloos tegoed doen aan patat, hot dogs, hamburgers, suikerspinnen en ander krachtvoer. "Ha, er zit meer mayonaise in deze zak dan patat", riep een vrouw. Dat het geen authentieke Slagharen-slow-mayonaise was, deed er niet zoveel toe.






vrijdag 17 oktober 2008

Hapklaar afval

Uit 200 oude mobieltjes kan genoeg goud voor een complete trouwring worden gehaald, las ik ooit ergens. Zo'n uitspraak spreekt meer tot de verbeelding dan een verhaal over een grote afvalhoop van telefoontoestelletjes, die door hun gebruikers zijn afgedankt.

Het goud uit een mobieltje klinkt namelijk als een toetsbare uitspraak, mits ik goud zou kunnen omsmelten natuurlijk. Hoe meer je het idee hebt dat je het zelf kunt uitproberen, hoe geloofwaardiger de boodschap, stellen Dan en Chip Heath in hun boek De Plakfactor. Toegankelijke statistiek is daar een sterk middel voor.

Overtuigende details zijn ook goed, zoals in het volgende voorbeeld. Je zou misschien denken dat Tweede Kamerleden geoefende sprekers zijn, die absoluut niet bang zijn om de minister de oren te wassen. De zwarte plekken aan de randen van het spreekgestoelte in de Tweede Kamer spreken andere taal. De vlekken zijn het gevolg van angstzweet.

In onze samenleving worden veel discussies overheerst door emotie, vooral als het over veiligheid gaat. De kans op overstromingen is zo'n discussie, net zoals terroristische aanslagen en de kredietcrisis. In zo'n sfeer kom je als bestuurder of communicatiedeskundige niet ver als je alleen geruststellende woorden spreekt. Uitspraken als 'Het valt wel mee' en - nog erger - 'Ga rustig slapen' - werken in een emotionele sfeer als olie op het vuur.

Hoe moet het dan wel? Voor bestuurders is het beter om simpelweg de feiten voor het voetlicht te brengen, zeker als je de reële kans op gevaar als een hapklaar en behapbaar verhaal kunt presenteren. Met een detail, een treffende vergelijking of in een aansprekend symbool.

De mensen achter het nieuwe bedrijf Atoomstroom weten daar uitgekiend mee om te gaan. Dwars tegen de heersende publieke opinie in, die kernenergie taboe heeft verklaard, promoten zij atoomstroom uit Nederland en omliggende landen onbekommerd als het voordelige en klimaatvriendelijke alternatief.

Opmerkelijk is hun manier om het belangrijkste argument van de tegenstanders van kernenergie te tackelen, namelijk het afvalprobleem. Iedere nieuwe klant krijgt als cadeautje een piepklein vaatje kernafval, nagemaakt van plastic, dat te gebruiken is als sleutelhanger. Het formaat van het minivaatje laat de hoeveelheid kernafval per huishouden zien. Uit communicatieoogpunt een knappe zet.

dinsdag 14 oktober 2008

Het virus

Mag jij nog steeds niet een dagje thuiswerken van je baas? Zulke werkgevers bestaan inderdaad nog. Ze piepen en kreunen over de beveiliging van het computernetwerk en over virussen die de kantoorbestanden gaan besmetten.

Wacht maar totdat het grote griepvirus toeslaat. Eens in de tien tot vijftig jaar breekt die los. Echt los, bedoel ik. Een grieppandemie, die wereldwijd voor ontwrichting van de samenleving zorgt.

De directie Crisisbeheersing van het ministerie van BZK bereidt zich hier serieus op voor, samen met andere overheden en instanties. Er zijn allerlei noodscenario's geschreven, virusremmers ingeslagen en tv-spotjes gemaakt om ons in tijden van crisis te informeren. Om die spotjes niet gedateerd te laten lijken, hebben de figuranten geen bril op en dragen zij tijdloze kleding. Dát de griepepidemie uitbreekt is geen vraag meer, maar wanneer nog wel.

Zelfs de Nederlandse Bank bemoeit zich ermee, want het griepvirus kan ervoor zorgen dat de economie in elkaar zakt. Wereldwijd. Als die tenminste niet al plat ligt door een eerder voorbijkomend kredietcrisisje.

Dikke kans dat de Grote Griep dankzij de betere gezondheidszorg niet zoveel slachtoffers vergt als destijds de Spaanse Griep deed. Die eiste in 1918-1919 naar schatting 20 tot 40 miljoen slachtoffers. Veel meer doden dan tijdens de Eerste Wereldoorlog die net was afgelopen. Maar wel komen er massaal ziekmeldingen binnen bij organisaties. Bij een grieppandemie wordt gemiddeld dertig procent van de bevolking ziek. Ook op jouw IT-afdeling is éénderde van de medewerkers geveld.

Op dat moment moet het nog niet zieke deel van de bevolking massaal thuis gaan werken, staat in de noodscenario's. Zij zijn essentieel om de rest van onze samenleving draaiende te houden en nog grotere chaos te voorkomen. Vooral woonwerkverkeer via het openbaar vervoer moet vanwege de grote besmettingskans absoluut vermeden worden. Voor zover er al bussen en trams rijden natuurlijk, want de chauffeurs zijn ook massaal ziek.

De gevolgen van een pandemie zijn eigenlijk niet te bevatten. En dan gaat het alleen nog maar om een aanval van griepvirus, die na een weekje of acht weer voorbij gedreven is. Je kunt er nauwelijks iets aan doen. Behalve dan dat je die thuiswerkplek alvast kunt regelen, natuurlijk.

dinsdag 9 september 2008

Bellen met je gemeente

Je loopt naar je werk en je ziet dat een verkeerslicht niet werkt. Dan wil je toch meteen de gemeente bellen?

Omdat niet iedereen dat telefoonnummer paraat heeft, hebben de Rijksoverheid en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten bedacht dat alle gemeenten een nieuw nummer krijgen: 14 met het netnummer van de betreffende gemeente erachter. Wie het 14plusnetnummer belt, komt meteen terecht bij het klantcontactcentrum, dat antwoord weet op al je vragen. Geweldige operatie, waar we via een grootscheepse communicatiecampagne nog veel van gaan horen.

Briljant idee?

De praktijktoets bij één van de gemeenten die al met het nieuwe nummer werkt. Ik wil een contactpersoon spreken bij de gemeente Pijnacker-Nootdorp die mij wat nadere informatie kan geven over een project, waarover ik schrijf.

Ik toets 14015 in.
Antwoordapparaat: Wilt u de gemeente Delft? Toets 1.
Wilt u de gemeente Pijnacker-Nootdorp? Toets dan een 2.
Ik toets een 2.
Mevrouw 1: "Met de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Waarmee kan ik u van dienst zijn?
Ik ben op zoek naar de heer Kees de Groot."
(…)
"Kees de Groot is niet aanwezig. Mag ik uw nummer noteren, dan belt hij terug.
"Kan ik hem ook zelf terugbellen?"
"Nee, wij mogen geen nummers doorgeven van onze medewerkers."

Niets meer gehoord van meneer De Groot, dus ik bel weer naar de gemeente.
Mevrouw 2: "Met de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Waarmee kan ik u van dienst zijn?"
"Kunt u mij doorverbinden met Kees de Groot?"
Mevrouw 2 schakelt door.
Meneer 1: Met Piet Jonkers.
"Ik ben op zoek naar Kees de Groot."
Meneer 2: "Die ken ik niet. Maar ik zal u even doorverbinden met een collega."
Piet schakelt door.
Meneer 2: "Met Ad Fransen. U zoekt Kees de Groot? Dan moet u een ander nummer bellen. Wacht, ik geef het nummer even."
Ik bel het directe nummer.
Meneer 3: "Met Chris Koenders, toestel Frank van de Meer."
"O, ik dacht Kees de Groot hier aan te treffen."
Meneer 3: "Kees werkt niet bij ons, maar we huren hem af en toe wel in voor een klus. Ik zal eens even kijken of ik zijn nummer kan vinden. Nee, dat lukt niet. Ik bel u hier later over terug."

Niets meer gehoord van de gemeente. Ik vind zelf het telefoonnummer van Kees op internet en krijg hem direct aan de telefoon.

"Als de eerste die de telefoon opneemt uw vraag niet kan beantwoorden, dan hebt u met bureaucratie te maken."
- Lyndon B. Johnson, Amerikaans president

(Persoonsnamen in dit stukje zijn gefingeerd)


donderdag 4 september 2008

Babybewaking

Gewaagd: zónder zwemmouwtjes

Babyfoons zijn al lang niet meer bedoeld om te waarschuwen voor babygehuil als je een uurtje bij de buren zit. De huidige generatie babyfoons waakt dag en nacht over baby's welzijn. Zo geeft het apparaatje actuele informatie door over de temperatuur van de babykamer en laat - óók in het donker - op het beeldscherm zien of baby echt wel slaapt.

Ik wist niet wat ik zag, toen ik laatst bij ouders met een pasgeboren kindje zo'n afstandsbediening voor de babykamer in de smiezen kreeg. Maar het bleek nog niks, want de kinderbewaakindustrie doet nog veel meer voor bange ouders. Want wie niet vertrouwt dat babylief nog wel ademt, kan ook nog matten met sensoren in het wiegje leggen. Als deze supergevoelige mat 20 seconden lang geen beweging of ademhaling detecteert, gaat het alarm af. Je kunt er trouwens ook voor kiezen bij elke ademhaling een zachte tik te horen door de babyfoon.

Ik benijd jonge ouders niet, want door al deze apparatuur worden ze haast gedwongen 24 uur in de waakstand te staan. En dat is nog maar het begin. Want bij een opgroeiende peuter dient zich weer een wereld vol gevaren aan, die bestreden moet worden met deurstoppers, wc-potklemmen, fornuisrekjes en stopcontactbeveiligers. Nog even en zelfs klimbomen worden voorzien van hekjes en vangnetten.

Wat lijken de jaren zeventig lang geleden. Toen mochten we nog gewoon zonder autogordel op de achterbank zitten en reden we zonder fietshelmpje zomaar over straat. We wandelden zónder begeleiding tien minuten naar school en glibberden onderweg over de gemorste benzineplassen bij het garagebedrijf. We kochten volop zuurtjes bij het sigarenwinkeltje en aten meerdere dagen achter elkaar géén fruit. Later dronken we onze eerste glazen bier op het schoolfeest en we gingen tóch niet over tot comazuipen. En het is allemaal best goedgekomen.

vrijdag 11 juli 2008

Nieuwsgierige ambtenaren

Raadsels, thrillers of quizzen zijn geliefd. Iets niet weten, met het uitzicht het wel te weten is namelijk een prettige ervaring. Mensen stellen zich daarom graag vrijwillig bloot aan situaties waarbij ze direct of indirect op een gemis aan kennis of ervaring worden gewezen, stelt merkenspecialist Roland van der Vorst in het boek Nieuwsgierigheid.

Mysterieën en geheimen prikkelen mensen om het raadsel op te lossen en vormen dus een krachtig middel om mensen betrokken te maken. Het feit dat ieder mens nieuwsgierig (te maken) is, wordt dan ook gretig uitgebuit door schrijvers, kunstenaars, reclamemakers en alle andere professionals, die hun publiek of consumenten willen verleiden.

Ik ben nieuwsgierig of overheidsinstanties wel voldoende rekening houden met dit soort psychologische aspecten van de menselijke nieuwsgierigheid. Belastingdienst, UWV, Informatiseringsbank, gemeenten en tal van andere instanties koppelen al hun databanken aan elkaar. Zes miljoen mensen maken al gebruik van DigiD, een vast nummer dat uniek is voor elke inwoner van Nederland. Dat heeft voordelen - de burger hoeft niet meer voortdurend al zijn gegevens op te lepelen - maar zorgt er ook voor dat nieuwsgierigen die niets met onze persoonlijke gegevens te maken hebben, geweldig geprikkeld raken door al die mogelijkheden om kennis te vergaren.

Om onze privacy te waarborgen, is het de bedoeling dat ambtenaren alleen die gegevens kunnen inzien die voor hun taak van belang zijn. Maar ja, een garantie is dat niet. Als je de mogelijkheid hebt om de inkomensgegevens van je buurman na te zoeken, dan kan dat vaak gewoon. Het hoort niet, maar het gebeurt wel. Net zoals honderden politieagenten in 2005 via hun interne systeem de gegevens van voetballer Robin van Persie opzochten, toen deze verdacht werd van een verkrachting.

Hoe méér je al weet over een bepaald onderwerp, hoe nieuwsgieriger je bent om de rest van het plaatje ook te weten te komen. Wie twee ministers uit het kabinet kent, is weinig nieuwsgierig naar de overige veertien. Ken je er al veertien, is de kans juist groot dat je de overige twee namen ook te weten wilt komen. Dus juist als je van je buurman al het nodige weet, ben je geprikkeld om ook de resterende informatie op te zoeken. Naar de persoon verderop in de straat die je alleen van gezicht kent, ben je veel minder nieuwsgierig.

Wie ongeoorloofde nieuwsgierigheid wil voorkomen, moet dus vooral zorgen dat we niet te veel weten van elkaar. Maar ja, dat heeft weer andere nadelen.

zondag 6 juli 2008

Laat je stokpaardjes varen


Een hotelbed in een slooppand? Op het eerste oog een raar initiatief, maar in de Haagse wijk Transvaal wisten ze er iets moois van te maken.

In deze wijk moesten 3000 sociale huurwoningen tegen de vlakte. Dat zou jarenlang dichtgetimmerde ramen en braakliggende veldjes betekenen. Iemand kwam op het idee om het idee van 'Verblijf in de tussentijd' letterlijk uit te werken. In slooppanden en in nog niet verkochte nieuwbouwwoningen richtten winkeliers en kunstenaars bijzondere hotelkamers in. Ondernemers in de wijk verzorgen nu het ontbijt, de lunch, het diner en verschillende klussen van het hotel. De gast ontvangt bij de receptie een plattegrond zodat hij zelf de weg kan vinden naar de Turkse bakker, kapper, internetcafé of restaurant. Doordat de kamers van Hotel Transvaal niet gehuisvest zijn in één gebouw maar verspreid liggen over de hele wijk, krijgt de hele wijk de status van hotel.

Doorbraken
Milieujongens die het aanleggen met projectontwikkelaars, ambtenaren die onder zeer gevoelig politiek gesternte tot doorbraken weten te komen en eigenwijze projectleiders die dwars door de bedrijfshiërarchie breken om een taai probleem op te lossen. De afgelopen weken heb ik veel met dit soort mensen gesproken, die net als in Transvaal tot bijzondere vernieuwingen kwamen. Ze moesten vaak inventief door de eigen bedrijfscultuur laveren en hun eigen stokpaardjes laten staan. Bovenal moesten zij daarvoor samenwerken met andere organisaties, die totaal andere belangen hadden.

Rode draad bij al deze verhalen was de verbeelding, die aan de macht kwam. Eerst samen dromen over het toekomstperspectief en daarbij ontdekken dat je het over 90 procent wel eens bent, ook al zit je met zeer uiteenlopende belangenbehartigers aan tafel. Blindstaren op tekortkomingen zit ons blijkbaar in het bloed, terwijl je met een focus op wat wél kan zoveel meer mogelijkheden hebt.

Verder dromen
Bij die verbeelding werden letterlijk veel beelden uit de kast gehaald. Dia’s, mooie boekjes met veel foto’s, films met prachtige muziek: alle visuele middelen werden ingezet. Woorden bereiken mensen in hun hoofd, beelden treffen in het hart. Ook bij de uitwerking van de plannen werd weer volop ruimte gegeven aan verbeelding. Met inspiratiebijeenkomsten, prettige lunches en informele gesprekjes konden de betrokkenen verder dromen. Als het proces toch een beetje dreigde in te zakken, kwam een inspirator van buiten een vlammend betoog houden en werd er weer naar films en foto’s gekeken. Zodat iedereen weer precies wist waar ze het voor deden.

“We moeten af van de houding kan niet, mag niet, te ingewikkeld”, zegt Stadslente, een organisatie die op het gebied van stedelijke ontwikkeling professionals wil aansporen tot creativiteit en onorthodoxe maatregelen. “Verbeeld de mooie, leuke en spannende kanten van de stad in plaats van de problemen.” En dat is precies waar het om draait.

Tegenwind
Bijna alle samenwerkingsprojecten hebben op cruciale momenten ook te maken met tegenwind. De politiek draait 180 graden van inzicht, er komen lijken uit de kast of de geldkraan gaat dicht. Dan blijkt dat er extra veel creativiteit nodig is om het project toch overeind te houden. Bij een van de projecten die in het water dreigde te vallen door hevige maatschappelijke kritiek, werd een groep journalisten uitgenodigd om de meningen van de diverse hoofdrolspelers te horen over de gerezen obstakels. Op een bootje – zo kon niemand weg.

Een verblijf op het water biedt veel gelegenheid tot blikverruiming, nog los van het feit dat al varend iedereen in een welwillende stemming raakt. En dan zetten ook de meest verstokte critici hun stokpaardjes overboord.

dinsdag 29 april 2008

Landjepik


De striphelden Fokke en Sukke deden deze week in nrc next op hun eigen manier mee aan de vrijmarkt op Koninginnedag. Op maandag zaten zij al als 'anti-kraakwachten' op een kleedje.

Ook hier thuis heeft de kwestie 'hoe krijgen we een plekje' een dringend karakter gekregen. Vorig jaar bleek het spel om een mooi plaatsje plotsklaps hard gespeeld te worden. Buren vroegen bij elkaar na hoe vroeg ze hun spullen zouden gaan klaarzetten en gingen zekerheidshalve een uur eerder dan het genoemde tijdstip. Om zes uur 's ochtends bleek de stoep vrijwel volledig bezet te zijn. Handelaren van buiten de wijk hadden zelfs 's nachts op het trottoir gekampeerd.

De grimmige strijd die zich dit jaar aftekent, staat in geen verhouding tot het kinderfestijn, dat de vrijmarkt zou moeten zijn. Maar er is geen houden aan. Gisteren begonnen de eerste kinderen hun plekje af te tekenen met stoepkrijt. Jasper volgde vandaag dat voorbeeld. 'Hier niet lopen, want hier komen op Koninginnedag bloemetjes uit' heeft hij op de stoep geschreven, alsof het een net ingezaaid bloembed betreft. Daarbij heeft hij wat schattige stelen zónder bloem getekend.

Anderen zetten zwaarder geschut in. Vanavond ontdekten we dat de rest van het trottoir vrijwel geheel afgeplakt of anderszins gemarkeerd is met vlaggen en hekken. Op strategische plekken zijn marktkramen en partytenten opgesteld. Verderop staan auto's in dubbele rijen geparkeerd. Precies voor Jaspers afgebakende plekje staat bovendien een grote stationwagen, waarin een mevrouw op wacht zit. Ze blijft vannacht op haar post en biedt genereus aan ook Jaspers plekje in de gaten te houden.

Vermoedelijk is ook deze mevrouw een handelaarster, die zich mengt in de kindermarkt. Deze keer hebben we haar aanbod aangenomen, maar het voelt als heulen met de vijand. En nu maar hopen dat deze mevrouw vannacht bij het landjepik haar mannetje staat.

woensdag 2 april 2008

Taalverzinsels: kwaliteitsmedewerkers en trotsmappen

"Wat ben jij nou aan het doen", hoorde ik een winkelmedewerkster van Albert Heijn vol verbazing tegen haar collega in het andere winkelpad zeggen. "Daar hebben we onze kwaliteitsmedewerker toch voor?"

Wat zou hij aan het doen zijn, vroeg ik me nieuwsgierig af. De winkel nog mooier inrichten? Slimme innovaties doorvoeren? Niets van dat alles. De man zat op een knullig minikarretje, waarmee de vloer schoongewreven kon worden. De kwaliteitsmedewerker had niet bepaald de hoogste status in de Albert Heijn-hiërarchie, zo bleek uit de reactie van één van de vakkenvullers. "Ik vind alles best, als ik maar niet op dat karretje hoef."

De benaming van kwaliteitsmedewerker voor de schoonmaker, hoe verzin je het. Als een organisatie iets overdreven positief benoemt, verlang ik onmiddellijk naar Koot en Bie. Die zouden meteen de luchtballon leegprikken en er een andere twist aan geven.

Zo wil ik dolgraag weten hoe Koot en Bie omgaan met leerlingen die een Trotsmap aanleggen (een soort portfolio) of de TOP-klas volgen. Dit zijn geen übertalentjes, maar kinderen die vanwege hun taalachterstand bijgespijkerd worden. Natuurlijk is het TOP (met verplichte hoofdletters) dat deze kinderen gemotiveerd zijn om extra aan hun woordenschat te werken, maar laten we nou niet doen alsof dit de bloem der natie is.

En wat zouden zij doen met het kinderopvangcentrum dat volgens het pedagogisch beleidsplan 'de eetmomenten tot een dagelijks feest maakt'. Ja, ja. Ik zie al voor me hoe de leidsters eindeloos positief en feestelijk bij de peuters de broodkorstjes naar binnen praten.

Of een grote pensioenverzekeraar, waar medewerkers werken aan hun 'persoonlijke groeiplan'. Daarin moet de medewerker verplicht zelf drie ontwikkelpunten benoemen, evenals de uitwerking van een competentie die de organisatie aangewezen heeft voor iedere functiegroep. Groeien en ontwikkelen is namelijk héél fijn en de medewerkers zijn de belangrijkste ‘tool’ in de financiële dienstverlening. Brrr. Ik ben altijd heel blij dat ik niet bij zo’n organisatie werk als ik dit soort HRM-kreten hoor.

Over de thuiszorg die hun cliënten alle zorgjes betuttelend uit handen nemen, hadden Koot en Bie al eens een mooie persiflage. Tegen de drammerige thuiszorgwerkster schamperde Koot: ‘Maar ik wíl helemaal geen Thuiszorg. Ik wil Thuis Zorgeloos.’

zondag 9 maart 2008

Latifa's spellingchecker

Haar truitje, haar strokenrok en haar hoofddoekje zijn allemaal roze. Maar nee, roze is toch niet haar lievelingskleur. Haar voorkeuren gaan uit naar groen en blauw.

De 11-jarige Latifa weet wat ze wil: later wordt ze schrijfster. Fantasieverhalen bedenken is haar hobby, zoals laatst over toverkollen. Lezen doet ze ook graag, want daar haalt ze ideetjes vandaan. Begrijpend lezen gaat prima op school, vertelt ze. Maar schrijven is wel moeilijk, want ze is dyslectisch.

Vandaag was ze met een dertigtal andere kinderen te gast op de redactie van de Haagse Courant, waar ze stukjes voor een krant gingen schrijven. Ze kregen begeleiding van echte journalisten, die hen leerden over het verschil tussen een interviewverhaal en een verslagje, over intro's en fotobijschriften. Ik was ook één van deze begeleiders.

Latifa is deelneemster aan de Weekendschool, waar gemotiveerde kinderen uit achterstandswijken drie jaar lang op zondag aanvullend onderwijs krijgen. Maar Latifa vindt de Weekendschool geen 'zesde schooldag'. Op school moet je de hele dag op een stoel zitten, hier ga je lekker van alles doen. Zo is het groepje kinderen onlangs naar Scheveningen geweest, waar ze in het gezelschap van een echte fotograaf de sprookjesbeelden bezocht hebben. Ter voorbereiding op de krantendag van vandaag hebben ze daar de mevrouw van het museum Beelden aan Zee geïnterviewd. Die wist te vertellen dat een beeld wel 20.000 euro kost. Dat vindt ze echt verschrikkelijk veel geld.

Als ze op de stoel achter het beeldscherm geklommen is, wil Latifa allereerst weten of er wel een spellingchecker op de computer zit. Ze is immers dyslectisch, herhaalt ze nog maar eens. Bij ieder woord roept ze de computerhulp in. Woorden als 'interview', 'museum' maar ook 'zegt' geven haar hopeloze spellingsproblemen. En dat zijn dan nog maar de eerste drie woorden van haar hele tekst.

Op de terugweg vraagt ze of het wat wordt, die schrijversloopbaan van haar. Moeten schrijvers zelf goed kunnen spellen? Ik antwoord dat op een krantenredactie ieder zijn eigen talenten heeft en dat er ook eindredacteuren zijn, die alle stukjes voor publicatie nog eens nalezen. Die kunnen héél goed spellen. En ja, er is er altijd wel een eindredacteur aanwezig, want er komt niets in de krant te staan, voordat hij of zij er naar gekeken heeft.

Het stelt haar niet helemaal gerust. Modeontwerpster lijkt haar ook wel wat.

donderdag 14 februari 2008

Ubuntu en zwakke schakels


Ubuntu betekent: ik ben, dankzij jou. Deze Oost- en Zuid-Afrikaanse filosofie gaat er vanuit dat je niet in je eentje mens kunt zijn. Verbindingen met de anderen staan centraal. Helemaal van deze tijd, nu sociale netwerken als Hyves en LinkedIn zo populair zijn.

En ook helemaal 'Web 2.0 ' waarbij het iedereen vrij staat om mee te werken aan internettools. Niet voor niets heeft het open besturingssysteem van Linux de naam Ubuntu gekregen.

Ik hoor soms neerbuigende geluiden over mensen die op Hyves of LinkedIn mensen verzamelen 'alsof het postzegels zijn'. Op het eerste gezicht lijkt het inderdaad een vrij zinloze hobby, vooral gericht om anderen te laten zien hoeveel interessante mensen je kent. Hoe meer connecties, hoe interessanter jij zelf kennelijk bent. Ik hyve, dus ik ben.

Toch zijn 'vage kennissen' belangrijk. Malcolm Gladwell heeft in zijn boek De beslissende factor' uit de doeken gedaan dat juist deze 'zwakke schakels' een doorslaggevende rol vervullen in goede netwerken. Je vrienden en familie leven al in dezelfde wereld als jij, maar je kennissen daarentegen staan half in een heel andere wereld. Zij hebben daarom toegang tot nieuwe informatie en personen.

Mensen met veel vage kennissen blijken een doorslaggevende rol te vervullen bij het razendsnel verspreiden van nieuwe trends en innovaties. Alsof het virussen zijn, of dat nu de 'crocs-schoenen' zijn of het Sonja Bakker-dieet. Bij LinkedIn zijn dit soort superlijmers noodzakelijk om het netwerk echt iets te laten opleveren, betoogt online-recruiter Jacco Valkenburg.

Maar dient een sociaal netwerk direct praktisch nut op te leveren? Alleen al het opnieuw in contact komen met schoolgenoten, ex-collega's en andere bekenden geeft een goed gevoel.

Oude verbindingen leggen en onderhouden, dat lijkt me heel ubuntu.

Ik heb een beter idee II


Een woningcorporatie zocht naar een manier om zijn huurders in de Krachtwijk wat meer bij de buurt te betrekken. Hoe meer bewoners zich inzetten voor hun eigen woonomgeving, hoe beter dat is voor de leefbaarheid. Vandaar dat een corporatie een genoeglijke bijeenkomst organiseerde, waarbij bewoners zelf hun ideeën konden inleveren voor een mooiere, schonere en veiliger buurt.

Zowaar, er kwamen veel mensen op de bijeenkomst af, die tientallen ideeën inleverden. Ze wilden hun straat opvrolijken met bloembakken, die ze zelf zouden verzorgen. En ze wilden een ontmoetingspunt in de buurt voor koffiebijeenkomsten, computerlessen en naaiuurtjes. Want die wijk, die was helemaal zo beroerd nog niet, vertelden enkele actieve bewoners. Samen zorgde een groep mannen ervoor dat een paar keer per jaar de straat schoongeveegd werd. Zelfs notoire rotzooischoppers waren er trots op dat 'hun' straat er altijd beter bij lag dan de omliggende straten.

De corporatie regelde dat een van de huurwoningen geschikt gemaakt werd als ontmoetingsruimte. De bewoners waren blij. Eindelijk werd er eens echt wat met de voorstellen gedaan!

Maar de wethouder kreeg lucht van de nieuwe ontmoetingsruimte en ging zich ermee bemoeien. Hij zocht in deze Krachtwijk nog naar een ruimte om allochtone vrouwen te emanciperen. Niks geen algemeen toegankelijke ruimte voor de buurt, het moest een activiteitenplek worden voor niet-westerse meisjes en vrouwen.

Zo helpt het ene idee het andere om zeep.