Posts tonen met het label taalverzinsels. Alle posts tonen
Posts tonen met het label taalverzinsels. Alle posts tonen

donderdag 26 november 2009

Doensdag en Wonderdag

Een doodgewone woensdagochtend aan de ontbijttafel. "Mama", zegt zoon Niels (9) ineens. "Als we de woensdag nou doensdag noemen, kan de donderdag wonderdag heten."

Ik vond het een prachtige vondst, die de hele dag bleef hangen. In de loop van deze woensdag zette ik de uitspraak van Niels op twitter. Dat heb ik geweten. De tweet werd vele malen geretweet en kwam daardoor vele lezers onder ogen. Diverse twitteraars schreven er een commentaar bij. 'Briljant!' 'Doen we!' 'Wat ga jij doen op Donderdag Wonderdag?'

Diverse twitteraars raakten geïnspireerd en trokken de lijn door naar de overige dagen van de week. Zo ontstonden Wijdag, Flaterdag, Brondag, Zaaidag, en Vinddag. Of Blijdag, Haterdag, Ondag, Gaandag en Winstdag. De mogelijkheden zijn eindeloos.

Daarna werd het even stil. Totdat ik een adviseur van een innovatieorganisatie aan de telefoon kreeg. Hij wil heel graag het woord Doensdag gebruiken voor een activiteit, waarbij de handen uit de mouwen moeten. Dat vindt Niels een mooie bestemming. En ik ook.

Doensdag is dus onder de pannen. Nu nog een mooi onderkomen voor Wonderdag!

"Er zijn twee manieren om je leven te leiden. Alsof niets een wonder is of dat alles een wonder is."
- Albert Einstein

Verder lezen over taalvondsten:



Share/Save/Bookmark

zondag 30 augustus 2009

Nieuwe oogst snoepwoorden

Soms lees je een prachtig woord, dat aanleiding geeft om er wat langer op te sabbelen.

Woorden kunnen je treffen, omdat ze zo beeldend zijn. Omdat ze precies uitdrukken wat er bedoeld wordt. Of omdat ze zo verrassend zijn, dat ze gemakkelijk in je geheugen blijven hangen. Zulke woorden noem ik snoepwoorden. Vaak geven ze aanleiding tot een nieuwe reeks beelden en associaties.

Zo'n woord is kadodochter. Uit de context van het stukje waarin ik dit woord tegenkwam, begrijp ik dat het gaat om een meisje dat gewoonlijk stiefdochter genoemd zou worden. Kadodochter is een stuk vriendelijker en warmer en verdient het wat mij betreft om op grotere schaal ingevoerd te worden.

Verder lees ik de laatste tijd veel zelfbedachte woorden waarin ondernemers hun diensten optimaal proberen te vangen. Inspiratieadviseur en sociaal architect bijvoorbeeld. Of bedrijfsverloskundige. Achter de laatste term gaat Guido Thys schuil, die organisaties helpt 'waarde ter wereld te brengen': waarde voor hun klanten en waarden voor zichzelf. Origineel bedacht, maar op het randje van potsierlijkheid.

Dan liever de zzp'ers die niet zo tevreden zijn met deze zakelijke afkorting en een alternatieve term bedacht hebben: de HIP oftewel de Happy Independent Professional. Iets te geforceerd positief vrees ik om brede weerklank te vinden. Maar wel mooi gevonden!



Nog meer taalverhalen:

Share/Save/Bookmark

woensdag 2 april 2008

Taalverzinsels: kwaliteitsmedewerkers en trotsmappen

"Wat ben jij nou aan het doen", hoorde ik een winkelmedewerkster van Albert Heijn vol verbazing tegen haar collega in het andere winkelpad zeggen. "Daar hebben we onze kwaliteitsmedewerker toch voor?"

Wat zou hij aan het doen zijn, vroeg ik me nieuwsgierig af. De winkel nog mooier inrichten? Slimme innovaties doorvoeren? Niets van dat alles. De man zat op een knullig minikarretje, waarmee de vloer schoongewreven kon worden. De kwaliteitsmedewerker had niet bepaald de hoogste status in de Albert Heijn-hiërarchie, zo bleek uit de reactie van één van de vakkenvullers. "Ik vind alles best, als ik maar niet op dat karretje hoef."

De benaming van kwaliteitsmedewerker voor de schoonmaker, hoe verzin je het. Als een organisatie iets overdreven positief benoemt, verlang ik onmiddellijk naar Koot en Bie. Die zouden meteen de luchtballon leegprikken en er een andere twist aan geven.

Zo wil ik dolgraag weten hoe Koot en Bie omgaan met leerlingen die een Trotsmap aanleggen (een soort portfolio) of de TOP-klas volgen. Dit zijn geen übertalentjes, maar kinderen die vanwege hun taalachterstand bijgespijkerd worden. Natuurlijk is het TOP (met verplichte hoofdletters) dat deze kinderen gemotiveerd zijn om extra aan hun woordenschat te werken, maar laten we nou niet doen alsof dit de bloem der natie is.

En wat zouden zij doen met het kinderopvangcentrum dat volgens het pedagogisch beleidsplan 'de eetmomenten tot een dagelijks feest maakt'. Ja, ja. Ik zie al voor me hoe de leidsters eindeloos positief en feestelijk bij de peuters de broodkorstjes naar binnen praten.

Of een grote pensioenverzekeraar, waar medewerkers werken aan hun 'persoonlijke groeiplan'. Daarin moet de medewerker verplicht zelf drie ontwikkelpunten benoemen, evenals de uitwerking van een competentie die de organisatie aangewezen heeft voor iedere functiegroep. Groeien en ontwikkelen is namelijk héél fijn en de medewerkers zijn de belangrijkste ‘tool’ in de financiële dienstverlening. Brrr. Ik ben altijd heel blij dat ik niet bij zo’n organisatie werk als ik dit soort HRM-kreten hoor.

Over de thuiszorg die hun cliënten alle zorgjes betuttelend uit handen nemen, hadden Koot en Bie al eens een mooie persiflage. Tegen de drammerige thuiszorgwerkster schamperde Koot: ‘Maar ik wíl helemaal geen Thuiszorg. Ik wil Thuis Zorgeloos.’

dinsdag 28 augustus 2007

Buurtzuper

Ketenbeleid. Als ik dat woord hoor, dan denk ik aan een aantal organisaties die samenwerken in een keten (en daarvoor kennelijk iets beleidsmatigs bedacht hebben).

Maar het ketenbeleid van de gemeente Barneveld is heel wat anders: het gaat over de gemeentelijke eisen aan samenkomsten van jongeren in keten, caravans en schuren!

Wat creatief taalgebruik betreft valt er nog wel wat te leren van de jongeren die deze keten wekelijks bezoeken om zich ''in te drinken". De plattelandsjeugd noemt deze honken kiependarp, stamphok, zuipkeet, buurtzuper of tankstation. Die woorden laten in ieder geval aan duidelijkheid niets te wensen over.

Barneveld, gemeente van kippen- en drankhokken.