Posts tonen met het label Tuin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tuin. Alle posts tonen

zaterdag 11 juli 2009

Voedsel uit de stad


Voedselproductie is vrijwel helemaal uit de stad verdwenen. Kunstcentrum Stroom in Den Haag wil met de manifestatie Foodprint ons daar weer van bewust maken. Weer vissen in de Haagse beek? Of tuinieren op balkons?

De Riviervismarkt, de Kalverstraat, de Botermarkt en de Brouwersgracht: namen van straten en pleinen die ons eraan herinneren dat de aanwezigheid van voedsel op straat heel gewoon was. Nu liggen voedingswaren meestal kleingesneden en abstract verpakt in de supermarkt, buiten ons gezichtsveld in alle vroegte aangevoerd door vrachtwagens met roetfilters.

Met de kunstmanifestatie Foodprint wil kunstcentrum Stroom in Den Haag ons weer bewust maken van de invloed van voedsel op de cultuur, de inrichting en het functioneren van steden en van Den Haag in het bijzonder. Twee jaar lang zijn er allerlei manifestaties, educatieve programma's en activiteiten te beleven. Daarmee wil Stroom onder meer de discussie aanzwengelen over de relatie tussen voedsel van stadsbewoners en zijn producenten. De voedselproductie terug brengen naar de stad of ten minste zichtbaar maken kan het bewustzijn van de waarde van voedsel versterken, dat is het doel. Ook kan het een bijdrage leveren aan een groene, gezonde, leefbare en duurzame stad.

Stadsontwerpers zouden ook veel meer rekening moeten houden met het belang van lokale voedselproductie, vindt Carolyn Steel, schrijfster van het boek Hungry City. Zij beziet als architecte steden vanuit het perspectief van de voeding. Overvloedig aanbod van goedkoop voedsel in de stad lijkt vanzelfsprekend, maar Steel waarschuwt dat dit in de nabije toekomst wel eens zou kunnen veranderen. Het is daarom belangrijk dat architecten en stadsplanners in hun ontwerp van steden ook aandacht besteden aan plaatselijke voedselvoorziening.

Voedsel behoort tot onze eerste levensbehoeften, betoogt zij onder meer. Toch zijn er maar weinig mensen die het grote belang van de stedelijke voedselketen onder de ogen durven te zien. Er hoeven namelijk maar een paar kanalen uit te vallen en de hele voedselproductie stokt. Om onze eigen onafhankelijkheid van lange distributiekanalen te verminderen, zouden we onze voortuintjes om moeten toveren tot moestuintjes.

Een team van kunstenaars, ontwerpers, agrariërs en andere deskundigen gaat voor Foodprint de komende twee jaar de voedselvoorziening van Den Haag onder de loep nemen. Interessant om te vernemen wat daaruit komt. Enkele geopperde ideeën zijn een tilapiakwekerij op de Binckhorst en moestuinen in de Schilderswijk. Dus waarom ook geen groentetuinen op platte daken? Of fruitbomen in het Haagse Bos? Je eigen vis uit de Haagse Beek opvissen? Of weer koeien op de Koekamp neerzetten?

Voedsel dat je zelf plukt of bij elkaar scharrelt heeft op een of andere manier een bijzondere waarde. De oogst van aardbeien in de eigen achtertuin reken ik tot de kleine genoegens van het leven. Alsof ik - net als mijn agrarische voorvaderen - weer even zelfvoorzienend ben.

Toch is voedsel gewoon al direct verkrijgbaar in de stad. Onlangs waren we in een verborgen oude kloostertuin in het stadscentrum, waar ze peren zo voor het plukken hingen. Het Haagse Bos staat vol met brandnetels, paardebloem, zevenblad en andere eetbare planten.

Eten wat de stad schaft, dat kan dus al. In Leiden wijst Barbara stadsbewoners de weg op haar blog Wildplukker en op haar kaarten van Eetbaar Leiden op Google Maps. Daar geeft ze precies aan waar vlierbessen, tamme kastanjes en eetbare paddestoelen te vinden zijn. Direct je voedsel bij elkaar scharrelen in bebouwd gebied, je moet er vooral even oog voor hebben.


Verder lezen:

Stel je dit artikel op prijs? Abonneer je dan op de nieuwe webposts van Ideeënmaker. Kies linksboven jouw rss-feeder en je ontvangt bericht als ik weer een nieuw artikel geschreven heb.

Share/Save/Bookmark

donderdag 9 juli 2009

Het belang van plezier bij het gunnen van een opdracht

Natuurlijk is het belangrijk dat je leverancier kwaliteit levert en vakkundig is. Maar het draait bij het geven van een opdracht vooral om iets anders. Het belang van de plezierfactor.

Met een bevriende ondernemer stond ik vanmiddag te praten over de vraag waarom zzp'ers eigenlijk ingeschakeld worden. Bij hem was het begrip 'plezier' boven komen drijven als kenmerkende factor bij hemzelf en collega-zzp'ers: plezier in je werk en plezier in het samenwerken met andere zelfstandigen. Toch aarzelde hij om met dit begrip naar buiten te treden. Want plezier, is dat niet te vaag? Zitten opdrachtgevers daar eigenlijk wel op te wachten?

Ik dacht ineens terug aan enkele jaren geleden, toen we twee hoveniersbedrijven hadden uitgenodigd om een ontwerp te maken voor onze achtertuin. De eerste hovenier keek rond, gaf commentaar op de weelderige klimop die onze lijsterbesboom dreigde te smoren en meldde dat hij nog wel wat andere ideetjes had. Dat klonk ons wel goed in de oren.


Bonte verzameling bakstenen
De tweede hovenier zei helemaal niets over onze planten. Hij had alleen maar oog voor de drie muren, die ons stadstuintje omringen. Een onbekende metselaar heeft enkele tientallen jaren geleden een bonte verzameling tweedehands bakstenen op de kop getikt en daar muren van gemaakt. Er groeien nu stukken korstmos op en hier en daar een klein muurbloempje. De hovenier vond het prachtig en wist er allerlei verhalen over te vertellen. Zo wees hij ons op een laag rode stenen die karakteristiek zijn voor de woningen in een naburige wijk. "Als dit huis te koop zou staan, zou ik het direct kopen vanwege deze muur", verklaarde hij stellig.

Tja, die muur. Ikzelf had er mijn bedenkingen over. Een stuk met grijze en witte stenen valt nogal uit de toon bij de rest, die roodbruin van kleur zijn. Ook is er een rijtje stenen met rare witte verfvegen erop. Ik had bedacht dat daar maar een mooie klimplant tegenaan geplaatst moest worden. Maar daar wilde de hovenier helemaal niets van weten. "Nee, dat zou echt zonde zijn! Je moet er juist een plant bij zetten met witte vlekken op de bladeren, die het karakter van die muur benadrukt!"

Passie voor zijn vak
Het was een eigenwijze hovenier, maar wel iemand met enorme passie voor zijn vak. Hij had ook nog veel bijzondere ideeën voor planten, maar vooral met zijn enthousiasme over de muur stal hij mijn hart. Ja, een muur! Hij zou echt lol hebben om onze tuin een metamorfose te geven. En daar zouden wij ook weer van genieten. Zijn plezier, ons plezier. Niet moeilijk te raden dus met welke hovenier we uiteindelijk in zee zijn gegaan.

Verder lezen:
Het belang van persoonlijkheid en plezier

Stel je dit artikel op prijs? Abonneer je dan op de nieuwe webposts van Ideeënmaker. Kies linksboven jouw rss-feeder en je ontvangt bericht als ik weer een nieuw artikel geschreven heb.

Share/Save/Bookmark

zondag 17 augustus 2008

Voor altijd zomer


“De hemel weifelt tussen Constable en Turner” noteerde schrijver Erwin Mortier deze week in zijn Hollands Dagboek, vandaag gepubliceerd in het NRC. Een prachtige zin, die inderdaad helemaal de weersomstandigheden van de afgelopen week karakteriseerde.

Hoe beroerder het weer, hoe meer ik ga kookdromen. Ik krijg allerlei visioenen van zwoele zomeravonden, lange tafels met vrolijke mensen en de prachtigste gerechten. Cantaloupesoep met prosecco! Hartige pastei! Spaanse tomatentaart! En vooral ook de kruidenrisotto met aardbeien!

Terwijl in onze tuin de takken naar beneden kletterden door de stormwind, was de idylle van de eeuwige Provencaalse zomer deze week wel heel ver weg. Op zo’n moment vrees ik dat Nigella Lawson volledig gelijk heeft als ze schrijft dat de zomer vooral ‘een idee is, een herinnering, een hoopvolle projectie’. Maar juist daarom, schrijft ze in haar kookboek Voor altijd zomer, moet je vooral doorgaan met het bereiden van zomerse gerechten, omdat die wel altijd zonnige behaaglijkheid oproepen. Juist als buiten de wind om het huis giert, moet je zelf het luie gevoel bezorgen dat je alle tijd van de wereld hebt om onderuit te zakken en gezellig met vrienden te eten in lome stoelen.

Dus heb ik de afgelopen dagen heel wat kookboeken weer doorgebladerd en allerlei recepten de revue laten passeren. De kinderen werden aangestoken door mijn kookdrang en deden al even enthousiast mee. We hielden krijgsraad en gingen op strooptocht naar supermarkt en groentekraam om volop fruit, paprika’s, tomaten en verse munt in te slaan. Vervolgens stonden ze hun eigen pannenkoeken te bakken, aardbeienjam te koken en frambozenijsjes te fabriceren.

En toen werd het ineens toch mooi weer. Mijn zomerkookdromen verdwijnen dan als sneeuw voor de zon. De keuken in? Nee, ik blijf liever in de tuin. Maar toen konden we wel mooi die frambozenijsjes testen.

zaterdag 31 mei 2008

Pissebedsafari


Onze twee stadskinderen zijn echte natuurkinderen. Of misschien moet ik zeggen 'natuurravotkinderen'. Er bestaat voor hen niets leukers dan beestjes zoeken, hutten bouwen, sjouwen met stokken, graven en klussen in de tuin. De dierenliefde - óók voor kleine beestjes - gaat heel ver. Van Jasper mag ik zelfs niet de grassprietjes en ander 'onkruid' tussen de stenen van het terras peuteren, omdat ik daarmee aan dierenbroodroof doe.

Je zou zeggen dat ze hier in deze dichtbebouwde omgeving niet aan hun trekken komen, maar dat valt mee. Ze passen zich gewoon aan deze stenen biotoop aan, zeg maar. Zo gaat Niels op pissenbedsafari in onze tuin en leeft hij zich uit op het snoeien van de rozenstruik.

Jasper vindt het geweldig om natuurwandelingen te maken, gewapend met verrekijkertje, loep en opzoekboekjes voor insecten, waterdiertjes en ander klein spul. Vorige week liepen we twee uur lang langs parken en stukken duin in Den Haag en zagen daar met eigen ogen dat er in de naaste omgeving toch ook nog heel wat groen te beleven is.

De ultieme wens van Jasper is een stuk groen, waar hij een geheime hut kan bouwen. De wandeling heeft hij dan ook volledig besteed aan het speuren naar een geschikte plek voor dit project. Aan de hoeveelheid mooie plekken lag het niet, maar aan de drukke verkeerswegen die hij zou moeten kruisen om die plek te bereiken des te meer. Ecologische verbindingswegen zijn niet alleen nodig voor padden en dassen.

Uiteindelijk heeft hij toch een prachtplek gevonden. Niet midden in een bos, maar vlak om de hoek in een weinig bezochte groenstrook. Onder de voet van een flat kan hij al zijn dromen uitleven.

woensdag 23 april 2008

Ik droom van soep


Ik dacht dat ik een wereldreis wilde maken en ooit nog eens een buitenhuisje in Toscane wilde bewonen. Wat een vergissing.

Wat ik écht wil, zijn geliefde en anderszins fijne mensen om mij heen. Mensen leveren mij inspiratie op en gevoelens van verbondenheid. Met anderen wil ik het leven vieren. Dan ligt emigreren niet voor de hand, al ligt er op Bali een paradijsje klaar.

Ik heb eigenlijk ook geen materiële toekomstwensen. Geen bolide, geen boot, zelfs geen boerderijtje. Het enige waar ik nog wel van droom is een flinke tuin, waar ik bloemen, groenten en kruiden kan kweken. Waarmee ik eigenlijk terugkeer naar het paradijs van mijn kindertijd, toen ik ook niets liever deed dan zaaien, wieden en oogsten. Maar dat groene paradijs hoeft niet zover weg te liggen, heb ik me bedacht. Terwijl Italië de komende decennia langzaam uitdroogt, schep ik hier ergens in dit polderland mijn mediterrane kruidentuin met olijfbomen en oleander.

Daarmee is mijn droom eigenlijk veel simpeler dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Sterker nog, mijn droom valt vrijwel samen met het woord soep. Dat moet ik natuurlijk even uitleggen. Soep is het ideale warme, zachte comfortfood, maar ook het ultieme bindmiddel. Wat kook je als je een grote groep te eten wilt geven? Wat bied je iemand aan die troost nodig heeft? Juist.

Onze kinderen weten bijna niets heerlijkers te noemen dan de tomatensoep met balletjes van Oma. Ik droom ervan straks ook zo'n Oma te zijn, die altijd soep klaar heeft staan voor binnenvallende bezoekers. Met veel groenten en kruiden uit onze eigen tuin, uiteraard.

dinsdag 20 november 2007

Trends spotten volgens Bakas

Bij het voorspellen van trends is het voldoende dat je om je heen kijkt en nieuwe combinaties legt, zegt trendwatcher Adjiedj Bakas, schrijver van onder meer het boek De toekomst van God. Zo combineerde hij een onderzoek naar spiritualiteit met de gestegen verkoop van waxinelichtjes en voorspelde dat religie belangrijker zou worden.

Is het echt zo eenvoudig? Hoe weet je welke trend er bedacht is door verkopers/marketeers en welke trend voortkomt uit wat groepen mensen ineens zelf willen? Met andere woorden: welke trend is commercieel ingestoken en wat is een waarachtige weerspiegeling van de tijdgeest?

Volgens mij lopen beide elementen sterk in elkaar over. Trendwatchers nemen alles wat ze zien en horen als een spons in zich op. Vervolgens denken ze erop door: wat zit er achter deze veranderingen en waar komen ze vandaan? En wat betekent dat voor de producten die op de markt komen én op de manier waarop ze moeten worden aangeboden?

Op deze manier destilleren zij bijvoorbeeld welke kleuren we volgend jaar in ons interieur willen terugzien. Verffabrikanten, bloemenbureaus en interieurstylisten sturen hiervan kleurenstalen en voorbeeldfoto’s naar de woonbladen. De redactie maakt daarna fotoreportages over interieurs, waar lezers zich weer door laten inspireren. Dus wie aapt nou wie na?

Ik doe zelf graag mee met trends spotten. Ik slurp dus ijverig allerhande informatie op. Ik maak optelsommen van wat ik signaleer, ik puzzel en combineer. Aanknopingspunten genoeg. Zo zie ik ineens enorm veel verbouwingen en renovaties. Plotseling blijkt het hip te zijn om geen nepperig Senseo-apparaat te gebruiken, maar een alledaags filterkoffie-apparaat. Hockey-kinderen heten niet meer alleen Olivier en Anne-Fleur, maar ook steeds vaker Danny en Sabrina.

Toch komt er steeds een moment dat ik vastloop. Zo zag mijn scherpe oog een zwartepietenpop als buitenversiering in een tuintje staan. Is dit de opvolger van de tuinkabouters, heksen en pompoenen op het tuinbankje? Past deze pop in de trend van nostalgie en versierdrang? Is er misschien een trend tot Verpieting? Of is het vooral een handige zet van de detailhandel, die bij het vallen van de eerste herfstbladeren speciale sinterklaasslingers en andere Sint & Piet-versierselen in de winkelschappen legt?

Verder lezen:
  1. Tips hoe je trends moet spotten
  2. Goede ideeën hoef je niet te bedenken




Mis het volgende artikel over ideeën niet

Sigrid van Iersel is zelfstandig journalist en schrijver van non-fictieboeken. Ze is mede-auteur van het boek Lenig Denken over creatieve denktechnieken en het boek Toverballen voor het brein over het gebruik van verhalen in informatieve teksten.
Gemakkelijk op de hoogte blijven van deze artikelen? Vul dan hier je e-mailadres in en ontvang automatisch een mail bij de publicatie van ieder nieuw artikel.

Leer lenig denken

Ideeën nodig om je creatieve denkvermogen op te rekken? In het boek Lenig denken, technieken voor creatieve denkkracht lees je een groot aantal ideeën en oefeningen, die je op je werk en in je privéleven van pas komen. Bestel het boek Lenig Denken direct bij Managementboek.

Share/Save/Bookmark

donderdag 1 maart 2007

Wegkwijnende mussen

Huismussen waren zulke alledaagse en goed ingeburgerde stadsvogeltjes, dat niemand ze bijzondere aandacht gaf. Inmiddels staat de huismus op de Rode Lijst van bedreigde vogelsoorten. Niet zozeer omdat de mus een zeldzaamheid is geworden, maar wel omdat het aantal in Nederland de laatste twintig jaar gehalveerd is.

Het verdwijnen van de mus uit het stedelijke straatbeeld vind ik verontrustend. Het vogeltje ontdekte zo'n 15.000 jaar geleden dat het handig was om in de directe nabijheid van mensen te leven en werd 'cultuurvolger'. Ze zaten massaal te tjilpen in de dakgoot en waren er als de kippen bij om kruimeltjes weg te kapen. Op terrasjes moest je soms oppassen dat ze de appeltaart niet onder je neus wegsmikkelden. Dat juist deze vogels het onderspit delven, staat daarom symbool voor iets groters: het verlies aan contact met onze natuurlijke leefomgeving.

Een mus is gauw tevreden te stellen: een hoekje onder de dakpannen, wat groen met insecten en wat broodkruimels zijn voldoende. Toch zijn we erin geslaagd hem zijn voedsel en beschuttingsmogelijkheden grotendeels te ontnemen. Hij is het slachtoffer geworden van het oprukken van de kant- en klare schuttingen van de bouwmarkten, de grindtegels en de kruimeldief.

Voorheen was een tjilpende mus met zijn bruingrijze verendracht voor natuurliefhebbers meestal weinig interessant. Nu het vogeltje een niet-alledaagse verschijning is geworden (in onze binnenstad zie je hem nauwelijks meer) krijgt hij alsnog status.

En hoe. Het doodschieten van een mus die de voorbereidingen voor Domino Day dreigde te verstoren, zorgde in 2005 voor nationale verontwaardiging. Het beestje kreeg zijn eigen website en condoleanceregister. Inmiddels staat het opgezette diertje centraal in op de Grote Huismus Tentoonstelling in het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam.

Ondertussen is er ook een speciale stichting De Mus, die zich het droeve lot van de mus aantrekt. Omdat humaniteit begint met ontroering over het gewone, schrijft de stichting op de website. Aandacht geven aan de leefomgeving van de mus is aandacht geven aan het kwetsbare en het kleine in je directe leefomgeving. De stichting geeft daarom een heleboel tips om het wegkwijnende vogeltje een helpende hand toe te steken.

Een weerloos vriendelijk beestje, dat nu verheven wordt als symbool van harmonieus stadsleven. In vroeger tijden kozen machthebbers juist sterke krachtige beesten als adelaars als symbool. Ook in dat opzicht is er veel veranderd.


NB. Graag wilde ik zelf een foto maken van een musje. Maar als je erop gaat letten, ontdek je pas aan den lijve dat het vogeltje echt een zeldzaamheid is geworden. Uiteindelijk stond ik pas in de dierentuin Artis ik oog in oog met een musje. Wel midden in de stad, maar tegelijkertijd ook in een reservaat.
Op dit moment zijn de mussen nog één van de weinige dieren hier die vrij in en uit kunnen vliegen. Maar de dierentuin heeft wel een bordje gemaakt met de specificaties van de mussen. Als het zo doorgaat met de terugloop van mussen, moet ie straks ook in een kooitje...

donderdag 8 februari 2007

Stadsnatuur II: ecologische hoogstructuur


Natuur is zuiver, stil en schoon; de stad staat voor vervuiling, viezigheid en lawaai. In de ogen van Herman Gorter en Jac. P. Thijsse golden de natuur en de stad als elkaars tegenpolen.

Nu zien ecologen juist ook de stad als interessante biotopen, waar bijzondere varens, mossen, vogels en andere dieren zich prima thuisvoelen. Misschien is die interesse mede te danken aan het feit dat er simpelweg minder echte natuur is in dit dichtbebouwde land. Maar ja, in Nederland is natuur per definitie aangelegde natuur. Dus waarom niet in de stad?

Duidelijk is in ieder geval dat ook stadsbewoners een enorme behoefte hebben aan groen tussen de stenen. Mensen doen van alles om vogels en vlinders te lokken. Zo werd bijvoorbeeld een auto in een Amsterdamse straat omgewerkt tot autotuin. De behoefte aan bloemen, planten, bomen, vogels en dieren is een soort oerdrang.

Groen is dus noodzakelijk, ook midden tussen de huizen. Maar dan moet het wel op een andere manier dan in Vinexwijken gebeurd is. Daar zijn weliswaar allerlei groenstrookjes aangelegd, maar die zien er vaak troosteloos en saai uit. Schaamgroen.

Toch zijn er allerlei tot de verbeelding sprekende mogelijkheden. Ook in de stad is er ruimte voor amfibiepoelen, nestkasten voor gierzwaluwen en vleermuiskelders. Het is vaak meer een kwestie van met andere ogen naar het stedelijke gebied kijken. Groen in de stad hoeft bijvoorbeeld niet strikt gereserveerd te worden voor aardige beestjes en schattige plantjes, maar mag ook best allereerst voor de menselijke lol dienen. Met dat idee heeft de stichting wAarde natuurlijke hangplekken voor jongeren bedacht.

Natuur hoeft ook niet perse meer grondoppervlak in beslag te nemen, maar kan ook de hoogte in. Verticaal groen dus. Bijvoorbeeld in de vorm van gevelbeplanting of hangende tuinen op balkons. Niet alleen leuk voor insecten en vogels, maar de huizen zien er meteen ook een stuk vriendelijker en leefbaarder uit.

Je zou er niet meteen aan denken, maar vooral hoge gebouwen bieden kansen voor spectaculaire natuur. In de ogen van een langsvliegende rotsbewoner is een stenige wolkenkrabber namelijke een prachtige thuishaven met veel afgelegen stille plekken. Het dak van een kantoor in de buurt van een watergebied kan bijvoorbeeld geschikt gemaakt worden voor visdiefjes. Leuk als op een bedrijventerrein voortdurend een witte wolk vogels om een hoog gebouw heen vliegt. Ecologische hoogstructuur!

Daktuinen zijn natuurlijk ook kleine natuuroases. Maar waarom ook niet meer daken bedekken met gras of sedum? Bill Clinton gaf dat ook mee als suggestie bij zijn lezing over klimaatverandering, die hij in december in Nederland uitsprak. Daarbij schilderde hij het voorbeeld van een oud kantoorgebouw met een plat dak bij een temperatuur van dertig graden. Als de zon daar vier uur op staat te schijnen, loopt de temperatuur op tot wel zeventig graden. Bedekt met gras of andere begroeiing blijft de temperatuur juist beperkt tot 25 graden. Beplanting heeft dus enorme gevolgen voor de behoefte aan airconditioning en stroomverbruik.

Als je het zo bekijkt, kan het toch best wat worden met stadsnatuur!

dinsdag 6 februari 2007

Stadsnatuur

Waar zouden nestkastjesvogels wonen zonder nestkastje, vraag ik mezelf wel eens af. In onze stad hebben de vogels bepaald geen last van woningnood. En voedseltekorten hebben ze al helemaal niet. Ondanks de ultrazachte winter bungelen overal pindaslingers en vetbollen. Je zou verwachten dat de Vogelbescherming inmiddels een campagne voorbereidt om te waarschuwen voor obesitas bij stadsvogels.

Maar nee, de Vogelbescherming geeft juist adviezen om nog meer te doen om het de huismus en andere stadsminnende vogels naar de zin te maken. Helaas wordt onze tuin vol zaadjes, rommelige schuilplaatsjes en oude muren vol insecten vooral bewoond door opdringerige duiven, katten en slakken. Af en toe wagen ook enkele merels, een koolmeesje en een Vlaamse Gaai zich in ons postzegeltuintje, maar andere beesten voelen zich er blijkbaar niet thuis. Wat ik niet bijster aardig van ze vind, want in buurtuinen worden regelmatig padden en zelfs een sperwer gesignaleerd.

Ook planten voelen er weinig voor om zich in onze tuin te vestigen en er zo een welige thuishaven vol broodnodige biodiversiteit van te maken. De soorten die volgens de tuinarchitect zich prima thuis moeten voelen in onze ecologische microzone, hebben in groten getale alweer het loodje gelegd. Die leuke kleurige stokrozen houden het bij ons nog geen twee maanden uit. Ik blijf hardnekkig nieuwe planten in de grond zetten, maar ondanks alle goedbedoelde tips wil het maar geen een weelderig paradijsje vol variatie worden. Als ik de natuur hier echt zijn wilde gang laat gaan, blijven alleen de klokjesgentiaan en de klimop voortwoekeren.

Kijk, aan mijn goede bedoelingen ligt het niet. Natuur in de stad vind ik een ontzettend goed idee. Hoe meer soorten in onze en aanpalende stadstuintjes, hoe liever het mij is. Ik ga dus dapper door om kleur te geven aan onze tuin. Maar ik verwacht ook wel enige medewerking van de betreffende dieren en planten zelf!

zaterdag 13 januari 2007

Denkbeeldige levensloop

15 september 2048
Goudkleurige bladeren dwarrelen traag naar beneden. De herfst valt vroeg in dit jaar, zie ik vanuit mijn bed. De hele zomer heb ik door de openslaande tuindeuren van mijn slaapkamer de planten zien groeien en bloeien. De oostindische kers heeft het lang volgehouden. Nu zijn de deuren dicht en moet ik mij licht oprichten om nog iets van de tuin te kunnen zien.
De laatste jaren heb ik alleen doorgebracht in dit buitenhuis. Mijn kleurrijke sierraden heb ik aan mijn kleindochters gegeven. Mijn memoires zijn opgetekend. Na mijn dood zullen mijn zoons dit laatste boek publiceren onder de naam Woorden op Wolken. Mijn leven is klaar.

Sterven doe ik op 81-jarige leeftijd in een buitenhuis in Amersfoort aan Zee. Zo heb ik bedacht in mijn denkbeeldige levensloop, naar een idee van kunstenaar Eric Wie. Hij bedacht een Curriculum Illusione, de tegenhanger van het Curriculum Vitae. In het CV staat een feitelijke terugblik op je leven, het CI bevat de dromen en plannen voor de jaren die nog voor je liggen.

Het is wel wat griezelig om mijn eigen sterfomstandigheden, ziekten die mij treffen en de tegenslagen voor mijn geliefden te voorspellen. Maar ook inspirerend. Zo weet ik dat ik over enige jaren met mijn werk nog eens een heel nieuwe koers insla, dat we nog grote reizen gaan maken naar het Verre Oosten, dat ik ga zingen bij een koor met wereldmuziek en dat ik nog diverse boeken ga schrijven. Vooral het Gekke-Soepen-Kookboek wordt een enorm succes. Eerst komen er jaren van creatieve ontwikkeling, schrijven en ontdekkingen, daarna breekt het tijdperk van reflectie en oogsten aan.

Het bedenken van mijn eigen toekomst geeft vooral ook het gevoel dat mij en mijn geliefden nog heel wat moois te wachten staat. Je heden vormgeven vanuit de toekomst, je zou er zomaar zin in krijgen.

dinsdag 11 juli 2006

Je werkplek als pretpark

Werkkamers, overlegruimtes en vergaderhokken van de meeste kantoorgebouwen zijn zo verschrikkelijk saaaiiii. Directieleden en binnenhuisarchitecten hebben kennelijk in grote eensgezindheid besloten dat de werkvloer zo min mogelijk afleiding moet hebben. Of het werkplezier wordt ondergeschikt gemaakt aan strak maar zielloos design.

Ik pleit voor het tegenover gestelde. Maak de werkplek zo inspirerend en levendig mogelijk. Dat zal de sfeer, de ideeënrijkdom en de werklust alleen maar bevorderen!

Enkele ideeën:

  • Eerste vereiste voor een inspirerende werkplek: een mooi uitzicht! Liefst dus geen kantoor op een bedrijventerrein (tenzij het gebouw zo hoog is dat je op de hoogste verdiepingen een uitzicht hebt op de wijde landelijke omgeving), maar ergens in de binnenstad. Een gebouw met zoveel mogelijk ramen, dus. En als die er niet zijn: foto's met hele grote afbeeldingen van wijdse uitzichten en veel natuur.
  • Muziek bij het werk is zeer inspirerend, maar wel erg persoonlijk. Wie daaraan behoefte heeft, luistert naar muziek op zijn eigen headset.
  • Laat mensen hun koffie of thee tappen in een bontgekleurde mok. Op enkele planken staat een vrolijke verzameling van allemaal verschillende exemplaren, zodat een werknemer voor elke stemming een bijpassende beker kan kiezen. (Grappig: collega's staan 's ochtends bij de kast te dubben of het vandaag een maïsgele of een fuchsiaroze dag wordt!) De verzameling van niet bij elkaar passende mokken geeft het idee dat het om een spontaan gegroeide collectie gaat, net als in het keukenkastje thuis.
  • Fruitdesign, bijvoorbeeld bordjes met allemaal verschillende soorten verse appeltjes, voorzien van een schilmes. Op het tafeltje in de wachtruimte voor de gasten, op de vergadertafel en op het bureau naast de computer (ooit gezien in de werkruimte van een directeur).
  • Een verzameling mooie koffietafelboeken, in diagonale slagorde uitgestald op de vergadertafel. Met intrigerende foto's en onverwachte titels. Dat geeft de gesprekken aan deze tafels zeker nieuwe creatieve wendingen (gesignaleerd op de vergadertafel van een hoge overheidsfunctionaris).
  • Een mini-Zentuin. Even in de steentjes harken om de gedachten te verzetten.
  • Kunstwerken aan de muur die door de medewerkers zélf ontworpen zijn. Deze schilderijen geven de werkkamers meteen iets erg persoonlijks. Leuk om wel een gezamenlijk thema te kiezen: "mijn ideale uitzicht", bijvoorbeeld.
  • Een kunstcatalogus bij de zitjes. Gezien in een kantoor van een grote bank, dat zijn kunstwerken had laten beschrijven in een prachtig boek. Bij de zitjes lag het boek ter inzage op een mooie standaard, zodat de bezoeker meteen het interview met de kunstenaar kon lezen van het kunstwerk op de tegenoverliggende muur.
  • De werkplek als pretpark. Een tafeltennistafel en een voetbalspel op de werkplek vormen een mooi begin om tussendoor lekker even te ontspannen. Maar waarom ook niet een glijpaal naast de gewone trap (en een reuze-trampoline om weer boven te komen)?
  • Een weelderig begroeid dakterras of binnentuin voor het broodnodige groen. Een parkje in de buurt mag ook. Mooi zijn ook werkplekken met computeraansluitingen in de tuin, om lekker buiten verder te werken (gezien op het ministerie van OCW, maar ik heb er nog nooit iemand echt zien werken....).

Verder lezen:
Werkplekideeën om creatieven te laten vliegen

donderdag 6 juli 2006

Ogen in de ruimte

Te zien aan de roze bloesembomen moet het een mooie lentedag geweest zijn, toen de camera's op ons huis gericht werden. Ergens in de ruimte is er op knopjes geklikt zonder dat wij iets in de gaten hadden. De rode zandbak die we toen nog in de tuin hadden staan, is precies zichtbaar. En op één van de vier tuinstoelen zit iemand te lezen. Waarschijnlijk Willem. Het is nog net niet te zien wát hij precies aan het lezen is.

Heel eigenaardig om zo vanuit de ruimte bespied en gefotografeerd te worden. We wisten natuurlijk wel dat satellieten zeer gedetailleerde platen kunnen maken, maar als je het met eigen ogen ziet is het toch verbijsterend. Nu Google Earth sinds kort de resolutie van de afbeeldingen fors verbeterd heeft, staan de huizen en tuinen in onze wijk er ineens haarscherp op.

Wat ook raar is: er staan op deze dag opvallend weinig auto's in de straat geparkeerd. Onze eigen auto staat er niet bij. Waar is die? Waar zijn trouwens de andere mensen? En waarom zitten er niet meer buurtbewoners op deze zonnige dag in hun tuin? De andere tuinen zijn allemaal leeg...

Niet alleen is het verbijsterend om zo een overzichtsbeeld vanuit de lucht te hebben van een zonnige dag, maar het is minstens zo vervreemdend om de eigenaardige stilte en leegte te aanschouwen. Als een stilte voor de storm...

NB: We hebben net ook ons vakantiekasteel in de Ardennen opgesnord via Google Earth. Er zit een hele rare vlek op, alsof iemand moedwillig de afbeelding van dit gebouw beschadigd heeft. Dan dringt het tot ons door: deze vlek is de weerkaatsing van de zon op het glazen dak van de serre! Gelukkig, de ruimte-ogen dringen niet overal toe door!


donderdag 1 december 2005

Mooiste plekjes van Den Haag

1. Lange Voorhout
In het voorjaar: het beroemde paars-witte krokustapijt.
In de zomer: de Beeldententoonstelling, de antiekmarkt en de Italiaanse ijscoman (deze plek doet me dan altijd erg aan Frankrijk denken: de houten terrasstoeltjes, hotel Des Indes, de brede avenue, de beelden.
In de herfst: een tapijt van goudgele bladeren (met een doorkijkje naar het al even goudgele hotel Des Indes).


2. De Hoftoren (OCW)

Met zijn 142 meter de hoogste 'skyscraper' van Den Haag. Binnen zijn allerlei aparte ruimten, zoals gebedsruimten, sportzalen en 'woonkamers'. Maar bovenal heb je er een prachtig uitzicht over de stad. De toren van het hoofdkantoor van RWS is trouwens een goede runner-up. Van boven zie je pas echt goed hoe groen Den Haag is. En dat je vanuit de stad een direct uitzicht op zee hebt, is helemaal fantastisch!

3. Klein Zwitserland
Sportvelden die in een duinkom liggen: een verborgen oase midden in de stad.

4. Museum Beelden aan Zee
Een stille plek, vooral bijzonder vanwege het uitzicht op het helmgras en de achterliggende golven (je zou niet zeggen dat je hier vlak bij de drukbezochte boulevard van Scheveningen bent). En de mooie beelden natuurlijk.

5. Park Sorghvliet
De historische tuin die bij het landhuis van Jacob Cats hoorde. Dat huis is nu bekend als het Catshuis, ambtswoning van onze premier, maar Cats noemde het Sorghvliet. Alle zorgen van de dichter vervlogen er kennelijk. En dat is nog steeds zo. Prachtige oude bomen, romantische 17e eeuwse boogbruggetjes over de Haagse Beek, mooie open weiden vol vlinders.

6. Oud Scheveningen

Niet de drukke en verpeste boulevard, maar het oude vissersdorp dat landinwaarts ligt. Nostalgische 19e eeuwse huizen met veranda's (alsof Eline Vere hier ieder moment voorbij komt wandelen). Ook prachtig: het Westbroekpark met de rozentuin en de nabijgelegen villa's, vooral die met de organische architectuur van Rudolf Steiner.