Posts tonen met het label toekomst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label toekomst. Alle posts tonen

vrijdag 10 april 2009

Doorwerken tot je 67e

Toen onze kennis Karel 56 werd, kreeg hij een gunstig aanbod van de directie om vervroegd uit het werk te stappen. Directie blij, want die zette met deze afvloeiingsregeling eenvoudig enkele honderden werknemers buiten de deur. Karel blij, want hij zou voortaan alle tijd hebben om aan zijn huis te klussen en fietstochtjes te maken.

Maar dat viel tegen voor Karel. Hij schoof het schilderen van de kozijnen steeds weer voor zich uit. Want wat maakte het uit of hij vandaag op de ladder klom of morgen? Een eindje fietsen was ook niet meer zo leuk als vroeger, want hij had geen doel meer voor die tochtjes.

Toen hij de gelegenheid kreeg om folders te gaan bezorgen, maakte hij daar gretig gebruik van. Ten opzichte van het salaris dat hij bij zijn vorige baas altijd verdiend had, waren de verdiensten voor de folders een fooi. Maar hij had tenminste weer een doel in zijn leven om zijn bed voor uit te komen, dus hij was er erg blij mee. Hij kan zich weer nuttig maken en houdt bij wat er in zijn bezorgwijk allemaal gebeurt.

Als de AOW-plannen van het kabinet doorgaan, zal ook de pensioengrens in de praktijk waarschijnlijk bij 67 jaar komen te liggen. Dat betekent dat in de toekomst mensen dik tien jaar later afscheid nemen van hun werkende leven dan Karel. Worden de lange doorwerkers daarmee beroofd van levensgeluk? Gelet op de ervaringen van Karel denk ik van niet.

vrijdag 12 september 2008

Chocoladereep van de toekomst

Raider, Drie Musketiers, Treets, Bonito's.... Verdwenen snoep, dat menigeen opnieuw het water in de mond laat lopen. Waren ze op een zeker moment niet lekker genoeg meer? Ze verdwenen in ieder geval van de ene dag op de andere uit de winkelschappen en zorgen nu nog hoogstens voor jeugdsentiment.

Mars, Twix, Balisto, Snickers, M & M's.... Welke snoepjes en chocoladerepen van nu zijn over twintig jaar bijgezet in het museum van de snoepherinneringen? Komt er ook een moment dat we op deze repen uitgekeken zijn? Snoepsnacken we over twintig jaar nog wel en zo ja, wat dan?

De firma Mars wil dat heel graag weten van ons, gewone consumenten. Zien we een chocoladereep in 2020 als een fijne energie-oppepper om de rest van de dag op door te komen? Willen we alleen kindslaafvrij geproduceerde chocoreepjes van biologische cacaobonen? Een drinkbare chocoladesnack? Of zijn snacks wellicht verboden om in het openbaar te nuttigen, net zoals tabaksgebruik vrijwel geheel naar tochtige verdomhoekjes verbannen is?

Ik denk dat chocolade een uitgesproken product is om als 'moodbar' ons in een bepaalde stemming te brengen. Je zou zo'n reep biochemisch kunnen programmeren, zodat mensen er hun stemming mee kunnen regelen. Een relaxreep voor momenten van ontspanning, als je druk en gestresst bent. Dat is gemakkelijk te maken voor de producent, want louter het plezier dat het eten van chocolade de mens verschaft, bezorgt de eter al meer afscheiding van endorfine. Dat is een stof die verwant is aan morfine en de consument een vredig gevoel van rust en tevredenheid bezorgt.

En daarnaast zie ik een reep voor me die in je lichaam activerende stoffen triggert, zoals adrenaline, noradrenaline en serotonine. Met zo'n powerreep in je maag kun je er weer flink tegenaan. Knallen, volle kracht vooruit. Als de drie musketiers, zeg maar.

donderdag 11 september 2008

Beschermd bedrijfsgezicht

In onze straat staan zeker zestien verschillende typen woningen. Met uitzondering van het rijtje huizen dat een weggeslagen huizenblok uit de oorlog opvult, passen al deze gevels uit het begin van de twintigste eeuw wonderwel bij elkaar.

Allemaal één rooilijn, eenzelfde soort versieringen op de gevels en balkonhekjes. Maar omdat we allemaal een net iets andere voordeur en raampartijen hebben en sommigen zelfs pronken met een erkertje of een elegant dakkapeltorentje, heeft ieders woning toch iets heel individueels. En dat is heel prettig.

Ondernemers kennen dit soort primaire behoeften ook. Als buitenstaander denk je wellicht dat al die bedrijfsdozen van geribbelde staalplaten en de protserige glaspaleizen op elkaar lijken, maar hun eigenaren weten wel beter. De een onderscheidt zich met een plastic luifel, de ander heeft een speciaal parkeerplaatsje ingericht voor 'onze klanten' - en dus niet voor de klanten van zijn buren. Allemaal hoogst persoonlijk vormgegeven.

Dat ondernemers echt diepe gevoelens hebben voor hun eigen pand, mag je niet onderschatten. Een grafisch ondernemer vertelde laatst dat hij nooit van zijn leven het pand van zijn concurrent zou willen overnemen, een paar honderd meter verder op hetzelfde bedrijventerrein. Al was dat pand uit oogpunt van productie net zo geschikt als zijn eigen pand, hij zou zich in het pand van zijn concurrent nooit thuisvoelen. Iedere vrije ondernemer heeft simpelweg last van ijdelheid, bekende hij.

Wat wél kan op een bedrijventerrein is aaneengesloten bouw van hallen, waaraan iedere afzonderlijke ondernemer toch zijn eigen draai kan geven. Stedebouwkundige Ben Kuipers bedacht zoiets voor een terrein nabij de rijksweg A12. Steensoort en rooilijn zijn voor iedereen hetzelfde, maar met glaspuien, erkers, deuren en andere opsmuk kan iedereen zijn goddelijke gang gaan. De strakke gevel zorgt voor samenhang. En als er met algemeen bruikbare afmetingen gewerkt wordt, is er dikke kans dat een ander bedrijf het pand wél wil overnemen als het eens te koop aangeboden wordt.

Hallen van ijzeren platen veranderen na een jaartje of 30 in afgedankte bouwwerken, maar de aaneengesloten bedrijfspanden staan er misschien over 100 jaar nog wel. Een soort industriële stadswanden, die dan een erfgoedstatus krijgen. Net als de huizen in onze wijk, die nu beschermd stadsgezicht zijn.

woensdag 23 april 2008

Ik droom van soep


Ik dacht dat ik een wereldreis wilde maken en ooit nog eens een buitenhuisje in Toscane wilde bewonen. Wat een vergissing.

Wat ik écht wil, zijn geliefde en anderszins fijne mensen om mij heen. Mensen leveren mij inspiratie op en gevoelens van verbondenheid. Met anderen wil ik het leven vieren. Dan ligt emigreren niet voor de hand, al ligt er op Bali een paradijsje klaar.

Ik heb eigenlijk ook geen materiële toekomstwensen. Geen bolide, geen boot, zelfs geen boerderijtje. Het enige waar ik nog wel van droom is een flinke tuin, waar ik bloemen, groenten en kruiden kan kweken. Waarmee ik eigenlijk terugkeer naar het paradijs van mijn kindertijd, toen ik ook niets liever deed dan zaaien, wieden en oogsten. Maar dat groene paradijs hoeft niet zover weg te liggen, heb ik me bedacht. Terwijl Italië de komende decennia langzaam uitdroogt, schep ik hier ergens in dit polderland mijn mediterrane kruidentuin met olijfbomen en oleander.

Daarmee is mijn droom eigenlijk veel simpeler dan ik ooit voor mogelijk had gehouden. Sterker nog, mijn droom valt vrijwel samen met het woord soep. Dat moet ik natuurlijk even uitleggen. Soep is het ideale warme, zachte comfortfood, maar ook het ultieme bindmiddel. Wat kook je als je een grote groep te eten wilt geven? Wat bied je iemand aan die troost nodig heeft? Juist.

Onze kinderen weten bijna niets heerlijkers te noemen dan de tomatensoep met balletjes van Oma. Ik droom ervan straks ook zo'n Oma te zijn, die altijd soep klaar heeft staan voor binnenvallende bezoekers. Met veel groenten en kruiden uit onze eigen tuin, uiteraard.

dinsdag 5 februari 2008

Over dertig jaar

Donkere wolken boven Umbrië - over dertig jaar een no-go-area

Een verjaardag is een mooie dag om eens vooruit te blikken. Niet naar morgen of volgende week, maar naar 2038! Het magazine Intermediair bracht namelijk onlangs een themanummer uit over ons leven over dertig jaar, wat mij aardig wat aanknopingspunten aanreikte (een geweldig nummer trouwens, met een interview met premier Mei Li Vos en bijbehorende portretfoto in 2038!)

Over dertig jaar....
  • ... zijn onze banen niet geBangaloord (dat vinden we dan hopeloos ouderwets), maar geChengduud of misschien geManilaad. Chengdu - tot voor kort een provinciestad in China - geldt als de Silicon Valley van de toekomst. Ook voor journalisten is het niet ondenkbaar dat een deel van ons werk in het verre oosten verricht wordt, vertelde bedrijfsmediagoeroe Sak van de Boom ons vorige week tijdens zijn workshop voor ons bedrijf. Plaatsgebonden journalisten verzamelen gegevens (en worden zo meer researchers en dataverwerkers), tekstschrijvers aan de andere kant van de aardbol maken er een mooie tekst van.
  • ... is Nederland een land van zilvergrijze levensgenieters geworden, die een welvarende tweedeleven-industrie draaiende houden.
  • ... hebben huizenbezitters een 'omgekeerde hypotheek' op hun woning genomen, waardoor zij de waarde van hun huis langzaam te gelde maken. Niemand weet nog wat een 'pensioengat' is.
  • ... blijven we langer leven dan ooit. Er is een geweldige vooruitgang geboekt met gepersonaliseerde medicijnen, die passen bij onze genetische profielen. Deze medicijnen werken veel effectiever dan de 'schot-hagel-medicijnen' van nu en vertonen minder bijwerkingen.
  • ... is ons zorgsysteem minder arbeidsintensief dan nu, want een deel van de medische zorg kan op afstand worden uitgevoerd.
  • ... ben ik zelf nog niet met pensioen. Dat hoeft ook niet, want het verschil tussen werken en niet-werken is vrijwel verdwenen. De meeste mensen zijn eigen ondernemer en verbinden zich voor een korte periode aan een bedrijf.
  • ... beginnen oudere werknemers vaak een tweede carrière. Bijvoorbeeld op het gebied van zingeving, want daar is veel vraag naar.
  • ... vinden we het idee van een tweede huis in Frankrijk, Spanje of Italië absurd. Vanwege de klimaatverandering zijn deze landen dor en bloedheet geworden. Groenland daarentegen is helemaal 'hot' en geldt als het nieuwe investeringsparadijs voor buitenverblijven, golfbanen en ander buitenvertier.
Mochten deze voorspellingen werkelijkheid worden, dan is ouder worden helemaal niet zo erg!

zaterdag 13 januari 2007

Denkbeeldige levensloop

15 september 2048
Goudkleurige bladeren dwarrelen traag naar beneden. De herfst valt vroeg in dit jaar, zie ik vanuit mijn bed. De hele zomer heb ik door de openslaande tuindeuren van mijn slaapkamer de planten zien groeien en bloeien. De oostindische kers heeft het lang volgehouden. Nu zijn de deuren dicht en moet ik mij licht oprichten om nog iets van de tuin te kunnen zien.
De laatste jaren heb ik alleen doorgebracht in dit buitenhuis. Mijn kleurrijke sierraden heb ik aan mijn kleindochters gegeven. Mijn memoires zijn opgetekend. Na mijn dood zullen mijn zoons dit laatste boek publiceren onder de naam Woorden op Wolken. Mijn leven is klaar.

Sterven doe ik op 81-jarige leeftijd in een buitenhuis in Amersfoort aan Zee. Zo heb ik bedacht in mijn denkbeeldige levensloop, naar een idee van kunstenaar Eric Wie. Hij bedacht een Curriculum Illusione, de tegenhanger van het Curriculum Vitae. In het CV staat een feitelijke terugblik op je leven, het CI bevat de dromen en plannen voor de jaren die nog voor je liggen.

Het is wel wat griezelig om mijn eigen sterfomstandigheden, ziekten die mij treffen en de tegenslagen voor mijn geliefden te voorspellen. Maar ook inspirerend. Zo weet ik dat ik over enige jaren met mijn werk nog eens een heel nieuwe koers insla, dat we nog grote reizen gaan maken naar het Verre Oosten, dat ik ga zingen bij een koor met wereldmuziek en dat ik nog diverse boeken ga schrijven. Vooral het Gekke-Soepen-Kookboek wordt een enorm succes. Eerst komen er jaren van creatieve ontwikkeling, schrijven en ontdekkingen, daarna breekt het tijdperk van reflectie en oogsten aan.

Het bedenken van mijn eigen toekomst geeft vooral ook het gevoel dat mij en mijn geliefden nog heel wat moois te wachten staat. Je heden vormgeven vanuit de toekomst, je zou er zomaar zin in krijgen.

maandag 25 september 2006

Kindvriendelijk

Veel politieke partijen zetten in hun verkiezingsprogramma ineens kinderen in een centrale positie. Het is blijkbaar tot de programmaschrijvers doorgedrongen dat er véél meer gedaan moet worden om deze samenleving aantrekkelijker te maken voor kinderen (en daarmee ook hun ouders), zodat er ook meer kinderen geboren worden. Daarnaast is het ook belangrijk om te voorkomen dat jongeren ontsporen en/of voortijdig van schoolgaan. We moeten fors investeren in kracht van de jeugd, want dat is immers onze toekomst, schrijft de PvdA. En daaraan valt inderdaad niets af te dingen.

Helaas scoort Nederland laag op het gebied van kindvriendelijkheid (en daarmee op mensvriendelijkheid, vermoed ik). Op de wereldlijst van kindvriendelijke steden van Unicef staan slechts 2 Nederlandse steden, namelijk Delft en Tilburg. Een beschamend klein aantal, als je alleen al ziet dat België vele malen beter scoort.

Om onze maatschappij kindvriendelijker te maken, zijn volwassen maatregelen nodig. Maar gek genoeg denken veel politieke partijen dat het aanbieden van gratis kinderopvang wel voldoende is. Evenals het verlengen van de kinderopvang van zeven uur 's morgens tot zeven uur 's avonds. Het versterkt eerder het idee dat kinderen alleen maar ergens 'opgeborgen' moeten worden. Allerminst kindvriendelijk lijkt mij.

Maar hoe moet het dan wel? Een rijtje ideeën:

1. Meer sportvoorzieningen bij de kinderopvang, zodat kinderen niet buiten de kinderopvang om naar allerlei clubs gesleept hoeven worden.

2. Betere opvang voor kinderen die dreigen te ontsporen. De toekomst van een kind mag niet verknald worden door heen- en weer geschuif tussen instellingen of andere bureaucratische rompslomp.

3. Kinderen moeten lekker buiten kunnen spelen. Buurten moeten dus verkeersveiliger worden, met op zijn minst veilige routes naar school.

4. Minder aangeharkte ruimte en minder professionals, meer gelegenheid voor kinderen om hun eigen weg te vinden en dingen te ontdekken. Losse bladeren op straat met een minikruiwagen erbij of herbruikbaar afval vormen ideaal speelmateriaal. Dus vooral niet alles opruimen!

5. Kinderen moeten zelfstandig gebruik kunnen maken van wandel-, fietspaden en openbaar vervoer. Bij de planning van nieuwbouwwijken moet dat vanaf het begin af aan meegenomen worden. Maar ook bestaande wijken zouden heringericht moeten worden, zodat kinderen zichzelf beter en veiliger kunnen verplaatsen.

6. Huizen verdienen opritten en voortuintjes. Daar spelen kinderen graag, in afwachting van andere buurtkinderen die buiten komen spelen. Zorg ook voor bergruimte dicht bij de deur voor skeelers, skateboards en kinderfietsjes.

7. De woonkamer en/of de keuken kijken bij voorkeur uit op de straat. Zo is contact met de straat mogelijk, zowel voor ouders als kinderen.

8. Scholen verdienen beter onderhoud. Het is te gek voor woorden dat kinderen een groot deel van hun dag slijten in versleten, slecht geventileerde gebouwen met vieze wc's.

9. Meer kindvriendelijke menu's in restaurants. Er is echt wel wat leukers én lekkerders te bedenken dan het geijkte friet met kroket en appelmoes. Verzin creatieve gerechten voor kinderen, geef ze stukjes rauwkost met dipsaus, maak gerechten in kleinere porties of laat ze (desnoods) eten in omgekeerde volgorde.

10. Geen plastic weggevertjes meer, die binnen de kortste keren uit elkaar vallen. Meisjes worden kunstmatig roze gehouden met allerlei frutsels, jongens krijgen - of ze nu willen of niet - allerlei miniwapens opgedrongen. Kinderen verdienen beter.

maandag 15 mei 2006

Mensch-verveel-je-niet

Ergens gelezen:
We leven in een geadrenaliseerde samenleving, maar we worden geteisterd door verveling.

Activiteiten verzinnen tegen verveling wordt waarschijnlijk het vak van de toekomst. Ga maar na, over een aantal jaren gaat 5 van de 16 miljoen mensen met pensioen. Die moeten toch allemaal wat te doen hebben.

Je hoeft trouwens niet op je pensioen te wachten om de verveling te bestrijden. Er zijn boekjes te koop met 'honderdenéén dingen die je ooit gedaan moet hebben in je leven', variërend van een parachutesprong tot 'persona non grata worden in een kroeg'. Compleet met stickertjes, die je kunt opplakken als het 'doel' volbracht is.

Ook de behoefte aan zingevers en coaches zal alleen maar toenemen. Zie hoe groot de markt al is voor inspiratieboeken, geluksengeltjes en kaartjes met wijze uitspraken. Ook gezien: een mini Zen Stone Garden voor op je bureau, waarbij je je geest kunt verzetten door even de steentjes aan te harken. Het wachten is op een Mensch-verveel-je-niet-spel.

Tja, waarmee doden we straks de tijd: met allerhande bokkensprongen of zitten we straks massaal ons eigen Zentuintje te bewerken?

donderdag 11 mei 2006

Het geheim van het ware reizen

Alle mooie ervaringen op deze wereld zijn te koop, ook zonder eigen inspanningen. Er zijn zelfs T-shirts op de markt met voorbedrukte zweetplekken onder de oksels. Maar als je die ervaringen – hoe mooi en indrukwekkend ook – niet zelf doorleefd hebt, voel je achteraf alleen maar leegte. Die je vervolgens alleen maar kunt vullen door een nieuwe prikkeling te zoeken.

Dat betoogt Susanne Piët in het boek De Emotiemarkt, de toekomst van de beleveniseconomie. Het boek is alweer uit 2003, maar het lijkt alsof allerlei zaken die ik zelf signaleerde, door dit boek ineens op zijn plek vallen. Het oppervlakkige zoeken naar gelukservaringen leidt tot niets. Hoe meer geluksgevoel men najaagt, hoe afgestompter men juist raakt.

Piët schrijft:
“Omdat prikkeling, die niet door eigen investering en inspanning verkregen is, weinig méér oplevert dan een oppervlakkige tijdelijke kickervaring gevolgd door een gevoel van leegte, of hooguit een zucht naar meer, is de mens op zoek naar de gouden formule. Merkwaardig genoeg blijken juist kunstenaars, sporters, schakers, componisten, bergbeklimmers en balletdansers die formule als de beloning voor het lijden wel te kennen: flow. Dat betekent eigenlijk dat je een ander doel in je leven moet hebben dan genot en geluk. Aanvaarding van de narigheid is een vereiste voor ontvankelijkheid van geluk.”
Vermoedelijk geldt dat ook voor het maken van lange reizen. En daar had ik juist weer enorme zin in gekregen, de verhalen lezend in het boek Hoe word ik een wereldreiziger, waarbij ik ook zelf een hoofdstuk over reizen met kinderen heb geschreven. Al die avonturen, al die belevenissen, dat moet toch geweldig zijn!

Instant-reizen bieden dat geluksgevoel in ieder geval niet, begrijp ik van Piët. Reizen door een exotisch land, langs fantastische resorts, geweldig eten, prachtige uitzichten en ook nog een wandelingetje door een slum (wel op veilige afstand), dat biedt bepaald niet de doorleefde ervaring die de ware flow op kan leveren.

Ook uit eigen ervaring weet ik dat al die prachtige paleizen die we ooit bezocht hebben, de geweldige uitzichten en al die andere fantastische dingen die we beleefd en gezien hebben, nooit de hoofdmoot hebben gevormd in onze reisverhalen achteraf. Dat waren wel de afmattende bustochten, de opmerkelijke ontmoetingen met mensen, de slopende bureaucratie in India, de strijd zelfs om het hoofd boven water te houden (ook letterlijk, in het Amazonegebied, toen ik door de harde stroming de oever niet meer opkwam).

Een reis waarbij je iets doet dat je werkelijk raakt, waar je moeite voor doet, dat kan dus het enige zijn dat daadwerkelijk iets oplevert.

Bij het zoeken naar zingeving, eigen identiteit en betekenis gaat het allemaal om het hebben van een verhaal. Niet een gekocht verhaal in de vorm van merkkleding of een rondreis door Indonesië, maar een authentiek verhaal. Mensen willen daarvoor persoonlijke investeringen doen en het comfort achter zich laten.

Nogmaals Piët:

“Over de hele wereld reizen mensen, de kleinste groep uit vrije wil voor veel geld, de grootste groep evenzo vaak min of meer gedwongen voor veel geld. Zij heten in variatie toeristen, reizigers, gastarbeiders, vluchtelingen, asielzoekers, nomaden, zigeuners of daklozen. Wat zij met elkaar gemeen hebben, is dat zij in nieuwe gebieden aankomen en een nieuwe ervaring vormen voor de oude populaties daar. En andersom. Alle mensen zijn uniek omdat zij drager zijn van een verhaal.”
Misschien is dat ook wel het geheim van Arita Baaijens, gepassioneerd reiziger door woestijnen. In bezienswaardigheden is zij volstrekt niet geïnteresseerd, en al helemaal niet in het bezoeken van zoveel mogelijk landen. Het gaat haar om het exploreren van die ene woestijn waar zij verliefd op is geworden, en waar zij maandenlang eenzaam bivakkeert. En over schrijft. Want zij heeft een uniek verhaal te vertellen.

vrijdag 17 februari 2006

Speelkwartier II

Machines en robots zullen ons werk overnemen, dacht de kunstenaar Constant Nieuwenhuis in de jaren zestig. De toekomst voor de mensheid zag er in zijn visioenen uit als een permanent speelkwartier. De nieuwe mens zou zich alleen nog maar bezig hoeven houden met kunst maken, vertier zoeken en zwerven.

Bij dat leven van de homo ludens hoorde ook in zijn visie een nieuwe manier van wonen: zwervend langs commune-achtige eenheden, een soort labyrinthen, bevolkt met mensen van allerlei afkomst. En met desoriëntatie als leidraad. Het leven als van een zigeuner, maar dan in een futuristisch jasje. Zijn ontwerpen voor dit New Babylon zijn te zien op de tentoonstelling Ode aan Constant in het Haags Gemeentemuseum.

Veertig jaar verder zijn wij nu Constants toekomstmens. Maar in plaats van een zwerversbestaan leiden we juist zeer honkvast leven. Allemaal een eigen huisje en een tuintje. We betreuren nu de kinderen, die door de scheiding van hun co-ouders voortdurend van 'huis' wisselen; zoiets zien we met de ogen van nu absoluut niet als een 'verrijking van hun bestaan'. Een huis dat niet als vaste stek dient, is nu geen echt 'thuis'.

En spelen, doen we dat nog in ons huis?

woensdag 25 januari 2006

Zonnig

We hoeven ons helemaal niet zo'n zorgen te maken over het energieprobleem: het dreigende tekort aan fossiele brandstoffen en het broeikaseffect. Tenminste, niet als het om het stroomverbruik gaat. De vooruitzichten voor grootschalige toepassing van zonne-energie zijn namelijk buitengewoon goed. Nu is de plaatsing van zonne-cellen nog onrendabel en daarom niet interessant, maar dankzij technologische ontwikkelingen is dat vanaf 21015 wél haalbaar. Dat heb ik mij vanmiddag laten vertellen door een toekomststrateeg van een energiebedrijf.

Het zou echt geweldig zijn als we straks onze daken massaal kunnen bedekken met zonnepanelen. Het vervuilt geen horizons, zorg niet voor lawaai, levert geen hinderlijke slagschaduw, geeft geen viezigheid, maakt ons niet afhankelijk van de grillen van stroomleveranciers en brengt geen transportkosten met zich mee.
Het enige nadeel is dat de zon niet altijd schijnt (al schijnt er niet perse stralende zon nodig te zijn voor de opwekking van energie). Maar voor die gevallen is er ook nog de Thuiscentrale: de micro-WKK. Ook aan de ontwikkeling van dat ding wordt hard gewerkt. Het is een soort CV-ketel, die behalve gas ook stroom produceert. De combinatie van zonne-energie met de micro-WKK maakt een huishouden vrijwel zelfvoorzienend. Prachtig toch! (En wie helemaal CO2-neutraal wil draaien kan in de toekomst ook nog certificaten kopen op het gebied van natuurontwikkeling om de CO2-uitstoot van het verbruikte gas te compenseren).

Zonne-energie staat dus een grote toekomst te wachten. En daarnaast zijn er nog allerlei andere veelbelovende technologische ontwikkelingen, die ook de uitstoot van electriciteitscentrales zullen minimaliseren. De CO2-uitstoot zal over enkele tientallen jaren ineens een heel beheersbaar probleem zijn. Het is dan ook helemaal niet nodig om kernenergie weer uit de kast te halen. Er zijn simpelweg veel betere alternatieven beschikbaar.

Het enige probleem is dat we nog een jaar of tien moeten wachten voordat de zonne-energie voldoende rendabel is en de andere technologieën van de grond komen. Maar toch is dit een veel optimistischer toekomstbeeld dan ik tot nu toe kende.

Worden we soms bang gemaakt met allerlei doemscenario's? Net als de zure regen en de massale sterfte van bossen, waarvoor we ooit bang gemaakt zijn?

Laten we ons nu richten op scenario's met zonnige kanten!