Posts tonen met het label Gemeentemuseum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gemeentemuseum. Alle posts tonen

zondag 19 december 2010

Zo krijgt Auke de Vries een idee

De eerste ideeën die Auke de Vries op papier zette.

Beeldhouwer Auke de Vries gaf vanmiddag een toelichting op zijn serie kunstwerken Nesten, die op dit moment in het Haagse Gemeentemuseum te zien zijn. In eenzaamheid komt hij tot ideeën, die in feite uit zijn onderbewuste naar boven komen. "Je moet de tijd durven te verliezen."

Het prille idee voor Nesten ontstond in het Mercedes Benz Museum in Stuttgart, een ontwerp van de Nederlandse architect Ben van Berkel. In de grote open hal zag hij mogelijkheden voor een kunstwerk. Iets dat je kon bewonderen als je met de lift omhoog flitst. Een kunstwerk dat zó intrigeert, dat je de lift nogmaals neemt om het wat beter te zien. En daarna nog een keer!

De Vries kreeg nooit daadwerkelijk een opdracht om zo'n kunstwerk te maken, maar de gedachte aan die ruimte liet hem niet los. Al schetsend en tekenend kwam hij tot samenklonterende vlakjes, kegels en stangen in verschillende kleuren. "Het zijn nesten", zei hij op een dag.

Dat woord bleef hangen. De kunstenaar verdiepte zich in allerlei soorten nesten, de meest duidelijke vorm van architectuur in de natuur. Ondertussen kregen de ideeën verder vorm in het onderbewuste. Die vormen zongen zich los van het Mercedes Benz Museum en van bestaande nesten in de natuur. Het werd een werkelijkheid op zichzelf. "Het museum was alleen maar een haakje, waardoor dit idee naar boven kon komen", zei De Vries.

Hij ging verder met experimenteren. Uiteindelijk leidde dat proces tot drie monumentale kunstwerken, die midden in de ruimte hangen. Het lijkt net alsof een magneet de stukken metaal bij elkaar houdt, had een jongetje tegen De Vries gezegd. Dat vond hij een rake uitspraak.

Om de ideeën voor deze kunstwerken naar boven te laten komen sluit De Vries vrijwel helemaal zich af van de buitenwereld. Hij verstopt zich zelfs. Hij rommelt, loopt rond en gaat desnoods slapen in zijn atelier, als hij daar behoefte aan heeft. "Je moet de tijd durven te verliezen." Tegelijkertijd doet hij dat juist in het volle besef dat zijn tijd kostbaar is. Die tijd wijdt hij daarom volledig aan dit creatieve proces.

Wanneer een kunstwerk af is, dan is het af. Daar komt geen besluit aan te pas, op een zeker moment is het gewoon zo voor De Vries. Het is een kunstwerk op zichzelf geworden. Er zit geen betekenis of symboliek in. Het verwijst nergens naar, het is er gewoon. Wel levert het proces hem altijd bijvangst op, die hem verrijkt. Zonder de nesten zou hij zich bijvoorbeeld nooit in bijzondere vogelnesten verdiept hebben. "Dat is de rente die ik ontvang. Mijn bonus."

Auke de Vries
Auke de Vries (1937) groeide op in Friesland en woont en werkt nu al lange tijd in Den Haag. Hij is de internationaal meest bekende Nederlandse beeldhouwer op het gebied van kunstwerken in de openbare ruimte. Zijn beelden zijn te vinden in de Tweede Kamer, in de tuin bij Paleis Noordeinde en voor het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag. Een ander bekend werk is het Maasbeeld in Rotterdam. De beelden van Auke de Vries zijn meestal abstracte composities, die de zwaartekracht tarten met hun langgerekte grillige vormen. De Nesten zijn tot en met 12 februari 2011 te zien in het Gemeentemuseum in Den Haag.

Verder lezen:


Share/Save/Bookmark

maandag 19 april 2010

Kleuren luisteren op Kandinsky's schilderijen

Wassily Kandinsky legde dwarsverbanden tussen muziek en schilderkunst en zette daarmee de kunstopvattingen van zijn eigen tijd op zijn kop. Ga kleuren luisteren in het Gemeentemuseum, waar een overzichtstentoonstelling van zijn werk te zien is.

Het begon met het horen van de opera Lohengrin van Richard Wagner, op zichzelf al een samenballing van beeld, geluid en taal. Wassily Kandinsky voelde zich zo in verwarring gebracht door de klanken, dat hij terstond besloot van loopbaan te veranderen: geen carrière als wetenschapper, maar als kunstenaar. "In gedachten zag ik al mijn kleuren, ze bevonden zich recht voor me. Wilde, bijna krankzinnige lijnen verschenen voor mijn ogen."

Samen met kunstenaars als Franz Marc, August Macke, Paul Klee en Gabriele Münter - allen behorend tot de kunstenaarsgroepering Der Blaue Reiter - streefde Kandinsky naar een synthese van muziek, beeldende kunst en letterkunde. Ritme, klank, vorm en kleur waren hun speelmaterialen. Daarbij liet Kandinsky zich vooral inspireren door de atonale muziek van componist en vriend Arnold Schönberg. Zoals in tegenstrijdigheid van klanken een evenwicht te vinden is, kun je ook contrasterende kleuren naast elkaar plaatsen om harmonie te bereiken.

Zowel kleuren als klanken hebben bovendien een psychologische invloed op de menselijke ziel. En daar is het hem om te doen, want met deze manier van schilderen wil Kandinsky de wereld buiten van binnenuit laten zien. Niet omdat die wereld per sé zo mooi is, maar om de toeschouwer te prikkelen en de geestelijke wereld zichtbaar te maken. De kunstenaar brengt daarmee de ziel in vervoering, stelde hij.

De kunstenaarsgroep Der Blaue Reiter hield in 1911 en 1912 zijn eerste tentoonstelling. De werken van de deelnemende kunstenaars hingen in de galerie in München dwars door elkaar. Contrasten en dissonanten dus, net zoals zij dat in de schilder- en muziekkunst zichtbaar en hoorbaar wilden maken. Door een optimale prikkeling van de zintuigen te bieden, beschouwde hij een expositie als 'geestelijk geschenk' aan de bezoekers.

In het Gemeentemuseum wordt de toeschouwer door de expositie geleid met de vertrouwde tekstpanelen, bijschriften en een audiotour. De meeste schilderijen zijn thematisch geordend. Keurig en informatief, maar geen plek om te dwalen of te verdwalen.

Om echt een 'geestelijk geschenk' te ontvangen à la Kandinsky, is het leuker om op dwaaltocht te gaan en je te laten leiden door je zintuigen. Loop eens kriskras door de expositie heen, net als in de tijd van Kandinsky. Ervaar hoe de kleuren je beïnvloeden. En luister naar de schilderijen.

"De kleur is de toets. Het oog is de hamer. De ziel is de piano met haar vele snaren. De kunstenaar is de hand die doelgericht door deze of gene toets de menselijke ziel doet vibreren."
- Wassily Kandinsky
Gezien: Kandinsky en Der Blaue Reiter - overzichtstentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag. Nog te zien tot en met 13 juni 2010.

Meer lezen over anders kijken en luisteren:
Share/Save/Bookmark

zaterdag 18 juli 2009

Op kinderspeurtocht door het Gemeentemuseum


Musea doen hun best om kinderen te interesseren voor kunst. Speciaal voor mensen die 'jong van geest' zijn, heeft het Gemeentemuseum Den Haag de kelder ingericht tot Wonderkamers en een kinderspeurtocht ontworpen. Werkt dat?

Zoon Niels (8) had zich voorgenomen om deze week het héle Gemeentemuseum te bekijken. Hij hield woord: in drie étappes dwaalden we alle zalen door. Allereerst kreeg hij een kinderspeurtocht over 'kunstdieren' uitgereikt. Hij kreeg ook kleurpotloodjes en een klembordje in een linnen tasje van een aardige mevrouw, dat handig over zijn schouder kon hangen. Daar is over nagedacht.

De dierenspeurtocht leidde ons door een groot deel van het 'gewone' museum, langs het 18e eeuwse poppenhuis van Sara Rothé en uiteraard naar de Wonderkamers. Door de opdrachten bekeek Niels de dierenkaravaan in de vitrine extra nauwkeurig. De bronzen Geit van Luciano Minguzzi was zo zielig, dat hij hem graag echt had geaaid. Opzet geslaagd.

Toch raakte hij vooral gefascineerd door een stuk kunststof buis en twee simpele witte bogen, die zich net buiten de speurroute bevonden. Door de manier waarop deze twee materialen tegen de muur waren bevestigd, zag hij er onmiddellijk een voorstelling in: de slurf en de slagtanden van een olifant. Als dit kunst is, dan was dat heel wat interessanter dan hij altijd had gedacht. Daardoor raakte hij pas echt nieuwsgierig naar de rest van het museum.

Hoewel we door de speurtocht al een behoorlijk stuk afgelegd hadden door de zalen, vond Niels dat we toch helemaal vooraan moesten beginnen. Weer terug naar de glasafdeling dus. Vooral de geslepen glazen met afbeeldingen vond hij knap gemaakt. Ook de aaibare koeien in de wei op de schilderijen van de Haagse School spraken hem aan, net als de pointillistische werken. "Naar kunst kijken, dat is gewoon mooi", zei hij tevreden.

Minder te spreken was hij over een werk met blokjes in primaire kleuren van Bart van der Leck. Dat schilderij was simpelweg nog niet af. Ook met de Victory Boogie Woogie van Mondriaan had hij weinig op. Niet interessant om lang naar te kijken, zei hij over het kostbaarste werk van het Gemeentemuseum. Raar dat die stukjes plaktape er nog op zitten.

Toch trok moderne kunst hem wel degelijk aan. Die kunst hoeft helemaal niet aaibaar of lieflijk te zijn. Hij keek lang naar de geheimzinnige taferelen op het enorme doek Oopsie Daisy van Gé-Karel van der Sterren, waarop hij een vergiftigde rivier, kapotte spullen, rare maanmannetjes en grote wilde planten ontwaarde. De schilder wilde hier duidelijk een verhaal vertellen. Niels vond het een interessante vorm van spoorzoeken.

De meeste museummedewerkers vonden het prachtig dat een jongetje enthousiast de kunstwerken kwam bekijken en de opdrachten van de speurtocht nauwgezet uitvoerde. Al was het wel verwarrend wat kinderen in dit museum wel mogen doen en wat niet.
Zo worden kinderen bij de Wonderkamers aangemoedigd om muziekinstrumenten uit te proberen en zelf te bespelen. Vlak daarna stond een mooi bewerkte piano opgesteld, al even aantrekkelijk om aan te raken. Maar dit was een officieel museumstuk, alleen bedoeld om naar te kijken. De suppoost reageerde ineens onverwacht streng.


Enkele manieren om met een kind naar een schilderij of ander kunstwerk te kijken:
  • Laat het kind vanuit zijn eigen perspectief kijken naar een schilderij. Dat betekent dat je als volwassene je op de achtergrond houdt. Geef het kind gelegenheid uit te zoeken wat hij of zij interessant vindt. Neem het kind daarbij serieus.
  • Zie een kunstwerk als een verhaal. Met een kunstwerk wil een kunstenaar iets overbrengen. Een gevoel delen bijvoorbeeld, een gedachte verbeelden of een reactie op een ander kunstwerk geven. Blijf voor een schilderij staan en laat de vormen en kleuren op je inwerken. Laat het kind vertellen wat hem opvalt en wat hij ziet of voelt. Het gaat niet om goed of fout, maar om een indruk te verwoorden.
  • Stel vragen. Met aanvullende vragen kun je stimuleren om nauwkeuriger naar een kunstwerk te kijken. Waarom denk je dat de kunstenaar dit heeft gemaakt? Wat zie je? Wat probeert de kunstenaar hiermee te zeggen?

Verder lezen:


Share/Save/Bookmark

vrijdag 22 mei 2009

Passie voor elkaar, betere kunst?


Geliefden die behalve een diepe liefde voor elkaar ook een passie voor kunst delen: er is nauwelijks een romantischer onderwerp denkbaar voor een expositie. In de tentoonstellling Liefde! Kunst! Passie! in het Haags Gemeentemuseum staan zeventien kunstenaarsechtparen centraal, bij wie werk, liefde en creativiteit met elkaar verweven zijn.

Een uitstekende gelegenheid om te bestuderen of kunstenaars elkaar beïnvloeden als ze samen een innige relatie hebben en op welke manier dan. Stuwen de stellen elkaars creativiteit tot grotere hoogten of juist niet? Levert passie voor elkaar ook betere kunst op?

In sommige gevallen wel, zo is op de tentoonstelling te zien. Hans Arp en Sophie Taeuber-Arp werkten eendrachtig samen als yin en yang, elkaar aanvullend en versterkend tot uiterst harmonieuze kunstwerken. Soms zie je hoe geliefden elkaars vormentaal overnemen en elkaars muze zijn. Maar in diverse gevallen zijn de ego's van de kunstenaars te groot voor een langdurige relatie met een andere kunstenaar. De verbintenis van Auguste Rodin en Camille Claudel was dieptragisch. Dat geldt ook voor het levensverhaal van Marianne von Werefkin. Zij was de leermeester van Alexej von Jawlensky, die ook dankzij haar financiële steun zich kon ontplooien tot kunstenaar. Toen Von Jawlensky erkenning kreeg voor zijn kunst, verliet hij Marianne voor een andere vrouw.

Frida Kahlo hield hartstochtelijk van Diego Rivera, wat ze verbeeldde in een klein ikoontje met een dubbelportretje van haar en haar geliefde. De bloedaderen die haar hoofd en dat van Diego omstrengelen, zien er echter wel erg verstikkend uit. Frida hield Diego krampachtig vast, wat toch niet echt tot een vruchtbare artistieke kruisbestuiving leidde.

Misschien is een relatie tussen twee kunstenaars het vruchtbaarst als geliefden iets totaal verschillends doen. Jean Tinguely maakt bewegende objecten, Niki de Saint Phalle maakt enorme vrouwenbeelden in vrolijke kleuren. Hun gezamenlijke Strawinskifontein bij Centre Georges Pompidou in Parijs is een spectaculair geheel, waarin beide talenten tot uiting komen.

Gezien:
Liefde! Passie! Kunst! Kunstenaarsechtparen

Gemeentemuseum Den Haag, nog te zien tot 1 juni 2009


Share/Save/Bookmark

vrijdag 17 februari 2006

Speelkwartier II

Machines en robots zullen ons werk overnemen, dacht de kunstenaar Constant Nieuwenhuis in de jaren zestig. De toekomst voor de mensheid zag er in zijn visioenen uit als een permanent speelkwartier. De nieuwe mens zou zich alleen nog maar bezig hoeven houden met kunst maken, vertier zoeken en zwerven.

Bij dat leven van de homo ludens hoorde ook in zijn visie een nieuwe manier van wonen: zwervend langs commune-achtige eenheden, een soort labyrinthen, bevolkt met mensen van allerlei afkomst. En met desoriëntatie als leidraad. Het leven als van een zigeuner, maar dan in een futuristisch jasje. Zijn ontwerpen voor dit New Babylon zijn te zien op de tentoonstelling Ode aan Constant in het Haags Gemeentemuseum.

Veertig jaar verder zijn wij nu Constants toekomstmens. Maar in plaats van een zwerversbestaan leiden we juist zeer honkvast leven. Allemaal een eigen huisje en een tuintje. We betreuren nu de kinderen, die door de scheiding van hun co-ouders voortdurend van 'huis' wisselen; zoiets zien we met de ogen van nu absoluut niet als een 'verrijking van hun bestaan'. Een huis dat niet als vaste stek dient, is nu geen echt 'thuis'.

En spelen, doen we dat nog in ons huis?

woensdag 23 november 2005

Blauwe regen



Op de website www.wonderkamers.nl, die bij de expositie van het Gemeentemuseum hoort, kun je een persoonlijkheidstest doen. Daar kun je je voorkeuren voor bepaalde stukjes uit een schilderij aangeven. Mijn voorkeur ging (weinig verrassend) uit naar het schilderwerk Blauwe Regen, een werk van Claude Monet uit 1925. Dat daar een fantasierijke persoonlijkheid bij hoort die zijn keuzes op gevoel maakt, ligt dan wel voor de hand...

Zeegordijntje en andere wonderen

Als je een film van zeegolven op zijn kant projecteert of schuin, is het geen deinende blauwe zee meer, maar een bewegend gordijntje.

Dat was één van de beweringen van kunstenaars, die een inkijkje gaven in hun werkwijze. Behalve de zeekunstenaar waren de beroemde filmbeelden te zien van Karel Appel die een woeste verf-explosie loslaat op een enorm doek. Marlene Dumas, die op kleddernatte vellen papier zwarte inkt laat uitvloeien en zo onverwachts tot intrigerende aquarellen komt. Armando die een uiterst somber doek maakt (Wandwald) en daarbij kijkt alsof het een diepgevoelde innerlijke noodzaak was om deze zwarte vlakken te schilderen. En Jack Pollock, die de verf direct uit blikken laat druppelen. Door kwasten te negeren als het vanzelfsprekende instrument van de kunstenaar, heeft hij kunstgeschiedenis geschreven. Fascinerend om naar te kijken.

En dat waren alleen nog maar de atelierfilmpjes in de Wonderkamers, de kelder van het Gemeentemuseum. In dit labyrinth dwaal je moeiteloos urenlang rond, van de ruimte vol bouwtekeningen van Berlage tot het spiegelpaleis vol popperige prinsessenkleding. Iedere ruimte is weer anders; over elke kamer is uitvoerig nagedacht.

Om jongeren te interesseren voor kunst heeft het Gemeentemuseum een soort open depot ingericht met de meest uiteenlopende voorwerpen. Een routebeschrijving is er niet, laat staan een chronologische of een kunsthistorisch verantwoorde inrichting. Er zijn alleen enkele touchscreens, waar de gebruikelijke namen van kunstenaars en titels terug te vinden zijn.

Wel zijn er enkele thema's, zoals de kleuren rood, blauw en geel. De knalrode jurk van Fong Leng voor Mathilde Willink staat er zusterlijk naast een opblaaspop. Ook zijn allerlei uiteenlopende en vaak vreemdsoortige voorwerpen over vrouwen, mannen, kinderen en dieren gegroepeerd. Dierenbeelden uit allerlei culturen staan in een optocht achter elkaar, alsof de Ark van Noach zojuist is opengegaan.

Schatten zijn er zeker te vinden in de Wonderkamers. In één van de vitrines blinkt het goud je van alle kanten tegemoet. Maar het leuke is dat het Museum ook nep en klatergoud laat zien.

In de veiling, waar je prijzen van 'kunstwerken' kunt raden, word je helemaal op het verkeerde been gezet. Een miniatuurtje blijkt een onbeholpen schilderijtje van twee euro te zijn, gekocht op de rommelmarkt. Een fotoportret is bij nader inzien een zeer bewerkelijk en kostbaar kunststuk. En het museum heeft het zelfs aangedurfd een vervalste collage van Klimt erbij te hangen. Ziet er leuk uit, maar is geen cent waard.

De theatrale expositie gaat uiteindelijk over allerlei vormen van creativiteit. En die creativiteit hoeft niet volkomen origineel te zijn, maar kan ook voortbouwen op ideeën van anderen. Zoals Richard Hutten, die een eigen versie ontwierp van de Rietveldstoel. Een heruitvinding van de uitvinding met moderne vezels als stoffering. Deze Huttenstoel zag ik later terug in de Brasserie van het museum.

In dit hol van associaties, waar je gemakkelijk je gevoel van ruimte en tijd kwijt raakt, kun je allerlei losse flarden aan elkaar weven. Het eindresultaat van die dwaaltocht is onvoorspelbaar. Het is een amusant spelletje 'Ik zie ik zie wat jij niet ziet', want niemand ziet hier hetzelfde. Maar dat kijken zonder leidraad biedt wel veel inspiratie. Ga maar kijken, er staat niet wat er staat.

Gezien: Wonderkamers, Gemeentemuseum Den Haag, permanente expositie