Posts tonen met het label Den Haag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Den Haag. Alle posts tonen

maandag 15 oktober 2012

'Maak het groot' en 4 andere tips om een idee uit te voeren


Expositie van 2012 New Horizons in galerie Broft/VanderHorst
Ideeën krijgen pas bestaansrecht als je ze ook uit weet te voeren. Fotograaf Bruno van den Elshout heeft daar ervaring mee: maak het groot.

Bruno van den Elshout voert jaarlijks een eigen fotografieproject uit. Na Poldermotieven (snelwegen) en Crossroad Europe (Europese samenwerking) portretteert hij in 2012 ieder heel uur de Noordzeehorizon vanaf het dak van het Atlantic Hotel in Kijkduin: 2012- New Horizons.  Afgelopen weekeinde beleefde hij een van de hoogtepunten tot nu toe: een expositie in Galerie Broft/vanderHorst aan het Haagse Noordeinde, waar een eerste selectie van de foto's te zien is.

Het hele project vergt veel inzet op het gebied van techniek, financiën en samenwerking met andere partners. Daarmee staat het project in grote lijnen ook model voor allerlei andere soorten projecten, binnen en buiten organisaties.

Hoe pakt Bruno het aan?

1. Maak het groot

Bruno’s oorspronkelijke idee is om een jaar lang iedere dag een foto te maken van de Noordzeehorizon. Dat betekent dat hij dagelijks zichzelf de verplichting oplegt om naar het strand te gaan. Niet handig, bedenkt hij zich.

Daarna komt hij op het idee om niet iedere dag maar ieder uur een foto te maken: 366 etmalen lang. Door het groot te maken ontstaan er nieuwe mogelijkheden: “Het wordt zo extreem dat het weer mogelijk wordt.”

Het verhaal hoe Bruno precies op het idee kwam kwam voor de horizonportretten staat beschreven in dit blog dat ik eerder hierover schreef.

2. Bepaal je doel

Om losse ideeën daadwerkelijk uit te voeren maakt Bruno er zo snel mogelijk een ‘invuloefening’ van: hoe concreter, hoe beter. Het is een doelbewuste strategie om ideeën om te zetten in daden. "Het idee heeft dan geen open einde meer. De begrenzing geeft me een gerichte focus, terwijl ik toch voldoende vrijheid houd."
Bij het actieplan stelt hij het doel vast en bepaalt hij de benodigde stappen om dat doel te bereiken: voorwaarden om zijn ideeën te realiseren. "Ik kies mijn punt op de horizon. Zelfs als het niet je eindbestemming is, kun je al beginnen met de reis.”
Zijn ambities zijn hoog: alle 8785 beelden die het project voortbrengt zijn te koop als unieke kunstwerken. Op deze manier kan hij de kosten terugverdienen en zijn partners de beloofde exposure geven.

3. Deel een visie

Iedereen kan op ieder moment de horizon van de Noordzee bekijken: strikt genomen hetzelfde wat Bruno op zijn foto’s laat zien. Bruno maakt meteen duidelijk dat hij méér doet: hij deelt niet alleen 8785 weergaves van de werkelijkheid, maar levert ook onderzoeksgegevens aan (data hoe het licht en daarmee de kleuren voortdurend veranderen), geeft zijn visie op het jaar 2012 en appelleert aan metafysische doelen.

Zelf omschrijft hij het zo: “Bewegingloos maar constant aan verandering onderhevig: als beginpunt van de oneinigheid staat de horizon symbool voor de onontkoombare kracht van harmonie. De onbeweeglijkheid van de horizon biedt houvast in de verwarrende tijden die we beleven.”

4. Zoek samenwerking

Naarmate het plan groter wordt, heb je ook meer mensen nodig om je doelen te bereiken. Bruno zoekt op allerlei terreinen partners: voor de techniek, financiën, communicatie en nog veel meer.

Zo ontwikkelt hij  de techniek van 2012 - New Horizons samen met Roelof de Vries. Hij werkt samen met uiteenlopende partners, onder wie Kamera Express, Weerhuisje.nl en NH Atlantic Hotel.
Ook laat hij studenten van de Hogeschool Leiden meedenken over de communicatie en de PR, terwijl studenten van de Hogeschool Rotterdam een nieuwe interactieve website ontwerpen.

5. Kies tussenmijlpalen

Tijdens de looptijd van het project voert Bruno regelmatig tussenactiviteiten uit. Deze tussendoelen groeien uit tot creatieve spin offs, die nieuwe aandacht opleveren voor zijn project.

Zo laat hij een 'terugtelkalender' maken met 30 horizonportretten in miniatuur. De kalender wordt gedrukt op dunne stroken papier: snijstroken van de drukkerij. Ook verspreidt hij op allerlei manieren gratis beelden van de opnames: via internet, ansichtkaarten en ander drukwerk. Hoe meer mensen hij bereikt, hoe meer potentiële kopers voor zijn horizonportretten.

De jongste 'tussenmijlpaal' is de expositie in galerie Broft/VanderHorst op het Haagse Noordeinde. Hier krijgt hij de gelegenheid om een eerste selectie van de horizonportretten tentoon te stellen. De expositie werd afgelopen vrijdag officieel geopend en trok al veel belangstellenden. Daarom is de expositie enkele dagen verlengd.  

Je kunt de foto's nog tot en met donderdag 18 oktober bekijken tot bij Broft/vanderHorst Galleries aan het Noordeinde 51 in Den Haag.



Excelleren met ideeën

Je hebt ideeën, maar hoe voer je ze uit? Dat is een van de onderdelen in de online training Excelleren met Ideeën. Lees hier meer over dit programma, waarmee je in zeven stappen je inspiratiebronnen ten volle leert gebruiken, je grenzen verlegt en je ontvankelijkheid voor ideeën vergroot.
Sigrid van Iersel (Verhaallijnen, Den Haag) is als schrijver en journalist gespecialiseerd in creatief denken en storytelling. Zij is auteur van de boeken Lenig Denken en Toverballen voor het Brein.Gemakkelijk op de hoogte blijven van deze artikelen? Vul dan hier je e-mailadres in en ontvang automatisch een mail bij de publicatie van ieder nieuw artikel.

maandag 19 april 2010

Kleuren luisteren op Kandinsky's schilderijen

Wassily Kandinsky legde dwarsverbanden tussen muziek en schilderkunst en zette daarmee de kunstopvattingen van zijn eigen tijd op zijn kop. Ga kleuren luisteren in het Gemeentemuseum, waar een overzichtstentoonstelling van zijn werk te zien is.

Het begon met het horen van de opera Lohengrin van Richard Wagner, op zichzelf al een samenballing van beeld, geluid en taal. Wassily Kandinsky voelde zich zo in verwarring gebracht door de klanken, dat hij terstond besloot van loopbaan te veranderen: geen carrière als wetenschapper, maar als kunstenaar. "In gedachten zag ik al mijn kleuren, ze bevonden zich recht voor me. Wilde, bijna krankzinnige lijnen verschenen voor mijn ogen."

Samen met kunstenaars als Franz Marc, August Macke, Paul Klee en Gabriele Münter - allen behorend tot de kunstenaarsgroepering Der Blaue Reiter - streefde Kandinsky naar een synthese van muziek, beeldende kunst en letterkunde. Ritme, klank, vorm en kleur waren hun speelmaterialen. Daarbij liet Kandinsky zich vooral inspireren door de atonale muziek van componist en vriend Arnold Schönberg. Zoals in tegenstrijdigheid van klanken een evenwicht te vinden is, kun je ook contrasterende kleuren naast elkaar plaatsen om harmonie te bereiken.

Zowel kleuren als klanken hebben bovendien een psychologische invloed op de menselijke ziel. En daar is het hem om te doen, want met deze manier van schilderen wil Kandinsky de wereld buiten van binnenuit laten zien. Niet omdat die wereld per sé zo mooi is, maar om de toeschouwer te prikkelen en de geestelijke wereld zichtbaar te maken. De kunstenaar brengt daarmee de ziel in vervoering, stelde hij.

De kunstenaarsgroep Der Blaue Reiter hield in 1911 en 1912 zijn eerste tentoonstelling. De werken van de deelnemende kunstenaars hingen in de galerie in München dwars door elkaar. Contrasten en dissonanten dus, net zoals zij dat in de schilder- en muziekkunst zichtbaar en hoorbaar wilden maken. Door een optimale prikkeling van de zintuigen te bieden, beschouwde hij een expositie als 'geestelijk geschenk' aan de bezoekers.

In het Gemeentemuseum wordt de toeschouwer door de expositie geleid met de vertrouwde tekstpanelen, bijschriften en een audiotour. De meeste schilderijen zijn thematisch geordend. Keurig en informatief, maar geen plek om te dwalen of te verdwalen.

Om echt een 'geestelijk geschenk' te ontvangen à la Kandinsky, is het leuker om op dwaaltocht te gaan en je te laten leiden door je zintuigen. Loop eens kriskras door de expositie heen, net als in de tijd van Kandinsky. Ervaar hoe de kleuren je beïnvloeden. En luister naar de schilderijen.

"De kleur is de toets. Het oog is de hamer. De ziel is de piano met haar vele snaren. De kunstenaar is de hand die doelgericht door deze of gene toets de menselijke ziel doet vibreren."
- Wassily Kandinsky
Gezien: Kandinsky en Der Blaue Reiter - overzichtstentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag. Nog te zien tot en met 13 juni 2010.

Meer lezen over anders kijken en luisteren:
Share/Save/Bookmark

zaterdag 18 juli 2009

Op kinderspeurtocht door het Gemeentemuseum


Musea doen hun best om kinderen te interesseren voor kunst. Speciaal voor mensen die 'jong van geest' zijn, heeft het Gemeentemuseum Den Haag de kelder ingericht tot Wonderkamers en een kinderspeurtocht ontworpen. Werkt dat?

Zoon Niels (8) had zich voorgenomen om deze week het héle Gemeentemuseum te bekijken. Hij hield woord: in drie étappes dwaalden we alle zalen door. Allereerst kreeg hij een kinderspeurtocht over 'kunstdieren' uitgereikt. Hij kreeg ook kleurpotloodjes en een klembordje in een linnen tasje van een aardige mevrouw, dat handig over zijn schouder kon hangen. Daar is over nagedacht.

De dierenspeurtocht leidde ons door een groot deel van het 'gewone' museum, langs het 18e eeuwse poppenhuis van Sara Rothé en uiteraard naar de Wonderkamers. Door de opdrachten bekeek Niels de dierenkaravaan in de vitrine extra nauwkeurig. De bronzen Geit van Luciano Minguzzi was zo zielig, dat hij hem graag echt had geaaid. Opzet geslaagd.

Toch raakte hij vooral gefascineerd door een stuk kunststof buis en twee simpele witte bogen, die zich net buiten de speurroute bevonden. Door de manier waarop deze twee materialen tegen de muur waren bevestigd, zag hij er onmiddellijk een voorstelling in: de slurf en de slagtanden van een olifant. Als dit kunst is, dan was dat heel wat interessanter dan hij altijd had gedacht. Daardoor raakte hij pas echt nieuwsgierig naar de rest van het museum.

Hoewel we door de speurtocht al een behoorlijk stuk afgelegd hadden door de zalen, vond Niels dat we toch helemaal vooraan moesten beginnen. Weer terug naar de glasafdeling dus. Vooral de geslepen glazen met afbeeldingen vond hij knap gemaakt. Ook de aaibare koeien in de wei op de schilderijen van de Haagse School spraken hem aan, net als de pointillistische werken. "Naar kunst kijken, dat is gewoon mooi", zei hij tevreden.

Minder te spreken was hij over een werk met blokjes in primaire kleuren van Bart van der Leck. Dat schilderij was simpelweg nog niet af. Ook met de Victory Boogie Woogie van Mondriaan had hij weinig op. Niet interessant om lang naar te kijken, zei hij over het kostbaarste werk van het Gemeentemuseum. Raar dat die stukjes plaktape er nog op zitten.

Toch trok moderne kunst hem wel degelijk aan. Die kunst hoeft helemaal niet aaibaar of lieflijk te zijn. Hij keek lang naar de geheimzinnige taferelen op het enorme doek Oopsie Daisy van Gé-Karel van der Sterren, waarop hij een vergiftigde rivier, kapotte spullen, rare maanmannetjes en grote wilde planten ontwaarde. De schilder wilde hier duidelijk een verhaal vertellen. Niels vond het een interessante vorm van spoorzoeken.

De meeste museummedewerkers vonden het prachtig dat een jongetje enthousiast de kunstwerken kwam bekijken en de opdrachten van de speurtocht nauwgezet uitvoerde. Al was het wel verwarrend wat kinderen in dit museum wel mogen doen en wat niet.
Zo worden kinderen bij de Wonderkamers aangemoedigd om muziekinstrumenten uit te proberen en zelf te bespelen. Vlak daarna stond een mooi bewerkte piano opgesteld, al even aantrekkelijk om aan te raken. Maar dit was een officieel museumstuk, alleen bedoeld om naar te kijken. De suppoost reageerde ineens onverwacht streng.


Enkele manieren om met een kind naar een schilderij of ander kunstwerk te kijken:
  • Laat het kind vanuit zijn eigen perspectief kijken naar een schilderij. Dat betekent dat je als volwassene je op de achtergrond houdt. Geef het kind gelegenheid uit te zoeken wat hij of zij interessant vindt. Neem het kind daarbij serieus.
  • Zie een kunstwerk als een verhaal. Met een kunstwerk wil een kunstenaar iets overbrengen. Een gevoel delen bijvoorbeeld, een gedachte verbeelden of een reactie op een ander kunstwerk geven. Blijf voor een schilderij staan en laat de vormen en kleuren op je inwerken. Laat het kind vertellen wat hem opvalt en wat hij ziet of voelt. Het gaat niet om goed of fout, maar om een indruk te verwoorden.
  • Stel vragen. Met aanvullende vragen kun je stimuleren om nauwkeuriger naar een kunstwerk te kijken. Waarom denk je dat de kunstenaar dit heeft gemaakt? Wat zie je? Wat probeert de kunstenaar hiermee te zeggen?

Verder lezen:


Share/Save/Bookmark

zaterdag 11 juli 2009

Voedsel uit de stad


Voedselproductie is vrijwel helemaal uit de stad verdwenen. Kunstcentrum Stroom in Den Haag wil met de manifestatie Foodprint ons daar weer van bewust maken. Weer vissen in de Haagse beek? Of tuinieren op balkons?

De Riviervismarkt, de Kalverstraat, de Botermarkt en de Brouwersgracht: namen van straten en pleinen die ons eraan herinneren dat de aanwezigheid van voedsel op straat heel gewoon was. Nu liggen voedingswaren meestal kleingesneden en abstract verpakt in de supermarkt, buiten ons gezichtsveld in alle vroegte aangevoerd door vrachtwagens met roetfilters.

Met de kunstmanifestatie Foodprint wil kunstcentrum Stroom in Den Haag ons weer bewust maken van de invloed van voedsel op de cultuur, de inrichting en het functioneren van steden en van Den Haag in het bijzonder. Twee jaar lang zijn er allerlei manifestaties, educatieve programma's en activiteiten te beleven. Daarmee wil Stroom onder meer de discussie aanzwengelen over de relatie tussen voedsel van stadsbewoners en zijn producenten. De voedselproductie terug brengen naar de stad of ten minste zichtbaar maken kan het bewustzijn van de waarde van voedsel versterken, dat is het doel. Ook kan het een bijdrage leveren aan een groene, gezonde, leefbare en duurzame stad.

Stadsontwerpers zouden ook veel meer rekening moeten houden met het belang van lokale voedselproductie, vindt Carolyn Steel, schrijfster van het boek Hungry City. Zij beziet als architecte steden vanuit het perspectief van de voeding. Overvloedig aanbod van goedkoop voedsel in de stad lijkt vanzelfsprekend, maar Steel waarschuwt dat dit in de nabije toekomst wel eens zou kunnen veranderen. Het is daarom belangrijk dat architecten en stadsplanners in hun ontwerp van steden ook aandacht besteden aan plaatselijke voedselvoorziening.

Voedsel behoort tot onze eerste levensbehoeften, betoogt zij onder meer. Toch zijn er maar weinig mensen die het grote belang van de stedelijke voedselketen onder de ogen durven te zien. Er hoeven namelijk maar een paar kanalen uit te vallen en de hele voedselproductie stokt. Om onze eigen onafhankelijkheid van lange distributiekanalen te verminderen, zouden we onze voortuintjes om moeten toveren tot moestuintjes.

Een team van kunstenaars, ontwerpers, agrariërs en andere deskundigen gaat voor Foodprint de komende twee jaar de voedselvoorziening van Den Haag onder de loep nemen. Interessant om te vernemen wat daaruit komt. Enkele geopperde ideeën zijn een tilapiakwekerij op de Binckhorst en moestuinen in de Schilderswijk. Dus waarom ook geen groentetuinen op platte daken? Of fruitbomen in het Haagse Bos? Je eigen vis uit de Haagse Beek opvissen? Of weer koeien op de Koekamp neerzetten?

Voedsel dat je zelf plukt of bij elkaar scharrelt heeft op een of andere manier een bijzondere waarde. De oogst van aardbeien in de eigen achtertuin reken ik tot de kleine genoegens van het leven. Alsof ik - net als mijn agrarische voorvaderen - weer even zelfvoorzienend ben.

Toch is voedsel gewoon al direct verkrijgbaar in de stad. Onlangs waren we in een verborgen oude kloostertuin in het stadscentrum, waar ze peren zo voor het plukken hingen. Het Haagse Bos staat vol met brandnetels, paardebloem, zevenblad en andere eetbare planten.

Eten wat de stad schaft, dat kan dus al. In Leiden wijst Barbara stadsbewoners de weg op haar blog Wildplukker en op haar kaarten van Eetbaar Leiden op Google Maps. Daar geeft ze precies aan waar vlierbessen, tamme kastanjes en eetbare paddestoelen te vinden zijn. Direct je voedsel bij elkaar scharrelen in bebouwd gebied, je moet er vooral even oog voor hebben.


Verder lezen:

Stel je dit artikel op prijs? Abonneer je dan op de nieuwe webposts van Ideeënmaker. Kies linksboven jouw rss-feeder en je ontvangt bericht als ik weer een nieuw artikel geschreven heb.

Share/Save/Bookmark

vrijdag 22 mei 2009

Passie voor elkaar, betere kunst?


Geliefden die behalve een diepe liefde voor elkaar ook een passie voor kunst delen: er is nauwelijks een romantischer onderwerp denkbaar voor een expositie. In de tentoonstellling Liefde! Kunst! Passie! in het Haags Gemeentemuseum staan zeventien kunstenaarsechtparen centraal, bij wie werk, liefde en creativiteit met elkaar verweven zijn.

Een uitstekende gelegenheid om te bestuderen of kunstenaars elkaar beïnvloeden als ze samen een innige relatie hebben en op welke manier dan. Stuwen de stellen elkaars creativiteit tot grotere hoogten of juist niet? Levert passie voor elkaar ook betere kunst op?

In sommige gevallen wel, zo is op de tentoonstelling te zien. Hans Arp en Sophie Taeuber-Arp werkten eendrachtig samen als yin en yang, elkaar aanvullend en versterkend tot uiterst harmonieuze kunstwerken. Soms zie je hoe geliefden elkaars vormentaal overnemen en elkaars muze zijn. Maar in diverse gevallen zijn de ego's van de kunstenaars te groot voor een langdurige relatie met een andere kunstenaar. De verbintenis van Auguste Rodin en Camille Claudel was dieptragisch. Dat geldt ook voor het levensverhaal van Marianne von Werefkin. Zij was de leermeester van Alexej von Jawlensky, die ook dankzij haar financiële steun zich kon ontplooien tot kunstenaar. Toen Von Jawlensky erkenning kreeg voor zijn kunst, verliet hij Marianne voor een andere vrouw.

Frida Kahlo hield hartstochtelijk van Diego Rivera, wat ze verbeeldde in een klein ikoontje met een dubbelportretje van haar en haar geliefde. De bloedaderen die haar hoofd en dat van Diego omstrengelen, zien er echter wel erg verstikkend uit. Frida hield Diego krampachtig vast, wat toch niet echt tot een vruchtbare artistieke kruisbestuiving leidde.

Misschien is een relatie tussen twee kunstenaars het vruchtbaarst als geliefden iets totaal verschillends doen. Jean Tinguely maakt bewegende objecten, Niki de Saint Phalle maakt enorme vrouwenbeelden in vrolijke kleuren. Hun gezamenlijke Strawinskifontein bij Centre Georges Pompidou in Parijs is een spectaculair geheel, waarin beide talenten tot uiting komen.

Gezien:
Liefde! Passie! Kunst! Kunstenaarsechtparen

Gemeentemuseum Den Haag, nog te zien tot 1 juni 2009


Share/Save/Bookmark

woensdag 26 november 2008

Alice in politiek Den Haag


Toen Corrie Hermann in 1998 verkozen werd tot Kamerlid namens GroenLinks, volgde ik als verslaggever haar politieke entree. Op de verkiezingsavond waarde deze gepensioneerde GGD-arts in Den Haag rond als Alice in Wonderland, schreef ik de volgende dag in de krant. Hermann vond het geweldig om vergeleken te worden met het kleine meisje, vertelde ze me later. Het beroemde kinderboek van Lewis Caroll behoorde tot haar lievelingswerken. De passage over de Cheshire Cat, de grijnzende kat die in het niets kan oplossen, kende ze uit haar hoofd.

Lang bleef Hermann niet in de politiek. Ze ontmoette veel onbegrip dat ze als gezondheidsspecialiste in de Kamer geen enkele behoefte had om de strijd aan te gaan met minister Els Borst. De twee artsen begrepen elkaar als vakgenoten veel te goed.

Veel Kamerleden maakten zich druk over de citatenindex van het weekblad Intermediair, waaruit op te maken viel hoe vaak je in de media ‘genoemd’ werd. Bij diverse fracties voorspelde de plek op deze lijst je plaats op de kandidatenlijst voor de volgende verkiezingen. Zo niet Corrie Hermann, die op deze citatenlijst vrijwel onderaan bungelde.

Over dit soort Haagse belangrijkheden bleef ze zich verwonderen. Maar niet zoals Alice dat deed, denk ik achteraf. Eerder als de grijnzende Cheshire Cat.

zondag 9 november 2008

Bloem der natie

Met het puntje van haar tong uit haar mond schrijft Naima de vragen op, die ze straks gaat stellen aan de organisatoren van danswedstrijden. We hebben al een rijtje vragen bedacht, maar ze is nog niet tevreden met dit aantal. We bedenken er daarom nog een paar.

Op weg naar het theater, waar de organisatoren een 'persconferentie' zullen geven voor Naima en de andere verslaggevers-in-de-dop, wordt ze wel wat nerveus. Eigenlijk wil ze toch liever geen vragen stellen en haar vriendinnetje ook al niet.

Op de persconferentie komen vervolgens alle groepjes met hun vragen aan de beurt. Ze stellen zich eerst netjes voor, wat de organisatoren van het dansfestijn zichtbaar vertedert. Diverse vragen die Naima in haar notitieblokje had staan, worden ook al door andere kinderen gesteld. Teleurstelling op haar gezicht. Dan weet ze ineens een vraag, die ze toch nog heel graag wil stellen. Als de persconferentie afgerond wordt, meld ik dat Naima op de valreep nog een dringende vraag heeft. Fier staat ze op en vraagt: "Hoeveel aanmeldingen heeft de organisatie gehad van dansgroepen, die aan de wedstrijd mee wilden doen?"

De kinderen die ik twee zondagen mocht begeleiden als gastdocent journalistiek op de IMC Weekendschool kun je met recht betitelen als modelleerlingen. Zelden heb ik zoveel kinderen ontmoet die zo op het puntje van hun stoel zaten om je verhaal te horen. Als ze vertelden over hun eigen droombaan - juf, politieman of advocaat - kregen ze zelf de glinsteringen in hun ogen. De bloem der natie, zou je zeggen. "Als alle kinderen uit achterstandswijken zo zijn, gaat het heel goed met Nederland", merkte mijn collega-gastdocent op.

Het waren zo'n veertig kinderen van 10 en 11 jaar uit Transvaal en de Schilderswijk, de armste wijken van Den Haag. Als je hun verhalen zo links en rechts beluisterde, waren ze afkomstig uit een harde wereld. Zo hoorden we een jongetje wiens moeder overleden was, een meisje dat haar vader tot diep in de nacht begeleid had op een feestje waar hij had moeten werken en een jongetje dat het heel gewoon vond om tot elf uur 's avonds buiten te spelen.

Voor ons was het optreden als gastdocent vrijwilligerswerk, bedoeld om deze kinderen een extra steuntje in de rug en meer perspectief te geven. Maar zij gaven aan ons minstens zoveel terug, namelijk vertrouwen. De nieuwsfotograaf in ons gezelschap vertelde dat hij tijdens zijn werkzaamheden in Den Haag nog regelmatig door de kinderen herkend wordt als de gastdocent van de Weekendschool. Dat hij toegeroepen wordt als Meester Jos, daar gingen zíjn ogen telkens weer van glinsteren.

woensdag 15 oktober 2008

Verhaal halen (en brengen)

Verhaal halen

Verhaal halen, zo luidde de titel van het Haagse proza-en columnistenfestival Dichteraanhuis. Er zijn tegenwoordig nog veel meer verhalen te halen, want steeds meer organisaties leggen zich toe op de verzameling en verspreiding daarvan.
  • De Verhalenbank: een online database van het Meertens Instituut met een grote collectie historische en hedendaagse sprookjes, moppen, raadsels en broodjeaap-verhalen.
  • De Haagse Schatkist: inwoners van Den Haag kunnen deze Schatkist vullen met verhalen over de stad. Door het verzamelen van die verhalen, beelden en herinneringen over de eigen geschiedenis, de eigen straat of bijzondere plekken in de stad ontstaat er een Haagse geschiedenis, een lokale canon.
  • Verhalen van zes woorden: een verzameling van een grote reeks verhalen die uit slechts zes woorden bestaan.
Verhaal brengen

Of breng zelf je verhaal:
  • De Verhalentafel: dit is een bijzonder vormgegeven meubel, dat plaats biedt aan een tot zes bejaarde gebruikers. Met slechts twee knoppen kunnen zij via ingebouwde beeldschermen historisch beeldmateriaal oproepen, zoals liedjes, polygoonjournaals en korte filmpjes uit het dagelijks leven. Het oproepen van herinneringen levert de gebruikers verhalen op over vroeger. Zij kunnen ook hun eigen verhalen toevoegen aan de Verhalentafel. Uit onderzoeken blijkt dat bij hoogbejaarde ouderen het geheugen hierdoor beter gaat werken en dat het ophalen van herinneringen nieuwe levensvreugde oplevert.
  • Het Storyboard of my life: de bezoeker van DOK Delft kan zijn eigen multimediale tentoonstelling maken over zijn eigen levensverhaal of dat van een naaste.
  • Eternity4all: schrijf je eigen levensverhaal en bewaar het voor de eeuwigheid.
  • Het vergeten verhaal: een project over de blinde vlekken van de journalistiek, met name op het gebied van de Derde Wereld. Welke projecten worden door journalisten vergeten en hoe kan het beter? Wie wil, kan zo'n vergeten verhaal naar deze site brengen en aan de vergetelheid ontrukken.

dinsdag 14 oktober 2008

Onze nieuwe zon


Detail van het schilderij

Een schilderij zoek je niet, dat vind je. Staand voor het brede doek met de glanzende kleuren ben ik op slag betoverd. In de zwierig getekende gebouwen aan het goudgele strand herkenden we de gebouwen van Scheveningen in een nieuwe opstelling. Kijk, de pier! Hier staat de vuurtoren. En daar de Sprookjesbeelden aan zee!

Dan ontdekken we een groen stickertje op het bijbehorende kaartje. Dat betekent vast dat het schilderij al verkocht is. Einde droomdoek.

Een uurtje later lopen we er nogmaals langs met de kinderen, die inmiddels weg geplukt zijn uit de knutselhoek voor jonge kunstenaars. Zij zien details die we zelf over het hoofd gezien hebben, zoals de vlaggetjes van de Keizerstraat. En het groene stickertje is weg.

Ongemerkt staat achter ons ineens een vriendelijke dame in een zwart broekpak. Ze begint uit te wijden over de trefzekere tekenstijl van de kunstenares en het fabuleuze kleurgevoel, dat zoveel warmte uitstraalt. Precies een doek dat galeriehouders op sombere winterdagen tentoonstellen om klanten naar binnen te lokken. "Kunnen we een optie nemen op dit doek?", hoor ik mezelf zeggen. Ze plakt een stickertje op het kaartje. Een groene. We staan met zijn vieren te stralen.

De verkoopster wordt almaar enthousiaster. Ze biedt aan om het doek bij ons thuis te presenteren, zodat we met eigen ogen kunnen zien of het schilderij wel in onze woonkamer past. Prima idee. Wat, vanavond al? Nou ja, waarom niet.

’s Avonds wordt het gevaarte ons huis in gedragen. Dit is niet een klein schilderijtje erbij, dit is een doek dat de toon zet in onze hele woonkamer. Het past, als we tenminste bereid zijn enkele andere meubelstukken naar andere plekken te verplaatsen.

Als we het doek op de westelijke wand neerhangen, lijkt het net alsof we er een extra raam bij gekregen hebben. Door de muren van alle huizen heen hebben we ineens een uitzicht op een gloedvolle zon boven het strand.

Aan het einde van de dag kijken we vol verbazing terug op onze razendsnelle wijze van beslissingen nemen. We waren helemaal niet van plan om een kunstwerk aan te schaffen. Sterker nog, eerder die dag hadden we getwijfeld of we op deze zonnige dag wel naar de kunstbeurs toe zouden gaan of liever nog even naar de zee. En zie wat de slotsom is van deze dag. In plaats van naar buiten te gaan, hebben we het Scheveningse strand naar binnen gehaald.

zondag 12 oktober 2008

Haagse stilte


Een klein autovrij dorpje in Zwitserland met uitzicht op groene bergen en sneeuwtoppen was afgelopen zomer één van onze vakantieadressen. Idyllischer en rustgevender kan het bijna niet, zou je denken.

In deze vredige omgeving werden we iedere ochtend al vroeg gewekt door de onverbiddellijke klokken van het dorpskerkje. Daarna hoorden we het eindeloze geklingel van de bellen, die de geiten om hun nek droegen in de nabijgelegen weide. De kinderen, die aan de andere kant van het huisje sliepen, schrokken op hun beurt iedere ochtend wakker van de buurvrouw, die haar verzameling poezen bij elkaar riep voor het ochtendmaal.

Het zou overdreven zijn om deze geluiden tot lawaai te bestempelen, maar we ontdekten wel dat we bepaald niet gewend zijn aan ochtendgeluiden. En dat terwijl we zelf midden in de stad wonen. Of zouden we zo gewend zijn aan de alledaagse geluiden om ons heen, dat we ze niet meer horen?

Nee, dat is toch niet het geval. Deze week bood de nazomer gelegenheid om buiten nog eens goed naar de geluiden om ons heen te luisteren. Hier en daar hoor je een vogeltje. Soms is er een klusser bezig. In de verte zoemt de tram soms voorbij. Maar verder is het er stil.

Den Haag heeft heel veel soorten geluiden, blijkt uit de geluidskaart Hoe hoort Den Haag (hier te beluisteren). Onze ochtendstilte is daarbij nog niet geregistreerd.

zondag 6 juli 2008

Laat je stokpaardjes varen


Een hotelbed in een slooppand? Op het eerste oog een raar initiatief, maar in de Haagse wijk Transvaal wisten ze er iets moois van te maken.

In deze wijk moesten 3000 sociale huurwoningen tegen de vlakte. Dat zou jarenlang dichtgetimmerde ramen en braakliggende veldjes betekenen. Iemand kwam op het idee om het idee van 'Verblijf in de tussentijd' letterlijk uit te werken. In slooppanden en in nog niet verkochte nieuwbouwwoningen richtten winkeliers en kunstenaars bijzondere hotelkamers in. Ondernemers in de wijk verzorgen nu het ontbijt, de lunch, het diner en verschillende klussen van het hotel. De gast ontvangt bij de receptie een plattegrond zodat hij zelf de weg kan vinden naar de Turkse bakker, kapper, internetcafé of restaurant. Doordat de kamers van Hotel Transvaal niet gehuisvest zijn in één gebouw maar verspreid liggen over de hele wijk, krijgt de hele wijk de status van hotel.

Doorbraken
Milieujongens die het aanleggen met projectontwikkelaars, ambtenaren die onder zeer gevoelig politiek gesternte tot doorbraken weten te komen en eigenwijze projectleiders die dwars door de bedrijfshiërarchie breken om een taai probleem op te lossen. De afgelopen weken heb ik veel met dit soort mensen gesproken, die net als in Transvaal tot bijzondere vernieuwingen kwamen. Ze moesten vaak inventief door de eigen bedrijfscultuur laveren en hun eigen stokpaardjes laten staan. Bovenal moesten zij daarvoor samenwerken met andere organisaties, die totaal andere belangen hadden.

Rode draad bij al deze verhalen was de verbeelding, die aan de macht kwam. Eerst samen dromen over het toekomstperspectief en daarbij ontdekken dat je het over 90 procent wel eens bent, ook al zit je met zeer uiteenlopende belangenbehartigers aan tafel. Blindstaren op tekortkomingen zit ons blijkbaar in het bloed, terwijl je met een focus op wat wél kan zoveel meer mogelijkheden hebt.

Verder dromen
Bij die verbeelding werden letterlijk veel beelden uit de kast gehaald. Dia’s, mooie boekjes met veel foto’s, films met prachtige muziek: alle visuele middelen werden ingezet. Woorden bereiken mensen in hun hoofd, beelden treffen in het hart. Ook bij de uitwerking van de plannen werd weer volop ruimte gegeven aan verbeelding. Met inspiratiebijeenkomsten, prettige lunches en informele gesprekjes konden de betrokkenen verder dromen. Als het proces toch een beetje dreigde in te zakken, kwam een inspirator van buiten een vlammend betoog houden en werd er weer naar films en foto’s gekeken. Zodat iedereen weer precies wist waar ze het voor deden.

“We moeten af van de houding kan niet, mag niet, te ingewikkeld”, zegt Stadslente, een organisatie die op het gebied van stedelijke ontwikkeling professionals wil aansporen tot creativiteit en onorthodoxe maatregelen. “Verbeeld de mooie, leuke en spannende kanten van de stad in plaats van de problemen.” En dat is precies waar het om draait.

Tegenwind
Bijna alle samenwerkingsprojecten hebben op cruciale momenten ook te maken met tegenwind. De politiek draait 180 graden van inzicht, er komen lijken uit de kast of de geldkraan gaat dicht. Dan blijkt dat er extra veel creativiteit nodig is om het project toch overeind te houden. Bij een van de projecten die in het water dreigde te vallen door hevige maatschappelijke kritiek, werd een groep journalisten uitgenodigd om de meningen van de diverse hoofdrolspelers te horen over de gerezen obstakels. Op een bootje – zo kon niemand weg.

Een verblijf op het water biedt veel gelegenheid tot blikverruiming, nog los van het feit dat al varend iedereen in een welwillende stemming raakt. En dan zetten ook de meest verstokte critici hun stokpaardjes overboord.

vrijdag 27 juni 2008

Expatbuurt

Engelstalige lectuur in één van de boekwinkels

Ons straatfeest werd bevolkt door Serven, Britten, Spanjaarden en een kleine Duitse gemeenschap. Op het concert van Niels waren deelnemers uit China, Japan, Nieuw-Zeeland en IJsland. De wijkkrant en het huis-aan-huisblad verschijnen sinds een jaar voor een deel in het Engels.

De signalen zijn duidelijk: de buitenlanders rukken op in onze wijk. Volgens de wijkvereniging bestaat de buurt op dit moment voor dertig procent uit expats. De gevolgen daarvan worden steeds zichtbaarder. Zo worden de huizenprijzen almaar hoger, al vinden hun regeringen cq. ngo's cq. oliemaatschappijen de Haagse prijzen nog altijd zeer betaalbaar in vergelijking tot Londen, Parijs of Frankfurt. Hun kinderen wijken uit naar internationale scholen, waar onze eigen basisschool de directe gevolgen van ondervindt.

Maar er is ook een andere kant. De viswinkel leidt een florissant bestaan dankzij de Fransen met hun uitgebreide warenkennis van zeevoedsel. Voor maple syrup hoef ik niet meer naar een vage winkel in het havencomplex te fietsen, maar kan ik gewoon terecht in de Britse levensmiddelenwinkel om de hoek. Verse pain au chocolats en écht stokbrood kunnen we halen bij een authentieke Franse patisserie. Ook het aantal Engelstalige koffiehuizen in onze wijk wordt almaar groter. De expatgemeenschap herbergt opvallend veel thuiszittende moeders met kleine kinderen, die het heerlijk vinden om elkaar hier te treffen.

Duits bier en schlagers op het straatfeest, zelfgemaakte sushi bij het buffet na het vioolconcert en winkels met een hoog culinair niveau in onze wijk: het wordt hier almaar exotischer. Ik hoorde laatst dat de gemeente Den Haag van plan is om palmbomen te plaatsen op een aantal markante plaatsen in de stad. Straks hoeven we ook voor de mediterrane stoffering van de stad niet meer weg.

woensdag 18 juni 2008

Verse lucht als muze

Het Muzenplein in Den Haag was vanmiddag wel een treffende locatie om van gedachten te wisselen over inspiratiebronnen. Jammer alleen dat wij de enigen waren die de buitenlucht opzochten, want de terrassen op het Muzenplein waren verder leeg.

Onderwerp van gesprek: hoe kom je op goede ideeën en hoe kom je ook tot uitvoering van plannen? Nou, door naar buiten te gaan dus. Niet alleen voor de zuurstof (altijd goed voor het betere hersenwerk), maar vooral ook voor een frisse kijk op zaken. Het moet vooral allemaal niet te serieus. Hou het luchtig, was één van de tips. Des te meer durven mensen nieuwe ideeën toe te laten.

Tegelijkertijd is creativiteit wél hard werken. Zomaar in het zonnetje zitten, leidt bij de meeste mensen helaas niet tot een stroom van nieuwe ideeën. Dus na het opdoen van de verse lucht keer je weer terug naar het bureau om de nieuwe inzichten verder uit te werken. Want die zouden tijdens dat terugwandelingetje zomaar binnen kunnen vallen.

zaterdag 31 mei 2008

Pissebedsafari


Onze twee stadskinderen zijn echte natuurkinderen. Of misschien moet ik zeggen 'natuurravotkinderen'. Er bestaat voor hen niets leukers dan beestjes zoeken, hutten bouwen, sjouwen met stokken, graven en klussen in de tuin. De dierenliefde - óók voor kleine beestjes - gaat heel ver. Van Jasper mag ik zelfs niet de grassprietjes en ander 'onkruid' tussen de stenen van het terras peuteren, omdat ik daarmee aan dierenbroodroof doe.

Je zou zeggen dat ze hier in deze dichtbebouwde omgeving niet aan hun trekken komen, maar dat valt mee. Ze passen zich gewoon aan deze stenen biotoop aan, zeg maar. Zo gaat Niels op pissenbedsafari in onze tuin en leeft hij zich uit op het snoeien van de rozenstruik.

Jasper vindt het geweldig om natuurwandelingen te maken, gewapend met verrekijkertje, loep en opzoekboekjes voor insecten, waterdiertjes en ander klein spul. Vorige week liepen we twee uur lang langs parken en stukken duin in Den Haag en zagen daar met eigen ogen dat er in de naaste omgeving toch ook nog heel wat groen te beleven is.

De ultieme wens van Jasper is een stuk groen, waar hij een geheime hut kan bouwen. De wandeling heeft hij dan ook volledig besteed aan het speuren naar een geschikte plek voor dit project. Aan de hoeveelheid mooie plekken lag het niet, maar aan de drukke verkeerswegen die hij zou moeten kruisen om die plek te bereiken des te meer. Ecologische verbindingswegen zijn niet alleen nodig voor padden en dassen.

Uiteindelijk heeft hij toch een prachtplek gevonden. Niet midden in een bos, maar vlak om de hoek in een weinig bezochte groenstrook. Onder de voet van een flat kan hij al zijn dromen uitleven.

zaterdag 24 mei 2008

Bollywoodstraat

Verkoop tegen een hogere prijs is een kwestie van de juiste presentatie. Kringloopwinkel Het Goed heeft zijn interieur een trendy uitstraling gegeven, las ik vandaag in een verhaal in NRC Handelsblad. En zie, de kast die een doorsnee kringloopwinkel verkoopt voor 20 euro, brengt hier tegen een paars achterwandje 50 euro op!

De Bijenkorf had een poosje geleden de warenhuizen helemaal omgetoverd tot India-paradijzen. Gigantische beelden van Shiva en Vishnu met al hun elegante armen, geweldige kleden, meubelstukken en uiteraard kookspullen. Het was een en al glitter en glamour, rechtstreeks geïnspireerd op de kitscherige pracht en praal uit de Bollywoodfilms. De prijzen die de Bijenkorf voor deze spullen rekende, waren eveneens om van achterover te vallen.

In Den Haag ligt in de wijk Transvaal - niet eens zover van het Haagse filiaal van de Bijenkorf - ook een heuse Bollywoodstraat. Op de Paul Krugerlaan zijn heel wat winkels te vinden die de prachtigste sari's en andere Indiase kledingstukken verkopen vol borduursels, glittersteentjes en strass. Ook zijn er enkele cadeaushops vol beelden van Hanuman, Ganesh en natuurlijk ook Shiva en Vishnu, vol drukke en felle beschilderingen. Het meeste spul wordt verkocht tegen 'meeneemprijzen'.

Eerlijk is eerlijk, de presentatie in de Paul Krugerlaan is allerminst gelikt. Hier zijn geen stylistes aan te pas gekomen, dus de tarieven kunnen alleen daarom al stukken lager uitvallen dan die van de Bijenkorf. Wie het welwillend wil uitdrukken, zegt dat de Hindustaanse winkeltjes in Transvaal een hoog 'papa-en mamagehalte' hebben. Iets minder diplomatiek: marketing en presentatie staan hier nog helemaal in de kinderschoenen.

De uitstallingen en etalages mogen dan rommelig en verwaarloosd zijn, kleurrijk is het er wel. In tegenstelling tot de winkeltjes in India kun je hier op je gemak rondkijken zonder een verkoper in je nek die meteen wil onderhandelen. Veel klanten waren er trouwens niet, zodat de verkopers alle tijd hadden voor een gemoedelijk praatje over Indiase modetrends die moeiteloos gemixt worden met westerse invloeden.

De gemeente wil de Paul Krugerlaan omvormen tot een Indiaas wijkje, zoals eerder de Wagenstraat en omgeving al het label Chinatown hebben gekregen. Goed om extra toeristen aan te trekken en koopkracht in deze Vogelaarwijk te pompen. Voor het zover is, moet er nog heel wat gesleuteld worden aan het straatbeeld. Riksja's, Indiase muziek, heel veel geuren op straat, tandoorirestaurantjes, tempeltjes met bloemenkransen, heilige koeien, ik noem maar wat zaken die dan zeker niet mogen ontbreken. Hier en daar een sadhoe, eventueel ook een bedelaar en een open riool...

Ook de traditionele winkeltjes ontkomen er dan waarschijnlijk niet aan om opgepimpt te worden. De interieurspecialisten en de stylisten krijgen er waarschijnlijk jeukende handen van om de straat een echte Indialook te geven. De spullen, ongetwijfeld zeer voordelig ingekocht in India - gaan dan ook in deze straat qua prijs een paar keer over de kop. Ongetwijfeld goed voor de omzet van de Hindustaanse ondernemers hier. Maar volgens mij is de huidige rommeligheid in de Paul Krugerlaan nu een stuk authentieker.


Een beeldje van de aapgod Hanuman

donderdag 10 april 2008

De bibliotheek als Powerhouse of ideas

Bieb in Den Haag - met alles wat er niet mag


De aloude bibliotheek gaat een nieuwe toekomst tegemoet als bewaarder en verspreider van verhalen. De bieb als Powerhouse of ideas met lichte geluidjes van geroezemoes en gadgets.

Bijna al mijn leesvoer kwam vroeger uit de bieb.
Ik was nog niet zo ernstig boekverslaafd als Mathilda uit het gelijknamige boek van Roald Dahl, maar ik heb het grootste deel van de collectie in het aftandse noodgebouwtje in ons dorp toch wel verslonden.

Eerst alle Pinkeltjes en alle boeken van de Dolle Tweeling en De Vijf, daarna vulde ik mijn tas tientallen keren met de boekjes van Leni Saris. Vervolgens dacht ik de overstap te maken naar de 'echte literatuur', de dikke pillen van Konsalik met allerlei heftige grote-mensen-avonturen op de taiga. Totdat ik in de allereerste les Nederlands over literatuur tot de ontdekking kwam dat Konsalik niet bepaald tot de hogere letteren gerekend werd, waarna er wel weer een hele nieuwe reeks schrijvers voor mij ontsloten werd.

Op dit moment leen ik vrijwel nooit meer een boek uit de bieb. Tenminste niet voor mijzelf. Ik kom er wel met onze kinderen, maar die grissen in vijf minuten wat nieuwe boeken bij elkaar en dan sjezen we weer het gebouw uit. En daarin ben ik niet de enige. Hoewel er nog altijd vier miljoen mensen lid zijn, heeft de aloude bieb de grootste moeite om het hoofd boven water te houden. Niet alleen wat bezoekersaantallen en uitgeleende materialen betreft, maar vooral qua functie. Wat is nog de betekenis van de bibliotheek in een tijdperk waarin iedereen moeiteloos informatie kan zoeken en delen op internet, films en muziek (al dan niet gratis) kan downloaden en overal multimediavermaak kan vinden?

De bibliotheken zoeken daarom dringend naar een nieuwe missie. Het DOK in Delft gaat daarin heel ver. Verhalen en de behoefte om die te delen zullen altijd blijven bestaan. Het doet er volgens DOK niet toe of mensen die verhalen delen in de vorm van een boek, een DVD, een MP3-speler, een kunstwerk of een fimtrailer. En dus staat er op de muziekafdeling een Tank U, een station waar liefhebbers audioboeken of andere content via bluetooth kunnen downloaden.

Of het zijn verhalen in de vorm van een game. Er staan in Delft allerlei soorten spelcomputers tussen de boekenkasten, waar liefhebbers onbeperkt en kosteloos kunnen gamen. Dit heeft weinig meer te maken met de traditionele missie van de bieb om mensen aan het lezen te krijgen. Zitten ouders hun gamende kroost te stimuleren achter de computer vandaan te komen en een ouderwets boek te pakken, kunnen ze in de bieb-nieuwe-stijl meteen weer achter de knoppen van de Xbox!

Het meest opmerkelijke in Delft is nog wel dat het allemaal zonder opgelegde huisregels kan. Waar in menige bibliotheek overal veiligheidspoortjes en bewakers staan en de inrichting van de boekenrekken bepaald is op basis van zoveel mogelijk zichtassen, heeft DOK juist geïnvesteerd in knusse leeshoekjes zonder toezicht, meubilair met een vriendelijke uitstraling, een aantrekkelijke espressobar en zachte achtergrondmuziek. Hier heerst niet de beklemmende stilte van de leeszaal, maar de losse sfeer van het Grand Café. De bieb als verlengde huiskamer, maar dan openbaar.

Ik geloof er wel in, zo'n nieuwe bieb met geroezemoes en gadgets. En boeken natuurlijk. Een powerhouse of ideas, noemen ze hem in Delft. Een inspiratiebron voor het goede leven. Als hij bij mij in de buurt zou staan, zou ik er heel vaak vertoeven.

vrijdag 28 maart 2008

Vluchten uit Mesdag


Deze druilerige dag kon wel wat extra schoonheid gebruiken. Een bezoek aan de tentoonstelling 'Vluchten in schoonheid' in het Haagse Mesdagmuseum lag dus voor de hand. Laven aan elegante 19-eeuwse kunst als tegenwicht voor de maartblues.

De speciale tram met afbeeldingen uit het Mesdag Museum die deze dagen door Den Haag rijdt, had mijn verwachtingen behoorlijk hoog opgevoerd. Daarop zijn veelbelovende portretten te zien van mysterieuze dames met eindeloos lange haren en melancholische blikken. Zoekend naar de spirituele kant van het bestaan, als tegenwicht voor de grauwe industrialisatie van de vorige eeuwwisseling.

Maar misschien moet je tijdens een regenachtige dag juist niet het voormalige onderkomen van de schilder Hendrik Willem Mesdag bezoeken aan de Laan van Meerdervoort. Het donkere museum met de zware groene draperieën wordt er nog somberder van. Zelfs het uitzicht op de royale maar verlaten kale tuin kon die triestigheid vandaag niet goed maken.

En dan die donkerte in de schilderwerken zelf. Sommige schilderijen waren zo duister dat alleen met grote moeite iets van de voorstelling te ontwaren viel. Je zou haast hopen dat die beveiligingsmeneer, die mij uit verveling voortdurend op de hielen zat, een zaklampje had om het een en ander een beetje bij te schijnen. Of dat er wat meer geld gespendeerd was aan het opwerken van de doeken.

Ik vond het wel sneu voor al die suppoosten dat ik hen zo snel weer alleen achterliet. Gelukkig klaarde de lucht net een beetje op toen ik weer buiten stond. Daar ontdekte ik dat het hek voor het Mesdag Museum zeer de moeite waard was. Want hierop stonden de mooiste schilderijen van de expositie nog eens weergegeven, maar nu in een heldere afdruk.

Buiten valt veel meer te genieten van de schoonheid van deze kunstwerken. En anders wel op de tram.

maandag 11 februari 2008

Ik heb een beter idee I


Wijkpark De Verademing

In de buurt van het Regentessekwartier is een nieuw wijkparkje verrezen op de plek van een oude vuilverbrandingsinstallatie. Alleen al de naam van het parkje is mooi: De Verademing. Dat biedt hoop voor de rest van het park. Daar zou vast wel een mooi zonnig plekje te vinden zijn om van mijn middagbroodje te genieten.

Het bleek te gaan om een grote open ruimte achter de Energiecentrale van EON. In een immense kuil lagen enkele sportvelden waar geen levend wezen te bekennen was. Daar omheen was een grijsgroene vlakte gedrapeerd met wat sprieterige boompjes en een geasfalteerde brede baan, kennelijk bedoeld om te skaten. Wat een kale treurigheid.

Juist op dat moment reed tram 11 langs met het opschrift www.ikhebeenbeteridee.nl. Zo heet de jongste actie van de gemeente Den Haag om de buurten langs lijn 11 op te kalefateren. Bewoners mogen ideeën leveren, óók voor de verbetering van De Verademing. Wel cynisch. Het park ligt er pas enkele jaren en kwam eveneens tot stand met ruime inbreng van bewoners.

Meepraten over je eigen buurt vergroot je betrokkenheid. Dan zullen de mensen er ook wel beter voor zorgen, is de gedachte. Dat idee is best goed en bemoedigend, maar dat werkt alleen als je de ideeën van omwonenden ook serieus neemt. Vermoedelijk hebben de omwonenden van De Verademing er waarschijnlijk even hun buik van vol na zo'n ontluisterende ervaring.

maandag 4 februari 2008

Rondreis in de Deltametropool


Een overstap op Rotterdam-Blaak van het NS-station naar de metro. Ondergronds is nergens een bordje te zien dat de weg wijst naar de metrolijnen. Het is kennelijk de bedoeling dat ik de twee roltrappen naar boven neem naar de straat en dan weer de diepte induik. Dat doen ze in Parijs en Londen toch beter! Maar ook boven zie ik geen teken dat op een metro wijst.

Een doorzichtig gebouwtje, dat moet het metrostation zijn! Ik steek mijn strippenkaart in de afstempelaar en de tourniquets slaan open. Ik sta op het verkeerde perron, ontdek ik. En geen ondergrondse verbinding om op het goede platform te belanden. Terug dus. Maar de tourniquets zijn alleen bedoeld voor eenrichtingsverkeer. Tenzij je een OV-chipkaart hebt misschien, maar die heb ik dus niet. Er is wel een nooduitgang, maar die lijkt alleen te openen met een gewelddadige ingreep. HOE kom ik hier uit? Net als ik bedenk dat er echt iets grondig mis is met het openbaar-vervoersysteem in de Deltametropool-die-nog-lang-geen-metropool-is, blijkt één van de toegangspoortjes toch een mogelijkheid tot ontsnapping te bieden.

De geplande metrorit loop ik mis, maar met de volgende metro arriveer ik in een winderig oord, dat Capelse brug gedoopt is. Ik loop het kale busstation rond op zoek naar lijn 98. Die staat er wel, maar zonder chauffeur. Uiteindelijk wijst een mevrouw mij erop dat er boven ook nog een platform is, waar de gezochte halte staat. Als er enige vorm van bewegwijzering was geweest, had ik slechts enkele meters hoeven afleggen van het metroperron naar het busstation. Nu zie ik boven bus 98 net voor mijn ogen wegrijden.

Zo gaat deze reis nog even door. Een bus die me een halte te ver afzet, zodat ik een eind terug moet lopen. Een metrostation waar je geen toegang krijgt met een strippenkaart die ik met het oog op de geplande overstap al voor de hele reis afgestempeld had. En een alarmsirene die begint te loeien als ik toch snel door het poortje glip, maar waarop geen enkele bewaker reageert. Wel een mevrouw, die geruststellend zegt: "Loop maar door hoor, er komt hier niemand."

Heel fijn.

Uiteindelijk zit ik vandaag in twee trams, twee metro's, twee bussen en vier treinen. Daarmee kun je het halve land rondreizen. Ik heb alleen een trip gemaakt tussen Den Haag, Krimpen aan den IJssel en Leiden.

maandag 12 november 2007

De ultieme appeltaart


Soms loop je rond met een idee dat je nooit uitvoert vanwege regels en praktische bezwaren: appeltaarten testen.

Al enkele jaren koester ik een geheim plan voor de Grote Appeltaartentest. Als een Michelininspecteur ga ik in Grand Café's, restaurants en eetcafé's taarten testen op kaneelgehalte, rinzigheid, versheid, kruimeligheid en nasmaak. Heimelijk schrijf ik het hele formuliertje vol met aantekeningen over de kwaliteit van de gebruikte appels, noten en rozijnen. Bakkers en keukenchefs zullen rillen wanneer ik langs ben geweest, terwijl de bediening net een slechte dag had. Restauranthouders sidderen wanneer eindelijk bekend gemaakt wordt wie de beste appeltaart van Nederland weet te bakken.

Het belangrijkste bezwaar dat ik dit grootse plan nooit tot uitvoering zal brengen ligt natuurlijk voor de hand. Het idee strookt niet met mijn andere plan om mijn gewicht op peil te houden. En als ik nog een aanvullend plan moet bedenken om de extra calorieën er weer af te krijgen, wordt de test wel erg bewerkelijk.

Natuurlijk heb ik wel nagedacht over uitwegen. Om er achter te komen of een Tarte Tatin lekkerder is dan een appelkruimelvlaai kan ik thuis diverse soorten taarten bakken. Maar thuis heb ik helaas te weinig mee-eters. Dat ligt niet aan de taart - appeltaart is favoriet - maar aan de concurrentie met soepen, ovenschotels en salades. Die zijn ook lekker. Meestal is er bij de gezinsleden na de avondmaaltijd te weinig maagruimte over, waardoor het risico blijft bestaan dat ik de taart grotendeels alleen opsmikkel.

Maar ik heb er toch iets op gevonden: virtueel appeltaart eten. Blogster Saskia is net zo'n appeltaartenfan als ik. Op haar website kan ik eindeloos surfen langs Torta di mele, Caramelappeltaart of Appel-pecanmuffins. Geweldig!

Trouwens, de Haagse kok Pierre Wind blijkt ook aan appeltaarttesten te doen. De allerlekkerste appeltaart heeft hij gevonden in het eetcafé van de boekhandel, dat vlak bij ons om de hoek ligt. Daar ga ik toch eens heen voor een persoonlijke test...

Verder lezen: