Posts tonen met het label Natuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Natuur. Alle posts tonen

maandag 18 juli 2011

Zeven onmogelijke vragen aan Jan Willem van Swigchem

Jan Wilem van Swigchem beantwoordt zeven onmogelijke vragen over zijn kunstwerken en creativiteit. "Mijn inspiratie haal ik uit de onovertroffen natuur in nauwe samenwerking met mijn verbeeldingskracht."

Zeven onmogelijke vragen
(1)
Vraag een creatieve persoon nooit waar zijn ideeën precies vandaan komen, want daar is 'onmogelijk antwoord op te geven'. Toch ga ik die uitdaging aan. In deze serie beantwoorden kunstenaars, ontwerpers, ideeënmakers en andere 'creatieven' zeven vragen over hun creativiteit en inspiratiebronnen. In deze eerste aflevering is het woord aan kunstenaar Jan Willem van Swigchem.
Jan Willem van Swigchem maakt diverse soorten kunstwerken. De rode draad in zijn autonome kunst is de creatie van papierreliëfs. In vroeger jaren maakte hij ook glasobjecten en mixed-mediaschilderijen. Ook houdt hij zich bezig met grafisch ontwerp en illustraties met een eigen touch and feel en het ontwerpen van stoffen. Daarnaast speelt hij als muzikant djembé (Afrikaanse trommel), waarin hij ook les geeft.

Wat betekent creativiteit voor jou?

"Ik kan mij niet voorstellen dat ik geen creativiteit zou hebben. Het kijken en zien, het luisteren en horen, het proeven en de smaak. Creativiteit is als mijn adem: het bepaalt alles in mijn leven."

Hoe doe je inspiratie op?

"Mijn inspiratie haal ik uit de onovertroffen natuur in nauwe samenwerking met mijn verbeeldingskracht. Waar ik ook ben, actief of niet, ik ben altijd bezig met de verschijningsvorm, de kleur en de gelaagdheid der dingen en mijn perspectief ten opzichte van het onderwerp."

Hoe kom jij het gemakkelijkst op ideeën?

"Een rondje in onze tuin of een wandeling door de duinen en langs het strand doen wonderen. Verder roept de aard van de papierreliëfs een bepaalde werkwijze op. Deze reliëfs zijn namelijk complex en behoeven grote concentratie. Vanwege de stilte vind ik het heerlijk om in de kleine uurtjes te werken.

Mijn papierreliëfs kun je zien als ritmische composities. Dat komt overeen met een ander aspect van mijn creatieve werk, namelijk het maken van arrangementen met verschillende ritmes met de djembé."

Wat is je meest favoriete kunstwerk dat je ooit gemaakt hebt?

"Ik heb drie favorieten, namelijk een zeer complex gesneden sjabloon met cirkels, een complex papierreliëf dat uit ruim 6000 sneden bestaat en een glasobject van losstaande glasplaatjes. Het bevat twee glasplaatjes die elk het gewicht van meer dan zeven kilo overig glas constant tegenhouden!"

Welke creatieve droom wil je nog eens tot uitvoering brengen?

"Een monumentale sculptuur van bijvoorbeeld staal, die geschikt is voor een park of landschap. Een winkel in binnen- of buitenland die mijn exclusieve stoffen verkoopt en/of een couturier die mijn stoffen gebruikt voor zijn/haar exclusieve creaties. En een kinderboek schrijven."

Wil je iets met je kunst tot uitdrukking brengen?

"Het gaat mij om de bewustwording van de manier waarop wij mensen kijken. Zie je de schelp al lopend op het strand als een klein prachtig schilderijtje of beeld je je in piepklein te zijn. Ga je op de schelp staan, terwijl je je voorstelt in een landschap te lopen? Of kijk je als het ware door een microscoop naar de schelp en scan je zo met je ogen de constructie van het oppervlak af?"

Wat is het beste advies dat je ooit gekregen hebt over creativiteit?

"Een galerie-eigenaar zei mij ooit: leg nooit je kunst uit aan derden, al wil men dit nog zo graag. Het valt eenvoudigweg niet uit te leggen. Het is als de tovenaar met z'n hoge hoed: hij schudt een paar keer met zijn hoed en... voilà!"


Meer informatie over het werk van Jan Willem van Swigchem
De kunstwerken van Jan Willem van Swigchem zijn hier te zien:

    Mail naar vsd@telfort.nl voor meer informatie. Ook is er de mogelijkheid het atelier te bezoeken van Jan Willem van Swigchem. Mail voor een afspraak met vsd@telfort.nl of bel 06-15048856.

    Volgende week: Zeven onmogelijke vragen aan Alieke van der Wijk.


    Share/Save/Bookmark

    dinsdag 28 september 2010

    Van keycord naar vangnet: laat het samenklonteren

    De samenklontering van iets bekends tot iets nieuws.

    Eén idee is mooi, maar de samenklontering van meerdere ideeën is nog veel krachtiger. Het is buitengewoon productief om een idee 'door te ontwikkelen'.

    Op het innovatiecongres Nieuwe Producten Bedenken '10
    deed ik vorige week mee aan een workshop, dat de titel ‘patronen doorbreken met een natuuranalogie’ droeg. Workshopleider Enno Meines vroeg ons om in koppels ideeën te bedenken om een keycord opnieuw op een duurzame manier te gebruiken.

    Kijkend naar het keycord met ons naamkaartje dat om onze nek hing, ontstonden er al spoedig een heleboel ideeën. Een piercinghanger! Een slinger! Een band om tuingereedschap op te hangen! Een judoband!

    De ideeën leken op het eerste gezicht best origineel. Bij nadere beschouwing werd het koord bij de meeste ideeën echter vooral gebruikt om iets op te hangen. Dat is waar het keycord in zijn bestaande vorm ook voor bedoeld is. Geen echte vernieuwing dus, maar een variatie op het bestaande thema. Bovendien gingen bijna alle ideeën uit van één enkele band in de bestaande vorm.

    Enno liet ons vervolgens een filmpje zien over walvissen, die luchtbellen produceren om een groot aantal vissen tegelijkertijd te vangen. De prooidieren worden door dit lint van bellen bij elkaar gedreven en de walvis kan de hele wolk in één keer ophappen.

    Dit filmpje bracht een stroom van nieuwe ideeën op gang. Zoals luchtbellen bij elkaar een ‘vangnet’ vormen, zo kun je een heleboel keycords bij elkaar voegen tot een geluidswal, een luchtballon of een hangmat. Of je laat de keycords samenklonteren en omvormen tot isolatiemateriaal, kussenvulling, etcetera.

    Zo leverde de analogie uit de natuur niet alleen een nieuwe impuls voor ideeën op, maar die ideeën waren ook veel vernieuwender dan de eerste reeks ideeën. Het liet eveneens zien dat een eerste idee wel aardig kan zijn, maar dat het nóg beter kan worden als je er iets samenvoegt of verveelvoudigt. Of als je een idee combineert met iets anders.

    Hoe kun je dat gebruiken in je dagelijkse leven en werk? Combineer een paar verschillende invallen met elkaar. Het levert een grotere garantie op voor originaliteit. Een idee is mooi, maar bedenk ook wat je er nog aan kunt toevoegen.
    • Hoe kun je jouw idee combineren met iets anders?
    • Wat gebeurt er als je jouw idee samenklontert, vermenigvuldigt of vervormt?
    • Wat kun je aan jouw idee toevoegen waardoor het nog leuker, slimmer of handiger wordt?


    Verder lezen:

    Share/Save/Bookmark

    maandag 31 mei 2010

    Creëer magie in je leven


    Creativiteit heeft te maken met plezier, in het moment leven en met optimisme. Het draait immers om geloof in ons vermogen om met verbeelding de meest verrassende oplossingen te bedenken.

    Het vinden van zo’n oplossing beleven we als een magisch moment. Tegelijkertijd kunnen we met hulpmiddelen magische momenten creëren, die ons helpen om deze bijzondere invallen te beleven.

    In sprookjes is zo’n hulpmiddel vaak een toverstaf, waar sterretjes uit schieten en waarmee je onwelgevallige personen in een kikker kunt veranderen. Zo’n staf is niet altijd paraat. Wel kan ik je wat toverformules aan de hand doen om meer magie in je leven te creëren.
    • Zorg voor sfeerverhogende attributen en ingrediënten
    Met voorwerpen die de zintuigen prikkelen, schep je een bijzondere sfeer. Kaarsen, bubbeldrankjes en taartjes zijn beproefde smaakmakers. Muziek is een uitstekend hulpmiddel om een magische atmosfeer te scheppen.
    Vergeet vooral ook de geuren niet om stemming te maken. Steek wierook aan terwijl je in bad gaat. Gebruik doelbewust een bepaalde parfum voor een bijzondere gelegenheid. Lees ook deze checklist voor de zintuiglijke aanpak.
    • Maak het groot
    Met de juiste zinnenprikkelende en sfeerverhogende attributen ben je er nog niet. Kies één element en maak het groot. Een stel kaarsjes in de tuin is mooi, een zwembad vol drijvende kaarslichtjes is magisch.
    • Kies een bijzondere plek
    Magie beleef je op een bijzondere plek. Dat kan een open plek in het bos zijn of het strand, maar ook het dak van een hoog gebouw of een markante plek uit de geschiedenis. Besteed aandacht aan die keuze.
    • Doe iets anders dan anders
    Wacht totdat het volle maan is. Maak een wandeling en kijk om je heen hoe het maanlicht alles verlicht. Doe geen zaklamp aan, laat het maanlicht je leiden. Kijk hoe gewone dingen veranderen onder het maanlicht. Geef ruimte aan je verbeelding.
    • Maak van iets gewoons iets ongewoons
    De tafel dekken is vrij gewoon. Maar als je de tafel dekt in de sfeer van het land waarin je kookt, krijgt het iets bijzonders. Versier de boom voor je huis met gevonden voorwerpen. Verwerk gevonden voorwerpen in een kunstwerk.
    Of verander je iets aan je dagelijkse gewoontes. Slaap in een zomernacht op het balkon. Keer de dag en de nacht om. Houd een picknick in de woonkamer.
    • Maak iets in de natuur
    Elementen die met water, wind, vuur en aarde te maken hebben, zorgen voor een magische sfeer. Zeker als je deze elementen combineert met ritme of beweging.
    Ga naar een stuk bos, strand of wei en zoek naar beschikbare materialen, zoals zand, schelpen, stenen, stokjes, zaaddoosjes, bloemen of waterstroompjes. Probeer daar iets van te maken. Stapel stenen op elkaar of andere materialen. Gebruik alleen met natuurlijk materiaal, dus geen touwtjes, lijm of ijzerdraadjes.

    Magie helpt ons om uit onze dagelijkse routine te stappen en het gewone weer bijzonder te vinden. Dat zal je creativiteit enorm stimuleren!

    “You can’t make a great musician or a great photographer if the magic isn’t there.”
    Eve Arnol


    Verder lezen:

    Share/Save/Bookmark

    dinsdag 11 mei 2010

    Spieken voor verse inspiratie

    Camerameeuw, foto Straatjutten

    Waar haal je ideeën vandaan voor innovatieve producten of diensten? Afkijken is een beproefde methode voor creativiteit. Ga spieken in de natuur of op straat.

    Misschien zaten je kleren
    na een wandelingetje door het bos eens helemaal vol klitten. Een vernuftige truc van de natuur. Met deze kleine behaarde zaaddoosjes probeert de klisplant namelijk zijn zaadjes te laten transporteren door mobiele medebewoners van het bos.

    De meeste mensen proberen alleen maar deze irritante bolletjes uit hun kleren te peuteren en denken er verder niet meer aan. De Zwitser Georges de Mestral stond er in 1948 uitvoeriger bij stil. De haakjes waarmee de bolletjes aan zijn kleding bleven hangen, brachten hem op het idee voor de uitvinding van klittenband.

    Het verhaal over De Mestrals uitvinding is één van de bekendste voorbeelden hoe de natuur inspiratie oplevert voor de ontwikkeling van nieuwe producten. Spieken in de natuur heeft ons op vele terreinen vooruitgang gebracht. Zo brachten de brede poten van ijsberen ontwikkelaars op het idee voor schoenen, waarmee je niet wegzakt in de sneeuw.

    Airconditioningsystemen zijn gebaseerd op principes van Afrikaanse termietenheuvels. De sluiting van mosselschelpen dient als voorbeeld bij onderzoek naar een nieuwe lijmsoort, waarmee een ingewikkelde botbreuk te repareren is in het waterige en zoute milieu van het lichaam. En zo zijn er nog veel meer aansprekende voorbeelden te noemen.

    Afkijken en opnieuw toepassen in een andere situatie is een beproefde manier om tot innovatie te komen. Dat hoeft niet alleen een idee uit de natuur te zijn, maar het kan ook gaan om een instrument of product van een persoon uit een ander vakgebied. Dat is ook het achterliggende idee van 'straatjutten': vondsten op straat, die je inspireren tot andere toepassingen. Want dat is jutten: speuren, ontdekken, meenemen en hergebruiken.

    Ook daar zijn mooie voorbeelden van. Nederlands eerste straatjutter Richard Stomp publiceerde onlangs bovenstaande beveiligingscamera, die het uiterlijk had gekregen van een meeuw. Op eenzelfde manier zou je ook een ander vervaarlijk ding op een vriendelijke manier kunnen vermommen. Op zijn website Straatjutten staan nog veel meer mooie voorbeelden.

    Afkijken loont dus.
    Als innovator kun je maar beter zo snel mogelijk een ommetje gaan maken.

    Verder lezen:


    Mis mijn volgende artikel niet
    Sigrid van Iersel is als schrijver en journalist gespecialiseerd in creatief denken en storytelling. Zij helpt bij het verzinnen van meer en betere ideeën en laat in verhalen voelen waarom ze belangrijk zijn.
    Gemakkelijk op de hoogte blijven van deze artikelen? Vul dan hier je e-mailadres in en ontvang automatisch een mail bij de publicatie van ieder nieuw artikel.

    Share/Save/Bookmark


    Share/Save/Bookmark

    zondag 21 september 2008

    Plukgeluk

    We draaien onze auto het parkeerveld op, dat bij de appelboomgaard hoort. Dat het oogsttijd is, hebben meer mensen in de gaten. Op alle mogelijke plekjes staan auto's geparkeerd. Overal om ons heen zien we alleen maar blik. Dan zien we ineens toch een vrij plekje.

    "We hebben geluk!", zegt Jasper.

    Gewapend met enkele stevige tassen wandelen we naar de andere kant van het landgoed, waar onze appelboom staat. Onderweg passeren we bomen met onvoorstelbare hoeveelheden appelen eraan. Dat zo'n miniboompje zo'n zware last kan torsen, verbazen we ons. Dan vinden we onze eigen boom. Onderaan blijkt één tak met wel tien appels te hangen, waarvan twee rotte exemplaren. Aan de rest van het boompje hangt niets.

    "Wat een geluk", zegt Jasper opgewekt. "Nu hoeven we niet zoveel appels te sjouwen."

    Met onze oogst lopen we weer terug naar de parkeerplaats. De boomgaardeigenaar vindt het toch wel sneu dat de opbrengst van de appelbomen dit jaar zo gering is. Hij legt uit dat er waarschijnlijk iets misgegaan is bij de bestuiving. Toch hoeven we van de grillen der natuur geen last te hebben, meent hij. Op een ander perceel mogen we appels bijplukken.

    Jasper glundert. "Wat een geluk!"

    vrijdag 29 augustus 2008

    Zee-oogst

    Je gaat naar het strand op Goeree Overflakkee en je neemt enkele plastic bakjes mee, evenals een schepnet en twee nieuwsgierige jongens. Na dik twee uur struinen was er een rijke oogst: diverse soorten veren, stukjes krab, allerhande schelpen, een assortiment aan zeewier, een stuk visnet en het broze skelet van een zee-egel.
    Op de terugweg liepen we langs een breed pad, dat een bramenstruikavenue bleek te zijn. We hebben er heel lang over gedaan om dat pad af te lopen!





    dinsdag 10 juni 2008

    Waar patiënten beter van worden (en eigenlijk iedereen van opknapt)

    Zo ging het in de jaren zestig... Ziekenzaal in huis Voorburg in Vught

    Ziek zijn is topsport. Wie in het ziekenhuis ligt, heeft niet alleen veel aandacht en zorg nodig, maar ook optimale omstandigheden.

    Dit in aanmerking genomen is het verbijsterend dat mensen in ziekenhuizen en verpleegtehuizen nog steeds lange dagen doorbrengen in grijze kolossen met uitzicht op blinde muren en treurig meubilair. Ze moeten het doen met televisieprogramma’s, die overdag vaak bestaan uit herhalingen en verkoopprogramma’s. Ze krijgen maaltijden voorgeschoteld op vaste tijdstippen, die voor een groot deel bestaan uit voorverpakte kleffe boterhammen en te lang gekookte prak. En voor enige privacy kun je een schamel gordijntje dichttrekken.

    Sommige ziekenhuizen en verpleeghuizen hebben stappen gezet om de omgeving voor patiënten aantrekkelijker en persoonlijker te maken. Maar het kan nog veel beter.

    Zet mensen in het licht
    Zonlicht maakt mensen gelukkiger, ziek of niet. Extra licht werkt als een natuurlijk antidepressivum en helpt mensen om hun winterdip te boven te komen. Uit een studie van het Nederlands Instituut voor Neurologie blijkt bovendien dat veel licht dementerenden helpt om hun dagelijkse werkzaamheden voor hun groot deel weer uit te voeren. De biologische klok moet blijkbaar een handje geholpen worden.

    Biedt volop uitzicht
    Monniken bouwden hun kloosters op de mooiste landschappelijke plekken van Europa. Zij wisten al dat een wijd uitzicht veel inspiratie en een beter gevoel opleveren. Een wijde open ruimte helpt mensen om weer wat perspectief te krijgen.

    En dan bij voorkeur een uitzicht op bomen en weilanden
    Mensen ervaren plekken met planten als prettiger, wat leidt tot een aantoonbare afname van stress. Binnenskamers zijn planten in ziekenhuizen niet altijd realiseerbaar, maar buiten wel!

    Zorg voor multimediale afleiding
    De dagen in het ziekenhuis zijn vaak lang en saai. Het huidige televisieaanbod overdag werkt niet echt bevorderend. De stichting Lodewijk zorgt ervoor dat patiënten toegang krijgen tot een zogenaamd Multimedia Center. Hierin kunnen zij vanuit hun bed tv en verschillende films kijken, muziek en radio beluisteren en enkele websites bezoeken met behulp van een simpele afstandsbediening. Zo voor de hand liggend dat het verbazingwekkend is dat dit initiatief niet eerder is genomen.

    Geef mensen geweldig eten: maaltijden als vervolgverhaal
    Net als bij zware inspanning verbruikt het lichaam bij ziekte meer voedingsstoffen en energie. Wie ziek is, moet extra letten op zijn voeding. Maar niet alleen op de juiste hoeveelheid eiwitten en vitaminen, maar vooral ook op gerechten die plezier geven. Maaltijden vormen voor patiënten immers vaak de hoogtepunten van de dag. Eetontwerpster Marije Vogelzang bedacht een reeks maaltijden voor ziekenhuizen, die patiënten werden voorgeschoteld als vervolgverhaal.

    En geef ze eigen keuzevrijheid
    Patiënten die zelf een maaltijd mogen kiezen eten beter. Eetgenot gaat ondervoeding tegen en leidt er bovendien toe dat patiënten sneller herstellen. In het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen is er een persoonlijk assistent die de eetwensen van de patiënt noteert en klaar maakt. Patiënten kunnen zelf bepalen of ze willen uitslapen en dus laat ontbijten. Of ze tussen de middag warm willen eten of juist in de avond. Of ze een snack bij de televisie willen verorberen.

    zaterdag 31 mei 2008

    Pissebedsafari


    Onze twee stadskinderen zijn echte natuurkinderen. Of misschien moet ik zeggen 'natuurravotkinderen'. Er bestaat voor hen niets leukers dan beestjes zoeken, hutten bouwen, sjouwen met stokken, graven en klussen in de tuin. De dierenliefde - óók voor kleine beestjes - gaat heel ver. Van Jasper mag ik zelfs niet de grassprietjes en ander 'onkruid' tussen de stenen van het terras peuteren, omdat ik daarmee aan dierenbroodroof doe.

    Je zou zeggen dat ze hier in deze dichtbebouwde omgeving niet aan hun trekken komen, maar dat valt mee. Ze passen zich gewoon aan deze stenen biotoop aan, zeg maar. Zo gaat Niels op pissenbedsafari in onze tuin en leeft hij zich uit op het snoeien van de rozenstruik.

    Jasper vindt het geweldig om natuurwandelingen te maken, gewapend met verrekijkertje, loep en opzoekboekjes voor insecten, waterdiertjes en ander klein spul. Vorige week liepen we twee uur lang langs parken en stukken duin in Den Haag en zagen daar met eigen ogen dat er in de naaste omgeving toch ook nog heel wat groen te beleven is.

    De ultieme wens van Jasper is een stuk groen, waar hij een geheime hut kan bouwen. De wandeling heeft hij dan ook volledig besteed aan het speuren naar een geschikte plek voor dit project. Aan de hoeveelheid mooie plekken lag het niet, maar aan de drukke verkeerswegen die hij zou moeten kruisen om die plek te bereiken des te meer. Ecologische verbindingswegen zijn niet alleen nodig voor padden en dassen.

    Uiteindelijk heeft hij toch een prachtplek gevonden. Niet midden in een bos, maar vlak om de hoek in een weinig bezochte groenstrook. Onder de voet van een flat kan hij al zijn dromen uitleven.

    woensdag 12 maart 2008

    Bericht van een knuffelkuikentje

    Pas drie dagen ben ik uit mijn ei, maar ik ben al door tientallen kinderhandjes gegaan. Het voorjaar betekent domweg hard werken voor ons. In dik vier weken tijd komen bijna honderd kleutergroepen naar onze kinderboerderij om met ons en de andere versgeboren dieren kennis te maken.

    De meester van het leslokaal leert de kleuters dat ze ons voorzichtig met één handje moeten oppakken en mij niet door het hele lokaal heen mogen voeren. Dan begin ik te piepen, want ik wil weten waar mijn broertjes en zusjes zijn. Maar als een kind een mooi holletje van zijn knuistjes maakt, word ik rustig en knijp ik zelfs graag mijn kraaloogjes toe.

    Dan heb ik er zelfs wel even vrede mee dat ik voortdurend in en uit de bak met de warme lamp getakeld wordt. Hoe beter deze kinderen voelen hoe zacht mijn dons is en hoe snel mijn hartje in mijn kleine lijfje klopt, hoe meer kans dat ze respect gaan voelen voor de natuur. Voor veel kinderen is natuur iets engs, vies of ongezonds. Wij moeten het lieflijke tegenwicht vormen voor de angst voor eikenprocessenrupsen met brandharen, oprukkende muggen en teken die de ziekte van Lyme verspreiden.

    Ik zou trouwens niet willen beweren dat de natuur lief en goed is. We hadden een zwak broertje in onze bak. Samen met mijn broertjes en zusjes heb ik hem naar de rand van de bak geduwd. Toen een van de medewerkers van de Kinderboerderij hem weer terug onder de warmtelamp legde, begonnen we hem onmiddellijk weer te pikken. Wie niet sterk genoeg is, moet weg.

    Toch zijn wij schattig om te zien. Op een of andere manier laten wij de harten van de bezoekers nóg harder smelten dan andere dierenbaby's. Bij het bezoek van de kleuters zijn wij telkens het hoogtepunt. Misschien omdat we zo fragiel en pluizig zijn. Zelfs stuurse pubers maak ik week. Als knuffelkuiken ben ik het geheime wapen van de medewerkers van de kinderboerderij.

    woensdag 6 februari 2008

    Zeven keer lof der loomheid

    Rafaëlparaplu op de Ponte Vecchio in Florence

    Snelheid geldt als een grote deugd, maar het leven als een diesel is zo gek nog niet. Zeven redenen om de loomheid te prijzen.

    1. De werkbij
    Een werkbij in de zomer wordt zes weken oud, terwijl winterbijen ongeveer zes maanden blijven leven. Dat komt omdat de werkbijen in de winter nauwelijks wat hoeven te doen. De bijenkoningin steekt helemaal geen poot uit (op het leggen van eieren na dan) en kan wel zes jaar blijven leven. Leeuwen en ijsberen die in een dierentuin liggen te luieren, worden tweemaal zo oud als hun soortgenoten in de vrije natuur. De moraal van dit verhaal? Luiheid loont. (Bron: Lof der Luiheid, Peter Axt en Michaela Axt Gademann)

    2. Sporten is niet nodig
    Levenslang sporten laat je twee jaar langer leven, maar dan heb je wel in totaal twee levensjaren tegen je zin moeten sporten. Dagelijkse activiteiten als werken in de tuin, ramen lappen of traplopen zijn voldoende om gezond en fit te blijven.

    3. Lanterfanten
    De Nederlandse economie heeft niet te lijden onder ons gebrek aan werklust, maar heeft er last van dat we te hard werken. Er moet meer geluierd worden, zodat de beste ideeën komen boven drijven. Dagdromen, een beetje lanterfanten en mijmeren bieden bovendien ruimte om traag en aandachtig de dingen van alledag te beleven en van het leven te genieten.

    4. Lof der luiheid in de negentiende eeuw
    Gezwoeg en geploeter leiden tot akelig gezweet, vonden welgestelde negentiende-eeuwers. Overtuigde levensgenieters weigerden zich te laten gebruiken als domme werkkracht en hersenloze consument. Misschien hadden ze groot gelijk. Tijd voor een terugkeer van traagheid als modeverschijnsel. (Bron: Lof der Luiheid, Tom Hodgkinson)
    5. Lazy evaluationLuie evaluatie is een techniek in programmeertalen waarbij een berekening wordt uitgesteld tot het moment dat een resultaat van de berekening daadwerkelijk nodig is. Deze werkwijze levert verbeterde prestaties op, onder meer omdat overbodige berekeningen vermeden worden.

    6. Veel problemen lossen zichzelf op
    Ik ken een manager die bijna al zijn post direct weggooit. "Als het dringend is, sturen ze het nog wel een keer", zegt hij. En zo is het. Veel problemen lossen zich vanzelf op. Zelf in actie komen is dus lang niet altijd nodig. Soms kun je dat zelfs beter niet doen!

    7. Een diesel gaat langer mee
    De motor van een raceauto is na 250 kilometer totaal versleten, maar met een diesel haal je honderdduizenden kilometers. Leven als een diesel is dus zo gek nog niet.

    Interessante links:

    woensdag 9 januari 2008

    Groenwasserij



    Het aantal fabrikanten dat 'groene' auto's op de markt brengt, zal de komende tijd fors toenemen, voorspelt autofabrikant BMW. Nu is dat rond de 25 procent, maar binnen een aantal jaren zal dit zeker 60 procent zijn.

    Het is even wennen: automerken die elkaar niet meer beconcurreren om de meeste PK's , de beste wegligging of de sjiekste accessoires, maar om het hoogste groengehalte. Ook autoleasemaatschappijen doen mee met de groene hype. Zo promoot Multilease 'natuurlijk rijden' om daarmee natuurgebieden te beschermen.

    Je moet maar durven. Want hoe groen/duurzaam/klimaatneutraal kan een auto eigenlijk zijn? In België werd onlangs een stokje gestoken voor het gebruik van loze ecobeloften. Na een klacht van de Vlaamse Europarlementariër Bart Staes mag Saab niet langer de leus 'Saab. Het wordt eindelijk groener op de weg' voeren.

    Van autogebruik is het milieu nog nooit beter geworden, hoogstens is de ene auto iets minder belastend voor het milieu dan de andere. Dit soort gebruik van duurzaamheid of groengehalte in de marketing valt daarom te betitelen als groenwasserij. Een bedrijf doet zich groen voor zonder echt iets voor het milieu of het klimaat te doen.

    Ondertussen krijgt de consument het valse idee voorgespiegeld dat hij ecologisch verantwoord bezig is met zo'n auto, een groene creditcard of een klimaatneutrale skivakantie. Als koper kun je maar beter alert blijven dat er geen misbruik gemaakt wordt van je welwillende bereidheid tot duurzaam gedrag. Bij afbeeldingen van koeien, bloemetjes, bijtjes en natuurlijk vooral de kleur groen is waakzaamheid geboden.

    zaterdag 5 januari 2008

    Groene beloften


    De provincie Zuid-Holland heeft deze week 5,6 miljoen euro uitgetrokken voor het opknappen en hergebruik van oude bedrijfsterreinen. Een mooi begin, maar helemaal als de provincie ook op de rem gaat staan als het om het uitgeven van nieuwe bedrijfsterreinen gaat. Vrijwel alle politieke partijen beloofden dit vorig jaar immers in hun verkiezingsprogramma's.

    Tot nu toe zijn gemeenten en provincies nog altijd reuze ruimhartig als het gaat om het uitgeven van terreinen aan bedrijven. Want stel je voor dat er een geweldige onderneming langskomt met een enorm potentieel aan werknemers in zijn kielzog, dan wil je die als lokale overheid toch geen nee verkopen? Dus brengen zij het bedrijvenpark alvast in gereedheid, zodat die eventuele ondernemer in een gespreid bedje kan stappen.

    Helaas doet de buurgemeente hetzelfde. Als we zo doorgaan, hebben over vijftien jaar een enorm overschot aan bedrijventerreinen, heeft de VROM-raad vorig jaar berekend. Maar de weilanden zijn dan wel omgeploegd.

    Extra wrang is het dat het nog nooit bewezen is dat deze manier van werken wel extra werkgelegenheid oplevert. Natuurlijk zal verplaatsing naar een bedrijventerrein bepaalde bedrijven wel de gelegenheid geven om hun vleugels uit te slaan en op die manier meer mensen in dienst te nemen. Maar hoe vaak gaat het niet simpelweg om de verplaatsing van een verouderd terrein naar een nieuw terrein met veel lagere grondprijzen of bedrijvenlokpremies?

    Als de voorspellingen uitkomen, worden juist de bedrijventerreinen aan de randen van de stad de zorgenkinderen van de toekomst. Want als het bedrijf zijn lelijke blokkendoos verlaat en naar elders verhuist (gelokt door een nóg goedkopere vestigingslocatie), wie wil het bedrijfspand dan overnemen?

    Veel beter dan uitbreiding van bedrijventerreinen aan de randen van de stad is het hergebruik van bestaande industrielocaties bínnen de stadsgrenzen. Echte zware industrie hoort daar natuurlijk niet thuis, maar veel industriële activiteiten zijn ondertussen toch al naar uithoeken als Delfzijl, Polen of verder verhuisd. Wat in Nederlandse steden overblijft, zijn dienstverleners in kantoren. Die geven weinig overlast en zitten graag in een stedelijke omgeving.

    Sinds de jaren zestig hebben we bedrijven naar de industrieterreinen verbannen. De jongste trend is juist om wonen en werken weer te mengen. Verouderde industrieterreinen worden weer nieuw leven ingeblazen met sportvoorzieningen, eetgelegenheden, onderwijsinstellingen en meubelwinkels, maar ook met woningen. Woningen en bedrijven staan weer dwars door elkaar, net als in het begin van de vorige eeuw. Het zorgt er hopelijk voor dat toekomstige bedrijventerreinen wat minder doods en lelijk worden.

    zondag 25 november 2007

    De kleine eikenboom



    Het parkje waar mijn ouders vanaf hun appartement op uit keken, vervulde een hoogwaardige ecologische schakelrol en zou een groene bestemming houden, had de gemeente beloofd. Totdat er een projectontwikkelaar langs kwam, die de gemeente beloofde stadsvilla's te bouwen van uitmuntende kwaliteit. Op de website staat het zo geformuleerd: "De villa's verenigen luxe en privacy met een adembenemend uitzicht over het park aan het water. Het panorama op het park vormt een landschappelijk schilderij dat zich continue blijft vernieuwen."

    Het plan voor de massieve blokken met zwarte gevels stuitte op veel verzet van de omwonenden, maar ging toch door. Het bouwbedrijf noemt het project 'de Parels', de tegenstanders noemen het de plaatselijke 'Zwarte Madonna'.

    Nu het appartement van mijn ouders verkocht wordt en de villa's vorm krijgen, hebben wij als kinderen en kleinkinderen een kleine daad van verzet gepleegd. In het resterende strookje park achter de blokkendozen hebben we vandaag een klein eikje geplant. Via een smalle doorkijk kun je het boompje - als hij straks groot is - precies zien vanuit het raam van hun voormalige woning. Onze eigen bijdrage aan het 'voortdurend vernieuwende landschappelijke schilderij'.

    Dat we een eikje hebben uitverkoren, is eigenlijk puur toeval. Het boompje is voortgekomen uit één van de vele eikeltjes die onze kinderen tijdens de herfst verzameld hebben en die ontkiemd is in onze achtertuin. Maar het komt wel mooi uit. Onze oma heette Van Eyck. Bovendien is een eik met zijn bijna onverwoestbare hout het symbool van onvergankelijkheid en eeuwig leven. Vroeger werden aan de voet van de eik doden begraven. Zoals de eiken veel langer doorleefden dan de mensen, zo wilde men dat de voorouders ook doorleefden.

    Het piepkleine boompje is daarom bovenal een mooie levende herinnering aan onze beide overleden ouders, die op deze plek hun sporen nagelaten hebben. Zo blijven wij geworteld in dit dorp, waar wij zelf niet meer wonen. En laat dit dorp ooit nationale bekendheid verworven hebben vanwege zijn productie van massieve eikenhouten meubelen....

    woensdag 2 mei 2007

    Vogelgriepvrees en andere angsten

    We kunnen opgelucht ademhalen, we zijn aan een pandemie ontsnapt. Voor wie het alweer vergeten was: ik heb het over de vogelgriep, die ons te grazen zou nemen en waardoor het maatschappelijke leven totaal ontwricht zou raken. Maar in het westen van Europa is er nauwelijks wat gebeurd. Minister Verburg van Landbouw heeft enkele weken geleden een groot deel van de voorzorgsmaatregelen daarom ingetrokken. Kippen en hun jonge spul mogen weer vrij rondscharrelen.

    Was er nu tevergeefs een jacht op vaccins tegen de vogelgriep? Heeft de douane voor niets intensieve controles gehouden bij risicovluchten op Schiphol en boterhammen met vleeswaren in de containers gemikt? Is er overdreven veel paniek gezaaid? Of hebben al die preventieve maatregelen juist hun vruchten afgeworpen en zijn we daardoor aan de voorspelde catastrofe ontsnapt? Zeker weten doen we het nooit, maar ik vermoed dat er vooral veel overdreven angst is gezaaid. En de preventieve maatregelen boden vooral schijnveiligheid. De controlerende ambtenaren op Schiphol hadden vorig jaar in ieder geval niet het idee dat hun inbeslagnames van Turkse kaasjes en Thaise worstjes echt een uitbraak van vogelgriep kon voorkomen. Als dat virus zich over westelijke Europa zou verspreiden, zou het zich door douanecontroles zeker niet laten tegenhouden.

    Behalve vogelgriep zijn ons de afgelopen jaren nog veel meer rampen voorspeld, die levensbedreigend dan wel ontwrichtend voor de samenleving zouden zijn. Aids zou in Europa ontstellend veel slachtoffers maken. Zure regen zou onze bossen vernietigen. De gekke-koeien-ziekte zou massaal overslaan op de mens. En zo is er een heel rijtje nare voorspellingen op te sommen, dat ons deed somberen over de toekomst.

    De angst sloeg in ieder geval breed om zich heen. Uit vrees voor terroristische aanslagen hoorde ik mensen om mij heen vertellen dat ze voortaan niet meer met de trein gingen om zo de grote treinstations in de Randstad te omzeilen. Weldenkende mensen deden uit de doeken hoe ze voorraden voedsel en hout insloegen met het oog op het milleniumprobleem. Na de uitbraak van de legionella-epidemie in Bovenkarspel durfden vele mensen niet meer te douchen op campings en sportcomplexen.

    Achteraf weten we dat het zo´n vaart niet gelopen is. Misschien was dat inderdaad dankzij de massale aanpassing van waterleidingen en grootschalige aanpak van het milleniumprobleem; in dat geval hartelijk dank daarvoor. Maar een andere verklaring is dat we niet zonder doemscenario's kunnen; desnoods maken we er één. Dat Irak kernwapens in zijn bezit heeft bijvoorbeeld. Dat er onlusten dreigen uit te breken in onze achterstandswijken (waar de werkloosheid, hygiëne, kindersterfte en alcoholmisbruik toch nog altijd veel minder ernstig zijn dan de achterbuurten van voorheen). Dat de zeeën en oceanen leeggevist worden. Of dat er bijna geen imkers meer zijn in Nederland, waardoor er straks ook geen bijen meer zijn, waardoor uiteindelijk de mensheid kan uitsterven, zoals NOVA deze week berichtte...

    Het zou interessant zijn om te weten hoe we over een paar jaar terugkijken op de massale verontrusting over het CO2 probleem en de klimaatverandering. Wellicht verbazen we ons zeer over onze onrust, die ons ertoe bracht kostbare investeringen te treffen voor CO2 opslag, terwijl in arme landen stervende kinderen aan hun lot werden overgelaten. Het is net zoiets als de uitvergrote aandacht voor zelfmoordcommando´s in Israel , terwijl het verkeer daar jaarlijks veel meer slachtoffers maakt, zoals voormalig correspondent Joris Luyendijk meldde. Wie weet blijkt over een paar jaar dat de CO2 als voedingsstof voor planten juist voor enorm weelderige natuur heeft gezorgd...

    vrijdag 20 april 2007

    Ontroering



    Bomen die maandenlang hun kale takken hebben laten zien, schieten ineens toch uit. De haagbeuk heeft de winter overleefd en laat plotsklaps zijn blaadjes zien. En ook de Lelietjes van Dalen zijn razendsnel uit de grond omhoog gekomen en zijn sinds enkele dagen weer van de partij met hun tere witte bloempjes. Alle planten, bomen en struiken laten zich van hun meest veelbelovende zachtgroene kant zien, klaar voor een nieuw begin. Ontroerende levenskracht.

    dinsdag 10 april 2007

    Jeugd van tegenwoordig

    "Die verschrikkelijke rotkinderen natuurlijk weer", foetert een bejaarde dame. Met verbijstering kijken we naar een oude fruitbomenmuur van een Haags landgoed, waarin een groot gat gaapt.

    Tja, daar sta je dan als moeder van twee kinderen, die de hele wandeling lang aan de lippen van de natuurgids gehangen hebben en die nu alles weten over de venijnboom, nijlganzen, gekartelde aurelia's en zelfs het verschil kennen tussen Groot Hoefblad en Japans Hoefblad. Die nauwkeurig hebben gekeken dat ze de boshyacinten en het speenkruid niet per ongeluk vertrappen. Die de boombast afgespeurd hebben om de boomklever te ontdekken. En die met grote zorgvuldigheid de stukjes folie van de paaseitjes opbergen in hun jaszakken om daarmee het bos niet te bevuilen.

    "Je mag de jeugd niet overal de schuld van geven", spreekt een andere vrouw haar tegen. De eerste vrouw haalt haar schouders op en zwijgt.

    De gids heeft de woordenwisseling niet gehoord en begint aan zijn uitlegpraatje. Het gat is veroorzaakt door een grote omgewaaide boom.

    maandag 12 maart 2007

    De achtertuin van mijn jeugd



    Verlies van biodiversiteit gaat doorgaans over stervende mangrovebossen in Brazilië of oprukkende woestijnen in Afrika. Een interview met een provincie-ambtenaar bracht het thema vanmiddag direct terug naar de achtertuin van mijn jeugd.

    In die tijd was ik meerdere keren per week te vinden in een rommelig bosje vol modderige kronkelpaadjes dat bekend stond als het heempark. Mijn vriendinnetje woonde aan de Dorpsstraat, waar haar ouders het te druk hadden met de winkel om ons al te nauwkeurig in de gaten te houden. Vaak wipten we langs de werkplaats van de winkel naar achteren, hup, langs de serie krakkemikkige opslagschuurtjes. Dan staken we een onverhard pad over vol waterplassen, dat niet voor niets de naam Vloeiweg had gekregen.

    Het heempark had in mijn ogen niets wat op een park leek. Hier geen uitgestrekte grasvelden of bloeiende rozen, maar rommelige struiken, veel drassige stukken en boomstammen die nooit opgeruimd werden. Maar dat maakte niet uit, want we konden hier in alle rust rondbanjeren om eindeloos het wel en wee van onze pophelden te bespreken.

    Op dit moment is een miniem paadje langs de Voorste Stroom het enige restant van het heempark. De rest van het groene gebied is nu de standplaats van een groot gebouw met gladgeschoren groene gazons er om heen. De konijntjes die er vorige zomer nog buiten huppelden, hebben deze winter door de bouw van grote stadsvilla's hun laatste leefgebied verloren. De oorspronkelijke natuurwaarde van dit gebied heeft daarbij kennelijk weinig ter zake gedaan.

    Vanmiddag vertelde de niets vermoedende ambtenaar dat de gemeente in samenwerking met het waterschap het beekdal van de Voorste Stroom dit jaar zal inrichten als ecologische zone met een natuurbos en amfibieënpoelen. De vervuilde waterbodem wordt verwijderd, waardoor het leefgebied voor land- en waterdieren wordt verbeterd. Op die manier moeten ook karakteristieke vissoorten weer terugkomen in de Stroom.

    Prachtige plannen natuurlijk, die je als argeloze luisteraar alleen maar kunt toejuichen. Tenzij je weet wat er inmiddels allemaal verloren is gegaan. Kennelijk moet er eerst iets vernietigd worden voordat er weer iets opgebouwd kan worden.

    zondag 11 maart 2007

    Lieveheersbeestje

    Iedere keer dat we naar haar toe gaan, voel ik een steen in mijn maag. Het is telkens weer spannend hoe we haar aantreffen. De ene keer kan ze vanwege de benauwdheid nauwelijks praten, de andere keer vertelt ze voluit.

    Vandaag was het één van de goede dagen. Dankzij extra medicijnen is ze nu een stuk kalmer en kan ze goed praten. Rust om weer te gaan puzzelen heeft ze nog niet, maar ze is vast van plan naar kabbelende zweefmuziek te luisteren, waarop een heleboel vogelgeluidjes te horen zijn. Af en toe leest ze een gedicht uit het bundeltje op haar nachtkastje.

    In de goudgeel verlichte kamer halen we herinneringen op aan vroeger. Over onze tuin, waarin op een prominente plek een roze stamroos altijd overdadig stond te bloeien. Roze is haar lievelingskleur. Het lieveheersbeestje haar favoriete dier.

    Een verpleegkundige heeft onlangs een uur lang haar voeten gemasseerd, zodat ze uiteindelijk rustig in slaap viel. Anderen zitten in haar moeilijke uren aan haar bed om haar bij te staan en te kalmeren. "Ik wist niet dat mensen zo lief konden zijn", zegt ze.