Posts tonen met het label Duurzaamheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Duurzaamheid. Alle posts tonen

zondag 26 augustus 2012

Ideeën vangen (1): omgaan met overvloed


Op IJsland viel ik afgelopen zomer van de ene verbazing in de andere. Zoals de fabelachtige 'verspilling' van energie. Wat kun je allemaal doen met overvloed?


Ideeënoogst

Deze zomer deden bijna vierhonderd deelnemers mee met mijn gratis minicursus Ideeën vangen. Hoogste tijd om de oogst binnen te halen. Eerder publiceerde ik deze en deze blogposts over de vondsten van enthousiaste deelnemers.
Deze week publiceer ik mijn eigen ideeënoogst, die ik ving tijdens onze rondreis door IJsland. Dit is de eerste aflevering.

Een van onze vakantiehuizen op IJsland was een afgelegen voormalige boerderij nabij de noordelijke kust. Het was een prettig huis met maar één nadeel: het was veel te warm. Een bizar gevoel om in de nabijheid van de poolcirkel in T-shirts door het huis te wandelen en dan nog steeds te puffen van de hitte.

De oorzaak was een loeiende radiator in de woonkamer, terwijl buiten de zon volop scheen. In het huis vonden we wel aanwijzingen om extra kachels bij te plaatsen, maar niets over het uitzetten van die radiator.

Geen draaiknop of thermostaat te bekennen.

Tot onze stomme verbazing legde de beheerder ons uit dat die knop helemaal niet bestond. Hij wees naar een klein wit huisje, dat verderop tegen de heuvel aangeplakt lag (op bovenstaande foto nog net zichtbaar boven het oranje dak). Daarin stond een generator, die met het water van een nabij gelegen gletsjer energie opwekte voor ons zomerhuis.

De harde boodschap voor ons: die generator moest zijn energie ergens kwijt. In onze radiator. Dus als wij in het huis van de overtollige warmte af wilden komen, zat er weinig anders op dan de ramen wijd open te zetten.

Langzaam drong tot ons door dat IJslanders dit gedrag géén zinloze energieverspilling vinden. Want IJsland heeft geen gebrek aan energie, maar juist een overschot. In feite is het hele land een grote vulkanische energieklont met gletsjers er bovenop.

Alles blubt en bubbelt er: een overvloed aan water en vuur.

De mooie kant is dat de IJslanders met waterkracht en geothermische energie maar liefst 99 procent van de energiebehoefte duurzaam opwekt. Maar er is zoveel energie, dat ze die ook ergens kwijt moeten.

Gevangen idee:

Wat gebeurt er als er geen schaarste is maar juist een overvloed aan een belangrijke hulpbron?

De IJslanders weten er op diverse manieren munt uit te slaan. Dank zij de warmte uit de aarde groeien er komkommers en tomaten in kassen, hoewel de gemiddelde buitentemperatuur in de zomer slechts 14 graden is. Ook hebben enkele aluminiumsmelters zich gevestigd in IJsland, gelokt door de goedkope energie. Op die manier weet het land een groot deel van de energie te 'exporteren' in de vorm van aluminium.

Veelvuldig gebruik van warm water is heel gewoon: midden in een lavaveld op de zuid-westpunt van IJsland is een fantastische spa aangelegd, gevuld met warm water van de nabijgelegen Svartsengi krachtcentrale. (De stoom van de spa en de centrale mengen zich moeiteloos met elkaar!)

De spa Blue Lagoon met op de achtergrond de stoomwolken van de krachtcentrale.

Ook bijzonder: een van de belangrijkste winkelstraten in Reykjavik heeft vloerverwarming, die de straat sneeuw- en ijsvrij houdt! En terwijl in Nederland zwembaden vaak niet rendabel geëxploiteerd kunnen worden, beschikt ieder kneuterig dorpje in IJsland over een eigen geothermisch zwembad.

Koken op aardwarmte in de open lucht.

Wat heeft Nederland in overvloed, terwijl we daar slimme dingen mee kunnen doen? 

  • Ons afval? 
  • Overvloedig regenwater? 
  • Scholieren die voortijdig van school komen? 
  • Vijftigplussers met een schat aan ervaring maar zonder werk? 
  • Leegstaande kantoorgebouwen?

Hoe kunnen we daar groots mee uitpakken?

Komende dinsdag lees je deel 2 over de ideeënoogst uit IJsland.

Lees ook het volgende artikel

Sigrid van Iersel is als schrijver en journalist gespecialiseerd in creatief denken en storytelling. Zij helpt bij het verzinnen van meer en betere ideeën en laat in verhalen voelen waarom ze belangrijk zijn. Gemakkelijk op de hoogte blijven van deze artikelen? Vul dan hier je e-mailadres in en ontvang automatisch een mail bij de publicatie van ieder nieuw artikel.

vrijdag 6 februari 2009

Verhaallijnen gaat eco


Als je een nieuw bedrijf start, kun je er niet omheen om dat op een duurzame en maatschappelijk verantwoorde manier te doen. Vind ik. Dus gaat ook Verhaallijnen op de eco-toer.

Dat valt niet mee, want groene producten of diensten behoren nog steeds niet tot het standaardpakket. Bij de Kamer van Koophandel, Belastingdienst of boekhouder valt geen woord over duurzaamheid of mvo. De adviezen luiden eerder dat je véél autokilometers moet maken in plaats van het openbaar vervoer te nemen.

Een duurzame bedrijfsvoering is ook al zoiets. Alleen al het aanschaffen van verantwoord kopieerpapier vereist een extra fietsronde, want bij mijn goedgesorteerde kantoorboekhandel hebben ze het papier met het juiste keurmerk niet in de schappen liggen. Gelukkig las ik ook ergens dat je fietskilometers op dezelfde manier als kosten mag inboeken als autokilometers.

Maar rondshoppen wordt beloond. De site Alles duurzaam wijst de weg. En een bijkomend voordeel van mijn kantoor-aan-huis is dat ik nu veel gemakkelijker gebruik kan maken van diensten als de groentetas. Toen ik toch in de Natuurwinkel was, kon ik ook even snuffelen naar lekkere biologische thee. Ik vond Kaneel & Sinaasappel. Dit wordt helemaal leuk!

dinsdag 21 oktober 2008

Buitenleven


Als je magazines als Buitenleven, Living en al die andere landlevenglossy's doorbladert, denk je dat het platteland vol gestapeld staat met robuuste rieten manden, vuurkorven en dampend-verse appeltaarten. Het blijkt andersom te zijn: bewoners van het platteland denken nu ook dat het zo hoort. Ze draperen hun erf vol met pompoenen, omafietsen met rieten manden, melkbussen en nog veel meer ander nostalgisch spul of wat daarop lijkt.

We hadden zelfs even het idee dat heel Oost-Nederland overgeschakeld is op Ambachtelijk, Slow en Biologisch. Bij onze fietstocht in de omgeving van Ommen passeerden we afgelopen weekeinde de ene na de andere boerderij met verantwoorde scharrelkippen, oud-Hollandse fruitrassen en streekeigen honing.

Je kan op zo'n middag al je verse boodschappen bij elkaar scharrelen in het buitengebied: van duurzaam geproduceerd dikbilvlees tot zelfgeperste appelsap en huisgemaakte kruidenstooksels. En als je niet op voedselstrooptocht bent, kun je ook nog volop aan je trekken komen in de maisdoolhoven, kinderspeurtochten op het boerenerf, maneges en boerenkampeerplaatsen.

In de ommelanden troffen we zelfs een biologische wijngaard aan. De boerin plukte welwillend enkele overgebleven trosjes druiven om ons te laten proeven en liet in de voormalige stal de wijnvaten zien met de oogst van dit jaar. Bevangen door zoveel sympathieke huisvlijt kochten we een fles rode wijn uit het Vechtdal.

Misschien was het veelzeggend dat de boerin geen rechtstreeks antwoord gaf op onze vraag wat haar grote wijntrots was. Ze zei namelijk alleen maar dat de rode flessen goed verkocht werden. Ook de melding op het etiket dat de wijn enkele uren voor gebruik geopend moest worden, had een waarschuwing kunnen zijn. Maar ondanks die behandeling bleef de wijn een nasmaak van veevoer geven.

De volgende dag brachten we een bezoek aan attractiepark Slagharen. Een park vol kauwende mensen, die zich vreugdeloos tegoed doen aan patat, hot dogs, hamburgers, suikerspinnen en ander krachtvoer. "Ha, er zit meer mayonaise in deze zak dan patat", riep een vrouw. Dat het geen authentieke Slagharen-slow-mayonaise was, deed er niet zoveel toe.






maandag 14 juli 2008

Imagocampagne voor Afrika

Nubische stuurman op een zeilboot op de Nijl

In Kenia zijn duurzame schoenen heel gewoon en het is nog booming business ook. De schoenen worden van gemaakt van autobanden. Ze zitten lekker en gaan lang mee. Voor arme mensen zijn het ideale goedkope sandalen, waarmee ze lastig begaanbare plekken kunnen trotseren. Stedelingen hebben ze ontdekt als hip schoeisel. De makers in de stalletjes verdienen er inmiddels een leuke boterham mee.

Een mooi verhaal dat nauwelijks doordringt tot de westerse media. Deze media berichten liever over kindsoldaten, massamoorden, aidsweesjes en voedselrellen in Afrika. In ons hoofd staat dit continent daardoor gelijk aan een opeenstapeling van ellende, dat er nimmer in slaagt een stap vooruit te boeken.

Niet terecht, want er zijn ook signalen dat Afrika het prima redt. Sterker nog, schrijver Bas Vlugt stelt dat de toekomst van Afrika rooskleuriger is dan ooit. We moeten volgens hem ophouden met Afrika-bashing, het nodeloos en op geen enkele grond gebaseerd afschrijven van heel continent. Afrika is namelijk niet zielig maar sterk. Afrika overleefde al natuurrampen, hongersnoden, misdadige regimes, aids en zal nog vele andere rampen overleven.

In Afrika zijn echter nauwelijks nog journalisten aanwezig, die lang genoeg in het land verblijven om ons een meer objectief beeld van de werkelijkheid te geven. En zouden zij daar wel zijn, dan komen hun verhalen over positieve ontwikkelingen vrijwel nooit in de publiciteit. Afrika is alleen nieuwswaardig wanneer het getroffen wordt door de zoveelste catastrofe. Met bemoedigende ontwikkelingen valt heel slecht te scoren. Paul Rosenmöller met zijn reportagereeks De Kracht van Afrika was een zeldzame uitzondering.

Al te veel positieve berichtgeving is ook niet in het belang van de ontwikkelingsindustrie. De hulporganisaties weten dat zielige kinderen met hongerbuikjes en vliegen rond hun ogen mensen massaal naar hun portemonnee doen grijpen. Met al hun goede bedoelingen hebben popsterren Bono en Bob Geldolf eraan meegeholpen Afrika als een verloren continent af te schilderen vol angstwekkende verhalen. Successtory's zorgen immers niet voor goedgevigheid, is de gedachte.

Toch is het maar de vraag of dat echt zo is. Als een continent zo somber afgeschilderd wordt als Afrika, heb je het gevoel dat iedere bijdrage totaal hopeloos is. Investeren in Afrikaans succes is wel degelijk positief en energiegevend, zeker als het gaat om mensen met creatieve ideeën of om ondernemers met expertise op hun eigen markt. Het is juist mooi om bemoedigende ontwikkelingen te steunen.

Gelukkig zijn er wel mensen die zich werpen op de onderbelichte kant van Afrika en op websites informatie brengen over ecotoerisme, economie, ecologie, politieke en sociale ontwikkelingen, muziek, mode, de Afrikaanse keuken en cultuur. Toch ontbreekt het Afrika als werelddeel aan een goede marketing. Afrika verdient het een positief merk te worden, professioneel in de markt gezet door marketingdeskundigen op basis van eigenheid, niet op basis van zieligheid. Met een logo dat iedereen herkent en dat staat voor de vernieuwende , duurzame en mensvriendelijke kant van Afrika, zoals de ubuntufilosofie.

Hoog tijd voor de grootste imagocampagne ooit, namelijk voor een heel continent.

dinsdag 20 mei 2008

Eckarts verhaal

Eckart Wintzen was een gesjeesde wiskundestudent die in zijn latere leven hoge ogen gooide met zijn succesvolle softwarebedrijf BSO/Origin. Hij raakte niet alleen bekend door zijn ondernemerschap maar vooral ook door zijn vernieuwende managementaanpak.

Toen hij in 1996 zijn bedrijf met 6000 medewerkers voor vele miljoenen van de hand deed en de Quote Top 500 binnenstormde, zou menig ander in zijn situatie zich uitleven in extravagante uitgaven. Zo niet Eckart, die voortaan zijn energie richtte op het klimaatprobleem en het welzijn van de aarde. Via zijn nieuwe bedrijf Ex’tent (Eckart z’n tent) investeerde hij zijn kapitaal in innovatieve, sociale en milieuvriendelijke projecten, zoals autoverhuurder Green Wheels.

Dit is de strekking van diverse In Memoriams, die gepubliceerd zijn na de dood van Eckart Wintzen op 21 maart van dit jaar. Het bijzondere levensverhaal van Eckart heeft alles om deze man uit te laten groeien tot een eigentijdse held, voor zover hij dat al niet is. Zijn levenswijze laat zien dat je kennelijk altijd iets nodig hebt om je zorgen over te maken, ook al ben je gearriveerd en rijk. Zoiets inspireert vele mensen.

Dat daarbij enkele tot de verbeelding sprekende verhaalelementen zichzelf aandienden, is extra mooi. Zo spreekt de hippie-achtige uitstraling van Eckart tot de verbeelding (grijze lange haren, stoppelbaard, spijkerbroek, Eckart altijd zonder achternaam). En dan overleed hij ook nog volkomen onverwacht op 21 maart, de dag van overgangen, zo memoreert Johan Schaberg in het blad Ode. De zon stak de evenaar over, het was volle maan en ook nog eens Goede Vrijdag, in de Christelijke traditie een dag van ondergang en van aanzet tot nieuw leven.

In donkere tijden vertelden we elkaar verhalen bij het kampvuur. De meest memorabele verhalen werden het meest doorverteld, gaandeweg uitgebreid met spannende wendingen en uitvergrote heldendaden. Het verhaal van Eckart zou gemakkelijk uitgroeien tot een legende met mythische proporties. Toen, maar ook nu, want Eckarts verhaal heeft plakkracht.

Verhalen geven houvast om waardevolle of inspirerende ideeën over te brengen en helpen ons om onze plaats te geven in de wereld. Ik ontdekte een site van iemand die zich richt op ‘levensloopbegeleiding’. Deze counselor zet samen met zijn cliënt de gebeurtenissen in diens leven op een rijtje aan de hand van de verschillende levensfases. Als cliënt ga je daarbij dus op zoek naar je eigen rode draad in je persoonlijke levensverhaal. Dat hoeft niet zo wervelend te zijn als het levensverhaal van Eckart, maar het kan wel inspirerend zijn om bij leven en welzijn je eigen verhaal te kennen!

Met de wetenschap dat verhalen wonderlijke dingen doen in de hoofden van mensen, zouden we veel meer moeten doen. Een bedrijf als de Hema lijkt dat goed te begrijpen. Het warenhuis heeft mensen met hun persoonlijke Hema-favoriet in de folder afgebeeld.
Daarbij lezen we het verhaal van Engely, die twee jaar geleden in Nepal een opvanghuis voor kinderen heeft opgezet. Voor het eerst hebben de kinderen nu een lekker bedje. Engely brengt een beetje kleur in hun leven met beddengoed in de kenmerkende frisse Hematinten roze, groen en blauw. Een verhaal over oerhollandse huiselijkheid in een exotisch kindertehuis, wie wordt daar nou niet warm van?

dinsdag 5 februari 2008

De weggeefeconomie

Internet is geweldig om ideeën uit te wisselen, contacten te leggen, beelden en informatie te delen of spullen weg te geven. Veelal gratis.

Veel ondernemers pijnigen zich het hoofd over de vraag hoe je aan die diensten toch geld kunt verdienen. Martijn Aslander heeft er juist zijn leefstijl van gemaakt om zijn activiteiten en inspanningen geheel zónder betalingen te leveren.

Hoe doet hij dat? Veel mensen snappen er niets van, wat Aslander inspireerde tot een 'Handleiding Martijn voor beginners'. Als 'verbindingenmaker' probeert hij het goede talent op de juiste plek te krijgen. Met behulp van zijn netwerk Elvenstone biedt hij toegang tot andere mensen die je zouden kunnen helpen. Daarnaast beschikt hij over veel informatie en kennis en komt daardoor vaak op leuke ideeën.

Simpel gezegd is hij een doorgeefluik van informatie, contacten en ideeën. Voor deze diensten vraagt hij geen geld. Hij laat de waarde achteraf bepalen door degene die hij geholpen heeft. Op zijn website staat een doneerbutton. Dat mag een donatie in de vorm van geld zijn, maar ook andere giften of diensten. Op zijn site staat ook een lange lijst van boeken die hij nog wil lezen.

Waarom zou je ideeën gratis weggeven? Ideeën zijn dragers van informatie, maar op zichzelf nutteloos, stelt Aslander. Creativiteit is niet meer dan verbinden wat er al is. Van vijf legoblokjes kun je niet veel maken, van 20 blokjes wel. Daarom zijn mensen en informatie cruciaal bij het tot leven wekken van ideeën. En daarom moet je ze delen.

Om dit werk te doen is wel vertrouwen nodig. Aslander bouwt dat op door betrouwbaarheid, geloofwaardigheid en eerlijkheid. Vertrouwen moet je gegund worden. En dat is ook de reden dat hij nooit geld vraagt. Hij regelt nooit iets voor zichzelf, altijd voor een ander. En daarom ontvangt hij ook zaken terug.

Geld kun je slechts één keer uitgeven. Ideeën, informatie en toegang tot je netwerk kun je daarentegen aan anderen blijven geven zonder dat je iets verliest. In de netwerkeconomie zijn informatie en netwerken eigenlijk de nieuwe valuta.

Interessante denkbeelden, die Martijn Aslander geheel kosteloos met ons deelt. En ik doe nu dienst als doorgeefluik.

woensdag 23 januari 2008

Groene skivakantie


Zeven jaar geleden gingen we voor het laatst op sneeuwvakantie. Achteraf gezien hadden we toen nog een heel verantwoord ski-oord uitgezocht, want we verbleven in een sneeuwzeker én autovrij dorpje in Zwitserland. Daar stonden we toen nog helemaal niet bij stil en dat was wel zo goed voor de gemoedsrust.

Het Oostenrijkse dorp waar we binnenkort naar toe gaan, is niet autovrij. Of er energieslurpende sneeuwkanonnen nodig zijn om de skipiste mooi wit bedekt te houden, valt bovendien nog maar te bezien. Maar nu kunnen we niet meer doen alsof ons dat niet deert, want met het meten van onze persoonlijke vakantievoetafdruk weten we precies waar we aan beginnen.

Voor deze ene vakantie laat ik een voetafdruk achter van 938 (wat voor eenheden eigenlijk?), terwijl mijn verantwoorde quotum voor het hele jaar 1600 bedraagt. Met dit tripje van acht dagen is het quotum voor eerlijk en duurzaam vakantievieren dus al meer dan de helft op.

De toerisme-industrie is zich natuurlijk ook wild geschrokken over het schadelijke karakter van de wintersport. De reisorganisaties Arke, Tui en Kras hebben recent tips gepresenteerd voor groene skivakanties. En daaruit begrijp ik dat ik mijn onverantwoordelijke vakantie toch wel voor een deel kan goedmaken. Lokaal uit eten gaan en de traditionele keuken uitproberen stimuleert de lokale economie en is dus wel weer okay. Eco-schnitzels, bestaan die?

En verder dien ik mij niet bezig te houden met off-piste-skieën en helikopterskiën, maar dat was ik toch al niet van plan. Pfff, daar kom ik goed vanaf. Als toegift beloof ik plechtig dat ik ook geen edelweiss pluk.

dinsdag 22 januari 2008

Herdichten

Materiaal opnieuw gebruiken en er weer iets waardevols van maken: de gedachtegang van cradle to cradle vindt overal weerklank. Maar ook woorden kun je recyclen. Bijvoorbeeld door boektitels te stapelen tot gedichten, waarover ik al eerder schreef.

Grafisch ontwerper Fenne Roefs hergebruikt de woorden van de gedichten zelf. In een oude dichtbundel van Guido Gazelle heeft ze met een dikke stift allerlei woorden doorgestreept. De overblijvende losse woorden zijn zo poëtisch, dat ze samen weer een nieuw gedicht vormen.

Zo kun je monumentale gebouwen herbouwen tot minihuisje. Ambtelijke nota's zijn om te vormen tot liedjes. Versleten ideologieën worden nieuwe romans. Niets is voor eeuwig, alles is herbruikbaar.

Verder lezen over taalvondsten:

woensdag 9 januari 2008

Groenwasserij



Het aantal fabrikanten dat 'groene' auto's op de markt brengt, zal de komende tijd fors toenemen, voorspelt autofabrikant BMW. Nu is dat rond de 25 procent, maar binnen een aantal jaren zal dit zeker 60 procent zijn.

Het is even wennen: automerken die elkaar niet meer beconcurreren om de meeste PK's , de beste wegligging of de sjiekste accessoires, maar om het hoogste groengehalte. Ook autoleasemaatschappijen doen mee met de groene hype. Zo promoot Multilease 'natuurlijk rijden' om daarmee natuurgebieden te beschermen.

Je moet maar durven. Want hoe groen/duurzaam/klimaatneutraal kan een auto eigenlijk zijn? In België werd onlangs een stokje gestoken voor het gebruik van loze ecobeloften. Na een klacht van de Vlaamse Europarlementariër Bart Staes mag Saab niet langer de leus 'Saab. Het wordt eindelijk groener op de weg' voeren.

Van autogebruik is het milieu nog nooit beter geworden, hoogstens is de ene auto iets minder belastend voor het milieu dan de andere. Dit soort gebruik van duurzaamheid of groengehalte in de marketing valt daarom te betitelen als groenwasserij. Een bedrijf doet zich groen voor zonder echt iets voor het milieu of het klimaat te doen.

Ondertussen krijgt de consument het valse idee voorgespiegeld dat hij ecologisch verantwoord bezig is met zo'n auto, een groene creditcard of een klimaatneutrale skivakantie. Als koper kun je maar beter alert blijven dat er geen misbruik gemaakt wordt van je welwillende bereidheid tot duurzaam gedrag. Bij afbeeldingen van koeien, bloemetjes, bijtjes en natuurlijk vooral de kleur groen is waakzaamheid geboden.

zaterdag 24 november 2007

Ecovriendelijk

Net heb ik rondgesnuffeld op de site van Biologisch Goed, waarbij je online biologische producten kunt bestellen. Die worden eens per week thuisbezorgd en in je afwezigheid desnoods gewoon in een kratje bij de deur gezet. Een mooi initiatief, dat mijn laatste aarzelingen uit de weg ruimt om iedere dag verantwoord geteelde etenswaren te gebruiken, denk ik al surfend. Maar als ik de foto's van de kerstpakketen op deze site zie, dan zakt de moed mij toch weer in de schoenen. Een stel onappetijtelijke potjes en een droevige zak Italiaanse penne, daar word ik niet kerstblij van.

Maar waarom doormodderen met vreugdeloze bioproducten, als je veel drastischer ecovriendelijk kunt worden! Door bijvoorbeeld producten te ontwerpen met volledig herbruikbare en veilige grondstoffen. Zo kan de spiraal van uitputting en vervuiling definitief doorbroken worden!

Het idee heet Cradle to cradle (oftewel 'van wieg tot wieg') en is bedacht door Michael Braungart en William McDonough. Als de tweede industriële revolutie schijnt hun filosofie aardig wat weerklank te krijgen, ook in de industriële wereld. Daarbij gaat het niet om probleembestrijding, maar om het denken in oplossingen. Dat de groeiende berg afval in steeds efficiëntere afvalovens verbrand wordt is mooi, maar voorkomen dat er zoveel afval ontstaat is nog veel mooier. Braungart bedacht volledig biologisch afbreekbare verpakkingen voor Ola-ijsjes, waarin ook nog eens zaadjes voor zeldzame plantjes zaten. Weggooien wordt leuk!

Of het echt werkt? Ik ga het graag zien in de documentaire, die de VPRO in het programma Tegenlicht komende maandag uitzendt over Nederlandse initiatieven op het gebied van Cradle to cradle. Alleen al door erover na te denken, voeg ik me in de duurzame massa, heb ik begrepen. Door dit soort voornemens mag ik mij een heuse cultural creative noemen.

woensdag 26 september 2007

Groen, groener, groenst

Overal duiken tegenwoordig ecorazzi op: celebrity's die praktisch-idealistisch hun eigen groene steentje bijdragen aan een beter milieu.

En wat de VIP's kunnen kun jij ook. Je relatiegeschenken hebben een fairtrade-keurmerk. Kadootjes haal je uit de Goede Doelenwinkel of van een van de vele webwinkels vol duurzame en verantwoord gefabriceerde producten. Betalen doe je met een groene creditcard. Uiteraard draag je katoenen kledij van ecologisch geteelde katoen, waar geen kinderhandjes aan te pas zijn gekomen. Je spaargeld wordt door de bank belegd in maatregelen voor een beter klimaat. Bij het koken doe je de deksel op de pan en zorg je ervoor dat je diepvriesproducten van te voren al ontdooid zijn (spaart energie). De etenswaren zijn afkomstig uit de biologische winkel, getest op slowfood-gehalte en duurzame productiemethoden. Je eet slechts enkele malen per week vlees om het klimaat daarmee een dienst te bewijzen. In de bedrijfskantine nuttig je producten die 100 procent duurzaam ingekocht zijn. Op je computer draait local cooling, een programma dat helpt om te besparen op het energieverbruik van je PC. (Hoe meer je vergadert, hoe meer bomen je spaart, blijkt uit het tellertje op je beeldscherm). Als je op reis gaat, plant je traveltrees en bekommer je je om je ecologische voetafdruk.

En nu geen smoesjes meer dat je niet weet waar je die groene producten vandaan moet halen of hoe je je een duurzame lifestyle aan kunt meten. Genoeg gezeurd over doemscenario's waar je als individu niets aan kan doen, want iedereen kan nu aan de slag. Totdat het ons allen groen voor de ogen ziet.

Bij mij begint het nu al te duizelen. Hoeveel totalitair groen kan een mens verdragen?

vrijdag 9 maart 2007

Ongemakkelijk

Een glas frisdrank met heel veel ijsklontjes erin overstroomt niet als de klontjes gesmolten zijn. Waarom zou de zeespiegel dan wel zoveel stijgen door het smelten van de Noordpool?

Al Gore schudt de wereld wakker met zijn An Inconvenient Truth. In zijn film adviseert hij de kijkers de thermostaat twee graden lager te zetten. Maar zelf kwam Gore onlangs in het nieuws, omdat hij op zijn landgoed twintig (!) keer zoveel stroom gebruikt dan de gemiddelde Nederlander. Dat is trouwens ook altijd nog acht keer meer dan de gemiddelde Amerikaan.

Het zijn dit soort ongemakkelijkheden die mij voortdurend aan het twijfelen brengen of het nu echt zo ernstig is gesteld met het broeikaseffect en of het überhaupt wel zin heeft om mijn gedrag aan te passen. De thermostaat een paar graden lager zetten lijkt mij zo weinig zoden aan de dijk zetten als het om mij heen de normaalste zaak van de wereld is om niet één keer op wintersport te gaan, maar wel drie of zelfs vier keer per jaar. Als het heel gewoon is om een weekje op zonvakantie te gaan in Kenia ('net zo goedkoop als Turkije') zonder gewetensbezwaren over je ecologische footprint. Of als de boodschapper van de ongemakkelijke waarheid zelf niet eens aan energiebesparing doet.

Nu is het wijzen naar anderen die hun verantwoordelijkheid niet nemen, geen excuus om zelf dan ook maar niets te doen. Toch mis ik een breed gedragen gevoel van betrokkenheid bij de wereld. Natuurlijk zijn er wel aardige kleinschalige en goedbedoelde initiatieven, maar waarom let niemand op de enorme hoeveelheden papier die verbruikt worden (een beetje ministerie verbruikt al gauw 2500 bomen per jaar...)? Waarom wordt er zo ongelooflijk veel verpakkingsmateriaal versleten? En waarom laten mensen milieu-overwegingen zo weinig meespelen in hun aankoopbeslissingen voor alweer een whirlpool of electronisch bedienbare tuinvijver?

Waarschuwingen dat het nu echt de verkeerde kant op gaat, zijn er inmiddels genoeg. Niet alleen wat klimaatverandering betreft, maar ook met het verlies aan biodiversiteit. Dat er binnenkort geen schol verkocht wordt in de supermarkt is ronduit alarmerend. Niet omdat ik persoonlijk die vis zal missen in de supermarktschappen, maar omdat we dus gewoon doorgegaan zijn met roofbouw plegen.

Het linke is dat je je ontzettend machteloos gaat voelen als je over dit soort grote thema's nadenkt en dan helemaal niet meer in actie komt. De overheid begrijpt dat ook en stimuleert ons nu om vooral met kleine behapbare stukjes duurzaam gedrag aan de slag te gaan. Draagvlak kweken, heet dat. En nu ook mét hulp van Al Gore.

Toch maar de thermostaat een paar graden lager zetten, dus.

(Als de klimaatverandering doorzet, verbruiken we hier in Nederland sowieso veel minder energie. En we hoeven niet meer naar zuidelijke landen te vliegen om van het lekkere warme weer te genieten. Daar hoor je nou ook nooit iemand over!)

donderdag 8 februari 2007

Stadsnatuur II: ecologische hoogstructuur


Natuur is zuiver, stil en schoon; de stad staat voor vervuiling, viezigheid en lawaai. In de ogen van Herman Gorter en Jac. P. Thijsse golden de natuur en de stad als elkaars tegenpolen.

Nu zien ecologen juist ook de stad als interessante biotopen, waar bijzondere varens, mossen, vogels en andere dieren zich prima thuisvoelen. Misschien is die interesse mede te danken aan het feit dat er simpelweg minder echte natuur is in dit dichtbebouwde land. Maar ja, in Nederland is natuur per definitie aangelegde natuur. Dus waarom niet in de stad?

Duidelijk is in ieder geval dat ook stadsbewoners een enorme behoefte hebben aan groen tussen de stenen. Mensen doen van alles om vogels en vlinders te lokken. Zo werd bijvoorbeeld een auto in een Amsterdamse straat omgewerkt tot autotuin. De behoefte aan bloemen, planten, bomen, vogels en dieren is een soort oerdrang.

Groen is dus noodzakelijk, ook midden tussen de huizen. Maar dan moet het wel op een andere manier dan in Vinexwijken gebeurd is. Daar zijn weliswaar allerlei groenstrookjes aangelegd, maar die zien er vaak troosteloos en saai uit. Schaamgroen.

Toch zijn er allerlei tot de verbeelding sprekende mogelijkheden. Ook in de stad is er ruimte voor amfibiepoelen, nestkasten voor gierzwaluwen en vleermuiskelders. Het is vaak meer een kwestie van met andere ogen naar het stedelijke gebied kijken. Groen in de stad hoeft bijvoorbeeld niet strikt gereserveerd te worden voor aardige beestjes en schattige plantjes, maar mag ook best allereerst voor de menselijke lol dienen. Met dat idee heeft de stichting wAarde natuurlijke hangplekken voor jongeren bedacht.

Natuur hoeft ook niet perse meer grondoppervlak in beslag te nemen, maar kan ook de hoogte in. Verticaal groen dus. Bijvoorbeeld in de vorm van gevelbeplanting of hangende tuinen op balkons. Niet alleen leuk voor insecten en vogels, maar de huizen zien er meteen ook een stuk vriendelijker en leefbaarder uit.

Je zou er niet meteen aan denken, maar vooral hoge gebouwen bieden kansen voor spectaculaire natuur. In de ogen van een langsvliegende rotsbewoner is een stenige wolkenkrabber namelijke een prachtige thuishaven met veel afgelegen stille plekken. Het dak van een kantoor in de buurt van een watergebied kan bijvoorbeeld geschikt gemaakt worden voor visdiefjes. Leuk als op een bedrijventerrein voortdurend een witte wolk vogels om een hoog gebouw heen vliegt. Ecologische hoogstructuur!

Daktuinen zijn natuurlijk ook kleine natuuroases. Maar waarom ook niet meer daken bedekken met gras of sedum? Bill Clinton gaf dat ook mee als suggestie bij zijn lezing over klimaatverandering, die hij in december in Nederland uitsprak. Daarbij schilderde hij het voorbeeld van een oud kantoorgebouw met een plat dak bij een temperatuur van dertig graden. Als de zon daar vier uur op staat te schijnen, loopt de temperatuur op tot wel zeventig graden. Bedekt met gras of andere begroeiing blijft de temperatuur juist beperkt tot 25 graden. Beplanting heeft dus enorme gevolgen voor de behoefte aan airconditioning en stroomverbruik.

Als je het zo bekijkt, kan het toch best wat worden met stadsnatuur!

maandag 13 februari 2006

Energieleverende ideeën

1. Maak je eigen vet te gelde
Vetzucht neemt ontzagwekkende vormen aan (letterlijk, bedoel ik). Eenderde (!) van de Amerikanen heeft diabetes, veroorzaakt door overgewicht, meldde het NOS-Journaal gisteren. Een verontrustende epidemie, die weldra ook Nederland zal bereiken.
Doe wat goeds met die overtollige vetlagen, zou ik zeggen. Vet is immers brandstof. Wie op de hometrainer stapt of een ander fitnessapparaat gebruikt, kan die vetlagen dus aanboren om zijn eigen stroom op te wekken. Toeleverancier voor je eigen thuiscentrale!
Hierbij hebben we wel een slimmerik nodig, die dit idee technisch uitwerkt. Kan hij meteen ook een apparaatje ontwikkelen dat je mee naar de sportschool kunt nemen om daar energie op te wekken. Na afloop krijg je je eigen opgewekte energie (dat de sportschool aan het energiebedrijf teruglevert of gebruikt voor de verlichting van het pand) gewoon uitbetaald aan de hand van een personal energieopwekmeter. Als je mensen beloont via hun portemonnee, is dat misschien wel dé stimulans om flink af te vallen!

2. Balansdag voor het verbruik van wereldvoorraden
Behalve voedsel doen we ook beroep op andere wereldvoorraden: brandstof, grondstoffen, ruimte, etc. Die voorraden zijn uiteraard eindig. Om te bekijken of jouw verbruik wel redelijk is in verhouding tot het aandeel van andere wereldburgers, kun je je ‘mondiale voetafdruk’ berekenen via http://www.voetenbank.nl. Je kunt bijvoorbeeld nagaan hoe groot de ‘vakantievoetdruk’ is, die je op deze aarde achterlaat.
Als je niet alleen zelf op gewicht wilt blijven, maar ook ‘ecologisch in evenwicht’, kun je dus op dit vlak aan het balansen slaan. Een ecologische balansdag dus, of eerder nog: balans jaar. Via de website kun je berekenen hoe hoog je verbruik van vliegreizen was dit jaar. Neem je daarna een fietsvakantie dicht bij huis om dat verbruik weer te compenseren (met een dynamo om de opgewekte energie later te verkopen, zie idee 1. Alle beetjes helpen!)

vrijdag 3 februari 2006

Goedgevoel-marketing

1. Cool Best sinaasappelsap. Even vers als gewoon sinaasappelsap uit een pak. Sterker nog, de sinaasappelpulp die de basis vormt voor het sap, zit tijdens de overscheping naar Europa in hetzelfde (ongekoelde) ruim als het gewone sap (aldus een onthulling van het tv-programma Keuringsdienst van Waarde). Maar omdat Cool Best in de winkel in het koelvak staat, heeft de consument een sterkere 'versbeleving'. Hij koopt vooral een goed gevoel.

2. Met groene stroom heeft de consument het idee dat hij energie gebruikt, waarvoor duurzame energiebronnen zijn aangewend. Maar in andere Europese landen (oa Frankrijk) geldt kernenergie als duurzame energie. De consument heeft geen enkele garantie dat hij met de afname van groene stroom daadwerkelijk een bijdrage levert aan een beter milieu. Toch wordt groene stroom nog gewoon verkocht. Omdat het de consument zo'n goed gevoel geeft.

3. Schoonmaakmiddel in een designverpakking? Het verkoopt blijkbaar. Rituals doet er heel veel 'goed gevoel' bij over reinigingsrituelen en het verdrijven van demonen. De grote voorjaarsschoonmaak wordt zelfs moeiteloos gekarakteriseerd als een belangrijke jaarlijkse ceremonie, die met veel andere culturen gedeeld wordt. "Het is een natuurlijk verlangen om na een lange winter letterlijk en figuurlijk de ramen open te zetten en een frisse start te maken in de lente."

4. Menselijk leed in een goed-gevoel-verpakking. Burgers zijn pas bereid de portemonnee te trekken voor een goed doel als zij het idee hebben dat de hulpbehoeftigen ''slachtoffer" zijn, dat de noodsituatie of ziekte hen overkomen is. Dat blijkt uit analyses die taalkundigen op de zogeheten bedelbrieven van hulporganisaties hebben losgelaten.
Aan een natuurramp kan niemand iets doen; of een oorlog een bevolkingsgroep ''overkomt" is daarentegen minder duidelijk. Hulporganisaties verzwijgen daarom graag dat een oorlog de voornaamste reden is van de ellende onder de bevolking; in Nederland krijgen we gewoon te horen dat de enorme droogte de oorzaak is van de hongersnood (dat gebeurde met de acties voor Ethiopië in de jaren tachtig).
De aanblik van hongerende mensen geeft natuurlijk geen goed gevoel, maar een donatie aan deze noodlijdende verschoppelingen blijkbaar wel.

Wie weet nog meer voorbeelden van goedgevoel-marketing?

donderdag 26 januari 2006

Iets minder zonnig

Okay, gisteren toch de zaak iets te veel van de zonnige kant bekeken, blijkt vandaag. Dat zonnecellen over een jaar of tien rendabel zijn, is alleen het meest optimistische scenario. Andere deskundigen verwachten dat we nog een stuk langer moeten wachten. En de micro-WKK zorgt voor extra gasverbruik en dus ook extra uitstoot van afvalstoffen. Het gas wordt naar verwachting rond 2030 bovendien erg schaars; niet erg handig om dan massaal in te zetten op micro-WKK's.

Daar staat tegenover dat de overheid er vanaf stapt om doemscenario's rond milieuproblemen te strooien waar wij als individuele burgers toch niets mee kunnen. Het is veel productiever (én leuker) om de aanpak van milieuproblemen in hapklare blokjes op te dienen, zodat consumenten er wél mee uit de voeten kunnen.

Over leuke initiatieven gesproken: dat kan ook iets heel geks zijn, zoals flesjes Neau. Waterflesjes waar alleen lucht in zit (!) én een brief (a message in a bottle). Daarop valt te lezen dat de eigenaar de fles zelf mag vullen met water uit de kraan. Nederlands kraanwater kan zich namelijk meten met de kwaliteit van het beste bronwater. Een grap? Een beetje wel. Maar ook slim: hiermee wijst Neau consumenten op de overbodigheid om plastic flessen met bronwater aan te schaffen. En het stelt ook wel enigszins gerust dat je met de aanschaf van een Neau-fles niet alleen de zakken spekt van de bedenker van dit concept. Met de opbrengst worden namelijk drinkwater-activiteiten in ontwikkelingslanden ondersteund, waar de waterkwaliteit juist wel ernstig te wensen overlaat.

Het krantenbericht dat biologisch geteelde groenten niet gezonder zijn dan ''gewone groenten" oogde vandaag als een tegenvaller. Maar het is maar hoe je het bekijkt. De teelt van gewone groenten blijkt namelijk eveneens heel verantwoord te geschieden, met een minimale hoeveelheid bestrijdingsmiddelen. Hier in Nederland tenminste.

Het gaat veel beter met de wereld dan de moppermaffia ons doen wil geloven, stelt ook Elsevier deze week. Kijk, toch weer iets om ons aan vast te klampen!

woensdag 25 januari 2006

Zonnig

We hoeven ons helemaal niet zo'n zorgen te maken over het energieprobleem: het dreigende tekort aan fossiele brandstoffen en het broeikaseffect. Tenminste, niet als het om het stroomverbruik gaat. De vooruitzichten voor grootschalige toepassing van zonne-energie zijn namelijk buitengewoon goed. Nu is de plaatsing van zonne-cellen nog onrendabel en daarom niet interessant, maar dankzij technologische ontwikkelingen is dat vanaf 21015 wél haalbaar. Dat heb ik mij vanmiddag laten vertellen door een toekomststrateeg van een energiebedrijf.

Het zou echt geweldig zijn als we straks onze daken massaal kunnen bedekken met zonnepanelen. Het vervuilt geen horizons, zorg niet voor lawaai, levert geen hinderlijke slagschaduw, geeft geen viezigheid, maakt ons niet afhankelijk van de grillen van stroomleveranciers en brengt geen transportkosten met zich mee.
Het enige nadeel is dat de zon niet altijd schijnt (al schijnt er niet perse stralende zon nodig te zijn voor de opwekking van energie). Maar voor die gevallen is er ook nog de Thuiscentrale: de micro-WKK. Ook aan de ontwikkeling van dat ding wordt hard gewerkt. Het is een soort CV-ketel, die behalve gas ook stroom produceert. De combinatie van zonne-energie met de micro-WKK maakt een huishouden vrijwel zelfvoorzienend. Prachtig toch! (En wie helemaal CO2-neutraal wil draaien kan in de toekomst ook nog certificaten kopen op het gebied van natuurontwikkeling om de CO2-uitstoot van het verbruikte gas te compenseren).

Zonne-energie staat dus een grote toekomst te wachten. En daarnaast zijn er nog allerlei andere veelbelovende technologische ontwikkelingen, die ook de uitstoot van electriciteitscentrales zullen minimaliseren. De CO2-uitstoot zal over enkele tientallen jaren ineens een heel beheersbaar probleem zijn. Het is dan ook helemaal niet nodig om kernenergie weer uit de kast te halen. Er zijn simpelweg veel betere alternatieven beschikbaar.

Het enige probleem is dat we nog een jaar of tien moeten wachten voordat de zonne-energie voldoende rendabel is en de andere technologieën van de grond komen. Maar toch is dit een veel optimistischer toekomstbeeld dan ik tot nu toe kende.

Worden we soms bang gemaakt met allerlei doemscenario's? Net als de zure regen en de massale sterfte van bossen, waarvoor we ooit bang gemaakt zijn?

Laten we ons nu richten op scenario's met zonnige kanten!

maandag 9 januari 2006

Vrolijk idealisme

Een bijdrage leveren aan een betere wereld moet fun zijn. Getob over loodzware problemen die je als individu toch niet kunt oplossen, heeft immers weinig zin.

Nederland heeft bijvoorbeeld een enorm groot probleem met fijn stof. Er zijn wel wat kleine ingrepen mogelijk (roetfilters bijvoorbeeld) om dat probleem aan te pakken. Maar aan het stof dat ontstaat door slijtage van banden, wegdek en remmen, kun je weinig doen (behalve dan niet autorijden, maar dat is niet fun). Terwijl die slijtage wel zorgt voor circa 50 procent van het fijne stof in de lucht langs wegen. Om helemaal moedeloos van te worden. En zo is er nog wel een rijtje hardnekkige milieuproblemen, waar je als gemiddelde consument weinig mee kunt: klimaatproblemen, grootschalige luchtverontreiniging, lawaai en het verlies aan plant- en diersoorten. Geen wonder dat milieuzorg uit is.

Toch zijn er best veel leuke initiatieven op het gebied van duurzame ontwikkeling. Heel goed, want manieren om zelf concreet bij te dragen aan duurzame ontwikkeling biedt veel meer inspiratie dan somber milieubeleid met allerlei beperkingen. Een aantal bedrijven heeft dat goed in de gaten. Zo zorgt de Limburgse bierbrouwerij Gulpener voor een milieuvriendelijke teelt van grondstoffen in de eigen regio. Heel duurzaam en verantwoord, zodat het ook nog eens een goed imago oplevert bij de consument.

Als het gaat om je eigen gezondheid, de speelruimte van je kinderen, een aantrekkelijke leefomgeving, voedselveiligheid of diervriendelijkheid, voelen we ons wél betrokken om er iets aan te doen. Milieuverbetering is geen doel op zich, maar wel een middel om een betere kwaliteit van leven te bereiken.

Je hoeft tegenwoordig geen starre milieufreak à la jaren tachtig meer te zijn om toch iets voor de wereld te betekenen. Praktisch idealisme heet dat. Persoonlijk zou ik het nog liever vrolijk idealisme noemen. Alleen al op het gebied van voedsel zijn er allerlei leuke mogelijkheden:
- Adoptie van een biologische appelboom;
- Het gebruik van regionale producten, die op een duurzame wijze zijn geproduceerd;
- De aanschaf van verantwoord voedsel en kledingstukken, maar dan wel aantrekkelijk voedsel en móóie kledij. Via www.goedewaar.nl kun je ontdekken wat wel en niet duurzaam geproduceerd is.
- De promotie van Slow Food, dat het genot van goed eten en drinken beschermt tegen de uniformering, smaakvervlakking en globalisering van de eetcultuur.

Andere interessante initiatieven om idealen zelf vorm te geven:
- Het Nieuwe Rijden: een andere manier van autorijden, dat brandstofbesparend werkt;
- Compensatie van de CO2 uitstoot. Bij organisaties als Trees for Travel kun je de hoeveelheid CO2 laten berekenen die je met een bepaalde vliegreis produceert. Deze CO2 kun je via een financiële bijdrage laten compenseren, bijvoorbeeld door de aankoop van een hoeveelheid bomen. (Maar dit is niet het soort vrolijke idealisme dat ik voor ogen heb, het lijkt meer op het 'afkopen' van schuldgevoelens.)
- Coaching van kansarme scholieren (schijnt veel succes te hebben, dus zeer opwekkend en inspirerend);
- De IMC Weekendschool: aanvullend onderwijs voor achterstandsleerlingen door vrijwillige gastdocenten (erg leuk om te doen, lijkt me);
- Duurzaam sparen of beleggen;
- Groene energie: je eigen aardwarmte?
- Hybride voertuigen en dan het liefst een flitsend model;
- De artikelen van Fair Trade: met hun hippe design de stoffige wereld van de SOS Wereldwinkel en de rietsuikerbruine somberheid van de biologische winkel ver voorbij;
- Adoptie van een weeskind in een ontwikkelingsland, dat ter plekke ondersteund wordt (persoonlijk en betrokken);
- Adoptie van een dier in Artis (leuk, je eigen steppenwolf) of van een kunstwerk in een museum.