Posts tonen met het label Echtheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Echtheid. Alle posts tonen

maandag 17 januari 2011

Creëer je vanuit je techniek of vanuit je hart?

Ben je bezig om iets te bereiken of laat je je muziek stromen? Doe je je best of geef je het beste van jezelf? Zing je vanuit je techniek of zing je vanuit je hart?

Deze vragen stelt Jan Kortie aan de orde in zijn boek Jouw ziel wil zingen – over de vreugde van stembevrijding. Het zijn vragen die mij behoorlijk raken. Want wat voor zingen geldt, gaat natuurlijk ook op bij allerlei andere vormen van creëren: schrijven, muziek maken, schilderen, ontwerpen of concepten bedenken. Zijn we bij het creëren bezig met techniek en het bereiken van perfectie, of durven we ons te geven zoals we zijn?

Dit zanguitstapje is leerzaam om dat vraagstuk nader onder de loep te nemen. Want ik denk dat geen enkele creatieve uiting zo dicht bij jezelf komt als zingen. Iedereen kan het, maar velen durven het niet. Ik ken het maar al te goed bij mezelf: de angst voor de valse noot overheerst.

Jan Kortie beschrijft in zijn boek twee manieren om tegen zingen aan te kijken. De ene manier is om zo perfect mogelijk te leren zingen, de andere manier is om jezelf je bevrijden uit het keurslijf van ‘hoe het hoort’ en je stem gewoon te laten klinken. Kortie is – je voelt het al aankomen - een overtuigd aanhanger van de laatste manier en noemt zich daarom ‘stembevrijder’.

Muziek die jezelf en een ander raakt, ontstaat niet als de musicus zijn best doet om alles goed te doen, maar als de musicus zichzelf geeft, is de overtuiging van Kortie. Dat betekent dat je als zanger of musicus moet durven leven met onzekerheid, want je weet nooit hoe het uitpakt. De muziek ontstaat in het moment. "Als je succes wilt vasthouden, ga je dingen doen voor andere mensen", zei de Nederlandse popmusicus Kyteman ooit. "Dan wil je dat je muziek nog meer mensen raakt. Maar dat is geen creativiteit, eerder een killer voor je ontwikkeling."

Een zanger die al improviserend vanuit zichzelf zingt, creëert zijn eigen vrijheid, want dan hoeft er geen norm gehaald te worden. Het doel van muziek is immers niet ‘goed of fout’, maar inspiratie en vervulling. Daarvoor moet je risico’s durven nemen en verwachtingen loslaten. “Iedere verplichte heiligheid, verplichte harmonie of schoonheid gaat altijd gepaard met een en al doorgetimmerde verwachting”, schrijft Kortie in zijn boek. "Muziek moet gaan over het nu en over verwondering. Oprechte nieuwsgierigheid helpt daarbij enorm, want daarmee omzeil je wellicht de klip die oordeel heet.”

Natuurlijk kun je daarbij verschrikkelijk valse tonen produceren of andere fouten maken. Maar juist als iemand iets van zichzelf laat horen, wordt zingen spannend. “Ineens kan de ziel doorbreken en dan ben je de controle kwijt, je bent naakt en kwetsbaar”, schrijft Jan Kortie. “Dat is eng. En het is fantastisch. Het ontroert de luisteraar en bezorgt hem kippenvel.”

Op een workshop die Jan Kortie onlangs gaf in Den Haag op uitnodiging van de Haagse Stembevrijders, heb ik zelf kunnen zien en vooral horen hoe dat in zijn werk ging. Een schuchtere man bood zich aan om als vrijwilliger een aantal willekeurige klanken te zingen. Eerst zing-zeggend, daarna ging hij voluit. Hij gaf zich helemaal over, nog eens extra aangespoord door de opzwepende pianobegeleiding van Jan Kortie. Wat een geluid kwam er uit die man, die zich in alle kwetsbaarheid durfde te laten horen ten overstaan van veertig onbekenden. Ik kreeg er de tranen van in mijn ogen en ik was niet de enige.

Durf dus te zingen*, wat voor klank er ook uit je strot komt. Zing alsof niemand je kan horen. Doe het desnoods alleen in de badkamer, maar zing.

*Vul voor zingen een ander woord in, dat jou beter past: schrijven, ontwerpen, fotograferen, dansen, musiceren, schilderen, creëren, bouwen, etc.

Boekgegevens:

Jan Kortie, Jouw ziel wil zingen. Over de vreugde van stembevrijding, uitgeverij Ten Kate, Kampen, 2010
Interview/reportage over het werk van Jan Kortie: 'De Ziel wil zingen, dat heb ik altijd al geweten.' - Trouw, 2009


woensdag 18 juni 2008

Bruisen en kruisbestuiven


'Leren, wonen en ondernemen in de smartspot van Dordt' luidt de slogan van Leerpark Dordrecht. Door scholen en bedrijven dicht bij elkaar te zetten in een aantrekkelijke wijk moeten er volop 'kruisbestuivingen' ontstaan. Mbo-leerlingen kunnen er praktijkgericht onderwijs krijgen, terwijl bedrijven profiteren van verse, goedgeschoolde werknemers. Uniek, vooruitstrevend, een concept dat de bruisende sfeer van jeugdige vernieuwing uitstraalt: op de website van Leerpark Dordrecht halen de schrijvers alles uit de kast om het plan groots te presenteren.

Wat is het dan een tegenvaller dat je als bezoeker van Leerpark Dordrecht allereerst tegen gepopulariseerde maar toch dwingende gebodsbordjes aanloopt. Wie hier rondloopt mag een ander niet storen met herrie, want dat wordt andermans nachtmerrie. Iedereen moet zijn kauwgom en andere rotzooi in de afvalbak doen en ook drugs en wiet horen hier niet. Tegenover de gloednieuwe school is een vestiging van Bureau Leerplicht en Voortijdig schoolverlaten. De leerlingen gedragen zich kennelijk nog niet helemaal als modelstudenten, die mee willen bruisen en kruisbestuiven op het Leerpark.

Het Bureau Leerplicht en Voortijdig schoolverlaten heeft trouwens ook een slogan: Werk maken van leren. Eveneens een mooie integratie van de twee hoofdelementen van het Leerpark.

zaterdag 24 mei 2008

Bollywoodstraat

Verkoop tegen een hogere prijs is een kwestie van de juiste presentatie. Kringloopwinkel Het Goed heeft zijn interieur een trendy uitstraling gegeven, las ik vandaag in een verhaal in NRC Handelsblad. En zie, de kast die een doorsnee kringloopwinkel verkoopt voor 20 euro, brengt hier tegen een paars achterwandje 50 euro op!

De Bijenkorf had een poosje geleden de warenhuizen helemaal omgetoverd tot India-paradijzen. Gigantische beelden van Shiva en Vishnu met al hun elegante armen, geweldige kleden, meubelstukken en uiteraard kookspullen. Het was een en al glitter en glamour, rechtstreeks geïnspireerd op de kitscherige pracht en praal uit de Bollywoodfilms. De prijzen die de Bijenkorf voor deze spullen rekende, waren eveneens om van achterover te vallen.

In Den Haag ligt in de wijk Transvaal - niet eens zover van het Haagse filiaal van de Bijenkorf - ook een heuse Bollywoodstraat. Op de Paul Krugerlaan zijn heel wat winkels te vinden die de prachtigste sari's en andere Indiase kledingstukken verkopen vol borduursels, glittersteentjes en strass. Ook zijn er enkele cadeaushops vol beelden van Hanuman, Ganesh en natuurlijk ook Shiva en Vishnu, vol drukke en felle beschilderingen. Het meeste spul wordt verkocht tegen 'meeneemprijzen'.

Eerlijk is eerlijk, de presentatie in de Paul Krugerlaan is allerminst gelikt. Hier zijn geen stylistes aan te pas gekomen, dus de tarieven kunnen alleen daarom al stukken lager uitvallen dan die van de Bijenkorf. Wie het welwillend wil uitdrukken, zegt dat de Hindustaanse winkeltjes in Transvaal een hoog 'papa-en mamagehalte' hebben. Iets minder diplomatiek: marketing en presentatie staan hier nog helemaal in de kinderschoenen.

De uitstallingen en etalages mogen dan rommelig en verwaarloosd zijn, kleurrijk is het er wel. In tegenstelling tot de winkeltjes in India kun je hier op je gemak rondkijken zonder een verkoper in je nek die meteen wil onderhandelen. Veel klanten waren er trouwens niet, zodat de verkopers alle tijd hadden voor een gemoedelijk praatje over Indiase modetrends die moeiteloos gemixt worden met westerse invloeden.

De gemeente wil de Paul Krugerlaan omvormen tot een Indiaas wijkje, zoals eerder de Wagenstraat en omgeving al het label Chinatown hebben gekregen. Goed om extra toeristen aan te trekken en koopkracht in deze Vogelaarwijk te pompen. Voor het zover is, moet er nog heel wat gesleuteld worden aan het straatbeeld. Riksja's, Indiase muziek, heel veel geuren op straat, tandoorirestaurantjes, tempeltjes met bloemenkransen, heilige koeien, ik noem maar wat zaken die dan zeker niet mogen ontbreken. Hier en daar een sadhoe, eventueel ook een bedelaar en een open riool...

Ook de traditionele winkeltjes ontkomen er dan waarschijnlijk niet aan om opgepimpt te worden. De interieurspecialisten en de stylisten krijgen er waarschijnlijk jeukende handen van om de straat een echte Indialook te geven. De spullen, ongetwijfeld zeer voordelig ingekocht in India - gaan dan ook in deze straat qua prijs een paar keer over de kop. Ongetwijfeld goed voor de omzet van de Hindustaanse ondernemers hier. Maar volgens mij is de huidige rommeligheid in de Paul Krugerlaan nu een stuk authentieker.


Een beeldje van de aapgod Hanuman

maandag 28 april 2008

Eén grote familie op internet

Geen makkelijker manier om contacten te leggen in je eigen buurt dan via je kinderen, dacht ik altijd. Maar dat geldt voor anderen blijkbaar niet of of zijn minst veel minder. Want waarom zijn juist communities op internet rond het thema kinderen anders zo populair?

De jongste ontmoetingsplaats voor moeders is ‘Mama Next Door’, dat bij de nieuwste ‘moederglossy’ Mama hoort. Als je de andere mama’s in je omgeving nog niet bent tegen gekomen op de zwangerschapsyoga, het consultatiebureau of het kinderdagverblijf kun je altijd nog contacten leggen via deze website. ‘Een andere mama om gezellig mee te kletsen, te winkelen, ervaringen te delen, te gaan stappen of om eens op de kinderen te passen, voor elke behoefte moet er wel een andere mama te vinden zijn in jouw eigen buurt’, claimt Mama Next Door.

Uitgebreid ervaringen over ouderschap uitwisselen kon al uitgebreid op het forum Ouders Online, maar ook op half-commerciële communities als Volgens Mama, die handig door Zwitsal in de markt gezet is om de consumenten van babyproducten maximaal aan zijn merk te binden. In plaats van op de peuterspeelzaal en het schoolplein kunnen moeders (want daar komt het meestal op neer) elkaar eindeloos bevragen over eerste tandjes, educatief speelgoed of driftbuien.

Ondanks de toename van verstedelijking en individualisatie kunnen we kennelijk niet zonder het delen van deze verhalen en ervaringen, want we hebben vele nieuwe vormen van samenzijn gevonden en gecreëerd op internet. Via Hyves, LinkedIn en Schoolbank vinden we elkaar weer terug of breiden we ons netwerk uit. En het aantal nieuwe mogelijkheden groeit maar door. Zo kun je sinds kort lid worden van Familieband om te zien of je banden hebt met een beroemdheid of blauw bloed door je aderen hebt stromen. Natuurlijk kun je ook je stamboom maken en delen met je hele familie en de onderlinge betrekkingen opnieuw aanhalen.

Uitgeverijen hebben zich ook gestort op sociale netwerken. Wat bij een regionaal dagblad ooit voorzichtig begon met een wisselende internetpoll en gastenboeken, is nu uitgegroeid tot communities met het karakter van een dorpsplein. Journalisten halen tips binnen, bloggen en leveren verhalen, maar de bewoners hebben ook zelf een actieve rol in het aanleveren van foto’s, berichten of video’s. Een eigen community is voor media dan ook een ideaal platform om de lezers samen te brengen en dialogen op gang te brengen. Ze bieden de kans om een eigen profiel aan te maken met informatie over zichzelf en met gelijkgestemde zielen contacten leggen.

Zoals bij Mijn Sportwereld, die voortborduurt op de succesformules van Hyves en Facebook: profielen aanmaken en praatjes maken. Je hebt als sporter immers niet alleen vrienden, maar ook teamgenoten en clubgenoten om de contacten mee te onderhouden. De ‘derde helft’ kan voortaan thuis plaatsvinden in de virtuele kantine van Mijn Sportwereld, waarbij tevens de schema’s voor de barbezetting digitaal in elkaar gezet kunnen worden.

Vorig jaar hebben enkele ouders van onze school een eigen community in het leven geroepen voor de ouders van de groep van onze kinderen. Hier konden we tips delen over verjaardagspartijtjes, zwemles en wat al niet meer. Het kwam niet echt van de grond. Misschien was het wat geworden als we agenda’s voor speelafspraken bij konden houden, bedenk ik me nu. Maar voor vrijwel alle andere gevallen bleek het veel handiger en sneller om het aloude schoolplein te benutten voor afspraken en uitwisselingen van ervaringen. Een real life community, zeg maar.

dinsdag 19 juni 2007

Ghostwriters

NRC Handelsblad berichtte een tijdje geleden over ouders die voor het overgrote deel de werkstukken voor hun kinderen in elkaar draaiden.

Googelen konden zij immers nóg beter dan hun nakomelingen en met de nodige schrijf- en presentatiecursussen achter de rug, lukte de rest ook wel. Er stonden immers grote belangen op het spel, in het bijzonder de toelating tot de juiste vervolgopleiding. Een goeie school is een belangrijke investering in de verdere toekomst van het kind. Daar mag je als ouder best wat avondlijk zwoegwerk voor over hebben.

Niet te geloven, dacht ik toen. Natuurlijk was het me al wel bekend dat sommige vaders en moeders hun ouderlijke betrokkenheid wat overdrijven. Maar dat hun ijver zo ver ging dat ze de werkstukken voor een groot deel zelf schreven, dat kon ik me haast niet voorstellen. Op die manier ontneem je het kind toch de kans om het zelf te leren? En als je je kind zoiets uit handen neemt, dan valt hij op die vervolgopleiding toch al snel door de mand? Daar is het namelijk een goede school voor.

Het artikel handelde over ouders van leerlingen in het middelbaar onderwijs. Daar heb ik persoonlijk nog weinig ervaring mee, maar ik bespeur voortekenen dat de beschreven trend inderdaad op waarheid berust. Ook op de basisschool blijken diverse ouders zich op te werpen als ghostwriter van het werkstuk. Of ze zetten een flitsende spreekbeurt van hun koters in elkaar, waar de sprekers van de Speakers Academy nog wat van kunnen leren.

Want hoe komen leerlingen anders in hemelsnaam op het idee om hun allereerste klassikale presentaties op te luisteren met quizvragen en brochures? En wie verzint die spectaculaire inleidingen, waarbij ze hun toehoorders vakkundig op het verkeerde been zetten? Of de bijpassende recepten, die uitgereikt worden bij spreekbeurten over kaas of chocolade?

Jasper heeft inmiddels ook een eerste werkstuk geschreven. Sindsdien weet het hele gezin alles over de Amerikaanse zeearend, want we hebben hem allemaal geholpen met het vinden van plaatjes en boeken over roofvogels. Ook heb ik hem geassisteerd bij het typewerk. Het viel voor mij niet mee om de gedicteerde zinnen niet om te bouwen tot lopende volzinnen. Gelukkig zit hij nu op typeles en kan hij zijn volgende werkstuk zelf maken.

donderdag 19 april 2007

Over limoncello-paté en Omega-3

We kopen nieuwe kleren omdat we daarmee heimelijk een vernieuwd leven willen beginnen. We slenteren door het tuincentrum omdat we vrolijkheid willen aanschaffen. We kiezen limoncello-paté bij de slager, omdat we vinden dat we lente-achtige luxe hebben verdiend. We openen een spaarverzekering voor onze pasgeboren baby om het kleintje een welvarend en daardoor hopelijk gelukkig leven te bezorgen.

Bij al dit soort aankopen spelen emoties een grote rol en de handel weet het. Sterker nog, verkopers spelen er ruimhartig op in en wakkeren ze verder aan. Ze peperen ons in dat we onze vrienden pas echt gastvrij ontvangen als we de juiste cappuccino weten te presenteren. Of laten ons schaamteloos weten dat we pas écht onze liefde voor onze kinderen tonen als we ze speciale halvarine met toegevoegde Omega-3 laten eten.

Ook tijdschriften en televisieprogramma's doen een fors beroep op onze emoties. Soms om ons geld te laten geven voor een goed doel, soms om ons op een andere manier in beweging te brengen. Om ons te motiveren om in actie te komen tegen de klimaatverandering bijvoorbeeld. Geen mens die zich realiseert dat hierbij vaak ingrijpende manipulatie aan te pas komt.

Zo worden we de hele dag gevoerd en overvoerd met emoties. Het mag van de marketingdeskundigen, want er wordt geld mee verdiend en is daarmee een belangrijke economische factor. Ontsnappen daaraan is nauwelijks mogelijk, want ook het verlangen naar echtheid en authenticiteit is ingekapseld door de commmercie. Er zijn bladen voor (Seasons), winkels (Fair Tradewinkels, Body Shop) en producten (Rituals). Wie origineel en persoonlijk wil zijn, wordt met half-fabrikaten door bedrijven op zijn wenken bediend, van eigen ringtones tot zelf samengestelde stoommaaltijden.

We leven in een wereld vol voorbewerkte gevoelens, die ons hapklaar voorgeschoteld worden. Je zou er bijna emotioneel van worden.

zaterdag 17 maart 2007

De eeuw van mijn dochter

Gezellige braderietjes, gebaren als schouderklopjes, veel fatsoen-moet-je-doen en gesloten gordijnen, want met het griezelige buitenland hebben we niets meer te maken. Dat is het land dat Bianca Balkenende graag ziet.

Tenminste, als we Ilja Leonard Pfeiffer mogen geloven, die een toneelstuk geschreven heeft over wat er gebeurt als Jan Peter Balkenende zijn idealen over verantwoordelijkheid nemen, brave compromissen en burgermansfatsoen een jaartje of twintig in de praktijk heeft kunnen brengen. In het toneelstuk "De eeuw van mijn dochter" van Annette Speelt heeft JP in 2027 als grote Vader des Vaderlands net het tijdelijke voor het eeuwige verwisseld. De weduwe-Balkenende is er daarna alles aan gelegen om Nederland geheel bij het oude te laten. Als opoffering voor de rust in het vaderland is ze zelfs bereid om het leven te delen met de beroemde maar ijdele acteur Jeroen Krabbé, die als geen ander kan spélen dat alles kalm en vredig is in Nederland.

Op het eerste gezicht is het hele toneelstuk één grote grap vol parodiërende verwijzingen naar de actualiteit ('Ik ben niet links, ik ben niet rechts, maar recht door zee', declameert de weduwe Balkenende als een reïncarnatie van Rita Verdonk.) Haar nietsontziende tirade is ontzagwekkend en vermakelijk tegelijk. De archaïsche alexandrijnen waarin de hele tekst gegoten is, maken het stuk soms zelfs hilarisch. Maar al snel kom je er achter dat het stuk juist een loopje neemt met de fictie en verrassend actueel en "écht" is. Zelfs de opgeblazen titel De eeuw van mijn dochter blijkt niet verzonnen. Het is namelijk de titel van een rede die Balkenende in 2005 daadwerkelijk uitgesproken heeft en die in een notendop zijn gedachtengoed samenvat.

In de visie van de toneelschrijver laat het Nederlandse volk zich gemakkelijk in slaap sussen door een stel politici, die vooral bezig zijn om de schone schijn op te houden. Naar buiten toe tonen zij hun zachte, meelevende kant: ze houden er van om 'de boel bij elkaar te houden' en dragen immer eenheid en optimisme uit. Maar ondertussen handhaven ze fatsoensnormen met harde hand en tolereren ze geen politieke satire en zelfs geen leuzen met ellende-dat-rijmt-op-Balkenende.

De echte Jan Peter Balkenende is geen demagoog en zijn echtgenote al helemaal niet. Veel stellingen in het stuk zijn compleet over the top. Tegelijkertijd is alom bekend dat optredens van politici in real life inderdaad geheel gecontroleerd worden door imagodeskundigen en andere pr-adviseurs. Beeldvorming is een heilig goed. Van Wouter Bos die er altijd voor zorgt dat hij voor televisie-opnames midden tussen de mensen staat tot Balkenende, die behendig alle media ontwijkt waar hij al te kritisch bevraagd kan worden. De politiek in beeld brengen als een strak geregisseerde theatervoorstelling; dat is geen geinige parodie vol karikaturen, dat is onrustbarend écht.

De teksten van het toneelstuk zijn scherp, vilein en bij vlagen virtuoos. De grote vraag is natuurlijk of JP deze politieke satire tolereert, waar hij eerder heeft laten blijken dat hij dergelijke 'op de persoon gespeelde' stukken niet kan waarderen. De acteurs dagen hem in ieder geval wel uit om zijn ware gezicht te laten zien.

En wij, volk van makke schapen, wat doen wij? Weinig. De theatergroep zorgt voor een zeer ongemakkelijk einde, dat ons uiteindelijk behoorlijk met onszelf confronteert. En in dit geval trokken alleen nog maar de theatermakers aan de touwtjes...


Gezien: De eeuw van mijn dochter door toneelgroep Annette Speelt, vrijdag 16 maart 2007

donderdag 8 februari 2007

Dwarreltijd

Hoe laat je docenten meedenken over onderwijsvernieuwingen en betere leerrendementen? Of, wat meer in het algemeen gezegd: hoe laat je iemand inbreng leveren op iets wat voor hem belangrijk is?

Zoiets komt niet vanzelf, blijkt in het onderwijs. Docenten voelen zich massaal gepasseerd over onderwijsvernieuwingen, terwijl zij daar als professionals toch ideeën over hebben of zouden moeten hebben.

Op diverse scholen zal het best zo zijn dat het management weinig inbreng van docenten toelaat. Maar doen docenten zelf wel voldoende moeite om die ideeën naar voren te brengen? En hebben (of nemen) zij wel de gelegenheid om die ideeën te formuleren? Met een volledige lesweek lukt dat in ieder geval niet, vertelden een rector en een docentenbegeleider mij. De lessen nemen de docent geestelijk zo in beslag, dat er te weinig ruimte is om zijn gedachten te laten dwarrelen.

Toch wordt van werknemers die hoofdarbeid verrichten, volop creativiteit en innovatie verwacht. Sterker nog, zonder voortdurende vernieuwing gaat Europa het in de mondiale economie niet redden. Onderwijsinstellingen, maar ook andere organisaties in de kenniseconomie, zouden daarom net als Google hun werknemers moeten toestaan twintig procent van de werktijd in te ruimen om de gedachten de vrije loop te laten. Dwarreltijd dus.

Het letterlijk geven van ruimte is ook een manier om mensen te betrekken bij iets waar ze op het eerste gezicht niet in geïnteresseerd zijn of nooit over na denken. Een interessant voorbeeld is het boek Vlinders, het boek dat zich nog moet ontpoppen van Annick de Witt. Een zogeheten participatieboek met veel lege bladzijdes, dat pas gevuld zal raken als de lezers zó geinspireerd raken dat ze zelf aan het tekenen, dichten of schrijven slaan. Met de inbreng van de lezers zal volgend jaar het échte boek uitgebracht worden.

Er moet blijkbaar eerst een lege ruimte ontstaan, voordat die met ideeën gevuld kan worden.

Stadsnatuur II: ecologische hoogstructuur


Natuur is zuiver, stil en schoon; de stad staat voor vervuiling, viezigheid en lawaai. In de ogen van Herman Gorter en Jac. P. Thijsse golden de natuur en de stad als elkaars tegenpolen.

Nu zien ecologen juist ook de stad als interessante biotopen, waar bijzondere varens, mossen, vogels en andere dieren zich prima thuisvoelen. Misschien is die interesse mede te danken aan het feit dat er simpelweg minder echte natuur is in dit dichtbebouwde land. Maar ja, in Nederland is natuur per definitie aangelegde natuur. Dus waarom niet in de stad?

Duidelijk is in ieder geval dat ook stadsbewoners een enorme behoefte hebben aan groen tussen de stenen. Mensen doen van alles om vogels en vlinders te lokken. Zo werd bijvoorbeeld een auto in een Amsterdamse straat omgewerkt tot autotuin. De behoefte aan bloemen, planten, bomen, vogels en dieren is een soort oerdrang.

Groen is dus noodzakelijk, ook midden tussen de huizen. Maar dan moet het wel op een andere manier dan in Vinexwijken gebeurd is. Daar zijn weliswaar allerlei groenstrookjes aangelegd, maar die zien er vaak troosteloos en saai uit. Schaamgroen.

Toch zijn er allerlei tot de verbeelding sprekende mogelijkheden. Ook in de stad is er ruimte voor amfibiepoelen, nestkasten voor gierzwaluwen en vleermuiskelders. Het is vaak meer een kwestie van met andere ogen naar het stedelijke gebied kijken. Groen in de stad hoeft bijvoorbeeld niet strikt gereserveerd te worden voor aardige beestjes en schattige plantjes, maar mag ook best allereerst voor de menselijke lol dienen. Met dat idee heeft de stichting wAarde natuurlijke hangplekken voor jongeren bedacht.

Natuur hoeft ook niet perse meer grondoppervlak in beslag te nemen, maar kan ook de hoogte in. Verticaal groen dus. Bijvoorbeeld in de vorm van gevelbeplanting of hangende tuinen op balkons. Niet alleen leuk voor insecten en vogels, maar de huizen zien er meteen ook een stuk vriendelijker en leefbaarder uit.

Je zou er niet meteen aan denken, maar vooral hoge gebouwen bieden kansen voor spectaculaire natuur. In de ogen van een langsvliegende rotsbewoner is een stenige wolkenkrabber namelijke een prachtige thuishaven met veel afgelegen stille plekken. Het dak van een kantoor in de buurt van een watergebied kan bijvoorbeeld geschikt gemaakt worden voor visdiefjes. Leuk als op een bedrijventerrein voortdurend een witte wolk vogels om een hoog gebouw heen vliegt. Ecologische hoogstructuur!

Daktuinen zijn natuurlijk ook kleine natuuroases. Maar waarom ook niet meer daken bedekken met gras of sedum? Bill Clinton gaf dat ook mee als suggestie bij zijn lezing over klimaatverandering, die hij in december in Nederland uitsprak. Daarbij schilderde hij het voorbeeld van een oud kantoorgebouw met een plat dak bij een temperatuur van dertig graden. Als de zon daar vier uur op staat te schijnen, loopt de temperatuur op tot wel zeventig graden. Bedekt met gras of andere begroeiing blijft de temperatuur juist beperkt tot 25 graden. Beplanting heeft dus enorme gevolgen voor de behoefte aan airconditioning en stroomverbruik.

Als je het zo bekijkt, kan het toch best wat worden met stadsnatuur!

woensdag 10 januari 2007

Echte mensen

Het lijkt toch een voor de hand liggende vraag aan een manager van de frontoffice-afdeling van een zorgverzekeringsmaatschappij. Wat willen uw klanten graag weten?, vroeg ik hem. Naar welke informatie zijn ze het meest op zoek? Maar helaas, hij moest het antwoord schuldig blijven. "Eh, ik zit alleen maar in managementoverleggen en zo", zei de man. "Ik spreek zelf nooit klanten."

Vandaag was het alweer raak. Ik zat om de tafel met een beleidsmedewerker van een woningcorporatie, die allerlei mooie plannen verzint om ervoor te zorgen dat buurtgenoten meer met elkaar praten. Maar hij kon mij niet in contact brengen met een huurder, die uit eigen ervaring over dit soort initiatieven kon vertellen. "Ik schrijf alleen maar beleidsrapporten. Ik spreek nooit een huurder."

Dit is toch wel ernstig: denken dat je achter je bureau de contacten tussen buurtbewoners kunt bevorderen en ondertussen zelf nooit een huurder van vlees en bloed spreken. Echte mensen zijn blijkbaar héél eng.

woensdag 3 januari 2007

Zonder missers geen succesverhalen

Stuntelen is leuk. Laurel & Hardy, Mr. Bean en Bridget Jones zijn groot geworden met hun klunzigheid. En wat is er heerlijker dan te lezen over blunders en misstappen van bekende Nederlanders. Niet alleen uit sensatiezucht trouwens. Een misser maakt de VIP meteen een stuk menselijker en sympathieker.

In bedrijven en overheidsorganisaties zie je juist het omgekeerde. Managers grossieren in succesverhalen. Projectleiders venten hun best practices breed uit. Kortom: overwinningen mogen in de krant, terwijl missers worden bedekt met de mantel der liefde. Maar hoe vaker je zo’n opgepompt verhaal hoort, hoe vervelender het wordt om er naar te luisteren. Minstens zo erg is dat niemand het op den duur nog gelooft.

De succesverhalen en de best practices maken deel uit van het verhalenrepertoire waar iedere organisatie over beschikt. Daarnaast zijn er ook nog de officiële speeches en de formele visies die vertellen hoe het met de organisatie verder gaat in 2010 of 2015. Soms daadwerkelijk visionair en inspirerend, vaker opgeleukte braaftaal die geen enkel hart raakt.

Nee, dan de informele verhalen en roddels uit de wandelgangen. Vaak circuleren er levendige verhalen waarmee nieuwkomers ingewijd worden over gebeurtenissen uit de geschiedenis van de organisatie of over personen die tot de verbeelding spreken. Echte verhalen, die de essentie raken van vertellen: het opbouwen van spanning. Zonder helden en antihelden van vlees en bloed is er geen boeiend verhaal te bakken.

Verhalen mogen best over goede resultaten gaan, maar zeker ook over de tegenslagen die nodig waren om ze te bereiken. Zonder missers geen succesverhalen.

vrijdag 3 november 2006

Anti-passie

"Ik ben vóór Bourgondisch links", zegt Femke Halsema deze maand in het vrouwenmagazine JAN. In een lang interview met topinterviewer Pieter Webeling vertelt ze dat ze genieten van het leven en het moederschap tegenwoordig minstens zo belangrijk vindt als politiek. En dat ze zelfs een keer gespijbeld heeft: in een uitgebluste bui is ze met man en kids een dagje gaan zandscheppen op het strand.

Het idee voor zo'n interview komt vast uit de koker van het campagneteam van GroenLinks. Met sombere en zwaarmoedige taal kom je er niet bij de kiezer;de partij moet meer optimisme, menselijkheid en vrolijkheid uitstralen. En dus laat Femke zich stralend van haar levensgenietende kant zien in een uitgebreide fotoshoot. Tja, wat moet je daar als zwevende kiezer nou van denken? Femke heeft vast nog wel dezelfde zware serieuze boodschap als voorheen, maar als ze het een dagje moeilijk heeft, knijpt ze 'm er voortaan tussenuit naar het strand. Lekker vooruitzicht voor het kiezersvolk.

Maar het gaat hier in ieder geval nog om een boodschap, die een luchtiger verpakking krijgt. In het geval van Marco Borsato is er eigenlijk niks om te verpakken. Maar ook hier heeft de marketingman zijn werk grondig gedaan.

De zanger trekt momenteel enorme bezoekersaantallen met zijn concertenreeks Symphonica in Rosso in het Gelredome. Om van deze concertreeks een waar evenement te maken - Borsato zorgt zelf voor schaarste door slechts één keer in de twee jaar een reeks grote concerten te houden - was de marketingman op zoek naar een aansprekend thema. Ook lag er het idee om dit keer groot uit te pakken met een symfonie-orkest.

Denk Borsato, denk Italië, denk liefde en passie, het idee was geboren. Liefde en passie werden vertaald in de kleur rood en harten, hoe origineel. En Marco's huiscomponist wist er nog een bijpassend lied bij te schrijven. "Rood", ja. Een uitgekiende mediacampagne deed de rest, met als gevolg dat tienduizenden fans geheel rood gekleed het concert bezoeken.

Met muzikaliteit, laat staan met passie voor muziek, heeft de rode kleur helemaal niets te maken. Laat staan met een inhoudelijk statement.

Ondertussen heeft Marco's marketingman de smaak te pakken. Voor een volgend evenement overweegt hij een deal met Unilever. Marco en Bertolli passen qua Italiëgevoel zo leuk bij elkaar.

Marco staat voor anti-passie, wat mij betreft.

maandag 9 oktober 2006

Net echt

Zoeken naar je kern, je authentieke bron, je echte zelf. Gezien het overweldigende aanbod aan workshops en cursussen op dit gebied is er kennelijk een grote behoefte aan echtheid en oorspronkelijkheid.

Niet zo gek, want wat is er tegenwoordig nog echt?

Hoe je eruit ziet?
In ieder geval niet de haarkleur van vrijwel al mijn leeftijdgenotes.

Discussieprogramma’s op televisie?
Ik sprak onlangs een Kamerlid, dat te gast was geweest in een discussieprogramma van Catherine Keijl. Daarbij ging hij in debat met een vader uit Amsterdam, die zijn zoon van een zwarte school had afgehaald. Na afloop bleek dat de man noch uit Amsterdam kwam, noch vader was, maar wel een ingehuurde acteur...

Een klusprogramma op televisie?
De verbouwing is echt, zo verklapte een deelneemster ons. Maar alle mooie spulletjes die de ruimten zo sfeervol aankleden, worden na de opname weer verwijderd. (Vond ze ook niet erg, want die accessoires waren sowieso niet handig in haar kinderrijke huishouden...).

Etenswaren?
Aardbei-ijsjes hebben zelfs nog nooit kunnen knipogen naar aardbeien. Zelfs van het biologisch geteelde appeltje weten we niet of het echt is. Het appeltje zelf is echt genoeg, maar wat ‘biologisch’ precies betekent, is een rekkelijk begrip.

Een meanderend riviertje?
Waterlopen die vijftig jaar geleden rechtgetrokken zijn, worden nu weer omgebouwd tot kronkelriviertjes. Dat is beter voor de natuur, minder saai om naar te kijken en net echt.

Echte vriendelijkheid?
Het clichématige 'How are you doing today’ van Amerikanen vinden we buitengewoon onecht. (Maar ja, wat hebben we liever: onechte vriendelijkheid of echte hufterigheid?)

Belofte van eeuwige trouw?
Die van Mariska Hulscher was in ieder geval geen lang leven beschoren. Maar niet alleen Bekende Nederlanders breken binnen de korste keren hun huwelijksbelofte. In Volkskrant Magazine werden een man en vrouw geïnterviewd, die afgelopen weekeinde met elkaar in het huwelijk traden. Ze hielden heel veel van elkaar, maar hadden beiden bij voorbaat al de grootste twijfel of dit huwelijk wel levensvatbaar was.

Dus ja, het is niet gek dat we van bedrijven weer echte producten, echte mensen en echte winkels aangeboden krijgen. Hoe puurder en authentieker, hoe beter.
Echte supermarkten: C1000, geen fratsen.
Echte warenhuizen: Echt Hema
Echte vrouwen: Dove, ontdek wat echte schoonheid is
Echte slagroom : Hertog, als iets eerlijk bereid is, smaakt het altijd beter.

maandag 20 maart 2006

IDentiteit

Internet haalt gekke dingen uit met onze identiteit. Ik ben nog steeds ik. Maar omdat ik achter een computerscherpje zit en jij mij als lezer niet ziet, kun jij niet weten of ik het wel echt ben. Wie weet zit hier wel een andere blogger aan de toetsen, die zich uitgeeft als Sigrid..

Nou ben ik vrij braaf en hou me ook in de digitale wereld netjes aan de regels van wat 'echt' is. Maar anderen (vooral jongeren) hechten daar niet zo aan. Moeiteloos wisselen ze van wereld, van beleving en van identiteit. Die identiteit kiezen ze zelf bij het chatten of het bezoeken van een datingsite.

Die identiteit kan 'echt' zijn, maar ook verzonnen. Jezelf wat aantrekkelijker (en bij jongeren ook een paar jaartjes ouder) maken is snel geregeld. Jezelf in verschillende chatrooms voortbewegen en je daarbij telkens als iemand anders voordoen, is al wat ingewikkelder, maar zeker zo spannend. Nog een stap verder is het verzamelen van hele reeksen identiteiten en nicknames. Voorheen zouden we zoiets betitelen als een 'meervoudige persoonlijkheidsstoornis', nu is het gedrag dat gewoon bij de internetgeneratie hoort.

De vermenging van de digitale en 'echte' werkelijkheid neemt spectaculair toe. De overheid wordt daar natuurlijk tureluurs van. Die wil wél weten wie echt is en wie niet. Terwijl op internet identiteit een steeds vager begrip wordt, probeert de overheid onze identiteit nauwkeuriger vast te leggen. Binnenkort krijgt iedereen in plaats van een Sofi-nummer een Burgerservicenummer (die naam klinkt alsof het aan ons verkocht moet worden als een aantrekkelijke aanwinst). En persoonlijke informatie kunnen we tegenwoordig uitwisselen via DigiD: de inlogcode met wachtwoord voor diensten van de overheid.

Ik ben benieuwd wie deze ''identiteitswedloop" wint. En ikzelf? Ik blog, dus ik ben.

donderdag 1 december 2005

Reality-styling

Mijn interview met de minister wordt volledig voorgekauwd. (''U kent mijn vragen al", zei ik bij mijn inleiding. Daar moest ze om lachen. Met een blik op de stapel antwoorden voor haar neus zei ze: "Maar ik ga me niet aan deze antwoorden houden hoor!" Het ijs was gebroken.)

Als een Bekende Nederlander vis op de markt haalt, heeft een verantwoorde vrijetijds-outfit aan, die uitgezocht is door zijn styliste. (De stylist controleert alles: niet alleen zijn kledij, maar ook zijn gewicht, zijn auto, zijn accessoires, zijn houding, zijn spraak, zijn vrijetijdsbesteding. Alles draagt immers bij aan het uitgekiende imago. Zou er een imago-plan-van-aanpak bestaan?)

Het goede doel dat ons zo sympathiek om steun vraagt, is bedacht en gearrangeerd door marketingspecialisten. (Er zijn uitgebreide studies gedaan wanneer wij ons betrokken voelen bij ontwikkelingslanden en wanneer wij bereid zijn de portemonnee te trekken).

De professionals, kortom, hebben het heft in handen genomen. Zij stylen, managen en verfraaien alles. Hoe weten we nog wat ''echt" is?

maandag 28 november 2005

Hoort wie klopt daar kind'ren?

Niels kan zijn gevoel voorspellen. Op zaterdag kondigt hij aan dat hij zondagmiddag ná de lunch gelukkig zal zijn. Toevallig precies het tijdstip dat Sinterklaas ons huis met een bezoek vereert.


Daar is wel een grondige voorbereiding voor nodig, want geluk komt er niet zomaar. Zorgvuldig regisseert hij hoe onze woonkamer versierd moet worden. Jasper blaast de ballonnen op, ik mag er een knoopje inleggen en hij geeft aanwijzingen waar alles opgehangen moet worden.

Als op zondagmiddag ons huis volstroomt met buren, zit hij rustig te wachten op zijn blauwe kinderstoeltje. Het tumult om hem heen brengt hem op geen enkele manier van de wijs. Hij zit klaar voor het geluk dat hem weldra in alle weldadigheid ten deel zal vallen.

Ondertussen balanceert Jasper tussen geloof en twijfel. Dat rare verhaal over Zwarte Piet die zich door de schoorsteen laat zakken, weigert hij voor zoete koek te slikken. Bij ons zit er een doek in de haard tegen de tocht. En papa en mama vergeten ieder jaar die doek te verwijderen om het verhaal geloofwaardig te houden. Maar ook als ze dat wel zouden doen, is er altijd nog dat kleine pijpje plús dekseltje bovenop de schoorsteen, waar Zwarte Piet onmogelijk doorheen kan (tenzij hij Barbapapa is). Niemand hoeft Jasper te vertellen hoe ons dak er precies uitziet.


De vraag hoe de chocolade muizen en ander verwenspul dan wel in de schoenen belanden, houdt hem zeer bezig. Na uitvoerige discussies met Niels is hij uiteindelijk tot de conclusie gekomen dat Zwarte Piet een ijzerdraadje moet hebben. Daarmee kan hij alle voordeursloten open peuteren! Hij heeft nog wel even gecheckt bij mij of wij iedere avond de knip op de voordeur dichtdoen. Ja, zei ik argeloos. Dat levert weer een nieuw raadsel op...

De Sint die bij ons thuis op bezoek was, vertoonde grote verschillen met de 'echte' Sinterklaas, die dagelijks in het Sinterklaasjournaal optreedt. Een kritische opmerking van Jasper bleef dan ook niet uit. Zo gek dat deze Sint een bril op heeft. Gelukkig wisten we ons hieruit nog net te redden: die bril heeft Sint nodig om uit het Grote Boek te lezen. Dat Sinterklaas wel precies wist dat hij net met judo begonnen was, maakte weer een hoop goed. En de geloof-bonus in de vorm van cadeautjes natuurlijk ook!

Toch zal hij volgend jaar ongetwijfel tot het leger ''ingewijden" behoren, die het geheim van Sinterklaas kent. Dan kan hij zich verkneukelen om de kleintjes die de verklede man met zijn aanplakbaard nog serieus nemen.

Maar in de directe confrontatie met de goedheiligman geschieden wonderlijke dingen. Diverse papa's en mama's raakten gisteren weer helemaal in de ban van de oude man met zijn anachronistische mijter en tabberd. Vol ontzag haalden we de levende legende in en zongen nog harder dan de kinderen de oude Sinterklaashits. Menige ingewijde viel terug in de goedgelovigheid van zijn kindertijd. En dat niet alleen, omdat we door het wachten licht beneveld waren geraakt door de Glühwein...