Posts tonen met het label Digitale kloof. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Digitale kloof. Alle posts tonen

donderdag 7 februari 2008

Bedrijfsblogger zoekt lezer

Weblogs zijn alweer volkomen achterhaald, hoorde ik vorige week. Wie een beetje mee wil doen twittert en bekijkt via Trackr! of Bliin of er een bekende in de buurt loopt om koffie mee te drinken.

En als je dan toch zo nodig wil bloggen, dan doe je het op een hele serie blogs tegelijk. We spraken een multiblogger die naast zijn beroepsmatige blog ook nog een stuk of wat weblogs voor zijn eigen hobby's erop na hield. Dagboekachtige belevenissen en foto’s zette hij op zijn persoonlijke Livejournal. En aan zijn moeder stuurde hij een mailtje met een link naar Flickr, waar ze zijn privéfoto’s kon bekijken. Want die blogs gingen haar boven de pet.

De multiblogger roerde daarmee wel een punt aan. Want terwijl een deel van de mensheid zich suf blogt - alleen al kijkend naar het aantal blogs van politici en journalisten is bloggen toch nog redelijk hip - is er een minstens zo grote groep die dat allemaal ontgaat en er niet mee om kan gaan.

En dat geldt niet alleen voor moeders. Vorige week sprak ik een technicus, die lid is van de OR van een middelgroot bedrijf. Ik zou de OR aan een eigen intern weblog helpen om sneller te communiceren met de achterban en reacties terug te krijgen. Maar tot mijn verrassing moest ik hem eerst nog uitleggen wat een weblog eigenlijk is! Voor deze geroutineerde computergebruiker bleek de wereld van de weblogs een volkomen onbewandeld terrein.

Achteraf vraag ik me af of zijn collega's wel bloglezers zouden zijn. Bestaat in zijn bedrijf een cultuur waarin mensen reacties leveren op nieuwe stukjes? En liefst een beetje snel en pittig? Dat zou je eigenlijk eerst moeten weten, want zonder actieve bloglezers heeft zo'n intern blog als bedrijfsmedium niet zoveel zin.

De tip over het opstarten van een bedrijfswiki heb ik nog maar even achterwege gelaten.

donderdag 29 juni 2006

Generatie Einstein


Hou maar op over de patatgeneratie, de achterbankgeneratie, de nixgeneratie of de knip- en plakgeneratie. De jongeren van nu mogen zich de Generatie Einstein noemen. Een term die bedacht is door jongerencommunicatiebureau Keesie, die de jongeren van nu voor de verandering eens een ultrapósitieve stempel wil geven.

De Generatie Einstein is supersnel met digitale media: ze multi-tasken zich een slag in de rondte met een heleboel deelnemers tegelijk. Ze zijn superslim en verkennen eigenhandig alle sluipweggetjes in de digitale wereld. Ze laten zich niet misleiden door gewiekste marketingjongens, maar pikken alleen dingen op die authentiek zijn. En ze zijn supersociaal. Het is een groot misverstand dat ze in hun eentje achter hun computer zitten te verpieteren, want ze ontmoeten elkaar online in hun virtuele wereld.

Het kan - kortom - niet op met de loftuitingen op de screenagers. En dat terwijl de horrorverhalen over internetverslaving, taalverloedering op MSN en dubieuze webcamseks ons nog luid en duidelijk in de oren klinken.

Het lijkt erop dat vooral onze eigen generatie - de Verloren Generatie genoemd! - maar moeilijk met de nieuwe mogelijkheden om kan gaan en daardoor vooral de risico's ziet. De kwalificaties die de Generatie Einstein toegedicht worden door Keesie, zijn daar weer een overdreven tegenreactie op.

Laat de Generatie Einstein eerst maar eens zien wat ze kunnen. Weten ze bijvoorbeeld echt uit de veelheid van informatie de goede dingen eruit te pikken? Weten ze inderdaad zo authentiek te zijn zoals in de media voorgespiegeld wordt? En kunnen ze dat ons dan ook leren?

Leve de nieuwe digi-kids!

vrijdag 16 juni 2006

Digitale generatie

De juf van groep vier heeft nog nooit van Rekenweb gehoord. Jasper wel. Die is superhandig met enkele spelletjes, waarbij spelenderwijs allerlei rekenproblemen aan de orde komen. 

Zijn favorieten zijn driedimensionaal bouwen met blokjes en het ontwerpen van een hele lange knikkerbak. De juf hoort het met verbazing aan en is wel geïnteresseerd. Jasper biedt aan het adres van de website even door te mailen, want sinds kort heeft hij ook zijn eigen e-mailaccount...

Jasper is acht en heeft pas enkele maanden geleden zijn eerste schreden in cyberspace gezet. Maar nu al weet hij de juf (die vermoedelijk pas enkele jaren de Pabo verlaten heeft) te overtroeven. En ons ook, denk ik. Het spel Roller Coaster Tycoon, waarbij je je eigen pretpark bouwt en exploiteert, kreeg hij eigenhandig in de smiezen. Een manual was daar echt niet bij nodig.

Wij zien met eigen ogen wat ook het Sociaal Cultureel Planbureau constateert in het Jaarboek ICT en samenleving 2006: er is een onoverbrugbare kloof tussen leerkrachten en leerlingen, wat betreft de kennis van computers en internet. Wel eigenaardig dat vele leerkrachten daar zo weinig vanaf weten, ook als ze zelf jong zijn. Zonder kennis van de belevingswereld van kinderen lijkt het me moeilijk lesgeven aan de Digitale Generatie. Nu veel kinderen uren op het web doorbrengen, hoort kennis van internet daar gewoon bij.

De school geeft wel verkeersles zodat de kinderen zich veiliger op de weg voortbewegen. Maar voor het wegwijs maken op internet, hobbelen veel leerkrachten hopeloos achter de feiten aan. Vooralsnog weten kinderen op het web veel beter de sluippaadjes en snelle weggetjes te vinden.

maandag 20 maart 2006

IDentiteit

Internet haalt gekke dingen uit met onze identiteit. Ik ben nog steeds ik. Maar omdat ik achter een computerscherpje zit en jij mij als lezer niet ziet, kun jij niet weten of ik het wel echt ben. Wie weet zit hier wel een andere blogger aan de toetsen, die zich uitgeeft als Sigrid..

Nou ben ik vrij braaf en hou me ook in de digitale wereld netjes aan de regels van wat 'echt' is. Maar anderen (vooral jongeren) hechten daar niet zo aan. Moeiteloos wisselen ze van wereld, van beleving en van identiteit. Die identiteit kiezen ze zelf bij het chatten of het bezoeken van een datingsite.

Die identiteit kan 'echt' zijn, maar ook verzonnen. Jezelf wat aantrekkelijker (en bij jongeren ook een paar jaartjes ouder) maken is snel geregeld. Jezelf in verschillende chatrooms voortbewegen en je daarbij telkens als iemand anders voordoen, is al wat ingewikkelder, maar zeker zo spannend. Nog een stap verder is het verzamelen van hele reeksen identiteiten en nicknames. Voorheen zouden we zoiets betitelen als een 'meervoudige persoonlijkheidsstoornis', nu is het gedrag dat gewoon bij de internetgeneratie hoort.

De vermenging van de digitale en 'echte' werkelijkheid neemt spectaculair toe. De overheid wordt daar natuurlijk tureluurs van. Die wil wél weten wie echt is en wie niet. Terwijl op internet identiteit een steeds vager begrip wordt, probeert de overheid onze identiteit nauwkeuriger vast te leggen. Binnenkort krijgt iedereen in plaats van een Sofi-nummer een Burgerservicenummer (die naam klinkt alsof het aan ons verkocht moet worden als een aantrekkelijke aanwinst). En persoonlijke informatie kunnen we tegenwoordig uitwisselen via DigiD: de inlogcode met wachtwoord voor diensten van de overheid.

Ik ben benieuwd wie deze ''identiteitswedloop" wint. En ikzelf? Ik blog, dus ik ben.

vrijdag 13 januari 2006

Digitale kloof

Wat mijn mobiele telefoon betreft, voel ik mij nog steeds een newbee. Okay, ik weet het adresboek te gebruiken, kan mijn voicemails afluisteren en weet ook wel een foto te maken. Maar het verzenden van die foto krijg ik niet voor elkaar en ook met SMS'en loop ik al snel vast met die hopeloze druktoetsjes.

Velen onder ons zeggen het niet, maar lijden er in stilte wel aan: digibetisme. Grote groepen mensen bekennen liever niet dat ze geen idee hebben wat een i-pod is, waarom je zou willen podcasten of wat je met een RSS-feed moet doen. Op het oog maken ze wel gebruik van mobiele telefoon of magnetron, maar bedienen in werkelijkheid alleen de hoogst noodzakelijke toetsen.

En denk niet dat dit alleen ouderen zijn. Ziekenhuizen hebben bijvoorbeeld de grootste moeite om de automatisering verder op te voeren. Dat komt omdat werknemers en masse de hakken in het zand zetten. En dan blijkt dat de leeftijd van die werknemers vaak niet hoger is dan 40. En zo blijft het heel gewoon dat artsen en verpleegkundigen de patiëntendossiers op zijn stenentijdperks in hanenpoten blijven bijhouden. En dat de ziekenhuiskeuken pas na een paar dagen precies heeft doorgekregen wat patiënt X nou eigenlijk wil eten.

Je zou zeggen dat grote publieke organisaties volledig gedigitaliseerd zijn, en dus hun databestanden goed op orde hebben. Maar ik kom telkens verbijsterende voorbeelden tegen van het tegendeel. Een organisatie als de IND werkt voor een groot deel nog met papieren dossiers. Bij de bestrijding van fraude wordt nog nauwelijks gewerkt met de koppeling van bestanden van verschillende organisaties, zelfs niet binnen de diensten van één gemeente. Een politieteam moet nog steeds telefonisch om extra informatie vragen als ze op straat iets verdachts zien in plaats van dat ze dat via een draagbare computer kunnen opvragen.

Ondertussen breiden de technische mogelijkheden zich in razendsnel tempo uit. De identificatietechnologie is bijvoorbeeld nu een hot item. Met Radio Frequency Identification (RFID) kun je de route van containers of supermarktartikelen volgen, maar ook mensen. Daarmee komen er steeds meer mogelijkheden om iemand met tags in de gaten te houden. Straks lopen we langs een winkel en krijgen meteen op onze mobiel de reclameberichten van deze onderneming. Onbekenden kunnen onze koelkastbestellingen aftappen (al weet ik nog niet te bedenken wat een buitenstaander met die informatie zou moeten doen). Gordijnen zijn straks niet meer voldoende om pottenkijkers te weren. Hoezo privacy?

Dat RFID is best leuk voor Justitie, die daarmee criminelen precies in de gaten kan houden. Maar slimme jongens gebruiken op hun beurt simpelweg RFID-blokkers om zich onzichtbaar te maken (vouw je paspoort met RFID gewoon in een stuk aluminiumfolie en voilà). Zo ontstaat er tussen de ingewijden een digitale wapenwedloop.

Misschien is het juist wel een geluk dat grote groepen mensen (en in hun kielzog hele organisaties) nu al moeite hebben om de digitalisering bij te houden. Dat er flink op de rem getrapt wordt om ons beter de impact van dit soort ontwikkelingen te realiseren, kan volgens mij geen kwaad.

Lang leve sputtermacht van de digibeten!