Posts tonen met het label Technologie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Technologie. Alle posts tonen

dinsdag 9 september 2008

Bellen met je gemeente

Je loopt naar je werk en je ziet dat een verkeerslicht niet werkt. Dan wil je toch meteen de gemeente bellen?

Omdat niet iedereen dat telefoonnummer paraat heeft, hebben de Rijksoverheid en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten bedacht dat alle gemeenten een nieuw nummer krijgen: 14 met het netnummer van de betreffende gemeente erachter. Wie het 14plusnetnummer belt, komt meteen terecht bij het klantcontactcentrum, dat antwoord weet op al je vragen. Geweldige operatie, waar we via een grootscheepse communicatiecampagne nog veel van gaan horen.

Briljant idee?

De praktijktoets bij één van de gemeenten die al met het nieuwe nummer werkt. Ik wil een contactpersoon spreken bij de gemeente Pijnacker-Nootdorp die mij wat nadere informatie kan geven over een project, waarover ik schrijf.

Ik toets 14015 in.
Antwoordapparaat: Wilt u de gemeente Delft? Toets 1.
Wilt u de gemeente Pijnacker-Nootdorp? Toets dan een 2.
Ik toets een 2.
Mevrouw 1: "Met de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Waarmee kan ik u van dienst zijn?
Ik ben op zoek naar de heer Kees de Groot."
(…)
"Kees de Groot is niet aanwezig. Mag ik uw nummer noteren, dan belt hij terug.
"Kan ik hem ook zelf terugbellen?"
"Nee, wij mogen geen nummers doorgeven van onze medewerkers."

Niets meer gehoord van meneer De Groot, dus ik bel weer naar de gemeente.
Mevrouw 2: "Met de gemeente Pijnacker-Nootdorp. Waarmee kan ik u van dienst zijn?"
"Kunt u mij doorverbinden met Kees de Groot?"
Mevrouw 2 schakelt door.
Meneer 1: Met Piet Jonkers.
"Ik ben op zoek naar Kees de Groot."
Meneer 2: "Die ken ik niet. Maar ik zal u even doorverbinden met een collega."
Piet schakelt door.
Meneer 2: "Met Ad Fransen. U zoekt Kees de Groot? Dan moet u een ander nummer bellen. Wacht, ik geef het nummer even."
Ik bel het directe nummer.
Meneer 3: "Met Chris Koenders, toestel Frank van de Meer."
"O, ik dacht Kees de Groot hier aan te treffen."
Meneer 3: "Kees werkt niet bij ons, maar we huren hem af en toe wel in voor een klus. Ik zal eens even kijken of ik zijn nummer kan vinden. Nee, dat lukt niet. Ik bel u hier later over terug."

Niets meer gehoord van de gemeente. Ik vind zelf het telefoonnummer van Kees op internet en krijg hem direct aan de telefoon.

"Als de eerste die de telefoon opneemt uw vraag niet kan beantwoorden, dan hebt u met bureaucratie te maken."
- Lyndon B. Johnson, Amerikaans president

(Persoonsnamen in dit stukje zijn gefingeerd)


vrijdag 11 juli 2008

Nieuwsgierige ambtenaren

Raadsels, thrillers of quizzen zijn geliefd. Iets niet weten, met het uitzicht het wel te weten is namelijk een prettige ervaring. Mensen stellen zich daarom graag vrijwillig bloot aan situaties waarbij ze direct of indirect op een gemis aan kennis of ervaring worden gewezen, stelt merkenspecialist Roland van der Vorst in het boek Nieuwsgierigheid.

Mysterieën en geheimen prikkelen mensen om het raadsel op te lossen en vormen dus een krachtig middel om mensen betrokken te maken. Het feit dat ieder mens nieuwsgierig (te maken) is, wordt dan ook gretig uitgebuit door schrijvers, kunstenaars, reclamemakers en alle andere professionals, die hun publiek of consumenten willen verleiden.

Ik ben nieuwsgierig of overheidsinstanties wel voldoende rekening houden met dit soort psychologische aspecten van de menselijke nieuwsgierigheid. Belastingdienst, UWV, Informatiseringsbank, gemeenten en tal van andere instanties koppelen al hun databanken aan elkaar. Zes miljoen mensen maken al gebruik van DigiD, een vast nummer dat uniek is voor elke inwoner van Nederland. Dat heeft voordelen - de burger hoeft niet meer voortdurend al zijn gegevens op te lepelen - maar zorgt er ook voor dat nieuwsgierigen die niets met onze persoonlijke gegevens te maken hebben, geweldig geprikkeld raken door al die mogelijkheden om kennis te vergaren.

Om onze privacy te waarborgen, is het de bedoeling dat ambtenaren alleen die gegevens kunnen inzien die voor hun taak van belang zijn. Maar ja, een garantie is dat niet. Als je de mogelijkheid hebt om de inkomensgegevens van je buurman na te zoeken, dan kan dat vaak gewoon. Het hoort niet, maar het gebeurt wel. Net zoals honderden politieagenten in 2005 via hun interne systeem de gegevens van voetballer Robin van Persie opzochten, toen deze verdacht werd van een verkrachting.

Hoe méér je al weet over een bepaald onderwerp, hoe nieuwsgieriger je bent om de rest van het plaatje ook te weten te komen. Wie twee ministers uit het kabinet kent, is weinig nieuwsgierig naar de overige veertien. Ken je er al veertien, is de kans juist groot dat je de overige twee namen ook te weten wilt komen. Dus juist als je van je buurman al het nodige weet, ben je geprikkeld om ook de resterende informatie op te zoeken. Naar de persoon verderop in de straat die je alleen van gezicht kent, ben je veel minder nieuwsgierig.

Wie ongeoorloofde nieuwsgierigheid wil voorkomen, moet dus vooral zorgen dat we niet te veel weten van elkaar. Maar ja, dat heeft weer andere nadelen.

dinsdag 10 juli 2007

Nooit meer alleen; hoe de mobiele telefoon ons leven verandert

Als er één apparaat is dat ons persoonlijke leven in het afgelopen decennium ingrijpend veranderd heeft, dan is het wel de mobiele telefoon. Zelfs als je alleen de spraakfunctie van het mobieltje in ogenschouw neemt, is deze bewering niet overdreven. Vooral de enorme impact op het gedrag van mensen vind ik fascinerend. Ik noem er enkele.
  • Met de mobiele telefoon gaat het werk overal door. Wie deze dagen een bepaalde functionaris nodig heeft, loopt een dikke kans hem in het zwembad aan de telefoon te krijgen;
  • Dankzij de nummerherkenning kunnen ontvangers selectief opnemen;
  • Het is gemakkelijk om een tweede telefoon erbij te nemen, waarvan het nummer alleen voor insiders bekend is (voor de geheime minnaar/minnares of voor clandistiene handel) of als hotline voor vriendschappen. Op die manier kun je je privésfeer toch nog beschermen. In Groot-Brittannië had in 2006 14 procent van de mensen twee of meer mobiele telefoons die ze regelmatig gebruiken;
  • Het is minder belangrijk om je aan een afspraak te houden. Wie vroeger met iemand afsprak op een onbekende plek, zorgde er wel voor op tijd te zijn. Anders liep je immers het risico elkaar mis te lopen. Nu bel je even dat je later komt. Maar omdat we dat allemaal nu veel vaker doen, zijn afspraken veel vrijblijvender geworden;
  • Mobiele telefoons geven aan vrouwen een sterker gevoel van vrijheid als ze alleen op pad zijn. Waarschijnlijk heeft het mobieltje dus een stimulerend effect op de uithuizigheid van vrouwen;
  • Vrouwen telefoneren om ongewenste toenaderingen te ontmoedigen; de persoon die in de directe nabijheid van haar verkeert legt het meestal af tegen de mobiele gesprekspartner;
  • Kinderen krijgen met een mobieltje eerder de gelegenheid om zelfstandig ergens naar toe te gaan;
  • Maar ondertussen blijven kinderen ook langer afhankelijk van hun ouders. Dankzij het mobieltje kunnen zij immers altijd een beroep doen op deze eerstelijns-hulptroepen (fiets kapot, gymspullen vergeten), terwijl zij zonder deze dienstverlening gedwongen zouden zijn zelf een oplossing te zoeken;
  • Met de mobiele telefoon is het gemakkelijk om direct bewijs te verzamelen van criminaliteit;
  • Door mobiele telefonie blijft een geheime controle-actie, bijvoorbeeld van de politie, nooit erg lang geheim.
En dit staat ons de komend tien jaar nog te wachten....

vrijdag 30 maart 2007

Sporen achterlaten op internet


De kinderen schreven vanochtend opgetogen hun namen op een groot aantal beslagen autoramen. Ze waren zich niet bewust van het feit dat ze hiermee overduidelijk hun eigen spoor achter laten, net als het onbekende dier op de foto hierboven.

Onschuldig kindervermaak natuurlijk, maar op internet is het al net zo. Velen laten onbekommerd hun persoonlijke gegevens achter, publiceren hun volledige CV en laten anderen meekijken naar intieme foto's. Nog nooit was het zo gemakkelijk om iemands doopceel te lichten en zijn sporen te volgen. Word bijvoorbeeld lid van Schoolbank, LinkedIn of Hyves en lees daar alle bijzonderheden. Met wat slimmigheidjes speur je ook nog zijn salaris op, weet je wat zijn koophuis gekost heeft en kijk je via Google Earth in zijn achtertuin.

Bedrijven en andere instanties zijn ook zeer geïnteresseerd, al was het maar om meer grip te krijgen op grillige consumenten. Wie dit niet wil, moet vooral niet via internet allerlei testjes doen, zoals bij Je echte leeftijd. Om te weten of je echte leeftijd overeenkomt met je kalenderleeftijd, word je gevraagd een groot aantal gegevens in te vullen. Hoe vaak je per dag fruit eet, maar ook de ziektes en aandoeningen waar je mogelijk aan lijdt. Interessante informatie voor verzekeringsmaatschappijen, die op basis hiervan je verzekeringspolis kunnen opschroeven of je als klant kunnen weigeren. Bingo dus voor zorgverzekeraar VGZ, samen met de Nederlandse Hartstichting, Auping en Albron sponsor van Je Echte Leeftijd.

Alertheid is dus geboden als we weer eens een testje invullen op internet. Bijvoorbeeld de nationale carrièrecheck, dat bij een programma van RTL4 hoort. Uitzendbureau Randstad is heel blij met alle openhartigheid.

zaterdag 24 februari 2007

Houdbaarheid van herinneringen

Reclamemaker Erik Kessels verzamelt via vlooienmarkten foto's van (vaak overleden) onbekenden en geeft deze opnamen een tweede leven in kunstboeken.

Met foto's kun je zoiets doen, maar wie koestert na onze dood de duizenden digitale opnamen, die wij op onze harde schijf gezet hebben? Of wie kan in de toekomst nog uit de voeten met onze gefilmde herinneringen op videotape? Kortom, hoe technisch houdbaar zijn onze herinneringen?

Er is een groep mensen die ons nageslacht wil verblijden met herinneringen aan ons, de huidige aardebewoners. In een tijdcapsule stoppen ze documenten en andere zaken, die archeologen in de toekomst een compleet beeld geven over ons huidige leven. Maar veelal zal toch papier als informatiedrager dienen, want aan MSN-berichten of Hyves heeft de toekomstige opgraver niet zoveel. (En helemaal interessant wordt de discussie als een of ander buitenaards wezen de tijdcapsule met de papieren en foto's opgraaft. Die denkt vast aan beeltenissen vol afgoderij.)

Optimisten (of moet ik zeggen: lichtzinnigen?) gokken erop dat internet een toekomstvast product blijft. Tja, misschien blijft zélfs e-mail nog wel een jaartje of tien bestaan. In dat geval kun je met e-mail een brief schrijven aan je toekomstige zelf. Op een zelf te kiezen datum wordt de brief in je inbox gedropt. Dan kun je bijvoorbeeld lezen of je verwachtingen van nu over je future me wel uitgekomen zijn. Of je toekomstige ik krijgt van zijn oude ik nog een wijze raad of wat herinneringen toegestopt.

Nee, wie echt een toekomstvaste herinnering wil nalaten, kan beter voor een ster kiezen. Je kunt namelijk een sterretje aan het firmament jouw eigen naam schenken. Die naam kun je online laten vastleggen in een sterrenregister. Wat de toekomstige status van dat register zal zijn staat niet vast, maar de ster zal het vermoedelijk wel overleven.

donderdag 22 februari 2007

Sigrid 2.0

Als ik een tweede leven zou beginnen in Second Life, hoe zou mijn avatar (mijn zelfgecreëerde persoonlijkheid) er dan uit zien? En wat zou ik dan doen?

Leuk om over te fantaseren, maar ik ben er nog niet uit. Vermoedelijk ga ik in een iets mooiere uitvoering van mezelf. Maar nog steeds als Sigrid, want ik heb geen behoefte om een heel andere persoonlijkheid uit te beelden (of me in te leven in de zieleroerselen van een zeemeermin, stokstaartje of weerwolf). Uit onderzoek blijkt dat ook andere mensen meestal virtueel verder leven als 'zichzelf'. Slechts heel weinig mensen wisselen in Second Life bijvoorbeeld van geslacht, terwijl het op het eerste gezicht toch juist heel spannend moet zijn om de wereld eens van een heel ander perspectief te bekijken.

Een andere mogelijkheid om een tweede leven te beginnen is een fictief weblog. De schrijver Arnold Grünberg deed het met zijn romanheldin Tirza, maar helaas hield zij het bloggen niet lang vol (Ze stopte ermee op de dag dat de roman in de boekhandels verscheen, dus achteraf gezien was het vooral een publiciteitscampagne voor het boek). Ik speel wel eens met de gedachte om zo'n zelfbedacht personage te laten bloggen, maar wederom denk ik dat de confessies van mijn blogpersonage heel dicht bij mijn eigen belevenissen en gedachten liggen. En dan heeft het niet zoveel toegevoegde waarde.

Sigrid 2.0 wacht dus nog op haar conceptie (als het al zover komt). Ideeën zijn trouwens welkom!

maandag 19 februari 2007

De kunst van het niets-doen

Nu ze niet lang meer te leven heeft, hoeft ze niets meer van zichzelf. Alleen nog maar te aanvaarden en te genieten, zelfs van niets-doen.

Eigenaardig dat we een leven lang bezig kunnen zijn met sjouwen, van de ene plek naar de andere haasten en allerhande drukke activiteiten om in het licht van het einde ineens het niets-doen te ontdekken. Op een of andere manier is niets-doen veel moeilijker dan veel doen. Gevangenen in een cel zonder enige afleiding schijnen er zelfs gek van te worden en in hun hoofd de meest vreemde dingen te bedenken om toch maar op een of andere manier geprikkeld te worden.

In deze tijd, waarin de moderne technologie ons in staat stelt om voortdurend te multi-tasken, is niets-doen zelfs moeilijker dan ooit. Als we ergens moeten wachten, kunnen we immers nog e-mails checken op de blackberry, muziek luisteren, bellen of sms-jes sturen. Zonder een veelheid van activiteiten voelen we ons leeg. Dat vervelende gevoel drukken we snel weg door een vlucht in een heleboel nieuwe activiteiten en vermaak. Alles moet interessant zijn en uitdagend, dus zorgen we overal voor afleiding.

Het gekke is dat als je niets doet, je eigenlijk tóch iets doet, want gedachten krijgen de vrije loop. Niets-doen biedt nieuwe inspiratie. Niets-doen is dan ook plezierig en geestverruimend. En wat ook wonderlijk is: als je veel doet, kun je aan het einde toch het gevoel hebben dat de tijd je door de vingers geglipt is en dat je eigenlijk niets gedaan hebt.
In een bestaan van druk-druk-druk vliegt je leven bovendien aan je voorbij. De enige manier om de tijd langzamer te laten verlopen, is niets-doen. Een dag ongestoord met niets-doen doorbrengen, dat is een dag onsterfelijk zijn, zeggen de Chinezen. Dolce far niente is nog een hele kunst.

Mobiel leven

Sommige treinreizigers ergeren zich kapot aan medereizigers die iedereen in de coupé mee laten genieten van hun conversaties per mobiele telefoon. Ik vind het juist heerlijk. Terwijl je ogen ontspannen over het landschap laat dwalen, krijgen je oren de meest intieme details te horen. Je krijgt gratis en voor niks een uniek inkijkje in het persoonlijke leven van een volslagen onbekende.

Die bellende medereiziger heeft meestal niet eens in de gaten dat alle andere mensen meeluisteren. In tegendeel, hoe meer hij (maar meestal zij) in het gesprek opgaat, hoe luidruchtiger ze gaat praten. Angst om privacy prijs te geven blijkbaar speelt geen enkele rol meer. Zo zat ik pas in de tram met een vrouw wiens schulden gesaneerd werden. Ik kreeg de complete story of her life te horen.

Ook wonderlijk was het relaas van een jonge vrouw, die laatst in de trein uitgebreid de nieuwste vriendin van haar broer zat te bespreken. Ik denk dat ze haar eigen zus aan de telefoon had. Hun oordeel over de potentiële schoonzus was nogal vernietigend: ook met deze nieuwe relatie zou het wel helemaal niets worden. Het opmerkelijkste was nog wel dat de belster deze uitvoerige bespreking afsloot met de opmerking: “Nou, ik zie je zo!” Ik vroeg me als argeloze meeluisteraar toen wel af wat de meerwaarde was geweest van deze mobiele voorbespreking, als ze elkaar direct weer zouden treffen.

Brits onderzoek zorgt nu voor opheldering. Een mobieltje oogt weliswaar als een uiterst modern ding, maar vervult ondertussen een van onze meest primitieve behoeften: gezellig kletsen en roddelen met vrienden, familieleden of collega’s. Juist omdat we voortdurend onderweg zijn, ons tussen vreemden bevinden in bussen en treinen en ’s avonds te moe zijn om nog de deur uit te gaan, houdt het mobieltje ons in contact met onze intimi die zich ook druk-druk van de ene afspraak naar de andere hijgen. Ergernissen over files, wachttijden, werkstress of andere frustraties van het modern leven worden dragelijk met een beetje mobiel contact met ons persoonlijke netwerk, via gesprekjes of sms-jes. Net als in prehistorische tijden luchten we ons hart bij bekenden, maar nu ondersteund door de moderne techniek. Of in de woorden van de onderzoekster: “Carrying your social network in your pocket, you’re never walk alone”.

Wie dus beweert dat hij zijn mobieltje alleen maar aangeschaft heeft om bereikbaar te zijn in noodgevallen, heeft het óf nog niet begrepen óf houdt zichzelf voor de gek. Een mobieltje is de nieuwe sociale lifeline.

dinsdag 30 januari 2007

Powervrouwen

De vrouw van nu wil volgens Samsung een hippe telefoon die tegelijkertijd een sieraad is om mee gezien te worden. Met nepdiamantjes, een opmaakspiegeltje aan de binnenzijde en een nagellak-roze kleur. KPN denkt ook de psyche van de vrouw te begrijpen en organiseert een speciale Lady's Week om dit soort producten te promoten.

Ik sluit niet uit dat er best een groep vrouwen is die als een blok valt voor zo'n Ladyphone, maar persoonlijk vind ik dat een minstens zo grote groep vrouwen hiermee schromelijk onderschat wordt. Alsof ook volwassen vrouwen net als kleine meisjes kunstmatig roze gehouden moeten worden met een kinderlijk apparaatje vol glinstersteentjes.

Ik heb het over powervrouwen die Anouk, Hillary Clinton en Madonna als voorbeeld hebben, niet de piekerprinsessen die zich spiegelen aan Bridget Jones of de desperate housewives. Deze powervrouwen willen geen lief rond autootje, maar een vlotte krachtige wagen met voldoende opbergruimte, die gemakkelijk te parkeren is. En deze vrouwen willen zeker geen glimmend ding waar je toevallig ook nog mee kunt bellen, maar een functioneel apparaat, dat niet al te snel kapot gaat en met een toegankelijke gebruiksaanwijzing (zo eentje die niet bol staat van de technische specificaties).

Hoog tijd voor een tegenhanger van de WAF (Wife Acceptance Factor). Deze term verwijst naar de argumenten die mannen kunnen gebruiken om hun partner van de aanschaf van een of ander apparaat, auto of gadget te overtuigen. Bedrijven zijn niet te beroerd om mannen die argumenten te verschaffen in de vorm van een leuke kleur voor het apparaat of een extra (hoe origineel) make-upspiegeltje in de auto. Maar er is ook grote behoefte aan een CAF (Company Acceptance Factor). Geef powervrouwen de argumenten waarom zij in zee zouden gaan met bedrijven die hen met dergelijke zoethoudertjes afschepen.

woensdag 1 november 2006

Verzin iets leuks met je GSM

Een mobiele telefoon heeft al een enorme hoeveelheid toepassingsmogelijkheden op het gebied van bellen, tekstberichten, fotograferen, video, spelletjes, rekenen en wat al niet meer. Ik sta er niet raar van te kijken als je binnenkort met je GSM je eisprong kunt berekenen of het apparaatje als babyfoon kunt gebruiken.

Maar er vallen nog genoeg nieuwe toepassingen te verzinnen met de GSM, vooral met de foto- en videocamera.

1. Spiegelmobiel
Zit je haar niet goed? Fatsoeneer je kapsel, neem een foto van jezelf met je mobiel en kijk of het haar weer in model zit. (Eens gezien in de trein)

2. Detective-mobiel
Mis je telkens wat geld op je portemonnee? En vermoed je dat de dief zijn kans grijpt als je even van je werkplek af bent? Zet je mobiel met camera neer op een strategische plek en smeer je portemonnee in met haarwax. Zorg ervoor dat de dief tijdens jouw afwezigheid frontaal in beeld komt en lever je GSM en portemonnee in bij de politie als bewijsmateriaal. (Geïnspireerd op de televisieserie CSI).

3. Smokkelmobiel
Veel organisaties zijn tegenwoordig uiterst alert op goede beveiliging. Scanners en beveiligingspoortjes doen overal hun intrede. Maar gek genoeg mag je mobieltje overal mee naar binnen. Terwijl dat apparaat toch talrijke mogelijkheden biedt voor heimelijke geluids- en beeldopnamen....

vrijdag 13 januari 2006

Digitale kloof

Wat mijn mobiele telefoon betreft, voel ik mij nog steeds een newbee. Okay, ik weet het adresboek te gebruiken, kan mijn voicemails afluisteren en weet ook wel een foto te maken. Maar het verzenden van die foto krijg ik niet voor elkaar en ook met SMS'en loop ik al snel vast met die hopeloze druktoetsjes.

Velen onder ons zeggen het niet, maar lijden er in stilte wel aan: digibetisme. Grote groepen mensen bekennen liever niet dat ze geen idee hebben wat een i-pod is, waarom je zou willen podcasten of wat je met een RSS-feed moet doen. Op het oog maken ze wel gebruik van mobiele telefoon of magnetron, maar bedienen in werkelijkheid alleen de hoogst noodzakelijke toetsen.

En denk niet dat dit alleen ouderen zijn. Ziekenhuizen hebben bijvoorbeeld de grootste moeite om de automatisering verder op te voeren. Dat komt omdat werknemers en masse de hakken in het zand zetten. En dan blijkt dat de leeftijd van die werknemers vaak niet hoger is dan 40. En zo blijft het heel gewoon dat artsen en verpleegkundigen de patiëntendossiers op zijn stenentijdperks in hanenpoten blijven bijhouden. En dat de ziekenhuiskeuken pas na een paar dagen precies heeft doorgekregen wat patiënt X nou eigenlijk wil eten.

Je zou zeggen dat grote publieke organisaties volledig gedigitaliseerd zijn, en dus hun databestanden goed op orde hebben. Maar ik kom telkens verbijsterende voorbeelden tegen van het tegendeel. Een organisatie als de IND werkt voor een groot deel nog met papieren dossiers. Bij de bestrijding van fraude wordt nog nauwelijks gewerkt met de koppeling van bestanden van verschillende organisaties, zelfs niet binnen de diensten van één gemeente. Een politieteam moet nog steeds telefonisch om extra informatie vragen als ze op straat iets verdachts zien in plaats van dat ze dat via een draagbare computer kunnen opvragen.

Ondertussen breiden de technische mogelijkheden zich in razendsnel tempo uit. De identificatietechnologie is bijvoorbeeld nu een hot item. Met Radio Frequency Identification (RFID) kun je de route van containers of supermarktartikelen volgen, maar ook mensen. Daarmee komen er steeds meer mogelijkheden om iemand met tags in de gaten te houden. Straks lopen we langs een winkel en krijgen meteen op onze mobiel de reclameberichten van deze onderneming. Onbekenden kunnen onze koelkastbestellingen aftappen (al weet ik nog niet te bedenken wat een buitenstaander met die informatie zou moeten doen). Gordijnen zijn straks niet meer voldoende om pottenkijkers te weren. Hoezo privacy?

Dat RFID is best leuk voor Justitie, die daarmee criminelen precies in de gaten kan houden. Maar slimme jongens gebruiken op hun beurt simpelweg RFID-blokkers om zich onzichtbaar te maken (vouw je paspoort met RFID gewoon in een stuk aluminiumfolie en voilà). Zo ontstaat er tussen de ingewijden een digitale wapenwedloop.

Misschien is het juist wel een geluk dat grote groepen mensen (en in hun kielzog hele organisaties) nu al moeite hebben om de digitalisering bij te houden. Dat er flink op de rem getrapt wordt om ons beter de impact van dit soort ontwikkelingen te realiseren, kan volgens mij geen kwaad.

Lang leve sputtermacht van de digibeten!

donderdag 24 november 2005

Virtueel kindje

Overal om ons heen worden Eccky's geboren. Virtuele kindjes, 'aangemaakt' door twee ouders die daarvoor hun DNA-materiaal aanleveren. Je moet van te voren een jongens- en een meisjesnaam bedenken, want je weet immers van te voren nog niet welk geslacht de baby heeft. (Raar trouwens: wel de technologie gebruiken om een Eccky te maken en ondertussen de apparaten negeren om het geslacht van de baby vast te stellen...)

Het kind heeft de uiterlijke kenmerken en karaktereigenschappen van beide ouders. Via MSN Messenger en je mobiel voedt je samen het kindje op, geeft hem/haar nieuwe kleren, speelgoed en (hopelijk) wat te eten. Wel snel zijn, want zijn leventje is maar zes dagen. En daarmee is ook de ''wegwerpbaby" ontstaan. Want mocht het wezentje ondervoed raken, dan maak je gewoon een nieuwe.

Op het eerste gezicht is de Eccky leuk speelgoed, maar het biedt ook verregaande advertentiemogelijkheden. Het kind kan eindeloos zeuren om een mobieltje, maar dan natuurlijk wel van een bepaald merk. En wat nog riskanter is: via het doorgeven van allerlei persoonlijke gegevens (onder het mom van ''DNA-materiaal") geven papa en mama zich helemaal bloot. Klaar om bestookt te worden met nóg meer advertentieboodschappen. Zeker jonge spelers, die zich aan dit virtuele ouderschap wagen, zullen zich hiervan nauwelijks bewust zijn.

Het wordt ook een leuke versiertruc trouwens: "Zullen we samen een Eccky maken?"