Posts tonen met het label Dagbladen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Dagbladen. Alle posts tonen

zondag 9 maart 2008

Latifa's spellingchecker

Haar truitje, haar strokenrok en haar hoofddoekje zijn allemaal roze. Maar nee, roze is toch niet haar lievelingskleur. Haar voorkeuren gaan uit naar groen en blauw.

De 11-jarige Latifa weet wat ze wil: later wordt ze schrijfster. Fantasieverhalen bedenken is haar hobby, zoals laatst over toverkollen. Lezen doet ze ook graag, want daar haalt ze ideetjes vandaan. Begrijpend lezen gaat prima op school, vertelt ze. Maar schrijven is wel moeilijk, want ze is dyslectisch.

Vandaag was ze met een dertigtal andere kinderen te gast op de redactie van de Haagse Courant, waar ze stukjes voor een krant gingen schrijven. Ze kregen begeleiding van echte journalisten, die hen leerden over het verschil tussen een interviewverhaal en een verslagje, over intro's en fotobijschriften. Ik was ook één van deze begeleiders.

Latifa is deelneemster aan de Weekendschool, waar gemotiveerde kinderen uit achterstandswijken drie jaar lang op zondag aanvullend onderwijs krijgen. Maar Latifa vindt de Weekendschool geen 'zesde schooldag'. Op school moet je de hele dag op een stoel zitten, hier ga je lekker van alles doen. Zo is het groepje kinderen onlangs naar Scheveningen geweest, waar ze in het gezelschap van een echte fotograaf de sprookjesbeelden bezocht hebben. Ter voorbereiding op de krantendag van vandaag hebben ze daar de mevrouw van het museum Beelden aan Zee geïnterviewd. Die wist te vertellen dat een beeld wel 20.000 euro kost. Dat vindt ze echt verschrikkelijk veel geld.

Als ze op de stoel achter het beeldscherm geklommen is, wil Latifa allereerst weten of er wel een spellingchecker op de computer zit. Ze is immers dyslectisch, herhaalt ze nog maar eens. Bij ieder woord roept ze de computerhulp in. Woorden als 'interview', 'museum' maar ook 'zegt' geven haar hopeloze spellingsproblemen. En dat zijn dan nog maar de eerste drie woorden van haar hele tekst.

Op de terugweg vraagt ze of het wat wordt, die schrijversloopbaan van haar. Moeten schrijvers zelf goed kunnen spellen? Ik antwoord dat op een krantenredactie ieder zijn eigen talenten heeft en dat er ook eindredacteuren zijn, die alle stukjes voor publicatie nog eens nalezen. Die kunnen héél goed spellen. En ja, er is er altijd wel een eindredacteur aanwezig, want er komt niets in de krant te staan, voordat hij of zij er naar gekeken heeft.

Het stelt haar niet helemaal gerust. Modeontwerpster lijkt haar ook wel wat.

donderdag 12 juli 2007

Wat kinderen je kunnen leren over vragen stellen

"Waarom hebben kinderen meer vakantie dan papa's en mama's?", vroeg Niels laatst. Goede vraag! Daar wil ik ook wel het antwoord op weten!

Kinderen stellen vaak de meest wonderlijke maar ook treffende vragen. Dit is een bron van creativiteit, die zij in hun latere leven helaas afleren, stelt Beverly Neuer Feldman in dit artikel, die ook aanwijzingen geeft om natuurlijke creatieve talenten van kinderen te behouden en te ontwikkelen.

Het is bijvoorbeeld handig om kinderen "als... dan..."-vragen te stellen: die zetten hun fantasie in werking en leren veel over hun belevingswereld. Het schijnt bovendien een goede methode te zijn om kinderen met spreekangst te verleiden om toch iets te vertellen. Als jij een sprookje mag kiezen, wat kies je dan? En wie ben jij dan in dat sprookje?

Ook voor volwassenen is het belangrijk om vragen te blijven stellen. Om een duidelijker beeld te krijgen over de werkelijkheid, zoals Sherlock Holmes maar ook Socrates deden. Of om meer over jezelf en je drijfveren te weten te komen. Net zoals bij kinderen heeft vragen stellen alles te maken met creatieve vermogens. Zoals kunstenaar Adam Wolpert zei: schilderen is vragen stellen.

De redacteuren van het Financieele Dagblad stellen zichzelf eveneens vragen. Dat deden zij op speciale verwondercursussen. Het doel daarvan was wederom om tot meer creativiteit en originelere berichtgeving te komen, schreven zij in hun eigen krant. Als van ondernemingen wordt verwacht dat zij telkens met nieuwe, sprankelende ideeën naar voren komen om de concurrentie een slag voor te zijn en om te innoveren, dan moeten de journalisten dat zeker ook doen.

Uit dat zelfonderzoek kwam natuurlijk een belangrijke vraag naar voren: wat verstaan de lezers eigenlijk onder creativiteit? En wordt creativiteit bewust of onbewust gestimuleerd in een onderneming? Die vraag leidde tot het grote creativiteitsonderzoek,waarbij lezers uitgenodigd worden om hun mate tot verwondering, vrijheid en ideeënrijkdom te toetsen en te delen.

Gelukkig is creativiteit niet voorbehouden aan enkele speelse geesten. Iedereen kan het leren. Om te beginnen door te kijken hoe kinderen het aanpakken.

"Hij die een vraag stelt is dom voor vijf minuten;
hij die nooit een vraag stelt zal altijd dom zijn."
- Chinees spreekwoord

Verder lezen over het stellen van vragen:

donderdag 22 februari 2007

Steeds persoonlijker

De SP is weer op campagnepad en heeft een nieuwe viral movie ontwikkeld. In het filmpje, dat je per e-mail toegestuurd kunt krijgen, zie je behalve een olijk acterende Jan Marijnissen diverse keren je eigen naam prominent in beeld. 

Behalve de oproep om op de SP te stemmen, bevat het filmpje geen enkele politieke boodschap. Maar wel zit je als kijker verrast te kijken omdat je zo heel direct en persoonlijk aangesproken wordt. Hoe krijgen de makers dit in hemelsnaam voor elkaar? Hele slimme marketing.
De technische mogelijkheden zijn er, dus mediamakers maken er steeds vaker gebruik van. Zo roept het magazine Psychologie lezers op om eigen foto's op te sturen, waarmee je jezelf als model op de cover van het jubileumnummer kunt laten afdrukken. Zeepproducent Dove laat 'gewone vrouwen' zelf reclamefilmpjes maken. De media worden steeds persoonlijker, gewone mensen figureren steeds vaker als hoofdrolspelers.
Journalisten zitten ondertussen ook niet stil. Zij begrijpen dat zij niet langer hun verhalen als eenrichtingsverkeer richting lezer/luisteraar/kijker kunnen sturen. Redacteuren van het Haarlems Dagblad laten hun lezers zelf een stem uitbrengen over het evenement waar de journalist een verslag over gaat schrijven onder de naam "Verslag op verzoek". Weliswaar is de vorm nog heel eenvoudig, maar die zal ontwijfeld uitgroeien.
Ondertussen zien we ook steeds meer journalisten figureren als mensen van vlees en bloed. De Londense NOS-correspondent Tim Overdiek poseert in zijn weblog op 8 februari bijvoorbeeld apetrots met zonen en versgemaakte sneeuwpop. Ook journalisten worden steeds persoonlijker.

vrijdag 26 januari 2007

De afstompende wereld van Hip, Vet & Cool

De voortijdig schoolverlater, de hangjongere, de vandaal of de jongere die veel te veel drinkt.

Talrijke organisaties die zich met overheidsbeleid of welzijnswerk bezighouden, willen in contact komen met dit soort jongeren om hen te beteugelen of te vertellen hoe zij hun leefwijze moeten aanpassen. Maar de grote vraag waar zij allen over tobben, is hoe je contact komt met jongeren die nauwelijks nog kranten lezen en vooral veel communiceren in hun eigen wereldje: via sms, msn en games als World of Warcraft.

De Haagse politie probeert het met een speciale jongerenwebsite waarbij jongeren aangesproken worden met hip (?) taalgebruik als tipz en smooz. Het Openbaar Ministerie gaat met de Vetverkeerdkrant eveneens op de populaire toer. In dezelfde rijtje hoort ook Vetvuurwerk thuis, waarbij jongeren een iPod Nano kunnen winnen als ze hun verhaal vertellen wat ze zelf met vuurwerk hebben meegemaakt.

Bedrijven dienen vaak als voorbeeld, omdat zij al volop experimenteren met nieuwe media voor hun marketingdoeleinden. Ze plaatsen bijvoorbeeld een filiaal in Second Life of maken opmerkelijke filmpjes, die jongeren aan elkaar doorsturen. In navolging daarvan is Greenpeace ook een site begonnen om jongeren bewust te maken van milieuproblemen. Op de site staat onder meer een gek filmpje, waarbij een reuze-CO2NDOM over milieuvervuilende fabriekspijpen wordt heengetrokken. Leuk om aan je vrienden door te sturen. Daarnaast is er speciale Greenpeacemuziek te downloaden onder het motto You'd better listen. Maar is dat niet precies het probleem? Iedereen is maar aan het 'zenden', maar er is niemand meer om te luisteren. Het is veel te druk in de zapwereld van Hip, Vet & Cool.

Volgens mij worden jongeren enorm onderschat. Zij willen juist serieus genomen worden, zoals onder meer blijkt uit het succes van NRC Next onder jongeren. De krant krijgt klachten als er te veel lichte onderwerpen in staan, zware onderwerpen als aids en klimaatverandering blijken juist te scoren. Scholieren pleiten deze week zelfs voor extra lessen, want op school voelen zij zich vaak aan hun lot overgelaten. Als informatie voortdurend makkelijk verteerbaar en hip gemaakt wordt, is er geen klap meer aan.

zaterdag 20 januari 2007

Journalisten en lezers

NRC Next roept vandaag lezers op aan te geven welke boeken gerecenseerd moeten worden. In dezelfde krant vertellen journalisten vertellen hun eigen belevenissen tijdens de grote storm van gisteren in plaats van lezers daarover aan het woord te laten. De traditionele rolverdeling tussen journalisten en lezers - de een schrijft, de ander leest - vervaagt heel snel.

Waarom zijn lezers überhaupt nog geïnteresseerd in literatuurrecensies van specialisten? Een oordeel geven over een boek kunnen zij zelf ook wel, gezien de vele websites waarbij gebruikers een product de hemel inprijzen of afkraken. En waarom zou je als journalist eigenlijk nog stormervaringen noteren? Via allerlei andere media kan iedereen die zijn eigen verhaal belangrijk vindt, zijn ei volop kwijt. Business News Radio riep de luisteraars bijvoorbeeld op om alledaagse belevenissen met de storm voor de radio te vertellen.

Dat ik zelf als lezer toch nog recensies en stormverhalen wil lezen in mijn krant, dat is misschien nog wel het meest achterhaald.

woensdag 3 januari 2007

Zonder missers geen succesverhalen

Stuntelen is leuk. Laurel & Hardy, Mr. Bean en Bridget Jones zijn groot geworden met hun klunzigheid. En wat is er heerlijker dan te lezen over blunders en misstappen van bekende Nederlanders. Niet alleen uit sensatiezucht trouwens. Een misser maakt de VIP meteen een stuk menselijker en sympathieker.

In bedrijven en overheidsorganisaties zie je juist het omgekeerde. Managers grossieren in succesverhalen. Projectleiders venten hun best practices breed uit. Kortom: overwinningen mogen in de krant, terwijl missers worden bedekt met de mantel der liefde. Maar hoe vaker je zo’n opgepompt verhaal hoort, hoe vervelender het wordt om er naar te luisteren. Minstens zo erg is dat niemand het op den duur nog gelooft.

De succesverhalen en de best practices maken deel uit van het verhalenrepertoire waar iedere organisatie over beschikt. Daarnaast zijn er ook nog de officiële speeches en de formele visies die vertellen hoe het met de organisatie verder gaat in 2010 of 2015. Soms daadwerkelijk visionair en inspirerend, vaker opgeleukte braaftaal die geen enkel hart raakt.

Nee, dan de informele verhalen en roddels uit de wandelgangen. Vaak circuleren er levendige verhalen waarmee nieuwkomers ingewijd worden over gebeurtenissen uit de geschiedenis van de organisatie of over personen die tot de verbeelding spreken. Echte verhalen, die de essentie raken van vertellen: het opbouwen van spanning. Zonder helden en antihelden van vlees en bloed is er geen boeiend verhaal te bakken.

Verhalen mogen best over goede resultaten gaan, maar zeker ook over de tegenslagen die nodig waren om ze te bereiken. Zonder missers geen succesverhalen.

zondag 26 november 2006

Bladen voor mammoetjagers

Mannen lezen een roman zoals ze een handleiding bestuderen, terwijl vrouwen steun en troost zoeken in literatuur. Een afgrijselijk cliché, maar het werd recent wel bevestigd in het Taalpeilonderzoek 2006 van de Nederlandse Taalunie.

Mannen lezen sowieso andere boeken en -tijdschriften dan vrouwen, namelijk over science-fiction, geschiedenis, strips (Donald Duck schijnt ook veel volwassen abonneehouders te hebben) en hobby's. Als hij eenmaal gegrepen is door een onderwerp, laat hij het niet meer los. En nu we toch de clichés van stal gehaald hebben: dat is natuurlijk logisch, want sinds de oertijd zijn mannelijke hersenen geprogrammeerd voor de jacht van mammoeten. Als jager ben je zo gefocust op het neerleggen van dat dier dat je de rest van de wereld om je heen vergeet. Het beest heeft alleen inmiddels de gedaante aangenomen van een motor of een computer waar ze álles over willen lezen.

Toch zien bladenmakers vooral vrouwelijke lezers als groeimarkt. In de kiosk verschijnt het ene naar het andere blad voor kosmopolitische vrouwen, buitenlevendames en yogaliefhebsters. Vooral de 35-plusvrouwen vormen een doelgroep die in eindeloos veel sub-segmentjes kan worden opgedeeld. Niet zonder reden, want deze groep zit niet alleen aardig in de slappe was, maar is ook invloedrijk. In hun gezin geven ze volgens marketingdeskundigen in tachtig procent van de aankoopbesluiten de beslissende stem.

Ook relatiemagazines voor consumenten richten zich steeds vaker op vrouwen. Bladen van verzekeringsmaatschappijen brengen in hun artikelen over gezond leven bijvoorbeeld vooral vrouwen in beeld. Zij worden niet alleen gezien als de hoeders van een gezonde levensstijl, maar ook als degenen die uiteindelijk de besluiten nemen over een nieuwe polis.

Aangezien vrouwen bij aankopen vooral vertrouwen op het oordeel van andere vrouwen, hebben magazines het gedaante gekregen van vriendinnen. Esta, JAN of Linda verleiden ons tot de aankoop van nog meer cosmetica en accessoires. Ook de kranten transformeren steeds meer van een ‘meneer’ met gezaghebbende opinies in een vriendin met weblogs, discussiefora en videonieuws, waar eindeloos meninkjes worden uitgewisseld.

Wat veel bladenmakers over het hoofd zien, is dat de echte groeimarkt natuurlijk in mannenbladen en -boeken zit. Vrouwen kunnen toch wel doorkletsen (of chatten) via uiteenlopende media, maar de man met zijn passie heeft recht op zijn krant of tijdschrift waar die optimaal met weetjes en cijfertjes bediend wordt. Een plek waar hij zich uit kan leven met broeders, die óók in hun vrije tijd lijstjes van de beste popmuzieknummers maken, vliegtuigen spotten of desnoods Donald Ducks verzamelen. Met veel tips en handleidingen. En uiteraard met foto’s – het mannenoog wil ook wat.

Misschien is zo’n blad op het eerste gezicht niet commercieel interessant – de vrouw beslist immers toch. Maar waarschijnlijk is het wel de man, die spreadsheets bouwt en aan het rekenen slaat bij de jacht op de allerbeste nieuwe verzekeringspolis. Kan hij maar beter een magazine gelezen hebben met een vergelijkend warenonderzoek voor de allerbeste software om goed beslagen ten ijs te komen.


NB: In hetzelfde Taalpeilonderzoek noemen mensen Komt een vrouw bij de dokter van Kluun als het boek dat hun leven het meest ingrijpend veranderd heeft (op nummer twee staat de Bijbel!). Deze roman handelt over een succesvolle man wiens jonge mooie vrouw overlijdt aan borstkanker. Uit onmacht zoekt de hoofdpersoon zijn heil in vreemdgaan. Ben wel benieuwd hoe mannelijke lezers deze roman als handleiding lezen...

maandag 20 februari 2006

Overpeinzingen van een DISCO-vrouw

Wij 35-plus-vrouwen hebben carrière gemaakt, we hebben een eigen stijl ontwikkeld en vooral: we hebben geld. In ons gezin geven we in tachtig procent van de aankoopbesluiten de beslissende stem. In marketingjargon zijn we daarom DISCO-vrouwen: Discerning, Increasing years, Stylish, Comfortly Off.

Aangezien we bij onze aankopen vooral vertrouwen op het oordeel van andere vrouwen, hebben de commerciële bladenmakers bladen in het leven geroepen die als onze ‘vriendinnen’ dienst doen. In feite proberen bladen als Esta, La Vie en Rose, Sis, Red, Linda en al die andere nieuwe vrouwenbladen ons op die manier alleen maar te verleiden tot de aankoop van nog meer tasjes, gadgets, cosmetica en powersuits.

De bladenmarkt geldt als het werkterrein van de vrije journalisten, maar met die vrijheid valt het in werkelijkheid vies tegen. Ook de dagbladjournalisten moeten geleidelijk aan de commercie steeds meer ruimte geven. Een kwestie van overleven, nu alle kranten het uiterst moeilijk hebben. De rubrieksadvertenties hebben de kranten verloren aan Marktplaats en consorten, de personeelsadvertenties aan Monsterboard en nieuws aan Google-news. Ondertussen vergrijzen de lezers in rap tempo. In de dagbladwereld geldt het binnenhalen van een aantal 30-plussers als een verjongingsslag van de abonnees, vertelde een dagbladuitgever me onlangs. De gemiddelde leeftijd van een krantenlezer is namelijk 50-plus!.

Dagbladen zetten hun pagina’s wijd open voor de adverteerders. Moesten de ingezonden mededelingen tot voor kort voldoen aan strakke richtlijnen in een afgebakende ruimte, tegenwoordig krijgen de advertenties in kranten als het AD breed de ruimte. Net als bij publiekstijdschriften worden kranten steeds meer een ‘omgeving’ waar bedrijven gericht hun commerciële boodschap kwijt kunnen. De positie van de onafhankelijke journalistiek wordt daarbij steeds onduidelijker.

Als DISCO-vrouw zou ik me nu eigenlijk –geïnspireerd door mijn vrouwenbladenvriendinnen - moeten verdiepen in de nieuwe naturellook van komende zomer of de aanschaf van een nieuwe i-Pod. Ik voel me een fossiel dat ik daarentegen een dagblad lees. Nog wel.

woensdag 7 december 2005

FAQ's over schrijven

Wanneer ben je begonnen met schrijven?
Nou, zodra ik de pen kon hanteren waarschijnlijk. In de eerste jaren van de basisschool schreef ik liedjesteksten. Wanneer ik met verhalen begonnen ben, weet ik niet precies. Laatst heb ik in ieder geval een verhaal terug gevonden over de wilde avonturen van een sneeuwvlokje, dat ik geschreven heb toen ik een jaar of acht was. Later ben ik begonnen met dagboeken. Tussen mijn 12e en 18e jaar heb ik dagelijks enorme epistels geschreven.


Ben jij ook zo iemand die op de middelbare school al actief was op de redactie van de schoolkrant?
Nee, niet op de middelbare school. Wel heb ik in mijn studententijd in diverse redacties gezeten. Op primitieve wijze plakten en knipten we blaadjes in elkaar. Knutselen met heel veel typex en wrijfletters. En daarna dagenlang achter gammele stencilmachines. Ik wist trouwens al wel vroeg dat ik journalist wilde worden, zo ongeveer op mijn vijftiende. Hoewel ik toen ook nog andere beroepen voor ogen had - uiteenlopende beroepen als arts, biologisch analist en psycholoog - is de journalistiek toch altijd blijven trekken.

Waarom wilde je journalist worden?
Ik hou van schrijven, dat moge duidelijk zijn. Het is heerlijk om op pad te gaan (voor een interview of een reportage) en daarna daar al schrijvende nog eens je gedachten over te laten gaan. Zoeken naar een goede structuur, mooie beelden en verbanden. Op papier komt er ineens een lijn in allerlei losse dingen. Daarnaast koesterde ik allerlei idealen die ik al schrijvende hoopte te realiseren: de bestrijding van het Grote Onrecht.

Waarom is schrijven zo leuk?
Schrijven is ontdekken: wat is de geschiedenis van iets, welke verbanden zijn er te leggen? Schrijven is ook vorm en inhoud bij elkaar brengen. En met schrijven leg je je gedachten en belevenissen vast.


En de bestrijding van het Grote Onrecht?
Tja, misschien heb ik wel wat teweeg gebracht met al mijn interviews, commentaren en analyses voor de krant, maar dat was meestal voor mij niet zichtbaar. Als je de tongen weet los te maken, is dat al heel wat. Hoewel het leuk is om te ontdekken hoe je het gesprek van de dag kunt bepalen, vond ik dat nooit een doel op zich. Als je met schrijven al iets kunt bereiken, dan zijn het hele kleine beetjes. Maar de behoefte om te vertellen hoe de wereld in elkaar zit, waarom mensen doen wat ze doen en hoe ik daar over denk, die behoefte is niet verdwenen.

Kun je schrijven leren?
Voor een deel wel. Als je je ervan bewust bent dat je niet in één keer een perfecte tekst op papier hoeft te zetten, ben je al een heel eind. Een mooi verhaal vloeit nooit in een keer uit de pen, maar is het resultaat van kleine stapjes: een idee, de eerste globale opzet en de uitwerking. En daarna komt het aan op de afwerking: niet alleen mooier maken, maar vooral ook schrappen.
En verder is het vooral een kwestie van heel veel doen. Hoe meer, hoe soepeler je schrijfspieren worden!