Posts tonen met het label Politiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Politiek. Alle posts tonen

maandag 7 juni 2010

Hoe meer verwarring hoe beter

Strandwegwijzer met een twist: Holland als middelpunt van de wereld

Met onlogische oplossingen bereik je soms meer dan met de gebruikelijke brave aanpak. Hoe je betere resultaten oogst door het zaaien van extra verwarring.

Een agent krijgt een melding binnen dat een vrouw door haar ex-vriend mishandeld is.
Hij snelt naar de woning en ziet hoe een reus van een man het huis uit komt zetten. De man is blind van woede en stormt recht op de agent af. Wat moet de agent doen? De man op afstand houden met zijn dienstwapen? Proberen om de man in de boeien slaan? Alarm slaan en hulptroepen vragen?

In een fractie van een seconde besluit de agent het over een andere boeg te gooien. “Wáár heeft ze je precies geslagen?", vraagt hij aan de man. Ondanks zijn boosheid raakt de man in verwarring door deze opmerking. Huh, hij had zelf toch net een klap uitgedeeld? Deze verwarring is in dit geval genoeg om hem weer enigszins bij zijn positieven te brengen.

Deze gesprekstechniek staat bekent als verbale judo. Net als ‘gewone’ judo beweeg je mee met degene die boos is. Het gevolg hiervan is vaak dat de agressieve persoon bedaart en inziet dat hij te ver gegaan is. De agent zorgt tegelijkertijd voor een twist, die zijn tegenstander op het verkeerde been zet. En daardoor bereikt de agent via onverwachte hoek zijn doel.

Bij creatief denken kun je een onderwerp op een soortgelijke manier een twist geven, waardoor er een heel ander perspectief ontstaat. Daardoor kunnen er ineens nieuwe ideeën opborrelen of kun je nieuwe oplossingsrichtingen zien.

Neem de vergrijzing, dat in onze samenleving als een groot probleem beschouwd wordt. Doordat de babyboomers binnenkort in groten getale met pensioen gaan én steeds langer blijven leven, dreigen voorzieningen onbetaalbaar te worden.

Maar als je van standpunt verandert, kun je ook iets heel anders zien. Een machine met een langere levensduur is immers economisch zeer rendabel. Dus waarom zou voor mensen niet iets soortgelijks kunnen gelden? Dat mensen ouder worden, is juist zeer gunstig! Je kunt waarschijnlijk langer profiteren van hun kennis en ervaring. Ouderen blijven bovendien in veel gevallen een actieve rol in de samenleving vervullen, omdat ze langer lichamelijk gezond blijven. Je zou zelfs kunnen zeggen dat ouderen in economisch opzicht steeds 'goedkoper' worden.

Zo'n twist is vooral goed toepasbaar in situaties waarbij je iets als een vast gegeven aanneemt. Vroeger vond iedereen het heel normaal dat een vliegreis honderden guldens kostte. Totdat Easyjet voor een tientje vliegtickets ging verkopen naar Brussel, Londen en Parijs. Het bedrijf benaderde de luchtvaart op een totaal andere manier en wist de markt ingrijpend te veranderen.

Of neem Larry Beasley, ooit hoofd stadsontwikkeling van de Canadese stad Vancouver en nu wereldwijd adviseur op het gebied van stadsplanning -en ontwikkeling. Hoe groener en ruimer, hoe beter een stad, was de gebruikelijke gedachtegang. Beasley gooide het over een hele andere boeg. Hij promoot een dichte bebouwing van binnensteden, zodat steden niet eindeloos uitdijen en daarmee het open landschap aantasten. Met deze strategie veranderde hij Vancouver van een ingedutte provinciestad tot een van de meest leefbare steden ter wereld.

Bekijk je eigen probleem eens van een totaal andere kant.
Geef het een twist en bekijk wat er nog meer mogelijk is.


Hier lees je verder over nog meer omkeringen:

Nieuw boek: Lenig denken
Samen met Marenthe de Bruijne en Rineke Rust van Creasense schrijf ik het boek Lenig denken: een boek met ideeën en oefeningen voor het oprekken van je creativiteit. Bovenstaande aanpak is één van de manieren om je creatieve denkvermogen te vergroten. Dit boek wordt uitgegeven door Van Duuren Management. Meer informatie op www.lenigdenken.com.

Share/Save/Bookmark

vrijdag 10 april 2009

Doorwerken tot je 67e

Toen onze kennis Karel 56 werd, kreeg hij een gunstig aanbod van de directie om vervroegd uit het werk te stappen. Directie blij, want die zette met deze afvloeiingsregeling eenvoudig enkele honderden werknemers buiten de deur. Karel blij, want hij zou voortaan alle tijd hebben om aan zijn huis te klussen en fietstochtjes te maken.

Maar dat viel tegen voor Karel. Hij schoof het schilderen van de kozijnen steeds weer voor zich uit. Want wat maakte het uit of hij vandaag op de ladder klom of morgen? Een eindje fietsen was ook niet meer zo leuk als vroeger, want hij had geen doel meer voor die tochtjes.

Toen hij de gelegenheid kreeg om folders te gaan bezorgen, maakte hij daar gretig gebruik van. Ten opzichte van het salaris dat hij bij zijn vorige baas altijd verdiend had, waren de verdiensten voor de folders een fooi. Maar hij had tenminste weer een doel in zijn leven om zijn bed voor uit te komen, dus hij was er erg blij mee. Hij kan zich weer nuttig maken en houdt bij wat er in zijn bezorgwijk allemaal gebeurt.

Als de AOW-plannen van het kabinet doorgaan, zal ook de pensioengrens in de praktijk waarschijnlijk bij 67 jaar komen te liggen. Dat betekent dat in de toekomst mensen dik tien jaar later afscheid nemen van hun werkende leven dan Karel. Worden de lange doorwerkers daarmee beroofd van levensgeluk? Gelet op de ervaringen van Karel denk ik van niet.

woensdag 26 november 2008

Alice in politiek Den Haag


Toen Corrie Hermann in 1998 verkozen werd tot Kamerlid namens GroenLinks, volgde ik als verslaggever haar politieke entree. Op de verkiezingsavond waarde deze gepensioneerde GGD-arts in Den Haag rond als Alice in Wonderland, schreef ik de volgende dag in de krant. Hermann vond het geweldig om vergeleken te worden met het kleine meisje, vertelde ze me later. Het beroemde kinderboek van Lewis Caroll behoorde tot haar lievelingswerken. De passage over de Cheshire Cat, de grijnzende kat die in het niets kan oplossen, kende ze uit haar hoofd.

Lang bleef Hermann niet in de politiek. Ze ontmoette veel onbegrip dat ze als gezondheidsspecialiste in de Kamer geen enkele behoefte had om de strijd aan te gaan met minister Els Borst. De twee artsen begrepen elkaar als vakgenoten veel te goed.

Veel Kamerleden maakten zich druk over de citatenindex van het weekblad Intermediair, waaruit op te maken viel hoe vaak je in de media ‘genoemd’ werd. Bij diverse fracties voorspelde de plek op deze lijst je plaats op de kandidatenlijst voor de volgende verkiezingen. Zo niet Corrie Hermann, die op deze citatenlijst vrijwel onderaan bungelde.

Over dit soort Haagse belangrijkheden bleef ze zich verwonderen. Maar niet zoals Alice dat deed, denk ik achteraf. Eerder als de grijnzende Cheshire Cat.

vrijdag 21 november 2008

Baracks verhaal

Nu Barack Obama zo overtuigend de Amerikaanse presidentsverkiezingen gewonnen heeft, kun je overal lezen hoe het zover gekomen is. De hoop die hij de Amerikanen gaf. Of nee, toch eerder de manier waarop hij in zijn speeches die hoop onder woorden wist te brengen. Of nee, hij heeft eigenlijk de verkiezingen gewonnen omdat hij zwart was. Want daar komt het - kort door de bocht geformuleerd - toch wel op neer.

Obama beheerste de klassieke overtuigingsmiddelen uit de rhetoricakunst van Aristoteles - pathos, ethos en logos - tot in de puntjes. Hij was overtuigend, betrokken en gebruikte ingenieuze drieslagen om zijn argumenten kracht bij te zetten. Hij benutte zijn muzikale gevoel voor ritme en binnenrijm. Hij doorspekte zijn verhaal met passie en doorleefdheid. Dat kon hij ook, want hij schreef zijn - nu al legendarische - speeches grotendeels zelf.

Maar het allerbelangrijkste was toch wel dat hij gewoon een ijzersterk verhaal had. Een blanke moeder, een zwarte vader die al jong omkwam bij een auto-ongeluk, een scheiding toen hij 2 jaar was, opvoeding door zijn grootouders, buitengewoon slim als student en uiteindelijk president van Amerika. In deze verhaallijn is onmiddellijk het oer-Amerikaanse verhaal te herkennen van de krantenjongen die het tot miljonair schopt. En daarmee dring je rechtstreeks door in de harten van de kiezers.

Mijn eigen levensverhaal is niet zo spectaculair als dat van Obama, dus daarmee zou ik zelf bij de Amerikaanse verkiezingen beslist op achterstand staan. Al is het achteraf gezien wel een wonderlijke geschiedenis dat Obama won, juist omdat hij van zwarte en eenvoudige afkomst was. Nog niet zo lang geleden verkondigden Amerikawatchers in de journalistiek immers nog met grote stelligheid dat de Verenigde Staten nog lang niet toe zijn aan een president met een kleurtje. Wat een goed verhaal al niet kan doen.

zaterdag 25 oktober 2008

Lessen van het mislukte Innovatieplatform

Stel dat je aan het hoofd komt te staan van een bedrijf, dat in een uitputtende mondiale concurrentieslag steeds meer moeite krijgt om het voortbestaan van de onderneming veilig te stellen. Je legt een dringende opdracht op tafel om te innoveren, zodat de onderneming het marktleiderschap weer naar zich toe kan trekken.

Als manager weet je wat je te doen staat: zorgen voor focus, aandacht, tijd en sublieme communicatie. Je stelt multidisciplinaire tams samen, die naar vernieuwingen zoeken. Je draagt een krachtige visie op innovatie uit, je zorgt voor een goede uitwisseling van de beschikbare kennis en je beloont je medewerkers met de beste nieuwe ideeën. Bovenal zorg je voor een aangenaam en veilig werkklimaat, waar openlijk over fouten gepraat wordt. Want fouten zijn prachtige kansen tot vernieuwing.

Jan Peter Balkenende begon met een soortgelijke analyse van de verslechterde concurrentiepositie van de BV Nederland, toen hij premier werd. Het was de periode dat hij nog sprak van de terugkeer naar de VOC-mentaliteit en dat hij met veel bombarie het Innovatieplatform oprichtte. En daarna deed hij precies het tegenovergestelde wat een succesvolle innovatiemanager zou moeten doen. Hij stak er nauwelijks tijd in ("Het premierschap vergde veel meer tijd dan verwacht", zei zijn toenmalige secondant Jack de Vries) en zijn ministers strooiden zand in de machine. Uiteindelijk ging het Innovatieplatform ten onder aan onderling gekissebis en gepolder. Toen Balkenende moest erkennen dat het hele initiatief een mislukking was geworden, bezwoer hij de betrokkenen om alle miskleunen binnenskamers te houden. "Want negatieve publiciteit is wel het laatste dat we kunnen gebruiken."

Het valt allemaal na te lezen in het boek Het innovatieplatform. Innoveren in het centrum van de macht van voormalig secretaris Frans Nauta van het Innovatieplatform. Het boek is net verschenen en heeft inmiddels al de nodige deining veroorzaakt in politiek Den Haag. Via zijn website zijn enkele hoofdstukken te downloaden.

Bij alle vernieuwingen hoort weerstand. Daarom heeft innovatie alleen kans van slagen als de top de innovatie goed inzet en leidt, is één van de lessen die Nauta trekt. Misschien valt er uit de treurige geschiedenis van het Innovatieplatform dan toch nog een nieuwe kans te peuren: in een volgend kabinet heeft dit land een goede innovatiemanager nodig.

vrijdag 17 oktober 2008

Hapklaar afval

Uit 200 oude mobieltjes kan genoeg goud voor een complete trouwring worden gehaald, las ik ooit ergens. Zo'n uitspraak spreekt meer tot de verbeelding dan een verhaal over een grote afvalhoop van telefoontoestelletjes, die door hun gebruikers zijn afgedankt.

Het goud uit een mobieltje klinkt namelijk als een toetsbare uitspraak, mits ik goud zou kunnen omsmelten natuurlijk. Hoe meer je het idee hebt dat je het zelf kunt uitproberen, hoe geloofwaardiger de boodschap, stellen Dan en Chip Heath in hun boek De Plakfactor. Toegankelijke statistiek is daar een sterk middel voor.

Overtuigende details zijn ook goed, zoals in het volgende voorbeeld. Je zou misschien denken dat Tweede Kamerleden geoefende sprekers zijn, die absoluut niet bang zijn om de minister de oren te wassen. De zwarte plekken aan de randen van het spreekgestoelte in de Tweede Kamer spreken andere taal. De vlekken zijn het gevolg van angstzweet.

In onze samenleving worden veel discussies overheerst door emotie, vooral als het over veiligheid gaat. De kans op overstromingen is zo'n discussie, net zoals terroristische aanslagen en de kredietcrisis. In zo'n sfeer kom je als bestuurder of communicatiedeskundige niet ver als je alleen geruststellende woorden spreekt. Uitspraken als 'Het valt wel mee' en - nog erger - 'Ga rustig slapen' - werken in een emotionele sfeer als olie op het vuur.

Hoe moet het dan wel? Voor bestuurders is het beter om simpelweg de feiten voor het voetlicht te brengen, zeker als je de reële kans op gevaar als een hapklaar en behapbaar verhaal kunt presenteren. Met een detail, een treffende vergelijking of in een aansprekend symbool.

De mensen achter het nieuwe bedrijf Atoomstroom weten daar uitgekiend mee om te gaan. Dwars tegen de heersende publieke opinie in, die kernenergie taboe heeft verklaard, promoten zij atoomstroom uit Nederland en omliggende landen onbekommerd als het voordelige en klimaatvriendelijke alternatief.

Opmerkelijk is hun manier om het belangrijkste argument van de tegenstanders van kernenergie te tackelen, namelijk het afvalprobleem. Iedere nieuwe klant krijgt als cadeautje een piepklein vaatje kernafval, nagemaakt van plastic, dat te gebruiken is als sleutelhanger. Het formaat van het minivaatje laat de hoeveelheid kernafval per huishouden zien. Uit communicatieoogpunt een knappe zet.

vrijdag 13 juni 2008

Samen plannen maken: het dramaverhaal van de tolheffing

Samen dromen (Den Haag Sculptuur 2008)


"Je moet samen kunnen dromen", vertelde een mevrouw mij ooit, die veel verstand had van het samenbrengen van veel verschillende partijen. Anders kom je niet tot een gezamenlijk verhaal.

De mevrouw van deze uitspraak begeleidde onder meer instellingen die moeten samenwerken in een brede school, die allemaal te maken hebben met uiteenlopende regeltjes en bepalingen van allemaal weer andere ministeries. Hun achterbannen spreken allemaal verschillende talen. Als je samen een toekomstbeeld ontwikkelt waar iedereen zich achter kan scharen, kun je er toch uitkomen.

Zo'n gezamenlijke droom bindt alle betrokkenen en zorgt ervoor dat iedereen dezelfde kant uit gaat. Maar zo'n tot de verbeelding sprekende toekomstvisie moet vooraf vooral niet helemaal dichtgetimmerd zijn. Want het gezamenlijke optrekken is nóg belangrijker dan de visie zelf. Sterker nog, hoe concreter de plannen in het begin zijn, hoe groter de kans dat deelnemers voortijdig afhaken.

Hoe je zoiets tot een succes maakt, blijkt uit een reconstructie van de gebeurtenissen rond de tolheffing. De Universiteit van Amsterdam heeft enkele jaren geleden de 'dramaturgie van het filebeleid' bestudeerd, waaruit interessante lessen te trekken zijn over het vormen van draagvlak. De manieren waarop diverse kabinetten geprobeerd hebben om de files te bestrijden door een vorm van beprijzing, vormen een zeer moeizaam verhaal. Maar na geweldige weerstand is er nu toch behoorlijk veel draagvlak voor.

Hoe hebben ze dat in hemelsnaam voor elkaar gekregen? Voor mij interessante kost, want ik stond er destijds met mijn ogen als verslaggever bovenop toen oud-minister Netelenbos finaal de mist inging met haar plannen om automobilisten voor spitsgebruik te laten betalen. Haar ambtenaren vonden tolheffing een uitstekend idee, want uit buitenlandse ervaringen bleek dat het buitengewoon gunstige effecten had op de spreiding van het verkeersaanbod. Netelenbos had de grote steden zover gekregen dat die haar plannen steunden voor tolheffing door ze een flinke zak met geld aan te bieden. Ik zie nog de triomfantelijkheid voor mijn geestesoog, waarmee Netelenbos die overwinning in hotel Des Indes bekendmaakte. Maar door een grootscheepse tegencampagne van de ANWB en de Telegraaf kwam er nooit iets van terecht. Tineke is de geschiedenis in gegaan als Tineke Tolpoort.

De gebruikte namen zijn cruciaal geweest bij de mislukking van het plan, blijkt uit de studie. Bij tolpoort dacht het publiek aan een daadwerkelijke poort, net zoals de onpopulaire péages op de Franse tolwegen. Terwijl het in werkelijkheid om elektronische poorten ging, die je als bestuurder helemaal niet opmerkt.

De ANWB had bij zijn tegencampagne een veel slimmere keuze gemaakt in de beeldspraak. Deze volksorganisatie - die zich ineens opwierp als de belangenclub van de automobilist - gebruikte de melkkoe als metafoor. "De automobilist wordt uitgemolken", heette het. Wat maar een deel van het verhaal was, want de motorrijtuigbelasting zou worden afgeschaft.

Later werd de commissie Nouwen aan het werk gezet, die een nieuwe oplossing moest bedenken voor de vastlopende snelwegen. Uitgerekend Paul Nouwen, eerder als ANWB-voorzitter juist dé grote tegenstander van tolpoorten, kwam met de oplossing om tot spitsheffing over te gaan. Hij noemde het echter geen tol- of spitsheffing meer, maar sprak van 'knelpunten' en 'tarieven'. Andere beeldspraak leidde ertoe dat het probleem voor iedereen ineens helder en behapbaar werd. En nu was er ineens wél volop steun voor dat idee.

Ander taalgebruik dus, maar ook een andere aanpak. Want er was nu ook een gezamenlijke droom. Alle leden van de commissie Nouwen schaarden zich achter de wens dat er een nieuw systeem moest komen dat de motorrijtuigbelasting zou vervangen. Verbetering van mobiliteit én voldoende maatschappelijk draagvlak, daar kon werkelijk iedereen zich in vinden. Meer details had de droom in het begin niet.

De club van Nouwen kwam diverse keren bij elkaar om die visie verder uit te werken. Dat proces van gezamenlijk nadenken, discussiëren en onderhandelen rondom een gezamenlijk eindbeeld was van cruciale betekenis. Het samen optrekken leidde tot krachtige samenwerking. Het hielp ook dat Nouwen de leden van het platform strikte afspraken liet maken: alles ten dienste van het samen plannen maken! Niemand spreekt met de pers voordat het advies officieel is uitgebracht. Iedereen spant zich maximaal in om de eigen achterban na het uitbrengen van het advies te overtuigen. En geen enkel lid mag zich laten vervangen door een ander.

Sindsdien wordt er over kilometerbeprijzing gesproken in plaats van over tol- of spitsheffing. Zoals het logisch is dat je voor een vakantiehuisje in het hoogseizoen een hoger tarief betaalt, zo is het ook vanzelfsprekend geworden dat een automobilist extra betaalt voor het gebruik van de weg tijdens de spitsuren.

Woordkeuze en groepsvorming als cruciale elementen. Maar ook verhaalvorming. De enorme clash van Netelenbos met de automobilistenlobby spreekt na al die jaren nog steeds tot de verbeelding. Die ruzie maakte daarna wel de weg vrij voor inkeer en bereidheid tot samenwerking. Nouwen bedacht daarvoor een heuse nieuwe storyline.

En zoals in veel verhalen loopt het na een dramatisch hoogtepunt aan het eind dan toch goed af. Als zich geen nieuwe beren op de weg begeven, tenminste. Dat is dan weer een nieuw verhaal.

Visievorming in transitieprocessen, evaluatieonderzoek in opdracht van Milieu- en Natuurplanbureau/RIVM rond de casus 'de dramaturgie van het filebeleid: rekeningrijden, kilometerheffing, kilometerbeprijzing'. Universiteit van Amsterdam, 2005


donderdag 20 maart 2008

Poedertjes, smurfen en worteltjes

Er zijn mensen die bedacht hebben dat Colin Powell - in 2003 de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken - tijdens zijn rede voor de VN Veiligheidsraad over het gevaar van Irak een buisje antrax bij zich moest hebben voor het theatrale effect. Het tv-programma Tegenlicht onthulde deze week in de aflevering 'de verkoop van een oorlog' dat het buisje slechts een onschuldig talkpoedertje bevatte, maar desalniettemin een verpletterende indruk maakte.

Er zijn mensen die achter hun bureau bedacht hebben een smurfenrage te ontketenen om daarmee de verkoopcijfers van Albert Heijn op te stuwen. Zij bedachten ook dat de 29 miljoen smurfen onherkenbaar verpakt moesten worden om zo een forse ruilhandel op gang te brengen. (Helaas is er niet nagedacht over de milieugevolgen van 29 miljoen plastic nutteloze stukjes verpakkingsmateriaal.)

Er zijn mensen die bedacht hebben om worteltjes toe te voegen aan het keuzepakket Happy Meal van McDonalds. Zo kan de hamburgergigant laten zien wel degelijk gezond voedsel aan te bieden. Zij bedachten wellicht ook dat geen enkel kind daar in trapt. Want welk kind kiest er nu voor worteltjes als deze groente samen met danoontje ondergebracht is in de categorie 'toetje'?

vrijdag 25 januari 2008

Een eenvoudige doch voedzame maaltijd in Almere

'Nou, dit mag dus binnenkort niet meer', zeggen raadsleden grijnzend, terwijl ze een portie aardappelgratin, gemengde groenten, een lapje varkensfricandeau en een halve vegetarische tortilla opscheppen. 'Wat mij betreft komt ze er hier niet meer in', zegt burgemeester Jorritsma, voordat ze nog een extra stukje tortilla met guacamolesaus gaat halen. 'Dan gaat ze maar voor de vergadering even bij de McDonalds zitten eten.'

Een donderdagavond in het stadhuis in Almere. De raadsleden komen wekelijks om 19.00 uur bijeen voor de Politieke Markt. Vanavond gaat het over de raadsleden zelf. Voorafgaand aan de vergaderingen kunnen de raadsleden een hapje mee prikken in het restaurant. De fractie-Molina (voormalig lid van de fracties van VVD en GroenLinks en sinds kort éénvrouwsfractie) vindt het schandalig dat de raadsleden daar niets voor hoeven te betalen. Zij heeft daarom een voorstel gedaan dat raadsleden voortaan zelf 10,50 euro neertellen als ze aanschuiven.

De serieuze journalistiek heeft weinig oog voor Almere, dat de komende jaren een enorme groeisprong doormaakt en daaraan miljoenen spendeert. Het politieke theater wordt daarentegen goed gecoverd. Vanavond belooft het volop te spetteren in het gemeentehuis. In de koffiekamer verheugt de cameraman van de regionale omroep zich op zijn veelbelovende avondklus.

Edwina Molina gaat op haar plaats zitten in de blauwe zaal voor de commissievergadering, waarin haar motie besproken wordt. Een statige vrouw met zwart kroeshaar en een grijze kuif, die een goed verzorgde indruk maakt. Op de volle publieke tribune schuift de burgemeester aan. 'Ik kom er toch maar even bij zitten', zegt ze.

Een 60-plusser heeft zich gemeld als inspreker voor deze vergadering. Hij vindt het schandalig dat de gemeenteraadsleden gratis mogen eten, terwijl bejaarden nauwelijks rond kunnen komen en in een aantal gevallen aangewezen zijn op de Voedselbank. 'De oudere mensen hebben dit land opgebouwd', zegt de man. Gesnuif op de publieke tribune. 'Pff, goed dat mijn moeder dit niet hoort', zegt een raadslid.

De raadsleden wijden geen woord aan de bejaarden en de voedselbank, maar richten hun pijlen volledig op Molina. Waarom heeft ze 'het eten uit de grote ruif' nooit aan de orde gesteld toen ze nog fractielid was van de VVD of GroenLinks? Heeft het voorstel misschien iets te maken met de 'kassakwestie', toen Molina onlangs enkele tientallen gasten wilde laten mee eten?

Molina haalt getergd uit naar haar aanvallers, vooral naar de uitvreters van de PvdA-fractie. De voorzitter probeert haar het woord te ontnemen en schakelt diverse keren haar microfoon uit, maar Molina laat zich niet stoppen. Daarop volgen chaotische taferelen vol heen- en weer geschreeuw. Toehoorders kunnen daaruit alleen nog opmaken dat alle sprekers 'respect' opeisen. Even ziet het er naar uit dat ze elkaar niet alleen verbaal te lijf gaan, maar ook elkaar aan de revers over de vergadertafel zullen trekken.

Zover komt het niet. Op het nippertje slaagt de voorzitter er in om de orde te herstellen. Bij de stemming blijkt dat geen enkele fractie enige steun geeft aan het voorstel van Molina. Alle partijen vinden de verstrekking van de 'sobere doch voedzame maaltijd' behoren tot een redelijke vergoeding voor het raadswerk. Als er iemand verspilling te verwijten is, dan is het Molina zelf, meent Leefbaar Almere. De tienduizenden euro's die gespendeerd moeten worden vanwege Molina's derde overstap in twee jaar ontneemt haar het morele recht om deze kwestie aan de orde te stellen.

Molina laat zich niet uit het veld slaan door de rest van de raad. Zij vindt het tot haar missie behoren om deze misstanden te agenderen, vindt ze. En voortaan zal ze de maaltijden uit eigen zak betalen. Dat de gemeente het geld niet wil innen, neemt ze voor kennisgeving aan.

Na afloop bergt de cameraman tevreden zijn apparatuur op. 'Dit kan ik integraal uitzenden!', laat hij triomfantelijk weten. De lokale politici komen op deze avond alweer niet van hun slechte naam af.


zaterdag 5 januari 2008

Groene beloften


De provincie Zuid-Holland heeft deze week 5,6 miljoen euro uitgetrokken voor het opknappen en hergebruik van oude bedrijfsterreinen. Een mooi begin, maar helemaal als de provincie ook op de rem gaat staan als het om het uitgeven van nieuwe bedrijfsterreinen gaat. Vrijwel alle politieke partijen beloofden dit vorig jaar immers in hun verkiezingsprogramma's.

Tot nu toe zijn gemeenten en provincies nog altijd reuze ruimhartig als het gaat om het uitgeven van terreinen aan bedrijven. Want stel je voor dat er een geweldige onderneming langskomt met een enorm potentieel aan werknemers in zijn kielzog, dan wil je die als lokale overheid toch geen nee verkopen? Dus brengen zij het bedrijvenpark alvast in gereedheid, zodat die eventuele ondernemer in een gespreid bedje kan stappen.

Helaas doet de buurgemeente hetzelfde. Als we zo doorgaan, hebben over vijftien jaar een enorm overschot aan bedrijventerreinen, heeft de VROM-raad vorig jaar berekend. Maar de weilanden zijn dan wel omgeploegd.

Extra wrang is het dat het nog nooit bewezen is dat deze manier van werken wel extra werkgelegenheid oplevert. Natuurlijk zal verplaatsing naar een bedrijventerrein bepaalde bedrijven wel de gelegenheid geven om hun vleugels uit te slaan en op die manier meer mensen in dienst te nemen. Maar hoe vaak gaat het niet simpelweg om de verplaatsing van een verouderd terrein naar een nieuw terrein met veel lagere grondprijzen of bedrijvenlokpremies?

Als de voorspellingen uitkomen, worden juist de bedrijventerreinen aan de randen van de stad de zorgenkinderen van de toekomst. Want als het bedrijf zijn lelijke blokkendoos verlaat en naar elders verhuist (gelokt door een nóg goedkopere vestigingslocatie), wie wil het bedrijfspand dan overnemen?

Veel beter dan uitbreiding van bedrijventerreinen aan de randen van de stad is het hergebruik van bestaande industrielocaties bínnen de stadsgrenzen. Echte zware industrie hoort daar natuurlijk niet thuis, maar veel industriële activiteiten zijn ondertussen toch al naar uithoeken als Delfzijl, Polen of verder verhuisd. Wat in Nederlandse steden overblijft, zijn dienstverleners in kantoren. Die geven weinig overlast en zitten graag in een stedelijke omgeving.

Sinds de jaren zestig hebben we bedrijven naar de industrieterreinen verbannen. De jongste trend is juist om wonen en werken weer te mengen. Verouderde industrieterreinen worden weer nieuw leven ingeblazen met sportvoorzieningen, eetgelegenheden, onderwijsinstellingen en meubelwinkels, maar ook met woningen. Woningen en bedrijven staan weer dwars door elkaar, net als in het begin van de vorige eeuw. Het zorgt er hopelijk voor dat toekomstige bedrijventerreinen wat minder doods en lelijk worden.

woensdag 22 augustus 2007

De teloorgang van een bijna-monument

Het ministerie van Financiën wordt binnenstebuiten gekeerd. Nu de renovatie in volle gang is, kijken voorbijgangers dwars door het geraamte van betonnen palen naar de kale binnenkant van het gebouw. Maar ook als de bouwwerkzaamheden volgend jaar voltooid zijn, zal het gebouw zich meer bloot geven dan ooit. De hoekpunt en de bovenkant worden namelijk voorzien van glazen voorzetstukken (illustratie linksboven). De ene binnentuin krijgt een glazen overkapping, de andere wordt een openbare groene ruimte (rechter illustratie). Op de Korte Voorhout komt bovendien een doorgang, zodat de binnentuin in de traditie van de Haagse hofjes komt te staan. Het gesloten karakter van het gebouw wordt er letterlijk mee opengebroken.

Maar vooral past het gebouw naadloos in een nieuwe traditie: open, krachtige en effectieve bouwwerken, die het gewenste imago van overheidsinstellingen dienen uit te stralen. Niet voor niets zijn het gebouw van de Tweede Kamer en de nieuwe ministeries van VROM en OCW toonbeelden van transparantie.

Historische blunder
Maar waarom is er in dat licht niet radicaal gekozen voor vernieuwing in plaats van het opnieuw aankleden van een betonnen skelet? Met het neerhalen van het oerlelijke gebouw van Financiën had de rijksoverheid namelijk niet alleen een geweldige kans gehad om een toegankelijk en aansprekend nieuw gebouw te presenteren bij de entree tot de Haagse binnenstad, maar ook om een historische blunder recht te zetten. Nog even wachten, en dan kan ook de Amerikaanse ambassade hopelijk neergehaald kan worden. En dan krijgt het Voorhout eindelijk weer helemaal zijn stijlvolle allure terug.

De schijn van geldsmijterij was zeker een argument voor het departement om het beton toch te laten staan. De overheid dient zuinig om te gaan met geld uit de schatkist, zeker als je als ministerie van financiën daarvan zelf de bewaarder bent. Daarnaast was de oorspronkelijke aanleiding voor de renovatie alleen een probleem met de klimaatinstallatie. Dat probleem bleek zo ingrijpend, dat een beperkte opknapbeurt niet afdoende was. Maar een heel gebouw neerhalen om tot een betere klimaatbeheersing te komen, was ook teveel van het goede.


Achteloze omgang
Wat bijna niemand weet, is dat er achter de schermen ook een heftige discussie is gevoerd over schoonheid, smaak en cultureel erfgoed. Het oude ministerie van Financiën mocht dan ogen als een foeilelijke grijze vesting, Jo Coenen keek er in zijn functie als rijksbouwmeester (2000-2004) met andere ogen tegenaan. Het robuuste gebouw is in Nederland namelijk één van de weinige bouwwerken in de stijl van het Brutalisme (afgeleid van de Franse term voor ruw beton: beton brut). Het ontwerp van de toenmalige rijksbouwmeester Jo Vegter en RGd-architect Mart Bolten - dat in 1975 opgeleverd werd - geldt zelfs als een van de beste voorbeelden van deze bouwstijl in Nederland.
Omdat Coenen zich zorgen maakte over de achteloze omgang met naoorlogse architectuur, selecteerde hij het bouwwerk als een van de overheidsgebouwen met een hoge architectonische en consistent doorgevoerde waarde die een beschermde status verdienen. Ook de door Mien Ruys ontworpen binnentuin, met de voor haar zo karakteristieke bielsen en vijverpartijen, is volgens Coenen het behouden waard.

In 2001 besloot het ministerie van Financiën tot renovatie. Onder politieke druk werd de renovatie uitgevoerd in de vorm van een PPS-project. Het ontwerp, de bouw, financiering, onderhoud en uitvoering werden volledig aan marktpartijen uitbesteed. Met DBFMO (Design Build Finance Maintain Operate) gooide het departement in de aanbestedingswereld hoge ogen.

Ontzag
Maar ja, die architectuur. Jo Coenen had het gebouw ondertussen wel het predikaat van ‘bijna-monument’ bezorgd. Dit was weliswaar geen wettelijke status, maar hiermee sprak Coenen wèl de verwachting uit dat het gebouw bij het bereiken van de 50-jarige leeftijd de monumentenstatus zal krijgen. Het was dus zaak het gebouw niet voortijdig te verknallen. “De ruwe stijl, onder meer gewapend beton dat in het zicht blijft, heeft eerlijke uitstraling dat ontzag inboezemt”, zei minister Sybilla Dekker in juli 2006 in een toespraak. “Dat karakter moet tijdens de renovatie van het gebouw behouden blijven.”

Niet dus. Want de enorme metamorfose die het gebouw nu ondergaat, lijkt die uitspraak volledig te ondergraven. Waar het brutalisme zich kenmerkte door het onbedekt laten zien van ruwe materialen, worden er nu glazen constructies aan het pand toegevoegd die er een hele andere uitstraling aan geven. Een zilverkleurige verf bedekt de grauwe, maar zo typerende betonkleur. Zelfs de typerende vijvers van Mien Ruys met hun uitgekiende reflecties en bijpassende kunstwerken (de foto hieronder) zijn volledig verdwenen.

Van een gesloten vesting wordt het gebouw nu helder, transparant, licht en luchtig. Het naar binnengekeerde karakter verdwijnt. Dat past inderdaad in de tijdgeest van 2007, maar met brutalisme heeft het niets meer te maken.

En de rijksbouwmeester? Die trok zich in oktober 2004 terug uit het proces, omdat de architectonische kwaliteit in deze vorm van aanbesteding niet kon worden gewaarborgd. Mels Crouwel nam zijn plaats in als nieuwe rijksbouwmeester.

Onenigheid
Inmiddels heeft het aannemersconcern Safire (dat staat voor Samen Financiën Renoveren!) een Europese nominatie gekregen voor de innovatieve en duurzame wijze, waarop de renovatie gestalte heeft gekregen. Maar het is ook een contractvorm die met name bedoeld is om projecten voor minder geld uit te voeren. In het huidige model heeft rijksbouwmeester onvoldoende mogelijkheden om zijn opvattingen in te brengen, concludeerde Heleen Geerligs in haar afstudeeronderzoek ‘De rijksbouwmeester in DBFMO-projecten’. Bij deze wijze van aanbesteden kiezen de marktpartijen de architect. De rijksoverheid heeft geen enkele stok achter de deur om de kwaliteit van de architect af te dwingen.
Het nieuwe ontwerp oogt open en transparant, maar ondertussen is de onenigheid over de architectonische betekenis van het gebouw dus onder de tafel geveegd. Zo weerspiegelt het nieuwe gladgepolijste pand toch nog zijn werkelijke innerlijk. Want de 'brute eerlijkheid' van het beton zal in het gerenoveerde gebouw grotendeels weggewerkt zijn achter zakelijk glas en zilververf.

donderdag 24 mei 2007

Keuzevrijheid

"Heeft ie vandaag nou school of niet?"

Het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat zesjarige kinderen gewoon iedere dag naar school gaan, maar dat is het op onze school op dit moment bepaald niet. Niels heeft in mei vrijwel nauwelijks les. Behalve twee weken mei-vakantie en de vaste vrije dagen op Hemelvaart en Pinksteren waren er ook nog drie vrije dagen vanwege het recht op ATV-dagen. Van de leerkrachten wel te verstaan; niet van de ouders, van wie velen deze maand dan ook behoorlijk in verwarring zijn. Mei is een rampmaand voor werkende ouders, schrijft Intermediair deze week. En inderdaad. Ik heb 's ochtends al menige moeder tegen haar kroost horen zeggen dat ze maar mee moeten naar haar werk, omdat de schooldeuren voor de laagste groepen weer gesloten waren.

Theoretisch zou je als ouders kunnen besluiten de kinderen naar een andere school te brengen, die er een minder grillig vrije-dagen-beleid op na houdt. De kinderen iedere vrijdagmiddag vrij lijkt mij bijvoorbeeld stukken beter te organiseren voor ouders. Maar ja, dat doet vermoedelijk geen mens. Overstappen naar een andere school is voor kinderen ingrijpend, dus daar zijn gewichtiger redenen voor nodig dan het kunst- en vliegwerk dat ouders noodgedwongen moeten uithalen. Als je al op een andere school terecht kunt trouwens, want dat is in onze buurt bepaald geen vanzelfsprekendheid.

Keuzevrijheid in het onderwijs is dus niet zaligmakend. Dat is evenmin het geval voor vele andere diensten, die inmiddels aan de wetten van de marktwerking overgeleverd zijn. De banken bijvoorbeeld. Zouden er veel Postbank-klanten overstappen naar een andere bank, omdat ze zich niet thuisvoelen bij de ING? En waar moeten onzeker geworden ABN-Amro-klanten dan terecht?

Het kabinet heeft het woord privatisering taboe verklaard, stond deze week in NRC Next. Dan denken wij als burgers teveel aan vette auto's en dikke salarissen. En dat is niet de bedoeling. Liever spreekt men daarom over keuzevrijheid in de zorg. Maar als klant wil je gewoon een relatie opbouwen met een dienstverlener. Dat geldt zeker als het gaat om onderwijs of gezondheidszorg. Liever een goede verstandhouding met een vaste arts dan elke keer een nieuwe. Dan maar een stuk minder keuzevrijheid.

woensdag 2 mei 2007

Vogelgriepvrees en andere angsten

We kunnen opgelucht ademhalen, we zijn aan een pandemie ontsnapt. Voor wie het alweer vergeten was: ik heb het over de vogelgriep, die ons te grazen zou nemen en waardoor het maatschappelijke leven totaal ontwricht zou raken. Maar in het westen van Europa is er nauwelijks wat gebeurd. Minister Verburg van Landbouw heeft enkele weken geleden een groot deel van de voorzorgsmaatregelen daarom ingetrokken. Kippen en hun jonge spul mogen weer vrij rondscharrelen.

Was er nu tevergeefs een jacht op vaccins tegen de vogelgriep? Heeft de douane voor niets intensieve controles gehouden bij risicovluchten op Schiphol en boterhammen met vleeswaren in de containers gemikt? Is er overdreven veel paniek gezaaid? Of hebben al die preventieve maatregelen juist hun vruchten afgeworpen en zijn we daardoor aan de voorspelde catastrofe ontsnapt? Zeker weten doen we het nooit, maar ik vermoed dat er vooral veel overdreven angst is gezaaid. En de preventieve maatregelen boden vooral schijnveiligheid. De controlerende ambtenaren op Schiphol hadden vorig jaar in ieder geval niet het idee dat hun inbeslagnames van Turkse kaasjes en Thaise worstjes echt een uitbraak van vogelgriep kon voorkomen. Als dat virus zich over westelijke Europa zou verspreiden, zou het zich door douanecontroles zeker niet laten tegenhouden.

Behalve vogelgriep zijn ons de afgelopen jaren nog veel meer rampen voorspeld, die levensbedreigend dan wel ontwrichtend voor de samenleving zouden zijn. Aids zou in Europa ontstellend veel slachtoffers maken. Zure regen zou onze bossen vernietigen. De gekke-koeien-ziekte zou massaal overslaan op de mens. En zo is er een heel rijtje nare voorspellingen op te sommen, dat ons deed somberen over de toekomst.

De angst sloeg in ieder geval breed om zich heen. Uit vrees voor terroristische aanslagen hoorde ik mensen om mij heen vertellen dat ze voortaan niet meer met de trein gingen om zo de grote treinstations in de Randstad te omzeilen. Weldenkende mensen deden uit de doeken hoe ze voorraden voedsel en hout insloegen met het oog op het milleniumprobleem. Na de uitbraak van de legionella-epidemie in Bovenkarspel durfden vele mensen niet meer te douchen op campings en sportcomplexen.

Achteraf weten we dat het zo´n vaart niet gelopen is. Misschien was dat inderdaad dankzij de massale aanpassing van waterleidingen en grootschalige aanpak van het milleniumprobleem; in dat geval hartelijk dank daarvoor. Maar een andere verklaring is dat we niet zonder doemscenario's kunnen; desnoods maken we er één. Dat Irak kernwapens in zijn bezit heeft bijvoorbeeld. Dat er onlusten dreigen uit te breken in onze achterstandswijken (waar de werkloosheid, hygiëne, kindersterfte en alcoholmisbruik toch nog altijd veel minder ernstig zijn dan de achterbuurten van voorheen). Dat de zeeën en oceanen leeggevist worden. Of dat er bijna geen imkers meer zijn in Nederland, waardoor er straks ook geen bijen meer zijn, waardoor uiteindelijk de mensheid kan uitsterven, zoals NOVA deze week berichtte...

Het zou interessant zijn om te weten hoe we over een paar jaar terugkijken op de massale verontrusting over het CO2 probleem en de klimaatverandering. Wellicht verbazen we ons zeer over onze onrust, die ons ertoe bracht kostbare investeringen te treffen voor CO2 opslag, terwijl in arme landen stervende kinderen aan hun lot werden overgelaten. Het is net zoiets als de uitvergrote aandacht voor zelfmoordcommando´s in Israel , terwijl het verkeer daar jaarlijks veel meer slachtoffers maakt, zoals voormalig correspondent Joris Luyendijk meldde. Wie weet blijkt over een paar jaar dat de CO2 als voedingsstof voor planten juist voor enorm weelderige natuur heeft gezorgd...

donderdag 26 april 2007

Verplichte opvang

Op weg naar de kindertop op 6 juni praat staatssecretaris Dijksma van onderwijs met leerlingen, ouders, leidsters en scholen over kinderopvang. Op een speciale website kunnen ouders hun mening daarover kwijt, want het kabinet luistert momenteel naar de mensen in het land.

De verwachtingen van Dijksma over onze bijdrage aan die discussie zijn hoog, want ze wil het over een betere kwaliteit van de opvang hebben. Ze leeft daarbij kennelijk in de veronderstelling dat de toegankelijkheid van de kinderopvang inmiddels goed geregeld is. De Tweede Kamer heeft immers per wet verordonneerd dat iedere school met ingang van komend schooljaar buitenschoolse opvang moet aanbieden dan wel inhuren.

Nu kon iedereen al zien aankomen dat de werkelijkheid weerbarstiger is. Schoollokalen zijn vaak niet geschikt voor naschoolse opvang, nieuwbouw is te duur en andere locaties zijn meestal niet snel voorhanden. De buitenschoolse opvang waar onze kinderen naar toe gaan, huist al drie jaar in een noodlocatie. Binnenkort gaat ook dit historische maar uitgeleefde gebouw tegen de vlakte om plaats te maken voor nieuwbouw. De buitenschoolse opvang moet dan weer op zoek naar een tijdelijke vervanging van het tijdelijke onderkomen... En dat is al moeilijk genoeg, dus uitbreiding van het aantal kindplaatsen zit er zeker niet in.

Ondertussen heeft onze school braaf onze opvangbehoefte gepeild. Wát er precies gepeild is, is trouwens uiterst vaag. Het formulier vroeg alleen maar naar de behoefte aan opvang voor of na school. Maar de meeste ouders met die behoefte hebben zelf inmiddels al een andere oplossing gevonden, dus het is nog maar de vraag of zij die oplossing wel willen inruilen tegen buitenschoolse opvang.

Met die eenvoudige peiling en wat overleg met de stichting voor buitenschoolse opvang heeft onze school aan zijn wettelijke verplichtingen voldaan. Zoals te verwachten viel, hebben die acties niets opgeleverd, wat de school een vrijgeleide geeft om alles bij het oude te laten. Zonder geschikte ruimte beroept de school zich op overmacht.

Als ouders zien wij natuurlijk met eigen ogen dat de beschikbare huisvestingsmogelijkheden inderdaad uiterst beperkt zijn. Maar ja, wat heb je dan aan zo'n wet? En waarom zouden wij dan meepraten met Dijksma over de Kindertop? Natuurlijk sturen wij onze kinderen met een gerust hart naar de opvang, want de kwaliteit is gelukkig dik in orde. Het zijn superleider en -leidsters, die immer enthousiast zijn. Maar basisvereiste nummer 1 - een goede, multifunctionele ruimte dicht bij school - lijkt hier een haast onbereikbaar ideaal.

Dáár zou de staatssecretaris nu eens wat aan moeten doen...

woensdag 25 april 2007

Niets te verliezen en toch bang

Ambtenaren zijn net mensen. Ze zijn dienstbaar, gedreven, vaak verbazingwekkend loyaal, maar ook bang. Hun kritiek op het reilen en zeilen op het departement durven ze best te uiten. Maar als puntje bij paaltje komt, zijn de minister en staatssecretarissen heilig.

En dat terwijl bewindslieden net zo bang zijn als zij. De staatssecretaris, die net een paar dagen op het departement aan het werk was, hoorde ik zeggen: "Ik moet wel gauw mijn eigen lijnen uitzetten, want anders nemen mijn ambtenaren mij op sleeptouw in plaats van ik hen."

Ook topambtenaren zijn bang. Onlangs aanschouwde ik hoe één van hen met trillende hand een door anderen gecomponeerde tekst voordroeg. In de discussie hield hij zich staande, maar na afloop wiste hij wel het zweet van zijn voorhoofd af. Een andere directeur belde me vlak voor zijn vertrek naar het buitenland nog op om te vertellen dat zijn directoraat toch echt heel erg belangrijk was voor de welvaart van Nederland in het algemeen en de toekomstige kennissamenleving in het bijzonder. Of ik dat nog maar even wilde 'meenemen' in mijn artikel, want het bestaansrecht van zijn directoraat staat ter discussie...

Toch zijn bewindslieden en ambtenaren ook goede overlevers. Dat blijkt wel uit het feit dat de rijksoverheid almaar groeit in plaats van krimpt. Desnoods richten ze een nieuw directoraat op, omdat het ministerie nog een eigen 'hobby' nodig heeft om zich te profileren (weer zoiets dat ambtenaren wel graag vertellen, maar bij nader inzien niet publicabel achten).

Allen zijn nu bang voor de secretaris-generaal Roel Bekker, in de wandelgangen ook wel Sonja Bekker genoemd vanwege de afslankoperatie van de overheid die hij mag leiden. Roel komt over als een uiterst aimabele man, die in zijn vrije tijd een fanatiek verzamelaar van rode autootjes is. Niet als een boeman, die 15.000 ambtenaren naar de slachtbank zal leiden.

Toch is er iets eigenaardigs aan de hand met die operatie om de rijksoverheid grondig op de schop te nemen. Vraag de rijksambtenaar op de man/vrouw af of zo'n grote inkrimping wel mogelijk is bij de rijksoverheid, en hij/zij zegt in vele gevallen hartgrondig ja. Velen zien met eigen ogen hoe ambtenaren vooral elkaar bezighouden, al was het maar met veelvuldig overleg over taakafbakening of de mogelijkheden om taken ineen te schuiven. Daar kan best het nodige uit weggesneden worden, vinden ze zelf.

Maar ja, als je bang bent voor het voortbestaan van je eigen baan, zeg je zoiets niet. Gelukkig weten ambtenaren van elkaar dat anderen net zo angstig zijn als zijzelf. En dat het uiteindelijk niet zo'n vaart loopt met die bezuinigingen. Omdat de politiek altijd wel weer nieuwe wensen formuleert, waar ambtenaren voor nodig zijn om die te verwezenlijken. Zo lang de politiek met regels en wetten het land op orde probeert te houden, zijn ambtenaren verzekerd van een gunstig toekomstperspectief.

zaterdag 17 maart 2007

De eeuw van mijn dochter

Gezellige braderietjes, gebaren als schouderklopjes, veel fatsoen-moet-je-doen en gesloten gordijnen, want met het griezelige buitenland hebben we niets meer te maken. Dat is het land dat Bianca Balkenende graag ziet.

Tenminste, als we Ilja Leonard Pfeiffer mogen geloven, die een toneelstuk geschreven heeft over wat er gebeurt als Jan Peter Balkenende zijn idealen over verantwoordelijkheid nemen, brave compromissen en burgermansfatsoen een jaartje of twintig in de praktijk heeft kunnen brengen. In het toneelstuk "De eeuw van mijn dochter" van Annette Speelt heeft JP in 2027 als grote Vader des Vaderlands net het tijdelijke voor het eeuwige verwisseld. De weduwe-Balkenende is er daarna alles aan gelegen om Nederland geheel bij het oude te laten. Als opoffering voor de rust in het vaderland is ze zelfs bereid om het leven te delen met de beroemde maar ijdele acteur Jeroen Krabbé, die als geen ander kan spélen dat alles kalm en vredig is in Nederland.

Op het eerste gezicht is het hele toneelstuk één grote grap vol parodiërende verwijzingen naar de actualiteit ('Ik ben niet links, ik ben niet rechts, maar recht door zee', declameert de weduwe Balkenende als een reïncarnatie van Rita Verdonk.) Haar nietsontziende tirade is ontzagwekkend en vermakelijk tegelijk. De archaïsche alexandrijnen waarin de hele tekst gegoten is, maken het stuk soms zelfs hilarisch. Maar al snel kom je er achter dat het stuk juist een loopje neemt met de fictie en verrassend actueel en "écht" is. Zelfs de opgeblazen titel De eeuw van mijn dochter blijkt niet verzonnen. Het is namelijk de titel van een rede die Balkenende in 2005 daadwerkelijk uitgesproken heeft en die in een notendop zijn gedachtengoed samenvat.

In de visie van de toneelschrijver laat het Nederlandse volk zich gemakkelijk in slaap sussen door een stel politici, die vooral bezig zijn om de schone schijn op te houden. Naar buiten toe tonen zij hun zachte, meelevende kant: ze houden er van om 'de boel bij elkaar te houden' en dragen immer eenheid en optimisme uit. Maar ondertussen handhaven ze fatsoensnormen met harde hand en tolereren ze geen politieke satire en zelfs geen leuzen met ellende-dat-rijmt-op-Balkenende.

De echte Jan Peter Balkenende is geen demagoog en zijn echtgenote al helemaal niet. Veel stellingen in het stuk zijn compleet over the top. Tegelijkertijd is alom bekend dat optredens van politici in real life inderdaad geheel gecontroleerd worden door imagodeskundigen en andere pr-adviseurs. Beeldvorming is een heilig goed. Van Wouter Bos die er altijd voor zorgt dat hij voor televisie-opnames midden tussen de mensen staat tot Balkenende, die behendig alle media ontwijkt waar hij al te kritisch bevraagd kan worden. De politiek in beeld brengen als een strak geregisseerde theatervoorstelling; dat is geen geinige parodie vol karikaturen, dat is onrustbarend écht.

De teksten van het toneelstuk zijn scherp, vilein en bij vlagen virtuoos. De grote vraag is natuurlijk of JP deze politieke satire tolereert, waar hij eerder heeft laten blijken dat hij dergelijke 'op de persoon gespeelde' stukken niet kan waarderen. De acteurs dagen hem in ieder geval wel uit om zijn ware gezicht te laten zien.

En wij, volk van makke schapen, wat doen wij? Weinig. De theatergroep zorgt voor een zeer ongemakkelijk einde, dat ons uiteindelijk behoorlijk met onszelf confronteert. En in dit geval trokken alleen nog maar de theatermakers aan de touwtjes...


Gezien: De eeuw van mijn dochter door toneelgroep Annette Speelt, vrijdag 16 maart 2007

donderdag 22 februari 2007

Wat er wél kan

Het optimisme spat er vanaf bij de leden van het kabinet Balkenende IV, dat vandaag op de treden van Huis ten Bosch stond. Ze gaan heerlijk samenwerken en het samen doen met de mensen van het land. Knetterspannend, vindt onze nieuwe verkeersminister Camiel Eurlings.

Het is gemakkelijk om daar cynisch over te doen, maar dat wil ik nu juist niet. Optimisme en idealisme hangen in de lucht. Mensen verlaten huis en haard om hun leven te wijden aan een goed doel of zoeken het in praktisch idealisme dicht bij huis. De trend is: niet meer dreigen wat er gebeurt als je niets doet, maar vertellen wat je wel kan doen om de wereld beter te maken, al is het maar een beetje.

Op deze manieren bijvoorbeeld:

  • Het kan wél: Onder dit motto laten bloggers dagelijks zien wat de mogelijkheden zijn om de zaken op een andere, positieve manier aan te pakken.
  • De idealen van Trouw: Dagblad Trouw biedt lezers de mogelijkheid hun eigen ideaal te realiseren. Een mooi voorbeeld van een simpel doch doeltreffend idee is de ontwikkeling van de Tassenbol: een bak met gebruikte plastic tassen, die supermarktbezoekers kunnen herbruiken.
  • Beautiful people: Een goed doel, dat ondernemers expliciet de hand reikt om zich te positioneren als maatschappelijk verantwoord ondernemer. Op de site krijgen zij eigen ruimte om in die rol reclame voor zichzelf te maken.
  • Het Samenlevingsportaal: De wijkalliantie geeft hierbij heel veel ideeën wat je zelf kunt doen voor betere veiligheid, minder hondenpoep, minder eenzaamheid en meer buurtgevoel.
  • Het Blijbedrijf: Maatschappelijk onderneemster Elena Simons geeft vrolijke en verrassende tips om mensen blij te maken. Vul eens de zakken van een zakkenroller met een aardigheidje, maak van whitepowergraffiti op schuttingen vrolijke bloemen en tover een verwaarloosd stukje groen in het geniep om tot een bont bloementuintje.
  • Het Stadsdiner: een leuke manier om mensen samen te brengen.
  • De overheid wil de strijd tegen het verlies van biodiversiteit niet voeren met het vertellen van doemverhalen, maar vooral mensen aansporen om op een leuke manier in actie te komen. Op internet word je bijvoorbeeld uitgedaagd om de Bio DaVersity Code te breken, een flashfilmpje met een vette knipoog naar The DaVinci Code.

Steeds persoonlijker

De SP is weer op campagnepad en heeft een nieuwe viral movie ontwikkeld. In het filmpje, dat je per e-mail toegestuurd kunt krijgen, zie je behalve een olijk acterende Jan Marijnissen diverse keren je eigen naam prominent in beeld. 

Behalve de oproep om op de SP te stemmen, bevat het filmpje geen enkele politieke boodschap. Maar wel zit je als kijker verrast te kijken omdat je zo heel direct en persoonlijk aangesproken wordt. Hoe krijgen de makers dit in hemelsnaam voor elkaar? Hele slimme marketing.
De technische mogelijkheden zijn er, dus mediamakers maken er steeds vaker gebruik van. Zo roept het magazine Psychologie lezers op om eigen foto's op te sturen, waarmee je jezelf als model op de cover van het jubileumnummer kunt laten afdrukken. Zeepproducent Dove laat 'gewone vrouwen' zelf reclamefilmpjes maken. De media worden steeds persoonlijker, gewone mensen figureren steeds vaker als hoofdrolspelers.
Journalisten zitten ondertussen ook niet stil. Zij begrijpen dat zij niet langer hun verhalen als eenrichtingsverkeer richting lezer/luisteraar/kijker kunnen sturen. Redacteuren van het Haarlems Dagblad laten hun lezers zelf een stem uitbrengen over het evenement waar de journalist een verslag over gaat schrijven onder de naam "Verslag op verzoek". Weliswaar is de vorm nog heel eenvoudig, maar die zal ontwijfeld uitgroeien.
Ondertussen zien we ook steeds meer journalisten figureren als mensen van vlees en bloed. De Londense NOS-correspondent Tim Overdiek poseert in zijn weblog op 8 februari bijvoorbeeld apetrots met zonen en versgemaakte sneeuwpop. Ook journalisten worden steeds persoonlijker.

donderdag 1 februari 2007

Politieke invloed

Een Kamerlid van een grote regeringspartij heeft wel eens zijn hart gelucht tegen mij dat hij zich ontzettend machteloos voelde in het parlement. Als backbencher had hij in zijn eigen partij weinig invloed en de bewindspersonen het vuur aan de schenen leggen was al helemaal een ondankbare taak. Tegen het ambtenarenapparaat van de minister en daarmee tegen de geweldige informatievoorsprong kon hij met zijn niet al te snuggere persoonlijke assistent nooit opboksen. Denk je een Kamervraag te stellen over een belangrijke kwestie voor jouw achterban, word je door de ambtenaren even zo vrolijk met een kluitje in het riet gestuurd. Dan kun je natuurlijk wel een nog intelligentere vervolgvraag stellen, maar je krijgt daar toch niet echt het gevoel van dat je daarmee de wereld verbetert.

Onlangs was ik aanwezig bij een gesprek tussen een minister en enkele ambtenaren. De minister - gepokt en gemazeld op zijn beleidsterrein - bekende dat hij het omgaan met de Tweede Kamer het allermoeilijkste vond van zijn vak. Als minister leef je in de ban van de Kamer en de pers, vertelde hij. Bij alles wat hij deed had hij in zijn achterhoofd of hij de Kamer meekreeg en wat de pers erover zou zeggen. Want als je iets verkeerds zegt, word je er genadeloos op afgerekend.

Deze week voerden we een debat met enkele ambtenaren, die op hun departement bekend staan om hun vrije manier waarop ze hun mening naar voren brengen. Doel van het debat was om te verkennen waar de grenzen van de vrijheid van meningsuiting precies liggen op een departement. Rijksambtenaren zijn hoogopgeleiden, die geleerd hebben om zorgvuldig over moeilijke dingen na te denken en problemen in dit land te helpen oplossen. Inhoudelijk moet je intern van mening kunnen verschillen om de inhoud van het beleid op een hoger niveau te tillen, vonden ze. Ook als dat een andere visie is dan de visie van de ambtelijke top of de bewindspersonen. Geen uitspraken waardoor de buitenwacht wild zal opschrikken, maar concrete voorbeelden mochten alleen in afgezwakte vorm in de uiteindelijke tekst komen te staan. Anders verlies ik mijn baan, liet een van de deelnemers geschrokken weten.

Wie heeft nou de macht in dit land? Het Kamerlid, de minister of de ambtenaar? Het lijkt alsof ze eerder elkaar in een angstgreep houden.

donderdag 26 oktober 2006

Stemwijzers

Eén ding is zeker. De stemwijzer spoort niet.

Op de stelling 'Dierenrechten moeten opgenomen worden in de Grondwet' drukte ik het knopje 'weet ik niet' in. En vervolgens krijg ik als stemadvies de Partij voor de Dieren! Voor de zekerheid heb ik nog even het verkiezingsprogramma van deze partij opgezocht. Negentig procent van het programma handelt over een betere positie voor dieren. Dan moet de enige stelling (van de dertig) die over dieren handelt, toch wel doorslaggevend zijn voor het bepalen van het stemadvies. In dit geval niet dus.

De meeste stellingen zijn trouwens enorm ongenuanceerd. Kinderopvang moet gratis zijn. Ja, best leuk, maar politici moeten ook beslissen ten koste van wat.

In korte tijd is de Stemwijzer al door dik een miljoen mensen geraadpleegd. Dat betekent twee dingen:
1. De opiniepeilingen stellen waarschijnlijk geen fluit voor, want het gros van de kiezers is vermoedelijk nog aan het dubben (en hopen op een verlossend antwoord van de Stemwijzer).
2. De Stemwijzer heeft vermoedelijk enorm veel invloed op ons uiteindelijke stemgedrag. Gezien het gebrek aan nuances en context in de Stemwijzer vind ik dat een gevaarlijke ontwikkeling. Dan is KiesKompas een stuk beter. (Maar ja, het stemadvies dat ik hier kreeg, zinde mij evenmin. Moet ik toch nog zelf gaan nadenken over mijn uiteindelijke keuze).