Posts tonen met het label buurt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label buurt. Alle posts tonen

dinsdag 6 oktober 2009

Straatjutten leert je écht kijken


Heb je wel eens de glanzende lak van een nieuwe auto bewonderd? Of heb je ooit de kleurschakeringen van de lucht zien veranderen bij ondergaande zon?

Zo ja: gefeliciteerd! Dan heb je jezelf een feestje voor je ogen bezorgd. In veel gevallen gaan we echter voorbij aan de dagelijkse dingen om ons heen. Onze hersenen zijn ingericht om zo min mogelijk te zien. Ze moeten wel, want ander worden we gek van alle visuele impulsen. Ze zijn voornamelijk afgesteld op het signaleren van gevaar. Zo ja, dan is het vechten of vluchten. Zo niet, kunnen we rustig verder gaan met onze bezigheden.

Het gevolg is dat onze hersenen vooral varen op patroonherkenning. Ons brein filtert de meeste informatie weg, waardoor we de meeste dingen om ons heen niet eens opmerken.

Wat is het dan leuk om iemand te horen spreken, die het kijken tot een hogere kunst verheven heeft. Vorige week luisterde ik op het Creative Business Event 09 in de Caballerofabriek in Den Haag naar spreker Gerard van den Bos, die het ‘straatjutten’ promoot als inspiratiebron. Door op straat rond te kijken en allerlei ideeën te jutten, vindt hij inspiratie voor zijn werk als marketeer. Hij legt zijn vondsten vast met een fototoestel. Daarna gaat hij na wat precies het bijzondere is, dat hem in het gefotografeerde object getroffen heeft.

Hij liet onder meer foto's zien van suikerklontjes in een Brusselse etalage. Deze klontjes hadden een bijzondere vorm, die in een mooi doosje voor een hoog bedrag verkocht werden. Conclusie naar aanleiding van deze straatvondst: met de toevoeging van design kun je een alledaags product geweldig opwaarderen. Zeker als je het product in een andere omgeving te koop aanbiedt, namelijk in een sjieke patisserie of servieswinkel in plaats van de supermarkt.

Ook voor niet-marketeers is straatjutten een interessante manier om nieuwe ideeën op het spoor te komen. De kracht van deze aanpak zit 'm in het vertalen van zichtbare situaties of voorwerpen - opvallend of juist alledaags - in nieuwe ideeën. Dat kan inspiratie opleveren voor allerhande zaken: nieuwe gerechten, feestideeën, inspiratie voor schilderijen of nieuwe concepten op allerlei gebied.

Deze aanpak vereist wel de bereidheid om echt goed te kijken, evenals enige oefening in het vertalen van de vondst naar je eigen producten of behoeften. Maar jutoefeningen zijn wel erg leuk!

Straatjutten doe je zo:

  • Ga de straat op, bij voorkeur een straat met veel kleine ondernemers. Zij kunnen niet ver vooruit kijken maar moeten meteen wat doen als de winkelbel niet rinkelt.
  • Ga kijken als een kind: nieuwsgierig, onbevangen en open. Kijk naar winkels, klanten, personeel, straatmeubilair, borden, noem maar op. Verbaas je, maar vel geen oordeel.
  • Leg je vondsten vast met een camera.
  • Bekijk thuis de resultaten op de computer. Selecteer die ene bijzondere uit en bedenk waarom je hierover zo verbaasd was. Wat is de kern van de vondst?
  • Bedenk hoe je het idee in je eigen werk of omgeving kunt toepassen.
Heb je voorbeelden nodig wat straatjutten op kan leveren? Kijk op de website Straatjutten. Richard Stomp presenteert hier iedere dag een straatvondst en het idee dat hij hierdoor kreeg.

Verder lezen:



Mis mijn volgende artikel over ideeën niet

Sigrid van Iersel is als schrijver en journalist gespecialiseerd in creatief denken en storytelling. Zij helpt bij het verzinnen van meer en betere ideeën en laat in verhalen voelen waarom ze belangrijk zijn. Gemakkelijk op de hoogte blijven van deze artikelen? Vul dan hier je e-mailadres in en ontvang automatisch een mail bij de publicatie van ieder nieuw artikel.

Leer lenig denken

Ideeën nodig om je creatieve denkvermogen op te rekken? In het boek Lenig denken, technieken voor creatieve denkkracht lees je een groot aantal ideeën en oefeningen, die je op je werk en in je privéleven van pas komen. Bestel het boek nu bij Managementboek
Share/Save/Bookmark

donderdag 16 april 2009

Herinneringen maken met kinderen


In het Paasweekeinde hebben onze de buurtkinderen weer eieren gezocht in de voortuintjes van onze straat. Als de eieren eenmaal gevonden zijn - een enkel ei wordt als een verslapt hoopje teruggevonden in het najaar - wacht de dankbare taak om de bont geverfde vondsten te verwerken tot een smakelijke eiersalade.

Het is altijd een omslachtige gebeurtenis om te bepalen welke kinderen gaan zoeken en welke kinderen de eieren mogen verstoppen. Niels hoopt al jaren te mogen toetreden tot het gilde der verstoppers, maar bij gebrek aan jonge zoekertjes zat het er dit jaar alweer niet in. Toch weet ik zeker dat dit soort ergernisjes snel vergeten zijn en dat het eieren zoeken als ritueel als een dierbare jeugdherinnering in hun geheugen gegrift staat.

Als moeder vind ik het heerlijk om een bijdrage te leveren aan het maken van herinneringen bij kinderen. Rituelen zijn daar geweldige kapstokken voor. Maar er zijn nog meer manieren om welbewust herinneringen te maken met kinderen. Enkele ideeën:

  • Grijp vaste momenten in het jaar aan voor vaste gebruiken: oranje koeken op Koninginnedag en 's avonds altijd asperges eten, verjaardagen vieren met een aparte verjaardagstaart en de inwijding van de schoolvakantie met een bezoek aan de Parade.
  • Zet je kinderen zelf aan het werk. Kinderen verzamelen vaak van alles: muntjes, schelpen, plaatjes, stickers en nog veel meer. Laat ze een eigen schatkist knutselen om de herinneringen op te bergen. Of maak een aparte schatkist voor vakantieherinneringen.
  • Maak zelf bijzondere monumentjes. Knutsel bijvoorbeeld dit boekje uit één vel papier en vul dit wondertje met (vakantie)herinneringen.
  • Kies!Het is te veel om alle te klein geworden kinderkleertjes, prentenboeken of speelgoed te bewaren. Laat het kind zelf drie dingen kiezen die hij of zij koestert. Best mogelijk dat dit een stel knikkers zijn.
Meer weten? Lees ook mijn eerdere stukjes over dit onderwerp:

zondag 9 november 2008

Bloem der natie

Met het puntje van haar tong uit haar mond schrijft Naima de vragen op, die ze straks gaat stellen aan de organisatoren van danswedstrijden. We hebben al een rijtje vragen bedacht, maar ze is nog niet tevreden met dit aantal. We bedenken er daarom nog een paar.

Op weg naar het theater, waar de organisatoren een 'persconferentie' zullen geven voor Naima en de andere verslaggevers-in-de-dop, wordt ze wel wat nerveus. Eigenlijk wil ze toch liever geen vragen stellen en haar vriendinnetje ook al niet.

Op de persconferentie komen vervolgens alle groepjes met hun vragen aan de beurt. Ze stellen zich eerst netjes voor, wat de organisatoren van het dansfestijn zichtbaar vertedert. Diverse vragen die Naima in haar notitieblokje had staan, worden ook al door andere kinderen gesteld. Teleurstelling op haar gezicht. Dan weet ze ineens een vraag, die ze toch nog heel graag wil stellen. Als de persconferentie afgerond wordt, meld ik dat Naima op de valreep nog een dringende vraag heeft. Fier staat ze op en vraagt: "Hoeveel aanmeldingen heeft de organisatie gehad van dansgroepen, die aan de wedstrijd mee wilden doen?"

De kinderen die ik twee zondagen mocht begeleiden als gastdocent journalistiek op de IMC Weekendschool kun je met recht betitelen als modelleerlingen. Zelden heb ik zoveel kinderen ontmoet die zo op het puntje van hun stoel zaten om je verhaal te horen. Als ze vertelden over hun eigen droombaan - juf, politieman of advocaat - kregen ze zelf de glinsteringen in hun ogen. De bloem der natie, zou je zeggen. "Als alle kinderen uit achterstandswijken zo zijn, gaat het heel goed met Nederland", merkte mijn collega-gastdocent op.

Het waren zo'n veertig kinderen van 10 en 11 jaar uit Transvaal en de Schilderswijk, de armste wijken van Den Haag. Als je hun verhalen zo links en rechts beluisterde, waren ze afkomstig uit een harde wereld. Zo hoorden we een jongetje wiens moeder overleden was, een meisje dat haar vader tot diep in de nacht begeleid had op een feestje waar hij had moeten werken en een jongetje dat het heel gewoon vond om tot elf uur 's avonds buiten te spelen.

Voor ons was het optreden als gastdocent vrijwilligerswerk, bedoeld om deze kinderen een extra steuntje in de rug en meer perspectief te geven. Maar zij gaven aan ons minstens zoveel terug, namelijk vertrouwen. De nieuwsfotograaf in ons gezelschap vertelde dat hij tijdens zijn werkzaamheden in Den Haag nog regelmatig door de kinderen herkend wordt als de gastdocent van de Weekendschool. Dat hij toegeroepen wordt als Meester Jos, daar gingen zíjn ogen telkens weer van glinsteren.

woensdag 1 oktober 2008

Ideeën voor vriendelijkheid

Zomaar iets aardigs doen voor iemand, zonder dat je er iets voor terug verlangt? Het geeft een heel goed gevoel en het verbetert zelfs je gezondheid, zegt de Amerikaanse beweging Random Acts of Kindness. Deze organisatie verspreidt honderden ideeën om iets leuks te doen voor je collega's, je buren, je klanten, willekeurige voorbijgangers of wie dan ook in je vizier mag komen. Van voor de hand liggend (geef een compliment) tot complexer (goederen inzamelen voor de voedselbank).

Een idee dat me meteen aansprak, is deze: kom met een aantal buurtgenoten bij elkaar en maak lijstjes over de beste koopjes, de mooiste stille plekjes, de aardigste winkeliers, de handigste openbaar-vervoerlijnen en de leukste speelgelegenheden. Geef deze lijstjes als welkomsgeschenk aan nieuwe bewoners in de buurt.

Het aantal ideeën is overweldigend. Mijn goede daad van vandaag is dat ik deze ideeënlijsten voor vriendelijkheid met iedereen deel.

donderdag 11 september 2008

Beschermd bedrijfsgezicht

In onze straat staan zeker zestien verschillende typen woningen. Met uitzondering van het rijtje huizen dat een weggeslagen huizenblok uit de oorlog opvult, passen al deze gevels uit het begin van de twintigste eeuw wonderwel bij elkaar.

Allemaal één rooilijn, eenzelfde soort versieringen op de gevels en balkonhekjes. Maar omdat we allemaal een net iets andere voordeur en raampartijen hebben en sommigen zelfs pronken met een erkertje of een elegant dakkapeltorentje, heeft ieders woning toch iets heel individueels. En dat is heel prettig.

Ondernemers kennen dit soort primaire behoeften ook. Als buitenstaander denk je wellicht dat al die bedrijfsdozen van geribbelde staalplaten en de protserige glaspaleizen op elkaar lijken, maar hun eigenaren weten wel beter. De een onderscheidt zich met een plastic luifel, de ander heeft een speciaal parkeerplaatsje ingericht voor 'onze klanten' - en dus niet voor de klanten van zijn buren. Allemaal hoogst persoonlijk vormgegeven.

Dat ondernemers echt diepe gevoelens hebben voor hun eigen pand, mag je niet onderschatten. Een grafisch ondernemer vertelde laatst dat hij nooit van zijn leven het pand van zijn concurrent zou willen overnemen, een paar honderd meter verder op hetzelfde bedrijventerrein. Al was dat pand uit oogpunt van productie net zo geschikt als zijn eigen pand, hij zou zich in het pand van zijn concurrent nooit thuisvoelen. Iedere vrije ondernemer heeft simpelweg last van ijdelheid, bekende hij.

Wat wél kan op een bedrijventerrein is aaneengesloten bouw van hallen, waaraan iedere afzonderlijke ondernemer toch zijn eigen draai kan geven. Stedebouwkundige Ben Kuipers bedacht zoiets voor een terrein nabij de rijksweg A12. Steensoort en rooilijn zijn voor iedereen hetzelfde, maar met glaspuien, erkers, deuren en andere opsmuk kan iedereen zijn goddelijke gang gaan. De strakke gevel zorgt voor samenhang. En als er met algemeen bruikbare afmetingen gewerkt wordt, is er dikke kans dat een ander bedrijf het pand wél wil overnemen als het eens te koop aangeboden wordt.

Hallen van ijzeren platen veranderen na een jaartje of 30 in afgedankte bouwwerken, maar de aaneengesloten bedrijfspanden staan er misschien over 100 jaar nog wel. Een soort industriële stadswanden, die dan een erfgoedstatus krijgen. Net als de huizen in onze wijk, die nu beschermd stadsgezicht zijn.

vrijdag 27 juni 2008

Expatbuurt

Engelstalige lectuur in één van de boekwinkels

Ons straatfeest werd bevolkt door Serven, Britten, Spanjaarden en een kleine Duitse gemeenschap. Op het concert van Niels waren deelnemers uit China, Japan, Nieuw-Zeeland en IJsland. De wijkkrant en het huis-aan-huisblad verschijnen sinds een jaar voor een deel in het Engels.

De signalen zijn duidelijk: de buitenlanders rukken op in onze wijk. Volgens de wijkvereniging bestaat de buurt op dit moment voor dertig procent uit expats. De gevolgen daarvan worden steeds zichtbaarder. Zo worden de huizenprijzen almaar hoger, al vinden hun regeringen cq. ngo's cq. oliemaatschappijen de Haagse prijzen nog altijd zeer betaalbaar in vergelijking tot Londen, Parijs of Frankfurt. Hun kinderen wijken uit naar internationale scholen, waar onze eigen basisschool de directe gevolgen van ondervindt.

Maar er is ook een andere kant. De viswinkel leidt een florissant bestaan dankzij de Fransen met hun uitgebreide warenkennis van zeevoedsel. Voor maple syrup hoef ik niet meer naar een vage winkel in het havencomplex te fietsen, maar kan ik gewoon terecht in de Britse levensmiddelenwinkel om de hoek. Verse pain au chocolats en écht stokbrood kunnen we halen bij een authentieke Franse patisserie. Ook het aantal Engelstalige koffiehuizen in onze wijk wordt almaar groter. De expatgemeenschap herbergt opvallend veel thuiszittende moeders met kleine kinderen, die het heerlijk vinden om elkaar hier te treffen.

Duits bier en schlagers op het straatfeest, zelfgemaakte sushi bij het buffet na het vioolconcert en winkels met een hoog culinair niveau in onze wijk: het wordt hier almaar exotischer. Ik hoorde laatst dat de gemeente Den Haag van plan is om palmbomen te plaatsen op een aantal markante plaatsen in de stad. Straks hoeven we ook voor de mediterrane stoffering van de stad niet meer weg.

donderdag 26 juni 2008

Netwerk dat ondergronds boeken uitwisselt

....weg!

Het voelt alsof ik toegetreden ben tot een geheim genootschap. Voorzien van een kersverse codenaam zoek ik naar een geschikt moment om mijn vrachtje te droppen. Liefst ongezien, want anders moet ik van alles gaan uitleggen. "Hé, u laat uw boek liggen!" Terwijl dat juist de bedoeling is.

Ik maak sinds vandaag deel uit van de gemeenschap van 686.052 bookcrossers, die in meer dan 120 landen actief zijn. Bij bookcrossing registreer je een boek op een speciale website, dat daarbij een eigen ID-nummer toegekend krijgt. Dit nummer vul je in op een vriendelijk etiketje, dat je in een boek plakt. Dit boek laat je achter op een plek waar veel mensen komen, in de hoop dat iemand het meeneemt en gaat lezen. Door het nummer in te typen op de site, kan de vinder melden waar en wanneer de vondeling aangetroffen is en wat hij er van vindt. Hij mag het boek houden of verder laten zwerven.

Bij bestudering van de Nederlandse steunsite blijkt dat mijn woonplaats veel actieve bookcrossers bergt. Ook bij café's en boekhandels in mijn eigen buurt blijkt een heel netwerk van boekenliefhebbers actief te zijn, dat ondergronds allerlei drukwerk met elkaar uitwisselt. Wat eigenaardig dat ik nog nooit zo'n boek in het wild heb aangetroffen!

Voordat ik vanmiddag de trein in stap, blijkt het weinig moeite te kosten om mijn twee boeken ongemerkt neer te leggen in de nog gevulde krantenbakken van Metro en De Pers op het station. Wanneer ik er vier uur later weer langs wandel, zijn niet alleen de kranten verdwenen maar ook de boeken! Spannend om te weten wie ze mee gegrist heeft. En nu maar hopen dat de mysterieuze vinder zich aan mij bekend maakt.

zaterdag 31 mei 2008

Pissebedsafari


Onze twee stadskinderen zijn echte natuurkinderen. Of misschien moet ik zeggen 'natuurravotkinderen'. Er bestaat voor hen niets leukers dan beestjes zoeken, hutten bouwen, sjouwen met stokken, graven en klussen in de tuin. De dierenliefde - óók voor kleine beestjes - gaat heel ver. Van Jasper mag ik zelfs niet de grassprietjes en ander 'onkruid' tussen de stenen van het terras peuteren, omdat ik daarmee aan dierenbroodroof doe.

Je zou zeggen dat ze hier in deze dichtbebouwde omgeving niet aan hun trekken komen, maar dat valt mee. Ze passen zich gewoon aan deze stenen biotoop aan, zeg maar. Zo gaat Niels op pissenbedsafari in onze tuin en leeft hij zich uit op het snoeien van de rozenstruik.

Jasper vindt het geweldig om natuurwandelingen te maken, gewapend met verrekijkertje, loep en opzoekboekjes voor insecten, waterdiertjes en ander klein spul. Vorige week liepen we twee uur lang langs parken en stukken duin in Den Haag en zagen daar met eigen ogen dat er in de naaste omgeving toch ook nog heel wat groen te beleven is.

De ultieme wens van Jasper is een stuk groen, waar hij een geheime hut kan bouwen. De wandeling heeft hij dan ook volledig besteed aan het speuren naar een geschikte plek voor dit project. Aan de hoeveelheid mooie plekken lag het niet, maar aan de drukke verkeerswegen die hij zou moeten kruisen om die plek te bereiken des te meer. Ecologische verbindingswegen zijn niet alleen nodig voor padden en dassen.

Uiteindelijk heeft hij toch een prachtplek gevonden. Niet midden in een bos, maar vlak om de hoek in een weinig bezochte groenstrook. Onder de voet van een flat kan hij al zijn dromen uitleven.

zaterdag 24 mei 2008

Bollywoodstraat

Verkoop tegen een hogere prijs is een kwestie van de juiste presentatie. Kringloopwinkel Het Goed heeft zijn interieur een trendy uitstraling gegeven, las ik vandaag in een verhaal in NRC Handelsblad. En zie, de kast die een doorsnee kringloopwinkel verkoopt voor 20 euro, brengt hier tegen een paars achterwandje 50 euro op!

De Bijenkorf had een poosje geleden de warenhuizen helemaal omgetoverd tot India-paradijzen. Gigantische beelden van Shiva en Vishnu met al hun elegante armen, geweldige kleden, meubelstukken en uiteraard kookspullen. Het was een en al glitter en glamour, rechtstreeks geïnspireerd op de kitscherige pracht en praal uit de Bollywoodfilms. De prijzen die de Bijenkorf voor deze spullen rekende, waren eveneens om van achterover te vallen.

In Den Haag ligt in de wijk Transvaal - niet eens zover van het Haagse filiaal van de Bijenkorf - ook een heuse Bollywoodstraat. Op de Paul Krugerlaan zijn heel wat winkels te vinden die de prachtigste sari's en andere Indiase kledingstukken verkopen vol borduursels, glittersteentjes en strass. Ook zijn er enkele cadeaushops vol beelden van Hanuman, Ganesh en natuurlijk ook Shiva en Vishnu, vol drukke en felle beschilderingen. Het meeste spul wordt verkocht tegen 'meeneemprijzen'.

Eerlijk is eerlijk, de presentatie in de Paul Krugerlaan is allerminst gelikt. Hier zijn geen stylistes aan te pas gekomen, dus de tarieven kunnen alleen daarom al stukken lager uitvallen dan die van de Bijenkorf. Wie het welwillend wil uitdrukken, zegt dat de Hindustaanse winkeltjes in Transvaal een hoog 'papa-en mamagehalte' hebben. Iets minder diplomatiek: marketing en presentatie staan hier nog helemaal in de kinderschoenen.

De uitstallingen en etalages mogen dan rommelig en verwaarloosd zijn, kleurrijk is het er wel. In tegenstelling tot de winkeltjes in India kun je hier op je gemak rondkijken zonder een verkoper in je nek die meteen wil onderhandelen. Veel klanten waren er trouwens niet, zodat de verkopers alle tijd hadden voor een gemoedelijk praatje over Indiase modetrends die moeiteloos gemixt worden met westerse invloeden.

De gemeente wil de Paul Krugerlaan omvormen tot een Indiaas wijkje, zoals eerder de Wagenstraat en omgeving al het label Chinatown hebben gekregen. Goed om extra toeristen aan te trekken en koopkracht in deze Vogelaarwijk te pompen. Voor het zover is, moet er nog heel wat gesleuteld worden aan het straatbeeld. Riksja's, Indiase muziek, heel veel geuren op straat, tandoorirestaurantjes, tempeltjes met bloemenkransen, heilige koeien, ik noem maar wat zaken die dan zeker niet mogen ontbreken. Hier en daar een sadhoe, eventueel ook een bedelaar en een open riool...

Ook de traditionele winkeltjes ontkomen er dan waarschijnlijk niet aan om opgepimpt te worden. De interieurspecialisten en de stylisten krijgen er waarschijnlijk jeukende handen van om de straat een echte Indialook te geven. De spullen, ongetwijfeld zeer voordelig ingekocht in India - gaan dan ook in deze straat qua prijs een paar keer over de kop. Ongetwijfeld goed voor de omzet van de Hindustaanse ondernemers hier. Maar volgens mij is de huidige rommeligheid in de Paul Krugerlaan nu een stuk authentieker.


Een beeldje van de aapgod Hanuman

dinsdag 29 april 2008

Landjepik


De striphelden Fokke en Sukke deden deze week in nrc next op hun eigen manier mee aan de vrijmarkt op Koninginnedag. Op maandag zaten zij al als 'anti-kraakwachten' op een kleedje.

Ook hier thuis heeft de kwestie 'hoe krijgen we een plekje' een dringend karakter gekregen. Vorig jaar bleek het spel om een mooi plaatsje plotsklaps hard gespeeld te worden. Buren vroegen bij elkaar na hoe vroeg ze hun spullen zouden gaan klaarzetten en gingen zekerheidshalve een uur eerder dan het genoemde tijdstip. Om zes uur 's ochtends bleek de stoep vrijwel volledig bezet te zijn. Handelaren van buiten de wijk hadden zelfs 's nachts op het trottoir gekampeerd.

De grimmige strijd die zich dit jaar aftekent, staat in geen verhouding tot het kinderfestijn, dat de vrijmarkt zou moeten zijn. Maar er is geen houden aan. Gisteren begonnen de eerste kinderen hun plekje af te tekenen met stoepkrijt. Jasper volgde vandaag dat voorbeeld. 'Hier niet lopen, want hier komen op Koninginnedag bloemetjes uit' heeft hij op de stoep geschreven, alsof het een net ingezaaid bloembed betreft. Daarbij heeft hij wat schattige stelen zónder bloem getekend.

Anderen zetten zwaarder geschut in. Vanavond ontdekten we dat de rest van het trottoir vrijwel geheel afgeplakt of anderszins gemarkeerd is met vlaggen en hekken. Op strategische plekken zijn marktkramen en partytenten opgesteld. Verderop staan auto's in dubbele rijen geparkeerd. Precies voor Jaspers afgebakende plekje staat bovendien een grote stationwagen, waarin een mevrouw op wacht zit. Ze blijft vannacht op haar post en biedt genereus aan ook Jaspers plekje in de gaten te houden.

Vermoedelijk is ook deze mevrouw een handelaarster, die zich mengt in de kindermarkt. Deze keer hebben we haar aanbod aangenomen, maar het voelt als heulen met de vijand. En nu maar hopen dat deze mevrouw vannacht bij het landjepik haar mannetje staat.

maandag 28 april 2008

Eén grote familie op internet

Geen makkelijker manier om contacten te leggen in je eigen buurt dan via je kinderen, dacht ik altijd. Maar dat geldt voor anderen blijkbaar niet of of zijn minst veel minder. Want waarom zijn juist communities op internet rond het thema kinderen anders zo populair?

De jongste ontmoetingsplaats voor moeders is ‘Mama Next Door’, dat bij de nieuwste ‘moederglossy’ Mama hoort. Als je de andere mama’s in je omgeving nog niet bent tegen gekomen op de zwangerschapsyoga, het consultatiebureau of het kinderdagverblijf kun je altijd nog contacten leggen via deze website. ‘Een andere mama om gezellig mee te kletsen, te winkelen, ervaringen te delen, te gaan stappen of om eens op de kinderen te passen, voor elke behoefte moet er wel een andere mama te vinden zijn in jouw eigen buurt’, claimt Mama Next Door.

Uitgebreid ervaringen over ouderschap uitwisselen kon al uitgebreid op het forum Ouders Online, maar ook op half-commerciële communities als Volgens Mama, die handig door Zwitsal in de markt gezet is om de consumenten van babyproducten maximaal aan zijn merk te binden. In plaats van op de peuterspeelzaal en het schoolplein kunnen moeders (want daar komt het meestal op neer) elkaar eindeloos bevragen over eerste tandjes, educatief speelgoed of driftbuien.

Ondanks de toename van verstedelijking en individualisatie kunnen we kennelijk niet zonder het delen van deze verhalen en ervaringen, want we hebben vele nieuwe vormen van samenzijn gevonden en gecreëerd op internet. Via Hyves, LinkedIn en Schoolbank vinden we elkaar weer terug of breiden we ons netwerk uit. En het aantal nieuwe mogelijkheden groeit maar door. Zo kun je sinds kort lid worden van Familieband om te zien of je banden hebt met een beroemdheid of blauw bloed door je aderen hebt stromen. Natuurlijk kun je ook je stamboom maken en delen met je hele familie en de onderlinge betrekkingen opnieuw aanhalen.

Uitgeverijen hebben zich ook gestort op sociale netwerken. Wat bij een regionaal dagblad ooit voorzichtig begon met een wisselende internetpoll en gastenboeken, is nu uitgegroeid tot communities met het karakter van een dorpsplein. Journalisten halen tips binnen, bloggen en leveren verhalen, maar de bewoners hebben ook zelf een actieve rol in het aanleveren van foto’s, berichten of video’s. Een eigen community is voor media dan ook een ideaal platform om de lezers samen te brengen en dialogen op gang te brengen. Ze bieden de kans om een eigen profiel aan te maken met informatie over zichzelf en met gelijkgestemde zielen contacten leggen.

Zoals bij Mijn Sportwereld, die voortborduurt op de succesformules van Hyves en Facebook: profielen aanmaken en praatjes maken. Je hebt als sporter immers niet alleen vrienden, maar ook teamgenoten en clubgenoten om de contacten mee te onderhouden. De ‘derde helft’ kan voortaan thuis plaatsvinden in de virtuele kantine van Mijn Sportwereld, waarbij tevens de schema’s voor de barbezetting digitaal in elkaar gezet kunnen worden.

Vorig jaar hebben enkele ouders van onze school een eigen community in het leven geroepen voor de ouders van de groep van onze kinderen. Hier konden we tips delen over verjaardagspartijtjes, zwemles en wat al niet meer. Het kwam niet echt van de grond. Misschien was het wat geworden als we agenda’s voor speelafspraken bij konden houden, bedenk ik me nu. Maar voor vrijwel alle andere gevallen bleek het veel handiger en sneller om het aloude schoolplein te benutten voor afspraken en uitwisselingen van ervaringen. Een real life community, zeg maar.

donderdag 14 februari 2008

Ik heb een beter idee II


Een woningcorporatie zocht naar een manier om zijn huurders in de Krachtwijk wat meer bij de buurt te betrekken. Hoe meer bewoners zich inzetten voor hun eigen woonomgeving, hoe beter dat is voor de leefbaarheid. Vandaar dat een corporatie een genoeglijke bijeenkomst organiseerde, waarbij bewoners zelf hun ideeën konden inleveren voor een mooiere, schonere en veiliger buurt.

Zowaar, er kwamen veel mensen op de bijeenkomst af, die tientallen ideeën inleverden. Ze wilden hun straat opvrolijken met bloembakken, die ze zelf zouden verzorgen. En ze wilden een ontmoetingspunt in de buurt voor koffiebijeenkomsten, computerlessen en naaiuurtjes. Want die wijk, die was helemaal zo beroerd nog niet, vertelden enkele actieve bewoners. Samen zorgde een groep mannen ervoor dat een paar keer per jaar de straat schoongeveegd werd. Zelfs notoire rotzooischoppers waren er trots op dat 'hun' straat er altijd beter bij lag dan de omliggende straten.

De corporatie regelde dat een van de huurwoningen geschikt gemaakt werd als ontmoetingsruimte. De bewoners waren blij. Eindelijk werd er eens echt wat met de voorstellen gedaan!

Maar de wethouder kreeg lucht van de nieuwe ontmoetingsruimte en ging zich ermee bemoeien. Hij zocht in deze Krachtwijk nog naar een ruimte om allochtone vrouwen te emanciperen. Niks geen algemeen toegankelijke ruimte voor de buurt, het moest een activiteitenplek worden voor niet-westerse meisjes en vrouwen.

Zo helpt het ene idee het andere om zeep.

maandag 11 februari 2008

Ik heb een beter idee I


Wijkpark De Verademing

In de buurt van het Regentessekwartier is een nieuw wijkparkje verrezen op de plek van een oude vuilverbrandingsinstallatie. Alleen al de naam van het parkje is mooi: De Verademing. Dat biedt hoop voor de rest van het park. Daar zou vast wel een mooi zonnig plekje te vinden zijn om van mijn middagbroodje te genieten.

Het bleek te gaan om een grote open ruimte achter de Energiecentrale van EON. In een immense kuil lagen enkele sportvelden waar geen levend wezen te bekennen was. Daar omheen was een grijsgroene vlakte gedrapeerd met wat sprieterige boompjes en een geasfalteerde brede baan, kennelijk bedoeld om te skaten. Wat een kale treurigheid.

Juist op dat moment reed tram 11 langs met het opschrift www.ikhebeenbeteridee.nl. Zo heet de jongste actie van de gemeente Den Haag om de buurten langs lijn 11 op te kalefateren. Bewoners mogen ideeën leveren, óók voor de verbetering van De Verademing. Wel cynisch. Het park ligt er pas enkele jaren en kwam eveneens tot stand met ruime inbreng van bewoners.

Meepraten over je eigen buurt vergroot je betrokkenheid. Dan zullen de mensen er ook wel beter voor zorgen, is de gedachte. Dat idee is best goed en bemoedigend, maar dat werkt alleen als je de ideeën van omwonenden ook serieus neemt. Vermoedelijk hebben de omwonenden van De Verademing er waarschijnlijk even hun buik van vol na zo'n ontluisterende ervaring.

maandag 16 juli 2007

Giovanni

Ik denk nog wel eens aan Giovanni. Een levendig vierjarig jongetje met donkere krullen, dat bij onze zoon in de klas zat.

Giovanni was helemaal gek op hem. Alle middagen die daarvoor beschikbaar waren, wilde hij bij ons thuis komen spelen. Samen hadden ze buitengewoon veel lol. De juf had vaak moeite met Giovanni, omdat hij niet goed in het gareel te krijgen was. Maar bij ons thuis luisterde hij prima. Het was leuk om te zien wat een onwaarschijnlijk groot doorzettingsvermogen het kereltje had. Hij had nog nooit gefietst, maar hij moest en zou het leren. Want Jasper, zijn grote voorbeeld, kon het immers ook al.

Zijn moeder was ons ontzettend dankbaar dat Giovanni zo vaak bij ons kon komen spelen. Ze woonde in een Blijf-van-mijn-Lijf-huis, waar kinderen nauwelijks ruimte hadden om zich uit te leven. Om het gebrek aan tegenbezoekjes te compenseren, bracht ze vaak snoep, kleine cadeautjes of zelfgebakken cake mee. En Giovanni, die na afloop meestal niet met haar mee wilde, stelde ze allerlei speelgoed in het vooruitzicht 'als ze een eigen huis zouden hebben'.

In het opvanghuis hadden ze geen ruimte voor het bergen van fietsen, skateboards en ander speelgoed, maar zeker ook geen geld. Haar ex had haar niet alleen mishandeld, maar ook met torenhoge schulden achtergelaten. Met behulp van een maatschappelijk werkster probeerde ze haar leven weer op de rails te krijgen. Ondertussen was ze ook nog belast met de zorg voor de oudere broer van Giovanni: een jongen die zowel geestelijk als lichamelijk gehandicapt was en erg veel aandacht vroeg.

Aan het einde van het schooljaar kreeg ze een flatje toegewezen aan de andere kant van de stad. Ze vond het erg verdrietig dat ze de wijk uit moest. En ze moest ook Giovanni troosten, die beslist niet naar een andere school wilde. Desalniettemin zette ze er de schouders onder om er het beste van te maken. Huisraad die wij niet meer nodig hadden, nam ze dolblij in ontvangst.

Enige tijd later nodigde ze ons uit om op bezoek te komen. Ze was geweldig gastvrij en had enorm haar best gedaan op het eten dat ze ons voorschotelde. Jasper had snel weer andere vriendjes gekregen, maar Giovanni bleek nog altijd verslingerd te zijn aan Jasper. Speelgoed was er inmiddels wel in het flatje, maar ook in haar nieuwe woning konden de kinderen nauwelijks uit de voeten. Voor kinderen die willen rennen en stoeien was het gewoon te krap. En de kinderen naar buiten sturen, dat durfde ze niet aan.

De wijk waar ze woont, is één van de veertig probleemwijken, die minister Vogelaar de komende jaren wil omvormen tot prachtwijken. De afgelopen jaren zijn er veel toestanden geweest met jongeren, die de buurt terroriseerden en op auto's dansten. De gemeente vond de sfeer zo dreigend dat er enige tijd een verbod op samenscholing gold. Geen fijne omgeving voor kinderen om op te groeien.

Ik ben benieuwd hoe het verder gaat met Giovanni.

woensdag 13 juni 2007

Straatspeeldag




Wat maakt de Straatspeeldag nou altijd tot zo'n succes? Allereerst de ongedwongen sfeer, waarin buren elkaar treffen en bijpraten. Maar zeker ook de manier waarop de kinderen met elkaar omgaan: groot en klein speelt met elkaar, want zonder auto's is er ineens een zee van ruimte.

En ruimte voor ideeën. Want het leukste is nog wel dat de kinderen zelf hun eigen spellen maken. Dit jaar troffen ze wat latjes aan. Al snel ontstond het plan om daarmee een glijbaantje te fabriceren op de verkeersdrempel. Toen dit niet echt werkte, kwamen ze op het idee om vuilniszakken tussen de latjes te leggen. Deze vuilniszakken bewerkten ze met een laag afwasmiddel. En glijden maar! Een groot succesnummer. Later sloegen de kinderen aan het volleyen. Zonder volleynet, maar met behulp van de vlaggetjeslijn, die dwars over de straat gespannen was.

Geef kinderen een springkussen en ze staan de hele middag op het kussen te stuiteren. Geef de kinderen gewoon een lege straat met wat slingers, fietsjes en latjes en ze bedenken hun eigen spellen.

donderdag 22 februari 2007

Wat er wél kan

Het optimisme spat er vanaf bij de leden van het kabinet Balkenende IV, dat vandaag op de treden van Huis ten Bosch stond. Ze gaan heerlijk samenwerken en het samen doen met de mensen van het land. Knetterspannend, vindt onze nieuwe verkeersminister Camiel Eurlings.

Het is gemakkelijk om daar cynisch over te doen, maar dat wil ik nu juist niet. Optimisme en idealisme hangen in de lucht. Mensen verlaten huis en haard om hun leven te wijden aan een goed doel of zoeken het in praktisch idealisme dicht bij huis. De trend is: niet meer dreigen wat er gebeurt als je niets doet, maar vertellen wat je wel kan doen om de wereld beter te maken, al is het maar een beetje.

Op deze manieren bijvoorbeeld:

  • Het kan wél: Onder dit motto laten bloggers dagelijks zien wat de mogelijkheden zijn om de zaken op een andere, positieve manier aan te pakken.
  • De idealen van Trouw: Dagblad Trouw biedt lezers de mogelijkheid hun eigen ideaal te realiseren. Een mooi voorbeeld van een simpel doch doeltreffend idee is de ontwikkeling van de Tassenbol: een bak met gebruikte plastic tassen, die supermarktbezoekers kunnen herbruiken.
  • Beautiful people: Een goed doel, dat ondernemers expliciet de hand reikt om zich te positioneren als maatschappelijk verantwoord ondernemer. Op de site krijgen zij eigen ruimte om in die rol reclame voor zichzelf te maken.
  • Het Samenlevingsportaal: De wijkalliantie geeft hierbij heel veel ideeën wat je zelf kunt doen voor betere veiligheid, minder hondenpoep, minder eenzaamheid en meer buurtgevoel.
  • Het Blijbedrijf: Maatschappelijk onderneemster Elena Simons geeft vrolijke en verrassende tips om mensen blij te maken. Vul eens de zakken van een zakkenroller met een aardigheidje, maak van whitepowergraffiti op schuttingen vrolijke bloemen en tover een verwaarloosd stukje groen in het geniep om tot een bont bloementuintje.
  • Het Stadsdiner: een leuke manier om mensen samen te brengen.
  • De overheid wil de strijd tegen het verlies van biodiversiteit niet voeren met het vertellen van doemverhalen, maar vooral mensen aansporen om op een leuke manier in actie te komen. Op internet word je bijvoorbeeld uitgedaagd om de Bio DaVersity Code te breken, een flashfilmpje met een vette knipoog naar The DaVinci Code.

donderdag 8 februari 2007

Stadsnatuur II: ecologische hoogstructuur


Natuur is zuiver, stil en schoon; de stad staat voor vervuiling, viezigheid en lawaai. In de ogen van Herman Gorter en Jac. P. Thijsse golden de natuur en de stad als elkaars tegenpolen.

Nu zien ecologen juist ook de stad als interessante biotopen, waar bijzondere varens, mossen, vogels en andere dieren zich prima thuisvoelen. Misschien is die interesse mede te danken aan het feit dat er simpelweg minder echte natuur is in dit dichtbebouwde land. Maar ja, in Nederland is natuur per definitie aangelegde natuur. Dus waarom niet in de stad?

Duidelijk is in ieder geval dat ook stadsbewoners een enorme behoefte hebben aan groen tussen de stenen. Mensen doen van alles om vogels en vlinders te lokken. Zo werd bijvoorbeeld een auto in een Amsterdamse straat omgewerkt tot autotuin. De behoefte aan bloemen, planten, bomen, vogels en dieren is een soort oerdrang.

Groen is dus noodzakelijk, ook midden tussen de huizen. Maar dan moet het wel op een andere manier dan in Vinexwijken gebeurd is. Daar zijn weliswaar allerlei groenstrookjes aangelegd, maar die zien er vaak troosteloos en saai uit. Schaamgroen.

Toch zijn er allerlei tot de verbeelding sprekende mogelijkheden. Ook in de stad is er ruimte voor amfibiepoelen, nestkasten voor gierzwaluwen en vleermuiskelders. Het is vaak meer een kwestie van met andere ogen naar het stedelijke gebied kijken. Groen in de stad hoeft bijvoorbeeld niet strikt gereserveerd te worden voor aardige beestjes en schattige plantjes, maar mag ook best allereerst voor de menselijke lol dienen. Met dat idee heeft de stichting wAarde natuurlijke hangplekken voor jongeren bedacht.

Natuur hoeft ook niet perse meer grondoppervlak in beslag te nemen, maar kan ook de hoogte in. Verticaal groen dus. Bijvoorbeeld in de vorm van gevelbeplanting of hangende tuinen op balkons. Niet alleen leuk voor insecten en vogels, maar de huizen zien er meteen ook een stuk vriendelijker en leefbaarder uit.

Je zou er niet meteen aan denken, maar vooral hoge gebouwen bieden kansen voor spectaculaire natuur. In de ogen van een langsvliegende rotsbewoner is een stenige wolkenkrabber namelijke een prachtige thuishaven met veel afgelegen stille plekken. Het dak van een kantoor in de buurt van een watergebied kan bijvoorbeeld geschikt gemaakt worden voor visdiefjes. Leuk als op een bedrijventerrein voortdurend een witte wolk vogels om een hoog gebouw heen vliegt. Ecologische hoogstructuur!

Daktuinen zijn natuurlijk ook kleine natuuroases. Maar waarom ook niet meer daken bedekken met gras of sedum? Bill Clinton gaf dat ook mee als suggestie bij zijn lezing over klimaatverandering, die hij in december in Nederland uitsprak. Daarbij schilderde hij het voorbeeld van een oud kantoorgebouw met een plat dak bij een temperatuur van dertig graden. Als de zon daar vier uur op staat te schijnen, loopt de temperatuur op tot wel zeventig graden. Bedekt met gras of andere begroeiing blijft de temperatuur juist beperkt tot 25 graden. Beplanting heeft dus enorme gevolgen voor de behoefte aan airconditioning en stroomverbruik.

Als je het zo bekijkt, kan het toch best wat worden met stadsnatuur!

maandag 29 januari 2007

In navolging van Buurman & Buurman

Hoe fijner je buurt, hoe lekkerder je woont. Daar mag je niet alleen zelf voor zorgen, maar ook de gemeente, de woningbouwcorporatie en andere instanties helpen graag een handje om ervoor te zorgen dat mensen prettig met elkaar omgaan.

Hierbij enkele manieren om het straatleven een nieuwe impuls te geven, geïnspireerd op het klussende duo Buurman & Buurman (ofwel Pat en Mat). Twee helden, die altijd bereid zijn elkaar bij te staan, elkaar van de wal in de sloot helpen, maar toch altijd optimistisch samen naar een oplossing blijven zoeken.

1. De helpende hand
Een goede buur help je natuurlijk bij een klusje. De een zorgt voor de ladder, de ander voor het gereedschap. En na afloop natuurlijk samen gezellig worstjes braden bij de barbeque (maar dan wel op een veilig vuurtje; op dit punt kunnen juist Buurman & Buurman nog heel wat leren).
2. Running dinner
Een familie nodigt een aantal andere gezinnen uit, die op hun beurt ook weer enkele gezinnen uitnodigen. Deze groep mensen krijgen allemaal de opdracht om een voorgerecht, hoofdgerecht of een nagerecht te koken. Van te voren komt de hele groep bijeen op een centrale plek, waar ieder gezin te horen krijgt waar de eerste gang genuttigd wordt. Na de eerste gang wordt de plek van de tweede gang bekend gemaakt (à la Buurman & Buurman: goulash en gebakken eieren) en zo verder. Op één avond eet je dus gerechten in drie verschillende gezelschappen.
3. Een straatweblog
Met allerlei berichtjes over de straat, aankondigingen van buurtborrels en interessante persoonlijke weetjes, maar ook straatpolls en de telefoonnummers van de kinderoppasdienst. Buurman & Buurman zouden hier hun mysterieuze bouwtekeningen delen met hun buren.
4. Het doorgeefboeketje
Je geeft een bosje bloemen aan iemand in de straat die het verdiend heeft. De ontvanger geeft ook weer een boeket aan een andere persoon die in het zonnetje gezet mag worden. Zo ontstaat een bloemenestafette. Buurman & Buurman zouden hiervoor een estafette-machine bedenken.
5. De sociale architect
Deze architect bouwt niet met stenen, maar met mensen. Hij komt speciaal in actie in buurten, die dreigen af te glijden naar verloedering. Hij brengt groepen en problemen in kaart en bedenkt oplossingen om de betrokkenheid te vergroten. In de overzichtelijke wereld van Buurman & Buurman komt het zo ver niet, maar zij hebben plannen genoeg voor een bijdrage. Zo zijn ze graag bereid om een SOS-waarschuwingssysteem met stokken voor de hele buurt te bedenken of met een verfje de buurt een aardiger aanzien te geven.
6. Het sloopfeest
Feestjes om de opening van een nieuw gebouw te vieren zijn er al genoeg. Maar als de hele buurt gerenoveerd wordt, is een sloopfeest ook een goed idee. Een moment van samenkomst markeert in ieder geval een ingrijpend moment voor veel bewoners, van wie velen vaak niet meer terug zullen keren naar de hernieuwde buurt. Dit vinden Buurman & Buurman fantastisch, met name de sloop.
7. Kale-terreintjes-theater
In afwachting van nieuwe bouwprojecten hebben veel buurtjes kale veldjes, waar niets mee gebeurt. Deze terreintjes kunnen tijdelijk in gebruik genomen worden als trapveldje of als terrein voor een theater-act. Buurman & Buurman verzorgen een live-opvoering à la Brainiac met explosies en veel troep. Maar met een goed einde.

A je to!

vrijdag 7 april 2006

Her-namen

Het geven van een nieuwe naam aan een bestaand ding of verschijnsel levert wonderlijke effecten op. Hernamen geeft een nieuwe kijk op de zaak.

1. Suffe vrijwilliger wordt gezellig Roodkapje

Schuilt er in jou een Roodkapje die grootmoeder koekjes wil brengen? Of een chauffeur die Tafeltje-Dekje regelt? Met dit soort variaties op sprookjes prijst de Haagse instelling voor vrijwilligerswerk HOF zijn vacatures aan. Geeft toch een heel ander beeld van het vrijwilligerswerk dan het gebruikelijke zielige oude omaatjes bezoeken.

2. Slonzige wijk wordt spannende speurbuurt
Op de kaart is de buurt rond de Beeklaan in Den Haag terug te vinden als het Valkenboskwartier of Segbroek. Een buurt met weinig uitstraling, eerder een beetje slonzig. Maar noem het uitvinderswijk (alle straten dragen de naam van een uitvinder) en het krijgt ineens allure. Op de website www.uitvinderswijk.nl staan bijbehorende spannende suggesties over ontdekkingen (lopen over water). En er zijn wandeltochten bedacht langs bijzondere plekjes, zodat er veel te speuren valt. Zo is in de Galileïstraat is een plaquette te zien van Noach. Als je het goed bekijkt, vinden de websiteschrijvers, was Noach - als bouwer van 's werelds eerste megavrachtschip De Ark - zelfs de grondlegger van de internationale scheepvaart!

3. Negerzoen wordt zoen
Het woord negerzoen mag niet meer, want dat is te discriminerend. Het eiwitschuim met chocoladelaagje wordt nu verkocht als 'Zoen'. Hoe nietszeggend. Het wachten is op het veranderen van de namen van moorkoppen, zeeuwse bolussen en potgrond.

4. Tolpoort wordt kilometerbeprijzing
Van het woord tolpoort worden nog steeds mensen gillend wakker. Het woord werd daarom vervangen door kilometerheffing. Nog steeds teveel anti-reacties. Nu gaat het kabinet het opnieuw proberen met het woord beprijzing. Het idee kost kilometervretende automobilisten nog steeds geld, maar het klinkt blijkbaar stukken beter. Er ligt zelfs een nog mooiere naam in het verschiet: versnellingsprijs. Met taalvernieuwing kun je politiek bedrijven (met hetzelfde gemak maak je van het ministerie van defensie het ministerie van liefde). Maar of we daar intrappen?

vrijdag 25 november 2005

Hoort de wind waait...

...hier in huis zelfs waait de wind.

In het kustgebied komen zware tot zeer zware windstoten voor, meldt het KNMI, dat dan ook een weeralarm voor extreme weersomstandigheden heeft afgegeven. Een westerstorm met hagel, natte sneeuw en windstoten tot 120 km/uur.

Toch heb ik me buiten gewaagd, bijna onherkenbaar onder de capuchon. Hagelstenen vliegen je om de oren. In de winkelstraat is bijna geen mens te zien. Maar de bloemen- en groentenkramen hebben gewoon hun spullen uitgestald. En de zwerver zit, weggedoken onder een enorme paraplu, zoals gewoonlijk zijn krantje te lezen.

Bij de bloemenwinkels staan hyacinten opgesteld, die bijna uit de knop komen. En de bakker heeft aardbeientaart in de winkel staan. Er klopt niets meer van de traditionele seizoensindeling.

Om me heen hoor ik mensen vertellen dat ze last hebben van winterdepressies. Het koude jaargetijde dat alleen maar sombere buien oproept en bestreden dient te worden met een winterslaap (of een reisje naar een zonnig eiland).
Ik heb het zelf evenmin begrepen op al die nattigheid en al helemaal niet op koude. Toch vind ik dit hondenweer heimelijk eigenlijk ook wel leuk. Mezelf standhouden in de onverwachte windvlagen, de striemende regen de rug toekeren, de snijdende hagel voelen op mijn dikke jas: ondanks alles je door dit woeste weer niet door uit het veld laten slaan, dat is een heerlijk gevoel.