Posts tonen met het label Viool. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Viool. Alle posts tonen

vrijdag 15 januari 2010

De les van de briljante straatmuzikant

Bij de ingang van metrostation L’Enfant Plaza in Washington DC stond 43 minuten lang een straatmuzikant met een honkbalpet te spelen op zijn viool. Het was ochtendspitsuur. Op dit tijdstip liepen naar schatting 1000 mensen door het station naar hun werk.

Slechts zes mensen stopten voor de muzikant en bleven even staan. Degene die het meeste aandacht aan de violist besteedde, was een driejarige jongen. Zijn moeder sleepte hem gehaast mee, terwijl het jongetje achterom bleef kijken. Ongeveer 20 mensen gaven de muzikant geld, maar liepen verder in hun gewone tempo door. Uiteindelijk haalde hij 32,17 dollar op. Toen hij ophield met spelen en het weer stil werd, merkte niemand dat op. Laat staan dat er een applausje klonk.

De muzikant was Joshua Bell, een van de beste musici ter wereld. Hij speelde geen huis-, tuin- en keukendeuntjes, maar stukken van Bach voor viool solo en andere meesterwerken. Hij speelde op een Stradivarius van 3.5 miljoen dollar. Twee dagen daarvoor had hij een optreden gegeven in het uitverkochte theater van Boston. De kosten van de tickets voor dit optreden waren 100 dollar per plaats. Hij werd uiteindelijk door slechts één persoon herkend, namelijk door een huisvrouw die enkele weken daarvoor een optreden van hem had bijgewoond.

Bell speelde incognito in het metrostation op uitnodiging van de Washington Post. Het optreden was een onderdeel van een sociaal experiment over waarneming, smaak en prioriteiten bij mensen. Het hele experiment werd vastgelegd met een verborgen camera en microfoon. Dat filmpje ging sindsdien de hele wereld over.

Dit experiment heeft velen aan het denken gezet. Herkennen we wel talent, als dat talent zich in een onverwachte context presenteert? Kunnen wij in een gewone omgeving op een ongewoon uur schoonheid herkennen? Hoe vast zitten wij in onze eigen referentiekaders? En de meest indringende vraag: als we geen tijd hebben om te blijven staan en te luisteren naar een van de beste musici ter wereld, hoeveel andere zaken gaan dan aan ons voorbij?

Maar natuurlijk kun je het ook van een heel andere kant bekijken, als dit experiment dan toch over waarnemingsvermogen, smaak en prioriteiten gaat. Want het gaat ook over het stellen van de juiste vragen. Hadden de metrobezoekers niet gewoon een heel andere muzieksmaak? Vonden zij op tijd komen op dat moment wat belangrijker dan genieten van muziek? En werd het talent van deze violist niet overgewaardeerd als zoveel mensen hun haastige tocht er niet voor onderbreken?

Op Youtube is het filmpje te zien wat hierover gemaakt is: Stop and hear the music.

Dit is deel 1 uit de serie 'De Kunst van het Vragen'
Andere delen uit deze serie:
Heb je suggesties voor een nieuw blog over 'goede vragen stellen?' Wat is voor jou dé juiste vraag? Of bestaan die niet? Laat het me weten door op de reactieknop te klikken en een reactie te schrijven!


Verder lezen over de rol van muziek:



Share/Save/Bookmark

woensdag 12 augustus 2009

Wat we kunnen leren van Einstein

Albert Einstein en Mileva Maric, Historisch Museum Bern

Niet een hooggeleerde professor zette begin vorige eeuw de natuurkunde op nieuwe fundamenten, maar een 26-jarige ambtenaar van het Zwitserse octrooibureau in Bern die de natuurkunde er een beetje bij deed. Van de wijze waarop Albert Einstein te werk ging, kunnen we veel leren over werking van creativiteit.

1. Je bent jong en je bedenkt wat
Denk in ieder geval niet dat je als jonge ouders met een veeleisende baan geen creatief denkwerk kunt doen. Albert Einstein en zijn vrouw Mileva Maric zaten midden in de kleine kinderen, toen Albert Einstein in het wonderjaar 1905 maar liefst vier baanbrekende wetenschappelijke artikelen publiceerde. Hij bracht daarvoor geen uren door in het laboratorium, maar zat gewoon in zijn huis in Bern veel te denken én te praten met Mileva, die net als hij theoretische natuurkunde gestudeerd had (volgens sommigen heeft zij zelfs een substantieel aandeel geleverd in het denkwerk!). De enige experimenten van Einstein waren gedachte-experimenten.

2. 'Logica brengt je van A naar B, fantasie brengt je overal.'
Een bekende uitspraak van Einstein, die grossierde in dergelijke oneliners. Verbeeldingskracht speelde een centrale rol bij zijn denkwerk. Einstein deed iedere dag fantasieoefeningen. Zo verbeeldde hij zich dat hij op een lichtstraal met de snelheid van het licht door de ruimte suisde en dat er dan een lichtstraal in de cabine viel. Dit gaf hem zijn eerste visies op de relativiteitstheorie.


3. Viool spelen brengt de creatieve geest op gang
Albert Einstein speelde graag viool en was wellicht zelfs musicus geworden als hij niet voor de natuurkunde gekozen had. Het maken van muziek was voor hem een belangrijke manier om urenlang zijn gedachten te laten dwalen. Zo kon hij op een ontspannen manier met andere regels en grenzen omgaan. Hij maakte dus goed gebruik van de functies van de rechterhersenhelft. Dat blijkt ook uit het feit dat hij een voorkeur had voor een intuïtieve benadering van vraagstukken. Hij zei: "Het intuïtieve brein is een heilig geschenk en het rationele brein een trouwe dienaar. We hebben een maatschappij gecreëerd die de dienaar eert en zijn het geschenk vergeten."


4. Geen vakkennis maar brede inspiratiebronnen
Einstein had weinig op met technici, die vastgebakken zaten aan één vakgebied. Zelf verdiepte hij zich liever in algemene vraagstukken en las graag filosofische werken. Kennis zag hij dan ook niet als de belangrijkste spil van technologische ontwikkeling. Het echte teken van intelligentie is niet kennis maar verbeelding, vond hij.

5. Kijk als een kind naar de wereld
Ook hamerde hij op het belang van denken buiten de vastgestelde kaders. Volgens Einstein kon hij nog als een kind naar de wereld kijken. Hij durfde vastgeroeste denkbeelden ter discussie te stellen en nieuwe vragen te formuleren. "Ik ben niet superslim, maar ik ben gewoon extreem nieuwsgierig."

Verder lezen:
Lees ook dit artikel:


Share/Save/Bookmark

zondag 20 april 2008

Harmonieuze Kortjakjes


Tadadaa tadadaa tada daa daa daa… Ik herken het stukje uit de Vier Jaargetijden van Vivaldi en kijk om. De melodie wordt gespeeld door een donkergeklede jongen met lang sluik haar, die al spelend op zijn viool door de gang loopt. “Ik heb ook stoere jongens gezien die viool spelen”, zal Niels later opmerken. Wonderbaarlijk hoe deze jongen – ik schat hem een jaar of dertien - razendsnel de snaren bespeelt en tegelijkertijd op nonchalante wijze door de gang kan banjeren.

Niels en ik zijn op een viooldag van kinderen, die allemaal volgens de Suzukimethode les krijgen. Amper een jaar nadat hij begonnen is met vioolles, kan hij deelnemen aan workshops en een heus kinderconcert. De kinderen spelen vrijwel allemaal de stukken uit hun hoofd, lopen al musicerend op het podium in een kringetje en leggen expressie in hun spel. Ik sta versteld van het niveau dat deze kinderen hebben weten te bereiken.

Aan het begin van de dag staat een groepje kinderen voor de ingang hun vioolkunsten ten gehore te brengen. Pepernoten, Ren Paardje of Harder Rennen: het ritme van vier kwartnoten, dat in het hele land op een andere manier wordt aangeduid, levert aan dit Amsterdamse grachtje een harmonieus samenspel op. Het lichte vioolgeluid op deze zonnige zondagmorgen zorgt ervoor dat je je vrolijk en blij voelt, of je nu wilt of niet.

Wat ook opvalt is hoe gedisciplineerd deze kinderen zijn. Als ze moeten wachten totdat ze aan de beurt zijn, zitten ze rustig te kijken en te luisteren. Wanneer het stiltesignaal gegeven wordt met de vioolstok, luisteren ze meteen. De toekijkende ouders zijn al even rustig. Hier is geen Sire-campagne nodig om gedram op de tribune in te dammen.

De kinderen blijken hun partij thuis keurig geoefend te hebben, dus aan de juiste noten ontbreekt niets. Met een lief verhaal over een drinkend lammetje weet de docent de kinderen effectief tot een betere handhouding aan te sporen, waardoor de klanken ineens ook een stuk zuiverder klinken.

Tijdens de voorbereidende workshops voor het concert hoeven de docenten nauwelijks aanwijzingen te geven aan individuele kinderen. Ze bespreken de wijze van samenspelen en dan is het meteen gaan met die banaan. De drie partijen in het Boheemse Volksliedje klinken meteen harmonieus. Ik krijg er een brok van in mijn keel.

Lievig, dat is het hier wel. Een Vrije-school-sfeertje van allemaal welopgevoede mensen midden in de Amsterdamse Grachtengordel. Overal op de muren hangen kopietjes met de tien Suzukigeboden voor ouders. Dat wij allemaal maar op aandachtige en respectvolle wijze onze kinderen stimuleren tot liefde voor de muziek en daarmee voor het Leven Zelf. Geen ‘ja máár’ als de kinderen fouten maken, maar ‘Ja, én’ om de kinderen aan te moedigen hun spel verder te ontwikkelen. In ieder stuk, hoe krakkemikkig ook gespeeld, valt volgens meneer Suzuki wel wat positiefs te ontdekken. Wat een totaal andere benadering dan het gehakketak, waarmee mijn eigen pianoleraar mij in mijn jeugd bezighield.

Of het werkt? Gezien de vrije manier waarop deze kinderen uit hun hoofd vioolspelen wel. Ze hebben er echt lol in. Als slot van het concert staan alle kinderen van alle niveaus op het podium en spelen vol inspanning allemaal de variaties op Kortjakje – het stuk van de Suzuki-beginnertjes. Kleine meisjes met ieniemienie-viooltjes staan zij aan zij met puberende jongens die net een uitvoering van Bach hebben laten horen. Uit meer dan honderd violen klinkt nu een simpel kinderliedje. In zijn eenvoud heel indrukwekkend.

woensdag 18 april 2007

Huiswerk

"Gelukkig kan ik vanmiddag weer naar de BSO", zegt Jasper, net hersteld van buikgriep. "Want vanmiddag gaan we daar weer lekker eten!"
"Ja lekker, we krijgen iets met ananas en ei", zegt Niels, die thuis ananas en ei consequent afzweert.
"Wil je ons pas laat halen, want we hebben film", vraagt Jasper. "Mijn huiswerk voor typeles doe ik dan wel daarna."

's Avonds gaat Jasper na thuiskomst meteen zijn typeoefeningen doen. Ondertussen dresseert hij Niels, die na zijn eerste vioolles mag oefenen met de juiste stand voor zijn voetjes. "Gelukkig heb ik nu ook huiswerk", zegt Niels blij.

Wonderlijke kinderen.

donderdag 12 april 2007

Vioolles


Sinds Niels een piepklein viooltje in zijn handen heeft gehouden en met een strijkstok zomaar wat snaren mocht beroeren, was hij verkocht. De viool fascineert hem bijzonder, echt geen enkel ander instrument kan daar aan tippen. Bij mijn heimelijke test bestempelde hij de vioolconcerten consequent als de mooiste klasieke muziek. Bij zoveel gedrevenheid moet je er als ouders wel aan geloven. Vioolles dus.

Viool is een moeilijk instrument, omdat je ook de klank zelf moet maken. Dat betekent veel oefenen zonder dat er de eerste periode veel resultaat te beluisteren is. Uit eigen jeugdervaringen met pianoles weet ik echter maar al te goed dat regelmatig oefenen bepaald niet meevalt. Iedere dag een half uur was de bedoeling, maar dat heb ik nooit gehaald. Meestal kwam het er op neer dat ik vlak voor de les nog eens achter de piano plaatsnam.

Verrassend genoeg heeft niet Niels, maar ikzelf nu inmiddels de eerste vioolles gehad. Ik heb geleerd hoe je de viool - slechts losjes vastgezet tussen wang en nekholte - zonder verdere armondersteuning kunt laten balanceren. En ik heb geprobeerd om een strijkstok met de juiste vingerhoudingen vast te houden zonder daarbij spieren strak te spannen. Wat nog niet meeviel trouwens.

Om Niels door zijn toekomstige motivatiecrises heen te slepen, krijg ik namelijk een belangrijke rol in het geheel als co-leraar. Deze opzet maakt deel uit van de Suzukimethode, die de ouders inzet om de optimale leeromstandigheden te creëren. De vioollerares heeft mij daarvoor eveneens een hele lijst van pedagogische aanwijzingen gegeven. Zo dien ik Niels net als een klein kind dat zijn eerste woordjes brabbelt bij iedere kleine stap te prijzen. Ik dien geduldig maar tegelijkertijd verwachtingsvol te reageren op zijn muzikale vorderingen. En ik dien hem in het huiselijke leven onder te dompelen met vioolmuziek om zijn muzikale gehoor te prikkelen en te trainen.

Na afloop dringt het pas echt tot mij door. Ik blijk vandaag de eerste stappen gezet te hebben op een lange educatieve weg, die mij behalve alles over vioolmuziek ook veel zal leren over leerprocessen, het motiveren en het coachen van kinderen. Bovendien moet ik ook mijn eigen belabberde ervaringen met lastige muzikale oefeningen van mij af zien te schudden om voor Niels de weg vrij te maken voor een positieve leeromgeving. Niet Niels, maar ikzelf ben de grootste leerling.

vrijdag 8 december 2006

Het leerling-volg-jezelf-systeem

Geen klaslokalen, geen toetsen en al helemaal geen leerlingvolgsysteem. De kinderen op een vraaggerichte school hebben een leerling-volg-jezelfsysteem. Zij mogen vrijelijk rondlopen in de keuken, het atelier, de speelhoek of de studieruimte om zelf hun ‘verlangens vorm te geven’, zoals dat in de terminologie van deze scholen heet.

Hier staat het kind centraal, niet de bepalingen in de Wet op het Primair Onderwijs. De school vertrouwt erop dat kinderen uit zichzelf willen leren lezen, schrijven en rekenen, mits er een uitdagende leeromgeving aangeboden wordt. En dat betekent dat zij gaan leren op het moment dat zij eraan toe zijn, niet op het moment zoals dat in het schema van de leerkracht past. Kinderen zouden daardoor veel gemotiveerder zijn om te leren en de kennis zou ook veel beter beklijven. Daarnaast betekent het leren door eigen ervaringen. Een pizza delen met zeven personen is veel inzichtelijker dan een rekensom uit een boek.

Op het eerste gezicht lijkt het prachtig. Geen vaststaande groepen, geen alles bepalende leerkracht en geen gestandaardiseerd lesaanbod die kinderen in hinderlijke hokjes dwingen. In plaats daarvan een school die ingericht is als een huiselijke omgeving met afzonderlijke plekken voor rust, studie en allerhande creatieve vakken. Wil een kind Russisch leren of vioolles ontvangen? Het kind vraagt, de begeleiders draaien.

Het stimuleren van individuele talenten zoals dat op dit soort scholen gebeurt, lijkt me hartstikke goed. Maar ik denk ook dat kinderen die alleen hun eigen verlangens en ideeën volgen zich heel eenzijdig ontwikkelen. Kinderen raken opgesloten in hun eigen wereld, terwijl het juist goed is om buiten je eigen wereld rond te kijken. Als kinderen op jonge leeftijd al in staat zijn zo expliciet aan te geven wat zij eigenlijk willen, want daar leven ook vraagtekens over.

Daarnaast levert deze onderwijsvorm vermoedelijk heel vervelende mensen op, die vooral gericht zijn op hun eigen ontwikkeling en nauwelijks leren om weerstanden te overwinnen. Als rekenen je niet zo ligt, ga je op zo'n school immers gewoon wat anders doen.

Wat ik me ook afvraag is wie een individueel kind op een vraaggerichte school eigenlijk in de gaten houdt. Het kind zwerft immers van de ene ruimte naar de andere. Als de school veel leerlingen telt, is er niemand meer die een totaalbeeld heeft van de activiteiten van een leerling. Dat betekent dat hun begeleiders veel tijd moeten steken in schriftelijke overdracht. En dat lijkt me nu weer in totale tegenspraak met het oorspronkelijke idee dat het kind centraal moet staan.

donderdag 26 oktober 2006

Het project Kind

0 jaar
Mijn moeder is vóór de zwangerschap al begonnen met het slikken van foliumzuur en heeft geen druppel alcohol gedronken. Knap hoor. De bevalling was tot in de puntjes voorbereid: vervelende verrassingen waren er niet. Net als het babykamertje, helemaal ingericht volgens de laatste trends. Jammer dat ik daar nooit slaap, want ik lig altijd bij papa en mama in bed. Ze praten veel tegen me en wiegen me eindeloos. Ook als ik eigenlijk rustig wil slapen. Maar ja, dat wiegen is goed voor de ouder-kindbinding, zeggen ze.

3 jaar
Ik heb een grote collectie speelgoed, variërend van antroposofische popjes (die stimuleren mijn fantasie optimaal) tot prachtig houten speelgoed en geinige puzzels. Als ik zit te tekenen, zit mama naast mij te jubelen. Mijn krassen vindt ze veelbelovend, denk ik.
Ik doe iedere dag wat muziekoefeningetjes met papa en mama. Als kleuter kun je je muzikale talenten namelijk gróter maken, daarna kun je je talenten alleen maar ontwikkelen, heb ik gehoord. Alle wijsjes van Mozart ken ik inmiddels op mijn duimpje. Die hoorde ik al in de baarmoeder.

5 jaar
Behalve muziekles – ik ben net begonnen met viool – zit ik ook op hockey en op ballet. Daarvoor moest ik wel even op de wachtlijst staan, maar mijn ouders weten er altijd snel bij te zijn. Daar hebben ze nu ook wel veel ervaring mee, want voor het kinderdagverblijf, de naschoolse opvang en niet te vergeten de school zelf moesten ze me ook razendsnel opgeven.
Hockey is trouwens een geweldige sport, vinden ze. Je leert samenwerken met anderen en je krijgt spelinzicht. Supernuttig voor later. Ik ging zelf eigenlijk liever op paardrijles, maar dat mag misschien volgend jaar. Ze vinden het namelijk ook handig dat ik veel mensen leer kennen op de hockeyclub. Stiekem hopen ze dat ik als puber dan op de hockeyclub naar de disco ga, en niet naar de danstenten in de stad. Dat schijnt heel gevaarlijk te zijn.
Ik ga binnenkort skiën. Mijn ouders vinden het zo geweldig leuk om mij met andere kinderen zonder stokken naar beneden te zien sjezen! Natuurlijk heb ik ook mijn zwemdiploma’s gehaald. Tijdens onze zomervakantie heeft mama mij iedere dag met de SUV heen- en weer gereden naar een andere stad, want daar kon je een spoedzwemcursus doen.

11 jaar
Behalve hockey, viool en ballet volg ik ook zeillessen. En theaterles, dat is ook heel gaaf. Je leert jezelf presenteren. En het is goed voor mijn zelfvertrouwen, zeggen mijn ouders. Ze willen echt niet dat ik later eens in een dip kom te zitten. Dat ik me misschien even wat minder gelukkig voel of zo.
Ik heb trouwens wel een druk programma, want ik krijg na school ook bijlessen om bij de cito-toets goed uit de bus te komen. Voor tweetalig VWO heb je minstens een score van 545 nodig, dus dat wordt nog flink blokken. Eigenlijk zou ik ook nog Chinees als bijvak willen doen, want dat vak schijnt het helemaal te gaan maken in de toekomst.

17 jaar
Mijn ouders hadden het goed gezien met hun voorspellingen over de globalisering. Voor een beetje leuke carrière ga je tegenwoordig naar het buitenland. Het volgen van meertalig onderwijs was dus een superadvies. Net als hun stimulans om veel aan sport, theater en muziek te doen. Geweldig dat ik zoveel kansen heb gekregen en al mijn talenten mag ontplooien. Al hoor ik veel mensen om mij heen wel zeggen dat ze mij een verwend nest vinden.

18 jaar
Ik ga studeren in de Verenigde Staten. En mijn ouders? Die mogen omzien naar een nieuw project.

Kinderkunst

maandag 10 april 2006

Mee-Lijd-Mattheus

Nederland schijnt het land te zijn waar de Mattheus Passion van J.S. Bach het meest populair is, populairder zelfs dan in zijn Heimat Duitsland. Behalve de ministers en andere incrowd, die het jaarlijkse society-evenement in Naarden op Goede Vrijdag nooit overslaan, wil ook de massa het lijden van Christus drie uur lang op hardhouten kerkstoeltjes meebeleven.

Pasen is blijkbaar niet alleen vrolijk eieren versieren, chocolade-paashaasjes eten en bloeiende narcissen neerzetten, maar ook naar treur- en lijdensmuziek luisteren.

Muzikanten als Jan Rot en Egon Kracht bemoeien zich met het stuk en er is zelfs een meezing-Mattheus. Wat is toch de aantrekkingskracht van deze Passie? Op het eerste gezicht is het een een achttiende eeuwse musical à la Jesus Christ Superstar met viola da gamba en andere oude instrumenten. Een op muziek gezette bijbelvertelling, met strofen die zeer bekend voorkomen uit de kerkdiensten van Pasen. Een immense puzzel voor symbolenzoekers en ontcijferaars. Maar dat kan toch niet het enige zijn wat mensen zo fascineert.

Het zijn volgens mij vooral de eeuwige thema's van troost, verraad, lot, verbondenheid en menselijk tekort die zo treffen. Het koraal Wenn ich einmal soll scheiden gaat over hartverscheurend verdriet en de pijn van het afscheid nemen. Dat is voor iedereen herkenbaar. Wie verklaart dat Bach met deze tearjerker zwaar onze emoties bespeelt, geloof ik meteen. Maar de muziek, die afwisselend zwaarmoedig en licht is, maakt het allemaal toch ook weer dragelijk.

Fascinerend hoe een muziekstuk als dit de toehoorders zo in de ban kan brengen. Na afloop was de hele kerk muisstil. Alsof iedereen tegelijkertijd de adem inhield.

Een kathedraal van een muziekstuk, dat - net als een goed boek - nog dagenlang in het hoofd blijft hangen. Ik ben in ieder geval zeer onder de indruk.

Verder lezen:

Leer lenig denken

Ideeën nodig om je creatieve denkvermogen op te rekken? In het boek Lenig denken, technieken voor creatieve denkkracht lees je een groot aantal ideeën en oefeningen, die je op je werk en in je privéleven van pas komen. Bestel het boek direct bij Managementboek.

Mis mijn volgende artikel over ideeën niet

Sigrid van Iersel is als schrijver en journalist gespecialiseerd in creatief denken en storytelling. Zij helpt bij het verzinnen van meer en betere ideeën en laat in verhalen voelen waarom ze belangrijk zijn. Gemakkelijk op de hoogte blijven van deze artikelen? Vul dan hier je e-mailadres in en ontvang automatisch een mail bij de publicatie van ieder nieuw artikel.

Share/Save/Bookmark