Posts tonen met het label Onvolmaakt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Onvolmaakt. Alle posts tonen

dinsdag 7 september 2010

Het (on)volmaakte Bourtange - fotograferen met andere ogen

Kijk eens met andere ogen als je een uitstapje maakt: fotografeer het onvolmaakte.

Dit weekend bezochten we Bourtange
, een piepkleine vesting uit de tijd van Willem van Oranje in het uiterste oosten van Groningen. Een mooi dorpje, daar niet van. Het bezoekerscentrum, de bewegwijzering en de horecavoorzieningen waren tiptop in orde. De huisjes stonden er prachtig bij. Het gras op de vestingwallen was keurig gemaaid. Maar dit puntgave dorpje klopte niet. Het was niet echt.

Want grote foto’s in het bezoekerscentrum lieten duidelijk zien dat dit beschermde rijksmonument vooral het werk is van graafmachines. Eind jaren zestig besloot het gemeentebestuur van Vlagtwedde dat deze streek wat meer toeristische reuring kon gebruiken. De gemeente liet daarom grachten graven in de akkers rondom Bourtange en hoge aarden wallen opwerpen, zodat de bezoeker zich weer in 1742 kan wanen.

Ongetwijfeld heeft de gemeente de oorspronkelijke kaarten van het toenmalige vestingdorpje geraadpleegd voor de reconstructie. Maar toch is bijna alles wat je nu ziet hoogstens veertig jaar oud, waarschijnlijk met uitzondering van de zware kanonnen. De ophaalbrug, de roodgeschilderde wachthuisjes, de pallisade rondom het kruithuis, de vestingmolen en de koddige ‘sekreten’ boven de grachten: allemaal nagemaakt. Zelfs het waslijntje in één van de tuinen – zondag wasdag?? – zou wel eens een idee van de vestingstylist kunnen zijn.

Gewoonlijk hou ik van fotograferen, maar op zo’n plek voel ik me daar ongemakkelijk bij. Prachtig om te zien allemaal, maar het is te glad en gepolijst. Het meest onbehaaglijke is nog wel dat iedere voorbijganger met een camera voor zijn buik rondloopt (geen bewoner te bekennen) en dat we met zijn allen eendere plaatjes schieten. We lopen linksom of rechtsom over de vestingwallen, maar maken uiteindelijk allemaal deel uit van dezelfde kudde.


Toch valt er in zo’n aangeharkt toeristenoord goed te fotograferen
, maar je moet het anders aanpakken. Het wordt een stuk uitdagender als je op zoek gaat naar het imperfecte. Het onvolmaakte is namelijk interessanter dan het keurig afgewerkte pleintje met gladgeschoren lindebomen. “Het pakt de kijker pas echt als er een haakje aan zit”, zei Ien van Laanen (illustrator van de omslagen van de Harry Potterboeken) eens.

Wat ik had moeten fotograferen, bedacht ik me overigens pas achteraf. Niet het schattige kerkje en de rode daken, maar de eigentijdse gympen van de bedienende meisjes op het terras, die parmantig onder hun boerenschorten uit staken.


Hoe je met andere ogen foto's maakt op een uitstapje of een reis:
  • Leg het begin en het einde van een tocht of reis vast. Dus ook de tassen die klaar staan voor vertrek en de overvolle wasmand bij terugkeer.
  • Fotografeer triviale dingen: de wachtrij voor de entree, het ontbijtbuffet in een hotel, de overvolle parkeerplaats of de wespen in het lege limonadeglas.
  • Maak foto’s van wat je achterlaat: de afvalzak of de afdruk van de opgeborgen tent in het gras van de camping.
  • Fotografeer niet het ‘perfecte plaatje’, maar datgene wat er mee in contrast staat.
  • Maak iedere dag een foto die de sfeer van de dag vangt.

Verder lezen over anders kijken en fotograferen:

Share/Save/Bookmark

donderdag 24 juni 2010

Hoe je beter blundert

Blunders zijn kostbaar, want daarmee doe je belangrijke ervaringen op voor een volgende keer. Zorg dus voor betere blunders.

Een bankmedewerker maakte eens een grote fout, waardoor de bank een paar miljoen euro mis liep. Al zijn collega’s verwachtten dat hij onmiddellijk de laan uitgestuurd werd. Als je de bank zoveel financiële schade berokkent, kan dat niet onbestraft blijven. De directeur peinsde er niet over. Hij moet juist blijven, liet hij iedereen weten. De bank had immers net een paar miljoen leergeld in hem geïnvesteerd!

Een bankdirecteur die op deze manier redeneert, kom je in de praktijk niet vaak tegen. In veel organisaties krijg je juist kritiek of een slechte beoordeling als je een fout maakt. Bij een ernstige misstap word je overgeplaatst of krijg je ontslag.

Deze afrekencultuur wekt de indruk dat er schoon schip gemaakt is en dat de organisatie met een schone lei verder kan. Dat levert de buitenwereld het beeld op dat de organisatie krachtdadige maatregelen heeft getroffen en in beweging is gekomen. Maar of de organisatie daadwerkelijk lessen trekt uit de misstap, is nog maar de vraag.

Het is vruchtbaarder om te onderzoeken waardoor medewerkers blunders maken of waar minder goede resultaten precies vandaan komen. Openheid over missers of gemaakte fouten helpen om in de toekomst daar beter mee om te gaan. Medische vaktijdschriften publiceren bijvoorbeeld steeds vaker over zaken die niet blijken te werken of die niet goed gaan. Dat levert kennis en ervaring op, waar andere onderzoekers hun voordeel mee kunnen doen. Het is vaak minstens zo nuttig om te weten wat niet werkt als te weten wat wel werkt.

Wetenschappelijke en andere ontdekkingen worden bovendien meestal niet gedaan volgens een rechtlijnige en logische route. Aan een grote doorbraak gaan veel fouten en toevalstreffers vooraf. Om te vinden waar je niet naar op zoek was, heb je daarom een flinke portie nieuwsgierigheid nodig én de bereidheid om blunders te maken.

Fouten horen er bij, net zoals de onzekerheid die dat oplevert. Als je dat aanvaardt, kom je een stuk verder met nieuwe ontwikkelingen. Beroemde uitvinders en vernieuwers deden hetzelfde. Wie hun handel en wandel bestudeert, komt behalve succesverhalen namelijk ook talrijke verhalen tegen over hun fouten en missers. Zo maakte Leonardo da Vinci enorme blunders, bijvoorbeeld bij zijn geldverslindende pogingen om de loop van de rivier de Arno in Florence te wijzigen. Hij deed vruchteloze pogingen om een vliegmachine te maken. Maar ondanks rampen, mislukkingen en teleurstellingen hield Leonardo nooit op met experimenteren.

Wil je ook (betere) blunders maken? Doe dan het volgende:
  • Neem de ruimte om te experimenteren en daadwerkelijk iets te doen, ook al ben je niet goed voorbereid. Doen en dingen zelf uitproberen leveren je in ieder geval nieuwe ervaringen op. You win some or you learn some.
  • Maak bij de ontwikkeling van iets nieuws (bijvoorbeeld een nieuw product) zoveel mogelijk fouten en het liefst zo snel mogelijk. Des te groter zijn jouw mogelijkheden om er van te leren en snel tot aanpassingen te komen. En dat geeft je sowieso een voorsprong.
  • Als je iets uitprobeert of iets nieuws ontwikkelt, is 'goed' of 'fout' in eerste instantie helemaal niet belangrijk. Maak een analyse van wàt je doet en hoe je het doet. Daar leer je van. Door dingen te proberen en dus ook fouten te maken, word je vanzelf inventiever.
  • Richt je niet op het vermijden van risico's, maar op het verkennen van nieuwe wegen. Dat betekent dat je focust op mogelijkheden, niet op de onmogelijkheden. Denk in 'ja, en...' in plaats van 'ja maar’.
  • Kom los van de gedachte dat je altijd panklare uitgekristalliseerde ideeën moet presenteren. Zoek niet naar de ultieme oplossing. Daarmee zet je jezelf teveel onder druk en rem je je creativiteit. Een half idee of een eerste aanzet is ook goed.
  • Heb je een idee ontwikkeld, vraag jezelf dan eens bewust af wat er allemaal mis is met dit idee. Door je op de zwakke kanten te richten, zie je soms ineens waar onverwachte mogelijkheden zitten.
  • Noem je 'mislukking' geen fout, maar een rakeling. Dat is iets dat je terecht hebt ondernomen, maar dat (nog) niet tot het gewenste resultaat heeft geleid. Je bent in beweging gekomen, je goede bedoelingen getoond en iets opgestoken.
  • Praat over de dingen die mis gaan of nog niet goed zijn. Niet alleen over de grote fouten met ernstige gevolgen, maar ook de kleine foutjes. Uit onderzoek van ongelukken of rampen blijkt keer op keer dat vergelijkbare fouten al eerder opgetreden zijn, maar dan zonder grote gevolgen. En zonder dat ervan geleerd is.
  • Laat je inspireren door kunstenaars en ontwerpers, die in hun werk bewust de spanning opzoeken tussen perfectie en imperfectie. Perfectie is weliswaar vaak de norm, maar perfecte dingen zijn ook saai en zielloos. Veel hedendaagse kunstenaars vinden rafelrandjes, oneffenheden of foutjes juist interessant, omdat zij voorwerpen of beeldhouwwerken meer karakter geven. Ze gebruiken afvalmaterialen waar anderen geen heil meer in zien of passen welbewust verkeerde werkwijzes toe. En sommigen worden juist door die werkwijze dan weer heel beroemd. Hella Jongerius liet porselein bij het bakken expres bobbelen en krom trekken. Zo ontwierp ze voor Koninklijke Tichelaar een nieuw servies dat dezelfde vertedering opwekt als een gebarsten kopje van oma.
  • Fouten maken is menselijk. Als je daar open mee om kunt gaan, is een blunder juist ontwapenend.
  • Lach erom als iets anders loopt dan gedacht. De volgende keer beter!
  • Doe iets leuks met je blunder. Stuur foto's van misbaksels op naar de site voor mislukte cakes en toegetakelde taarten. Deel je blunder op de website van het instituut voor briljante mislukkingen.
'Wie geen fouten maakt, maakt meestal niets.'
- anoniem


Verder blunderen:

Share/Save/Bookmark

dinsdag 15 juni 2010

Acht creatieve gewoonten voor iedere dag


Denk jij dat creativiteit alleen weggelegd is voor een selectieve groep mensen, zoals kunstenaars, architecten of ontwerpers? Denk jij dat je in je drukke dagelijkse leven geen tijd hebt voor creativiteit?

Dan is het hoog tijd om jou op andere gedachten te brengen!
Creativiteit hangt namelijk veel meer samen met een aantal goede gewoonten dan met kunstzinnige talenten. Dit zijn bovendien gewoonten die iedereen in zijn dagelijkse leven kan toepassen.

Natuurlijk gaat het ontwikkelen van nieuwe gewoonten niet van de ene dag op de andere. Maar je kunt klein beginnen en er telkens wat meer erbij pakken. Als je je openstelt voor nieuwe dingen in je leven ben je namelijk al een heel eind.
  1. Begin klein. Leg de lat laag en probeer niet iets wereldschokkends of perfects te bedenken. Kleine ideeën zijn net zo goed als grote ideeën. Je hoeft niet de hele wereld te veranderen. Verander gewoon één dingetje.
  2. Zet elke dag een stap in een andere wereld. Het maakt niet uit wat je precies doet, als het maar iets is dat je normaal niet doet. Inspiratie kun je overal vinden: op vliegvelden, in warenhuizen of in de wachtkamer van de dokter.
  3. Zoek iedere dag even de stilte op en sta jezelf toe om te dagdromen. Sluit de buitenwereld buiten en zorg voor veel rust. Op deze manier kun je jezelf focussen op je eigen gedachten en dromen. Dwing creativiteit niet af, maar geef je over aan spelen en relaxen.
  4. Doe iedere dag iets creatiefs. Maak bijvoorbeeld iedere dag een foto. Dat kan met een camera maar ook met een mobiele telefoon. Dat houdt je in een creatieve stemming en zorgt ervoor dat je om je heen blijft kijken.
  5. Schrijf alle ideeën die je hebt op of leg ze op een andere manier vast. Een idee verdwijnt snel uit je geheugen als je het niet noteert. Wat nu een minder goed idee lijkt, kun je later misschien wel gebruiken. Houd daarom altijd een notitieboekje bij de hand.
  6. Beoordeel de ideeën niet terwijl je bezig bent om ideeën te bedenken. Verzin zoveel mogelijk ideeën, hoe meer hoe beter. Je weet nooit wanneer je op een geweldig idee stuit; soms duurt het een poosje voordat je echt verder komt. Ga zo lang mogelijk door en verbeter je idee stapsgewijs. Kijk daarna pas of het praktisch uitvoerbaar is.
  7. Pas dingen uit de ene situatie toe in een andere situatie, op manieren die nooit eerder gedaan zijn. Hier komen veel goede ideeën uit voort. Denk bijvoorbeeld aan de mistgenerator. Ooit bedacht om feestjes en optredens van popgroepen op te luisteren, nu steeds vaker gebruikt om winkels en pompstations snel in een mistwolk te zetten bij een inbraak.
  8. Doe iedere dag iets wat je leuk vindt. Ga naar buiten, beweeg, zoek nieuwe dingen op en praat met nieuwe mensen. Zoek het avontuur op in je leven en zorg ervoor dat je lol hebt. Spelen en plezier maken zijn de belangrijkste inspiratiebronnen voor creativiteit!
Het mooie is dat deze gewoonten niet alleen je creativiteit bevorderen, maar ook je meer bewuster maken van het 'hier en nu' en daarmee de kwaliteit van leven verbeteren. Geniet dus vooral van de dingen om je heen!

“One can be instructed in society, one is inspired only in solitude.” Johann Wolfgang von Goethe
Verder lezen:

maandag 3 mei 2010

Zit je muze flink dwars

Móet je met een origineel idee komen of iets creatiefs produceren? Laat het gevoel varen dat je perfect moet zijn en doe dingen die je niet gewend bent van jezelf. Zit jouw muze maar eens lekker dwars.

Je projectgroep moet baanbrekende voorstellen leveren. Je organisatie wordt volledig op zijn kop gezet door de nieuwste organisatie en je moet creatief meedenken. Of je wordt gevraagd om mee te denken over een origineel zomerfeest, waar de vonken van af spatten. Creativiteit op commando dus.

Aan de lopende band doen mensen op een dergelijke manier een beroep op ons. Gèk word je ervan. Doe het niet. Verzet je met alle kracht die je in je hebt. En doe het juist anders dan anders! Op deze manieren bijvoorbeeld....

1. Wees onproductief
Laat het idee varen dat je een idee moet leveren of een creatief project moet voltooien. Beschouw het project als een spel in plaats van een doelgerichte actie. Combineer dingen die nergens op slaan. Bedenk iets geks. Teken zomaar iets en verras jezelf. Een grote kans dat het je inderdaad helemaal niks oplevert. Dan weet je in ieder geval weer wat meer over jezelf. Krijg je desondanks toch een ideetje? Niet aan denken!

2. Schrijf zo slecht mogelijk
Vergeet alle regels en schrijf zo slecht. Schrijf alsof je iemand bent die nog nooit een behoorlijke grammaticale zin geproduceerd heeft. Laat alles los en schrijf alles wat er in je opkomt.

3. Doe iets wat niet mag
Bedenk een aantal dingen die eigenlijk niet mogen: te laat komen, onaardig zijn, afspraken vergeten, te veel eten, iemand negeren, et cetera. Kies er één ding uit om daadwerkelijk uit te proberen. Door je hierop te richten, zou je zomaar op een idee kunnen komen. Negeer het!

4. Word geweldig boos
Wind je ergens enorm over op en ontsteek in woede. Heb je zo snel niets bij de hand om je kwaad over te maken? Denk dan terug aan de laatste keer dat je iets onrechtvaardig vond. Denken aan dingen die je boos maken of die je opwinden, wakkeren je behoefte aan om er iets aan te doen. In een actieve stemming bedenk je gemakkelijker iets nieuws dan in een ontspannen of gelaten stemming. Niet aan denken, want dan vergeet je je boosheid!

5. Schrijf een not to do-lijst
Maak een lijstje van dingen die je allemaal níet gaat doen. Bekijk géén mails voordat je met je hoofdtaak begint, bijvoorbeeld. Of: luister niet naar dat stemmetje in je hoofd dat je vertelt dat je niet geschikt bent voor dit werk.

6. Fotografeer zo beroerd mogelijk
Ga een middag slechte foto's maken. Bewogen, scheve horizonnen, rare perspectieven, alles is goed. Laat je gewone camera thuis en gebruik eens je mobiele telefoon.

7. Kijk meer televisie
Televisie verspilt je tijd en stompt je af. Hoe meer je naar soapseries kijkt, hoe minder je je creativiteit voedt. Misschien kom je toch een enkele keer een documentaire tegen, die je laat kennis maken met andere werelden en ideeën. Of een film, die je meesleept en laat nadenken over dilemma's waar je zelf niet opgekomen was. Dat is niet de bedoeling, dus kijk vooral naar nog meer soaps en amusementsprogramma's. Als dat niet volstaat, kun je natuurlijk ook gaan surfen op internet of computerspelletjes doen.

Kortom, let niet op je muze en doe gewoon waar je zin in hebt. Hoe meer je je muze negeert, hoe meer je het onderbewuste de kans geeft om zijn werk te doen. Niet boos worden als je dat toch een goed idee oplevert!

Verder lezen:


Share/Save/Bookmark

vrijdag 20 juni 2008

Kuch lekker mee tijdens het concert

Kuchen tijdens een klassiek concert geldt als ongepast. Tenzij je het kuchen juist onderdeel laat zijn van de muziek.

Weten mensen niet meer wat er van hen verwacht wordt
tijdens een klassiek concert? Tijdens het afscheidsconcert van de sopraan Kiri te Kanawa leek het daar sterk op. 'Kiri zingt, het publiek kucht', kopte NRC Handelsblad in de recensie.

Tussen haar liederen door barstte er een heel hoest- en proestconcert los.
Op andere momenten begon een deel van het publiek begon te klappen, terwijl er aan het begin toch duidelijk gevraagd was om pas te applaudisseren als Te Kanawa de reeks van bij elkaar horende liederen helemaal had afgerond.

Uiterst ongemakkelijk allemaal. Gelukkig maakte de zangeres er zelf een grapje over. "Klapt u maar even, want ik moet zelf even kuchen."

Een beroemdheid als Te Kanawa is haar hele carrière lang bezig geweest om te streven naar loepzuivere perfectie. Ten opzichte van die enorme inspanningen en opofferingen geldt het ongepast om als toehoorder als stoorzender op te treden.

Misschien zit in dat streven naar ongelooflijke perfectie ook wel het knelpunt. Wat als publiek én musici nou eens gewoon lol hebben in muziek maken en gewoon laten komen wat er komt?

Interessant is wat de componist Merlijn Twaalfhoven doet. In een interview met NRC Next vertelt hij dat hij juist de chaos opzoekt en toelaat. Oók het mobieltje dat tijdens een klassiek concert ineens afgaat, want dat harmonieert misschien wel heel mooi met de rest van de muziek. En dus wellicht ook een serie kuchers.

dinsdag 11 april 2006

Visitekaartjes

Wekelijks kom ik bij uiteenlopende organisaties over de vloer. Een vergelijkend warenonderzoek van het visitekaartje van de organisatie, de ontvangstbalie.

1. De entree van de woningcorporatie is ruim, licht, vol moderne kleuren en een verantwoorde multiculturele fotocollectie. Achter de open balie zit een mooie hindoestaanse dame, die met haar paarse glimmende shawl perfect past bij de huiskleuren. Daar is ze nogal druk mee bezig. Mijn naam verstaat ze eerst als Christal en daarna vergeet ze de naam nog een keer. Wachtend op het bankje bij de receptiebalie valt op dat het gloednieuwe interieur al aan verval onderhevig is. Het frisgroene lampje boven de balie doet het niet en het bloemwater ziet er smoezelig uit.

2. De deur van het kale, sobere gebouw van deze overheidsorganisatie is gesloten, maar er komt net een vaste medewerker met een pasje aangelopen. Die medewerker - in spijkerbroek, zoals bijna iedereen hier - laat mij zonder verdere vragen mee naar binnen lopen. Eenmaal binnen realiseert ze zich geschrokken dat ze niet een collega heeft binnen gelaten, maar een bezoekster! Maar de receptioniste blikt of bloost niet. Zij gaat gewoon door met het uitknippen van een kunstig papierwerkje.