Afgelopen jaar zaten onze kinderen met dik twintig leerlingen in één groep. Deze luxe kan onze school zich niet langer permitteren. Gedwongen door dreigende financiële tekorten moeten er volgend jaar meer dan 30 kinderen in de kleine lokalen. Met rugleuning tegen rugleuning, maar het past.
Drie juffen moeten hierdoor weg. Voordat zij de schooldeur achter zich dichttrekken, moeten ze nog wel het hele lokaal soppen. De school heeft schoonmakers ingehuurd, maar die zijn er alleen voor de dagelijkse veegbeurt en andere kleinere klussen.
Net zoals op vrijwel alle andere scholen is de binnenlucht in de klaslokalen ver onder de maat. Het gros van de Nederlandse onderwijzers behelpt zich met het openen van bovenraampjes. Uit GGD-onderzoek blijkt dat hiermee hoogstens de bedompte lucht uit het lokaal te halen is. Zuurstofrijk en gezond is de lucht dan nog steeds niet. Mechanische installaties die dit probleem afdoende verhelpen, zijn er trouwens nauwelijks. Bij de ontwikkeling van nieuwe installaties laten fabrikanten zich inspireren door de installaties die in grote varkensstallen gebruikt worden.
Te volle klassen, nauwelijks geld voor fatsoenlijke schoonmaak en totaal ontoereikende ventilatie: wat een armoede. Ogenschijnlijk lijkt het weinig gevolgen te hebben, want de scholen draaien gewoon door. Jaar na jaar. Ik heb de grootste bewondering voor de juffen en meesters die zo'n volle klas weten te onderwijzen zonder overspannen te raken.
En de kinderen? In het onderwijs is geen radicale actiegroep de leerlingen uit hun benauwde hokken bevrijdt. We accepteren gewoon dat scholieren in september massaal verkouden worden en dat kinderen met astma extra hoge doses medicijnen innemen. Ziekenhuizen weten precies wanneer de zomervakantie afgelopen is, want dan neemt het aantal kinderen met luchtweginfecties ook weer toe.
Lekker gezond, naar school gaan.
In actie voor gezondere lucht in scholen? Klik hier
Posts tonen met het label Gezondheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gezondheid. Alle posts tonen
dinsdag 8 juli 2008
dinsdag 19 februari 2008
Vertel me wat je eet

Behoudend Nederlands voedsel voor avontuurlijke toeristen in Amsterdam
Zeg me wat je eet en ik zeg wie je bent. Zo zal het wel niet bedoeld zijn, maar de onderzoeksresultaten van het LEI bieden daarvoor wel de aanzet. Het LEI (een onderzoeksinstituut dat deel uitmaakt van de Wageningen Universiteit) ontdekte dat er vier verschillende groepen eters te onderscheiden zijn, die te karakteriseren zijn als avontuurlijk, gemakzuchtig, behoudend of betrokken.
- Gemakzuchtige eters zijn niet geïnteresseerd in de herkomst of de veiligheid van voedsel. Ze eten omdat het moet en het liefst zo gemakkelijk mogelijk. Het moet vooral snel en gemakkelijk zijn. Houd je van kant- en klaargerechten, pizza's, McDonalds, dan hoor je vermoedelijk in dit hokje thuis. Volgens het LEI lees je graag de Telegraaf.
- Behoudende eters eten het liefst wat ze als kind aten. Appelmoes natuurlijk, pannenkoeken, stamppot met een kuiltje jus. Hier liggen Privé en Story op de salontafel.
- Betrokken eters vinden voedselveiligheid erg belangrijk, hechten aan gezondheid en aan de dier- en milieuvriendelijke productie ervan. Dit zijn de kopers van biologische produkten, maar ook de volgers van diëten. Typische tuintijdschriften- en Libellelezers, zegt het LEI.
- Avontuurlijke eters willen verrast worden en genieten. Eten is een feest en het liefst iedere dag anders. Zij zijn erg bezig met de herkomst en de milieuvriendelijkheid van voedsel. Dit zijn vermoedelijk de consumenten die met de Viswijzer in de hand hun vis uitkiezen en in hun keuken experimenteren met exclusieve hapjes. Ze lezen graag de Volkskrant of NRC Handelsblad en kooktijdschriften
Het lijkt me wel erg kort door de bocht, deze opdeling in hokjes. Er zijn vast nog meer foodstyles te ontdekken, want waar zijn de macrobioten en de veganisten? En de snackers en de grazers? Bovendien beperkte het LEI zich niet tot voedselvoorkeuren en het favoriete blad of krant, maar legde ook relaties met geslacht, leeftijdscategorie en politieke voorkeur.
Dus wie een kroket bestelt bij de friettent of coquilles Saint Jacques bij de traiteur, geeft meer van zichzelf bloot dan hij of zij op het eerste gezicht denkt...
donderdag 15 november 2007
Lokaaleters
Om darmkanker te voorkomen, mogen we niet meer dan "500 gram" rood vlees per week eten. Twee keer per week dient er vis op tafel te komen voor de benodigde goede vetten (maar dan wel vissen die door Greenpeace en het Wereld Natuur Fonds goedgekeurd zijn).
En we moeten voldoende kleurrijke groente en fruit naar binnen werken, bij voorkeur van biologische afkomst. Over suikers, onverzadigde vetten, ongewenste chemische toevoegingen hebben we dan nog niet eens gesproken. Pfffff, zo wordt de juiste menukeuze een heel puzzelwerk.
Wat de locavoren - in de VS recent uitgeroepen tot woord van het jaar - betreft, komt daar nog een eis bij: het voedsel moet uit de directe omgeving komen. Locavoren vormen in Amerika een beweging van bewuste consumenten, die alleen voedsel eten dat binnen een straal van100 mijl van hun woning geteeld en geproduceerd is.
Gemiddeld legt een voedingsmiddel1500 mijl af voordat het op je bord belandt. Garnalen schijnen zelfs 4500 kilometer af te leggen tussen Nederland en Marokko en terug om gepeld te worden. Die transportgekte kost enorm veel vervuiling, uitstoot van broeikassen, etcetera. Door weer te eten wat er in je directe omgeving geteeld wordt, hopen ze daar wat aan te doen.
Het schijnen hele blije mensen te zijn, die locavoren. Ze genieten van het bezoeken van boerenmarkten, het zelf kweken van groenten en kruiden, de herontdekking van de seizoenen en het gezonde gevoel. In totaal zijn er wel dertien redenen om gelukkig te worden van een lokaal dieet!
Waarschijnlijk worden ze ook heel blij van bedenken van creatieve gerechten met louter lokale ingrediënten. Dat moet ook wel, want voor de fundi's onder de locavoren was het zeker in de begintijd behoorlijk doorbijten. De pioniers aten voornamelijk aardappelen. Binnen 100 mijl was geen graan te vinden, dus verschenen er ook geen brood, pastagerechten en cornflakes op hun menu. Koffie, thee, chocolade en veel specerijen konden zij helemaal op hun buik schrijven.
Hoeveel lol heb je nog in eten als je jezelf zoveel beperkingen oplegt? Of wordt de lol groter naarmate je je meer uitgedaagd voelt?
En we moeten voldoende kleurrijke groente en fruit naar binnen werken, bij voorkeur van biologische afkomst. Over suikers, onverzadigde vetten, ongewenste chemische toevoegingen hebben we dan nog niet eens gesproken. Pfffff, zo wordt de juiste menukeuze een heel puzzelwerk.
Wat de locavoren - in de VS recent uitgeroepen tot woord van het jaar - betreft, komt daar nog een eis bij: het voedsel moet uit de directe omgeving komen. Locavoren vormen in Amerika een beweging van bewuste consumenten, die alleen voedsel eten dat binnen een straal van
Gemiddeld legt een voedingsmiddel
Het schijnen hele blije mensen te zijn, die locavoren. Ze genieten van het bezoeken van boerenmarkten, het zelf kweken van groenten en kruiden, de herontdekking van de seizoenen en het gezonde gevoel. In totaal zijn er wel dertien redenen om gelukkig te worden van een lokaal dieet!
Waarschijnlijk worden ze ook heel blij van bedenken van creatieve gerechten met louter lokale ingrediënten. Dat moet ook wel, want voor de fundi's onder de locavoren was het zeker in de begintijd behoorlijk doorbijten. De pioniers aten voornamelijk aardappelen. Binnen 100 mijl was geen graan te vinden, dus verschenen er ook geen brood, pastagerechten en cornflakes op hun menu. Koffie, thee, chocolade en veel specerijen konden zij helemaal op hun buik schrijven.
Hoeveel lol heb je nog in eten als je jezelf zoveel beperkingen oplegt? Of wordt de lol groter naarmate je je meer uitgedaagd voelt?
Abonneren op:
Posts (Atom)